Dotje is zo dankbaar
Doel:
Fantaseren over dankbaarheid.
Poppen: Koko,
een jongetje dat zich erg lelijk vindt.
Dotje. Moeder.
Attributen:
spiegeltje. (Van tevoren aan een kind geven.)
Bloemen.
Spuitje met water. (liefst verborgen in de bloemen.)
Fluit van een
fluitketel.
Decor: buiten.
Leeftijd: 4-9 jaar.
---------------------------------------------------------------
Koko: (op) Bloembloembloembloem.
Hallo,
kinderen. Weten jullie waarom ik zo vrolijk ben?
Nee? Nou, ik weet het zelf ook niet. Ik werd vanmorgen gewoon vrolijk wakker. Troeloeloeloe. Daarom heb ik bloemetjes gekocht voor mijn vriendinnetje Dotje. Kennen jullie haar?
Nee? Wacht, ik
zal ze eens roepen. Dótje! Helpen jullie eens mee. Misschien komt ze dan
vlugger.
Dotje: Joehoe, ik kom
zo. Even m'n moeder helpen.
Koko: Ze komt zo. Nou, wat zal ze zeggen
van m'n bloemen en van m'n muts? Hebben jullie hem al gezien? Dat is mijn
feestmuts. Vinden jullie hem mooi? Nee?
Wat? Heb ik
hem niet goed opgezet? O, wat dom van me.
Wie wil hem even goed komen zetten, want ik heb m'n bloemen vol aan m'n handen. Ik bedoel ik heb m'n handen vol aan die bloemen. (Een kind komt naar voren en helpt.) Zo, staat ie nou goed? Echt? Ja, dat kunnen jullie nou wel zeggen, maar ik zie niks, had ik maar een spiegel. Hebben jullie er soms een?
(Kind brengt
spiegel) O, nou kan ik zien of m'n muts goed zit. Laat eens kijken... (Schrikt.)
O, er zit een engerd in de spiegel. Wie is dat nou?
Kinderen: DAT BEN JE
ZELF.
Koko: Wat? Ben ik dat zelf? O, wat ben ik
lelijk. Ik krijg er pijn van in m'n ogen. Een grote neus en een lelijke pukkel
erop. Ga maar gauw weg met die spiegel. Straks komt er nog een barst in.
Dotje: (Komt op.)
Hallo, Koko. Had je mij geroepen? Wat heb jij daar nou?
Koko: Hè? Waar?
Dotje: Daar in je handen.
Koko: Dat is mijn pukkel... O nee.. Dat
zijn bloemen voor jou.
Dotje: Voor mij?
Koko: Jaha. Voor jouhou. Omdat je mijn
vriendinnetje bent.
Dotje: (Pakt de
bloemen bewonderend aan) O, wat lief van je. (geeft ze resoluut en
kattig weer terug) Maar ik houd helemaal niet van bloemen.
Koko: Wil je geen bloemen?
Dotje: Nee, bloemen
kun je niet opeten. Geef mij maar een bosje snoepjes.
Koko
(proest) Een bossie snoepies?
Dotje: Ja, of een
struikje chocolaatjes, of een boompje
knoepers.
Koko: Knoepers bestaan niet, hè kinderen?
Dotje: Welles,
knoepers zijn heel lekker en als iets lekker is bestaat het, hè kinderen?
Koko: (Lacht haar uit.) Knoepers
bestaan niet. Jij bent zelf een knoeper.
Dotje: Nietes,
honderd keer nietes.
Koko: Welles, duizend keer welles. (slaat
Dotje met de bloemen op haar kop.)
Dotje: O, pas op! Je
maakt mijn bloemen helemaal kapot.
Koko: Het zijn jouw bloemen helemaal niet.
Knoeperd! Ze zijn van mij.
Dotje: (huilend) Het
zijn mijn bloemen wel. Je hebt ze mij zelf gegeven.
Koko: En jij wou ze niet hebben, hè
kinderen?
Jij bent een echt ondankbare knoeperd.
Moeder: (Komt op)
WAT IS HIER AAN DE HAND?
Koko: Zij is een ondankbare knoeperd. Ze
wil mijn bloemen niet. Ze wil alleen maar snoep en ik was juist zo lief... (nu
ook huilend) en ik was ook zo lelijk! Ooooh!
Moeder: DOTJE, WAAROM
WILDE JIJ KOKO'S BLOEMEN NIET?
Dotje: Snoep is
lekkerder.
Moeder: MAAR ALS JE
EEN CADEAUTJE KRIJGT MOET JE ALTIJD VRIENDELIJK DANKJEWEL ZEGGEN. WAT JIJ DEED
IS ERG ONBELEEFD EN ONDANKBAAR.
Koko: Ik wist helemaal niet dat ik zo
lelijk was. Het deed
gewoon pijn
aan m'n ogen.
Moeder: LELIJK? JIJ
BENT HELEMAAL NIET LELIJK. JIJ BENT MIJN
EIGEN LIEVE
KOKOOTJE, HOOR!
Koko: Vind u mijn pukkel dan niet lelijk?
Moeder: NEE.
Koko: En mijn grote gokkerd?
Moeder: HET IS EEN
LEUKE GOKKERD.
Koko: En mijn konijnentanden?
Moeder: NEE, NEE EN
NOG EENS NEE. JIJ BENT ECHT LEUK. PRECIES ZOALS JE ZIJN MOET. JIJ BENT JIJ.
KOKO IS GEWOON KOKO.
Koko: (Verbaasd langs zijn neus
wrijvend) O, maar toen ik in de spiegel keek schrok ik zo vreselijk.
Dotje: Koko, jij moet ook dankbaar zijn, vind ik.
Koko: Ik? Waarom? Ik heb toch niks
gekregen?
Dotje: Ja, best wel.
Jij hebt dat gezicht gekregen en dan moet je niet een ander gezicht willen. Dan
doe je net als ik daarnet, hè, mamma? Ik wou ook snoepjes in plaats van bloemen.
Fluit: tuuuuuuu!
Moeder: O, MIJN
THEEWATER KOOKT. IK GA ER GAUW NAARTOE. RENNEN!
Koko: Je hebt gelijk, Dotje. Weet je wat?
We doen het over. Ik geef jou de bloemen en dan ben jij dankbaar. Afgesproken?
Dotje: O ja, Ik
beloof echt dankbaar te zijn.
Koko: Heus?
Dotje: Ja, heus!
Koko: En zal je dan niet om een bossie
knoeperds vragen?
Dotje: Echt niet.
Koko: Goed. Zeg kinderen, helpen jullie
Dotje mee? Als ik de bloemen geef, moeten jullie zingen: Dotje is zo dankbaar.
Dotje is zo dankbaar in de gloria, in de gloria. (Op de wijs van lang zal
die leven.) Nou, daar gaat die dan. (Koko geeft de bloemen en spuit
Dotje nat.) De kinderen zingen en Dotje protesteert.)
Dotje: O bah! Ik word
kletsnat. Houd op, lelijke knoeperd! (af)