NT03 - IK
ALLEEN... BEN DE KONING!
Geschreven door Josine de Jong (zie bijbelverhalen.nl)
'Alle roddels, alle complotten die men smeedt, elk vaag gerucht...
Je moet het mij vertellen. Begrepen?' sist koning Herodes
tegen zijn politieke informant, de baas van alle spionnen. 'Niemand zal koning
worden in mijn plaats. Hier, neem deze beurs met geld. Je krijgt het
driedubbele als je mij de namen noemt van hen die een coup voorbereiden.'
'Ik doe mijn best, majesteit.'
De informant buigt als een knipmes en stopt grijnzend de beurs in
de plooien van zijn mouw. O, hij geniet van de macht die deze baan hem bezorgt.
Hoewel... De Verschrikkelijke, zoals hij Herodes in
gedachten noemt, zo onbetrouwbaar is als een windwijzer. Voor je het weet rolt
je eigen kop. Dat is wel gebleken. Zelfs zijn eigen kinderen en zijn vrouw
heeft hij laten vermoorden. Een koude rilling glijdt over de rug van de spion,
als hij tersluiks naar Herodes' gluiperige gezicht
kijkt... Gelukkig komt op dat moment de Opperdeurbewaarder
melden dat er hoog bezoek is. Drie koningen uit het Oosten, sterrenkundigen
vragen beleefd audiëntie.
Het lijkt een heel andere Herodes, die
even later zijn gasten ontvangt. Vrolijk, gastvrij, joviaal... 'Welkom,
collega's, gaat u zitten. Neemt u wat van onze versnaperingen...'
De koningen moeten, zoals het in het oosten gebruikelijk is, veel
beleefdheden uitwisselen. Ze wachten geduldig tot Herodes
de tijd rijp acht om hen naar de reden van hun komst te vragen.
'Wat voert u hierheen, mijne Heren?'
klinkt het eindelijk.
Melchior, één van de drie neemt het woord en vraagt beleefd:
'Majesteit, kunt u ons soms zeggen waar de nieuwe koning der Joden
geboren is? Wij hebben zijn ster in het oosten gezien... We zijn gekomen om Hem
hulde te bew...'
Herodes verslikt zich in
zijn sapje. Een nieuwe koning??
Even komt er wrede trek op zijn gezicht, maar hij beheerst zich.
'Een nieuwe koning?' zegt hij koel. 'Hoe bedoelt u?'
De geleerden vertellen dat er een nieuwe ster is verschenen aan de
hemel, groter en mooier dan alle andere sterren die ze ooit hebben gezien.
Volgens de oude boeken is dit het teken van de geboorte van een zeer
belangrijke koning...
'Pss! Pss! ER
IS EEN KONING DER JODEN GEBOREN, HOOR JE DAT??' De ene
bediende fluistert het door aan de andere. Het gerucht lekt zelfs door tot
buiten het paleis. Heel Jeruzalem staat in de kortste keren op stelten. Zou
eindelijk de Messias gekomen zijn, waar ze al zo lang op wachtten? De geruchten
worden hardnekkiger, vooral als even later de Hoge Raad van overpriesters
en schriftgeleerden, bijeengeroepen wordt. Die moet Herodes informeren over de eventuele geboorteplaats van de
Messias. Tjonge, net of dat zo moeilijk is. Elke gelovige jood weet toch dat dat Betlehem is? Dat heeft de
profeet Micha honderden jaren geleden geprofeteerd.
Als de zon 's avonds onder gaat, wordt er op de platte daken van de huizen in
Jeruzalem over niets anders gesproken dan over de nieuwgeboren koning.
't Is een mooie maanverlichte nacht.
Bijna alle mensen zijn naar bed gegaan. Alleen bij de prachtige tenten van de
koningen klinkt zacht gefluister. Er is namelijk een knecht van Herodes gekomen om te vragen of de sterrenkundigen nog even
op het paleis willen komen. In het diepste geheim, zonder pottenkijkers erbij,
wil hij hen namelijk nog even verder uithoren over die koning.
'St! Deze kant uit, uwe majesteiten.'
De knecht brengt hen omzichtig naar een bijgebouw van het paleis.
In een spaarzaam verlichte kamer zit Herodes al op
hen te wachten.
''t Spijt mij, dat ik u in uw nachtrust heb laten storen, heren,
maar uw verhaal liet me niet los. Wanneer precies hebt u die ster gezien?
Hoeveel manen geleden?'
De geleerden vertellen alles nog eens heel exact. Ze zijn absoluut zeker
van hun zaak. Herodes krijgt het er benauwd van. Razendsnel bedenkt hij een plan.
'Heren, ik heb vanmiddag mijn adviseurs geraadpleegd, en het
resultaat is duidelijk. ALS, ik zeg nogmaals ALS...
die ster op de Messias duidt, dan is het kind in Betlehem
geboren. Gaat u het gerust zoeken. Maar, mocht u het vinden, dan reken ik erop
dat u het mij even komt vertellen. U begrijpt, dat ik die Koning óók hulde wil
bewijzen.'...
Hij zegt het zo overtuigend, dat hij het
haast zelf gelooft.
Sinds de dag van het hoge bezoek, heeft Herodes
geen rust of duur. Zonder enig bericht gaan de weken voorbij en zijn angst
wordt al maar groter. 's Nachts heeft hij nachtmerries en overdag is hij niet
te genaken. Ergens groeit een kind op, dat voor hem een bedreiging is. Maar
waar?? En WAAR BLIJVEN DIE WIJZEN?
Op een dag, als hij loopt hij te ijsberen in zijn privé-vertrek, staat plotseling de informant voor z'n neus.
'Zo, ben je daar?' buldert Herodes. 'Ik
wilde juist m'n soldaten achter je aansturen. Wat heb
je ontdekt? Zeg op!'
De informant kan hem echter geen goed nieuws vertellen. De wijzen
uit het oosten zijn spoorloos verdwenen. En niemand in Betlehem
weet ook maar iets van een pasgeboren koning af.
'Nee, dat zal wel!' Herodes is ziedend! Die hele stad is schuldig, maar hij zal ze wel
krijgen. Nog diezelfde dag stuurt hij zijn keurtroepen erheen om alle jongetjes
onder de twee in Betlehem en omstreken te doden. Wat
een ontzettend gemene daad!
Terwijl in Betlehem de hel losbreekt,
loopt er een kleine handelskaravaan over de weg naar Egypte. De kooplui uit Assyrië hebben dure spullen bij zich. Maar tussen die grote
kamelen loopt een klein ezeltje, voortgeleid door een
eenvoudige timmerman. Op het ezeltje zit het allerkostbaarste
wat er maar op aarde is. Het is Maria met het kindje Jezus slapend in haar
armen. Ja, Hij is het kindje waar de ster naar wees. De koningen van alle
koningen. De Heer van alle heren.
God zelf heeft hem bewaard voor de moordlust van Herodes. Hij beval de wijzen in een droom om niet via
Jeruzalem terug te gaan. En Hij was het ook die Jozef op tijd waarschuwde.
Wat er zich afspeelt in Betlehem weten Jozef en Maria nog niet. Hoeveel bittere
tranen er geschreid worden... Zij weten het niet. Maar
God wel. Hij ziet alles! Eenmaal zal koning Herodes
voor God verantwoording moeten afleggen. Ik zou dan niet graag in zijn schoenen
staan? En jij?