Geschreven door Josine de Jong (zie bijbelverhalen.nl)
Stel je
voor dat jij door Nederland werd uitgekozen om naar de
Olympische spelen te gaan. Je mag ons land daar vertegenwoordigen in hardlopen.
En wat
gebeurt er? Na een ongelofelijk inspannende race laat je alle andere renners
ver achter je en je wint de gouden plak. Kun je het je voorstellen?
Wat moet er
dan gebeuren? Juist ja, je komt op het erepodium te staan, op het hoogste
treetje en je krijgt de Olympische medaille uitgereikt. Wat een belevenis. Je
popelt van verlangen om naar je land en je huis af te reizen en hem aan je
vader, moeder of je vrienden te laten zien.
Nou zo iets
dergelijks gebeurde er ook met Jezus, toen hij de klus geklaard had om de
mensheid te redden. Hoor maar:
Het is nu al veertig dagen nadat de Heer Jezus
uit het graf opstond.
Op een
klein bankje in de opperzaal zitten twee mannen samen te lachen en te praten.
Het zijn de twee broers Jacobus en Petrus. Ze houden elkaars handen vast.
“Sjonge, Petrus, weet je nog wel, dat we zo bang waren toen we de
Meester voor de eerste keer na zijn opstanding in ons midden zagen staan?’ zegt
Jacobus lachend.
‘Nou en of,
Jacobus, ik schrok me een ongeluk. Ik dacht echt dat het een geestverschijning
was! Trouwens wij allemaal toch?’ Petrus draait zich
om naar de andere discipelen, die bezig zijn de tafel te dekken.
De anderen
roepen instemmend van ja.
‘Jij zag zo
wit als een doek, man!’ roept Filippus.
Dat vindt Petrus niet zo leuk om te horen. Hij is graag de stoerste.
Jacobus
praat er maar gauw overheen.
‘Gelukkig
toonde Jezus ons zijn handen en voeten…’ herinnert hij zich
‘Ja, en hij
ging zelfs vis zitten eten. Nou ja, een spook kan dat natuurlijk niet. Wat
waren we blij, hč jongens? En daarna hebben we hem nog vaak gezien. ‘k Ben
benieuwd of hij vanavond ook bij ons zal zijn.’
De twee
broers staan op om de handen te gaan wassen. De geur van gebraden vlees en vers
brood doet iedereen het water in de mond lopen.
‘Wat denken
jullie,’ vraagt Matteus, ‘zou het nog lang duren
voordat Jezus het koningsschap over Israel zal
herstellen?’
Dat kun je
aan hemzelf vragen, Matteus,
‘kijk eens wie daar is…’
‘Meester!!’roept iedereen verrast. Ze rennen naar hem toe…
Tijdens die
maaltijd zegt Jezus erg belangrijke dingen.
‘Alleen
mijn Vader weet de juiste tijd waarop het koningschap hersteld wordt,’zegt hij,
terwijl hij hen ernstiger dan anders ieder persoonlijk aankijkt. ‘Dat hoeven
jullie niet te weten. Maar
als ik er niet meer ben, blijf dan in Jeruzalem. Wacht samen op de belofte van
de Vader, de Heilige Geest. Daar heb ik al eerder met jullie over gesproken,
weten jullie nog? Ik zei dat Johannes doopte met water, maar dat jullie met de
Heilige Geest gedoopt zouden worden.’
De mannen
kijken hem niet begrijpend aan. Met de heilige Geest gedoopt worden? Wat houdt
dat in? Er gaat iets gebeuren, dat is nu wel zeker, maar… wat wordt er van hen
verwacht. Geeft Jezus hen nu een opdracht?…
‘Heer, wat
moeten we met die heilige Geest doen?’
‘Luister
goed,’ zegt Jezus, terwijl hij hun verstand opent voor het begrijpen van de
Schriften, ‘alles wat over mij geschreven staat in de boeken van Mozes en de
profeten en in de Psalmen moest in vervulling gaan.’
O, wacht
even… Ja natuurlijk! De puzzelstukjes vallen op hun plaats.
Ineens
snappen ze dat psalm 22 op de Heiland slaat en Jesaja
53 ook en de vorm van de tabernakel, en …. Het lijkt
wel of er een deur wordt geopend. Ze worden gloeiend van opwinding.
‘Ik moest
lijden en sterven en op de derde dag opstaan uit de dood… ‘
Jezus
veegt zijn handen af aan een doek en staat op. ‘Kom laten we naar de Olijfberg
gaan,’ stelt hij voor
Ze laten de
boel de boel en slaan hun mantels om. Wat heerlijk om samen een wandeling te
maken, dan kunnen ze nog eens goed over alles nadenken. De gesprekken zijn
levendig en opwindend, wat nog wordt versterkt door de stevige bries die waait
op de top van de Olijfberg. Wat een heerlijk uitzicht is dit toch.
De Meester
gaat verder met zijn uitleg van daarnet.
‘In mijn
naam worden alle volken opgeroepen om tot inkeer te komen, opdat hun zonden
vergeven zullen worden.’
Petrus
wil de Heer niet onderbreken, dat zou ongepast zijn, maar hij denkt: ‘Wat
krijgen we nou? Alle volken? Dus is het heil dan niet
alleen voor Israël?’
‘Alle
volken moeten het horen,’zegt Jezus met nadruk, ‘tot
aan het uiterste van de aarde en dat is jullie opdracht. Ga het vertellen aan
iedereen en begin bij Jeruzalem. Wees niet bevreesd, ikzelf zal er voor zorgen
dat jullie kracht krijgen door de heilige Geest. Blijf tot die tijd wachten in
Jeruzalem…’
Petrus
valt op zijn knieën en Andreas valt naast hem neer.
Deze Jezus, hun vriend is werkelijk Gods Zoon, ze aanbidden Hem. De meeste
anderen volgen hun voorbeeld en dat is heel wat voor een Jood, want die
aanbidden niemand anders dan God. Ze sterven nog liever…
‘Mij is
alle macht gegeven in hemel en op aarde,’ klinkt het
dan uit Jezus’ mond. ‘Ga op weg en maak alle volken tot mijn discipelen door
hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Leer hen
dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. En houd
altijd dit voor ogen…’ Jezus stem vervaagt wat, klinkt
verder weg, zachter en zachter, ‘Ik ben met jullie, alle dagen tot de
voleinding van de wereld…..’
Ze kijken
omhoog en zien hem tot hun stomme verbazing omhoog geheven worden, opgenomen in
een wolk.
Ze kunnen
niets uitbrengen van ontzag, springen op en wijzen… daar… daar gaat hun vriend…
naar huis, naar het huis van zijn Vader, de hemel om zijn prijs, het
koningschap in ontvangst te nemen.
Als Jezus
uit het oog verdwenen is blijven ze nog naar de hemel staren, totaal beduusd,
totdat er twee mannen in witte kleren bij hen komen staan, die hen tot de
werkelijkheid terug trachten te brengen.
‘Deze
Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen,’ zeggen ze, ‘zal op
dezelfde wijze terugkomen als jullie hem naar de hemel hebben zien gaan.’
Een
engelenboodschap? Wat gebeurt er op deze merkwaardige dag, deze hemelvaartsdag!
Hoe ze in
Jeruzalem gekomen zijn, weten de discipelen zelf niet meer. Wat een Overwinnaar
is hun Heiland en Heer: Jezus Christus, Zoon van God.