NT09 - KIJK, DIE PETRUS!
Geschreven
door Josine de Jong (zie bijbelverhalen.nl)
Nooit zou Petrus voor iemand knielen. Dat deed immers geen enkele
vrome Jood. Voor geen koning, geen keizer, voor niemand. Voor niemand?
'Jouw beurt, Johannes.'
zegt Petrus. Hij schuift wat naar achteren en reikt
de riemen over aan Johannes.
Gelukkig, hij
kan even uitrusten. Wat een wind, zeg! En dan nog tegen. Zeilen kan helemaal niet meer. Nee, het wordt echt een nachtje
ploeteren. Brr! Petrus
huivert in zijn wollen jas. Zijn ogen proberen door de duisternis heen te boren
om te ontdekken waar ze eigenlijk zijn. Wat vervelend dat Jezus niet bij hen
is. Petrus voelt zich niks op zijn gemak zonder zijn
grote vriend.
'Ik wil dat
jullie vast naar de overkant varen,' had de Heer gezegd. 'Ik kom wel.'
't Kon wel een tijdje duren voordat ze Hem weer
terugzagen. Petrus was zo graag gebleven. Het ging
juist zo spannend worden. De mensen die van de broden en vissen hadden gegeten,
wilden Jezus koning maken. Tsjonge, wat een avontuur.
Het zou er dan eindelijk van komen. Jezus op de troon en alle vijanden het land
uit. Maar nee hoor! De Heer had hen allemaal in het bootje geduwd en gezegd:
'Ik stuur de mensen weg en dan kom ik bij jullie.'
'Jouw beurt,
Jakobus!' hoort hij Johannes roepen. Jakobus schuift naar de riemen. 't Lijkt wel of de wind nog toeneemt. Wolkenflarden vliegen
langs de lucht. Het lapje, dat als vlaggetje dienst doet, klappert in de wind.
Plotseling
voelt Petrus zich naar achteren glijden. Een grote
golf tilt het voorschip op. Ze tuimelen allemaal over elkaar heen. Hou je vast! Hou je toch goed vast!!
Andreas, die de schipper is, schreeuwt zijn bevelen. Petrus is wel wat gewend als visser, maar hij klemt zich
toch met beide handen aan de rand van de boot vast. Daar komt weer een grote
golf... Ineens, als ze een moment zo hoog opgetild worden, ziet hij iets wits.
Een zeil soms van een ander schip? Het zou wel stom zijn om met dit weer je
zeil omhoog te houden. Het schip is al weer in een dal terechtgekomen. De
anderen hebben het echter ook gezien.
'Daar! Daar is
iets!' schreeuwt Judas met schorre stem. Een grote golf spat uiteen tegen de
boeg. Een klets water zorgt ervoor dat Judas even niets meer ziet. Iedereen
kijkt gespannen uit naar de volgende hoge golf. Daar istie...
'Het is een
spook!' gilt Tomas.
Ja echt. Er is
een witte gedaante midden op het meer. Wat vreselijk eng. Spoken bestaan niet,
maar toch... Joeiii! Daar glijden ze al weer een
waterdal in. Met angst en vrezen wordt de volgende golf afgewacht. Zal het
spook er nog zijn?... en dichterbij?
'Houdt moed.
Ik ben het. Weest niet bang!'
Wat een
bekende stem. Dat is toch de stem van Jezus?
Hij komt hen
zomaar tegemoet. Lopend over het water. De wind blaast Hem niet weg. De golven
slokken Hem niet op. Een koude rilling gaat door Petrus
heen, een onbeschrijfelijk gevoel van trots. Zijn meester. De baas over wind en
golven.
'Daar wil ik
bij zijn.' flitst het door hem heen. Hij schreeuwt luid: 'Mag ik bij U komen, Jezus? Als u het zegt doe ik het.'
Z'n ene been glijdt al vast over de rand. Mag het?
'Kom!' zegt
Jezus.
Kijk die Petrus nou toch! Een moment later zit hij wiebelig op de
rand van de boot, beide handen achter zich om de rand geklemd, zijn voeten
tastend naar het water. Een, twee, hoeps! En plons
natuurlijk.
Niks geen plons!
Onder zijn
voeten is, glad als glas het water. Aarzelend, stap voor stap, alsof hij lopen
leert, gaat hij naar Jezus. Zijn hoofddoek waait weg in de wind. Vanuit de boot
klinken kreten van bewondering.
'Hoe doe ik
het eigenlijk? Dit kan toch helemaal niet?' denkt Petrus.
'Kijk die golven eens en die wind.'
Hij voelt
angst in zich opkomen.
En dan... Nee!
Nee, het gaat niet goed. Hij zinkt!!
'Help, Heer,
red mij!' schreeuwt hij in doodsnood.
Daar is de
hand van Jezus al. Net op tijd.
'Waarom ben je
gaan twijfelen? Vertrouw mij toch.' zegt de Heer vriendelijk. Hand in hand
lopen ze naar de boot, de leerling en de meester.
Behulpzame
handen worden uitgestoken om hem in het schip te trekken. De wind gaat liggen. De
zon komt op met prachtige oranjekleurige banen over het water. Denk je dat Petrus dat ziet? Nee, hij kijkt vol eerbied naar Jezus.
Ook de anderen
zwijgen vol ontzag en vallen met Petrus op de knieën
neer. De een na de ander zegt: 'Heer, meester... U bent Gods Zoon!!'