PO20- Leeftijdsfasen.

Doel: Bij lessen over groeien kan dit een kleuter laten naden­ken over leeftijdsfasen.

Benodigdheden: poppenkastpop (een ondeugend jongetje), flesje, speen, rammelaar.

 

Pop: Tatata... hallo kinderen, ik is een baby. Ik heb een flesje en een speen. Ik rammel met het rammelaartje... tatata!

Leidster: Welnee Pietje, jij bent helemaal geen baby, hè

kinderen. Nee hoor, echt niet. Je ziet er echt niet als een baby uit!

Pop: (donkere stem) O nee, vergissing! Ik ben een ouwe opa. O, wat heb ik een pijn in m'n rug. Waar is m'n stok, zonder stok kan ik niet lopen.

Leidster: Nee, hoor! Pietje, jij bent ook geen oude opa, hè kinderen? Je hebt blond haar en oude opa's hebben grijs haar of ze zijn kaal. Nee, een oude opa ben je niet.

Pop: Mmm? Wat ben ik dan?O, ik weet het al. Ik ben een tiener. Ik hou van drummen Pampampammerdepam! I love you yeah, yeah, yeah! Ik ga naar school met een gsm-metje en m'n rugtas is héél zwaar.

Leidster: Nee, Pietje. Je bent ook geen tiener. Daarv­oor ben je veel te klein. Je mag toch nog geen brommer rijden? Nou dan...

Pop: Oh! Ik weet het. Ik ben een vader. Kinderen ga allemaal naar bed. Vader moet de krant lezen. Oei! Wat heb ik een drukke dag gehad op kantoor!

Leidster: Neehee! Pietje. Jij bent ook geen vader. Denk nou eens goed na.

Pop: Wat ben ik dan? Een kleuter, die op z'n fietsje fietst?(Klein, klein kleutertje, begint hij te zingen.)

Leidster: Je bent gewoon een schooljongen. Je moet nog heel veel leren. Je weet nog niet alles en je hebt nog mensen nodig die je daarbij helpen.

Pop: Okay, dus ik heb deze luier niet meer nodig? (Gooit een luier uit de poppenkast). Dan ga ik maar gauw naar school, anders krijg ik straf van de meester. Doei!

Af met veel lawaai.