NT28 - ALS DE STENEN KONDEN
SPREKEN
Geschreven
door Josine de Jong (zie bijbelverhalen.nl)
Op het
middelpunt van de aarde, in de stad Jeruzalem, stond de tempel van de Here God. Nu zijn er nog slechts resten van over. Een
plein, wat zuilen en een stuk muur. Als die oude stenen eens konden praten, en
in zeker opzicht kunnen ze dat ook, wat zouden ze dan veel te vertellen hebben.
Bij voorbeeld wat er gebeurde in het voorjaar van het jaar 32. Moet je horen.
Bah! Wat voel
ik mij smerig. Ik, het allerbelangrijkste gebouw van de wereld. Ik, die de
mensen de weg naar God moet wijzen, voel me zo beledigd. Vooraan bij mijn poort
is een grote adelaar bevestigd. Dat hebben Romeinse soldaten gedaan op bevel
van koning Herodes. Het is alsof ze willen zeggen:
'Wij zijn de baas over jou. Wij hebben jou weer opgebouwd en dus ben je van
ons.'
Vanuit het
nabijgelegen paleis van koning Herodes bewaken dag en
nacht vijandelijke ogen mijn voorhoven. Ik voel me overheerst en gebonden als
een slaaf. O ja, er wordt wel dagelijks geofferd op het brandofferaltaar, maar
voor de meesten is de dienst aan God een gewoonte geworden. Hun hart is er niet
echt bij. Ze praten wel over Gods geboden, maar doen ze niet. ZE KENNEN MIJN
VERHAAL NIET MEER! Het allerergste is wel dat mijn voorhoven gebruikt worden om
handel te drijven, door mijn eigen volk! Het is een voortdurend geschreeuw,
geblaat en gemekker. Op mijn stenen liggen schapenkeutels, groenteresten en
spuug. Er wordt geld gewisseld door slimme, oneerlijke zakenlieden. Je hebt de
bank van Cohen en de bank van Eli ben Asser... Wanneer, o wanneer zal er weer
heilige eerbied binnen mijn poorten zijn? Wanneer zullen ze weer naar mijn
verhaal luisteren?
Mijn verhaal.
Ik vergeet bijna om je dat te vertellen en daarvoor besta ik toch eigenlijk. Kom
een beetje dichterbij en houd je oren en ogen wijd open. Het is een geheim.
Alleen zij die een oprecht hart hebben begrijpen het. ALLES VAN MIJ VERTELT
NAMELIJK VAN EEN MAN, DIE HET WEER GOEDMAKEN ZAL TUSSEN GOD EN DE MENSEN. DE
MESSIAS! Hij zal rein zijn als mijn voorhoven, maar ook het Offerlam, dat
zichzelf opoffert voor de zonden van de mensen. Hij zal het brood des levens
zijn, zoals mijn toonbroden uitbeelden. Hij zal het Licht der wereld zijn zoals
mijn gouden Kandelaar vertelt. Als een priester bij het Reukofferaltaar zal hij
bidden voor Zijn volk. En al Gods geboden zal Hij doen, zoals mijn Gouden Ark
in het Allerheiligste verkondigt. Begrijp je nu dat het zo erg is dat ik zo
smerig ben? HET GAAT OM MIJN VERHAAL.
Hoewel ik
splinternieuw door koning Herodes ben opgebouwd, ben
ik toch al heel oud. Ik ben eigenlijk de derde tempel. Maar wat er uiterlijk
ook veranderde, mijn verhaal bleef hetzelfde. Weet je hoe dat komt? God zelf
heeft mij bedacht om het verlangen naar de Messias levend te houden. Zo, nu ken
je mijn geheim... een beetje. Kom maar vaak terug. Er is nog veel meer te
leren.
O, wat zal ik
blij zijn als Hij, van wie mijn stenen en heilige voorwerpen getuigen, zal
komen. De Messias. Dan zal ik mijn aloude poorten wijd opheffen om Hem binnen te
laten.
Ja, de
Messias. Al eeuwenlang verlangen de gelovigen naar Hem. Ze bidden dagelijks om
zijn komst. En... men fluistert zelfs dat Hij al gekomen is. Men spreekt over
een man, die Jezus van Nazaret heet. Vooral nu het
bijna Paasfeest is en er duizenden mensen door mijn
poorten in en uitgaan, gonst het van de geruchten... Wacht eens! Er is iets aan
de hand op het tempelplein.
'Eruit! En
gauw!... Weg met jullie woekeraars!'
O, wat gebeurt
er? Wat gebeurt er? Een boze man gooit zo maar alle
tafeltjes van de geldwisselaars om. Met een zweep van touw drijft hij de
verkopers van koeien en schapen de poort uit. En tegen de verkopers van duiven
schreeuwt hij: 'Haal die beesten hier weg! MAAK GEEN MARKT VAN HET HUIS VAN
MIJN VADER!'
O, het wordt
een grote chaos op mijn plein. Iedereen loopt door elkaar, struikelt over
loslopende dieren, glijdt uit over koeienvlaaien en duikt naar wegrollend geld.
Het is een lawaai van jewelste. O, mag dat zo maar? Wie is die man? Eerlijk
gezegd lucht het mij wel op dat die bedriegers verdwijnen. Dat hadden de
priesters al lang moeten doen... Hèhè! Nu nog een bezem erdoor. Wie zou die man
zijn die zo'n fan is van Gods Huis? Is het soms?... Ja
werkelijk. Het is Jezus van Nazaret.
Blauw zijn de
uniformen van de tempelpolitie en wit zijn de kleren van de overpriesters.
'Van wie heb
jij papieren gekregen om dit te doen?' schreeuwen ze tegen Jezus. Ze ballen hun
vuisten en nemen Hem op de korrel. Bezweet en nog nahijgend stoot hij eruit:
'Ga je gang maar! Doodt me maar. Breek deze tempel af en in drie dagen zal ik
hem weer opbouwen.'
Het galmt
tegen mijn muren en weerkaatst tegen mijn zuilen. Ik voel het als een schok
door mij heengaan. Deze man spreekt over zichzelf als over de tempel. DAN MOET
HIJ DEGENE ZIJN WAAROVER MIJN VERHAAL GAAT!
Maar die
eigenwijze leiders begrijpen zijn woorden niet.
'Man!
'schreeuwen ze kwaad. 'Zesenveertig jaar hebben ze over deze tempel gebouwd en
jij wou hem afbreken en in drie dagen herbouwen? Ben je eigenlijk wel goed
snik?'
Verontwaardigd mopperend druipen ze af.
Zij druipen
af, maar uit alle hoekjes en verbergplekjes komen mensen naar Jezus toe.
Strompelend, kruipend, kreunend... Zieken, armen, kinderen. De sterken
ondersteunen de zwakken. Dit heb ik altijd willen meemaken.
Jezus ontfermt
zich over hen. Hij geneest, troost en spreekt tot hun hart. En zijn discipelen
knielen neer bij de hulpbehoevenden, terwijl ze elkaar toeroepen: 'Dit is het
waarvan de profeten spraken.'
Tranen van
verdriet en opluchting vallen op mijn stenen. Gelach en gezang van kinderen
weerklinkt tegen mijn muren... Hosanna! Hosanna! Ik voel mij vervuld worden van
de nabijheid van God. De Messias is gekomen. Mijn taak is klaar.
Als je
misschien ooit eens in Jeruzalem komt en je staat bij de resten van de tempel,
bij de Klaagmuur, leg dan heel eerbiedig je hoofd tegen de stenen en luister
met je hele hart. Hoor je wel wat de stenen fluisteren? 'DE MESSIAS WAS HIER!'