Geschreven door Josine de Jong
(zie bijbelverhalen.nl)
Het mooiste verhaal van alle
tijden is wel het verhaal van de liefdevolle vader. Jezus heeft het bedacht.
Eigenlijk is het verhaal speciaal voor jou bedoeld om te begrijpen hoe God is. Als
je dit verhaal kent, zul je nooit meer denken dat God een boeman is, die je wel
eens even zal straffen, of je in de hel wil gooien. Nee, Hij doet er alles aan
om je in zijn armen te sluiten. Gods liefde voor jou is oneindig groot.
Er was eens een boer, zo begint
het verhaal, die twee zoons had. De jongste zoon had geen zin meer om nog
langer boer te zijn. Hij wou de wijde wereld in. Daarom zei hij, heel grof:
‘Pa, wanneer ga je dood, dan kan ik m’n erfenis krijgen. Nou ben ik nog jong en
kan ik er nog van genieten.’
Tranen van ellende schoten de
vader in de ogen, maar hij liet niks merken. Hij gaf zijn kind het geld waar
hij om vroeg en zei: “Onhoud, jongen, dat je ouders veel van je houden, de deur
staat altijd voor je open.”
De jongste zoon ging naar de
stad. En een lol dat hij had. Elke dag pretparken, kermis, disco met een stel
schreeuwerige vrienden waar hij alles voor betaalde. Niet vaak werd hij ‘s
morgens met hoofdpijn wakker omdat hij weer eens dronken geweest was. De meiden
hingen om z’n nek en kusten hem, want hij had immers geld!
Maar na een tijdje raakte dat
natuurlijk op en toen kwam hij in de problemen. Er was werkeloosheid, dus kon
hij ook niet gemakkelijk aan de slag om wat geld erbij te verdienen. De
schuldeisers stonden op z’n stoep en dreigden met geweld. O, hij was ten einde
raad. Kaalgeplukt, hongerig en in elkaar geslagen kwam de jongste zoon
eindelijk bij een boer terecht waar hij op de varkens mocht passen. Mensenkinderen
wat stonken die beesten, het was gewoon niet vol te houden. Je ging helemaal
over je nek. En dan maar hongerlijden en als een zwerver buiten slapen.
Waar ben ik toch mee bezig, dan
de jongen. Bij m’n vader was het beter. Laat ik terug gaan en vergeving vragen.
Dat deed hij.
En wat denk je? De vader had
gewoon elke dag staan uitkijken of zijn kind weer terug kwam. Hij rende hem met
open armen tegemoet toen hij hem weer zag. Al stonk hij als de hel en al was
hij te vies om aan te pakken, toch kuste de vader zijn zoon.
Hij liep meteen een feestje
voor hem bouwen. Na een douche en wat eten, schone kleren van pa en een ring
van z’n moeder zag de jongste zoon er al heel wat anders uit. Toen de brave
oudste zoon bezwaar maakte tegen die verwennerij, zei de vader heel kalm: ‘Man,
wees blij, ons kind was dood, maar nou leeft hij weer.’
‘Zo blij,’ zei Jezus tenslotte
, ‘is God als jullie weer naar Hem gaan vragen. En niet alleen God, nee, de
hele hemel juicht als een zondaar zich bekeert.’