Programma Nr.4
Week 2 Engelen
Geschreven
door Josine de Jong (zie Bijbelverhalen.nl)
Lezen uit
de bijbel week 2

Verklaring:
Cherubs
Dat zijn engelen (strijders)
Hier zie je dat de engelen Gods woord volvoeren.
het heen en weer flitsende, vlammende zwaard.
Gods Woord wordt ook wel
zwaard genoemd.
Dit is dus een oordeel over de
mens. Maar toen Jezus stierf riep hij: Het is volbracht.
Het oordeel is weer weggenomen
door zijn plaatsvervangend sterven. Daarom scheurde ook het kleed tussen het
Heilige en het Heilige der Heiligen in de tempel. (Het voorhangsel) De weg naar
God is weer open. Jij kunt met God in contact komen.
Moest je als kind wel eens op de gang staan? Hoe voelde dat?
Ben je wel eens uit de klas gestuurd? Vertel
er eens over. Hoe voelde je je?
Heb je wel eens het gevoel dat God boos op je is?
Hoe kan het tussen jou en God weer goed worden als je hebt
gezondigd?
Moet je het wel eens goedmaken met je
vader/moeder/leraar/vriendje?
Voel je je wel eens van God
verlaten?
Zou je zonder God willen leven? Waarom wel/niet?
Geschreven door Josine de Jong (zie bijbelverhalen.nl)
'Juf,
juf, ik ben met mijn vader naar het vliegtuigmuseum geweest... en daar heb ik
een echte ruimtevaartcapsule gezien!' Opgewonden komt Sjoerd op een dag de klas
binnenrennen. De anderen komen gelijk om hem heen staan. Sjonge, wat leuk.
'Hebbie
nog een ruimtevaarder gezien?' vraagt Appie naïef.
'Nee, natuurlijk niet!' antwoordt
Sjoerd lachend. '... Ik ben erin geweest, er zijn allemaal knopjes en
schuifjes. Mijn vader zegt, dat zo'n ding wel
miljarden guldens kost.'
'Zo!' zegt Ymke,
'Je zal hem per ongeluk kapot maken, zeg!'
'Nou, zeker!' stemt Sjoerd in.
'Daarom moet je ook een opleiding volgen om ruimtevaarder te worden en goed
naar het grondstation luisteren, want anders... Pfammm!
Daar gaat je mooie capsule.'
De kinderen praten nog even door
over capsules en ruimtevaarders, maar tenslotte maakt
juf Connie er een eind aan. Ze gaat weer verder
vertellen van Adam en Eva in de mooie tuin. O wee! Daar ging ook al iets mis.
Koning en koningin. Dat waren Adam
en Eva eigenlijk. Ze mochten heersen over de bomen, de bloemen en de dieren.
'Jullie moeten de hof bewerken en
bewaren,' zei Vader God. 'Maar één ding. Blijf van de Boom van Kennis van Goed
en Kwaad af! Je mag er niet van eten, anders zul je zeker sterven. Begrepen?'
Adam en Eva knikten. Erg moeilijk
was dat niet. Er was zoveel te ontdekken. Een hagedisje, dat kon zwemmen of een
hertje met jongen... Ze stonden steeds weer verbaasd van Gods wijsheid en goede
zorg. En wat was het fijn als God bij hen was, met hen wandelde en alles
besprak.
Eén was er, die de band tussen God
en zijn kinderen kapot wilde maken. Het was satan, een opstandige engel, die in
plaats van God de baas wilde zijn. En de slang, het slimste dier van het veld,
wilde hem daarbij wel een handje helpen.
Op een dag gaan Adam en Eva naar
het midden van de hof, waar de Boom des Levens en de Boom van Kennis van God en
Kwaad staan. De slang houdt hen goed in de gaten. Zodra hij merkt dat Eva
alleen staat, kronkelt hij naar haar toe.
'Mogen jullie van geen ene boom
eten?' vraagt hij zeurderig.
Eva draait zich verbaasd om. Praat
de slang?
'Ja hoor! We mogen van alle bomen
eten,' antwoordt ze. 'Alleen niet van die boom daar, anders zullen we sterven.'
Minachtend draait de slang zijn
smalle kop met de koude ogen opzij. Zijn gespleten tong flitst heen en weer.
'Tsss...
sterven? Welnee! God weet gewoon, dat als je daarvan eet, je net als Hij zult
zijn. Dan ken je goed en kwaad!'
Eva blijft als aan de grond
genageld staan. Wat zegt de slang nou? Zou God het daarom verboden hebben? Ze
bekijkt de boom nog eens. Hij ziet er heel normaal uit. De vruchten lijken
sappig en zoet. Voorzichtig steekt ze één vinger uit om te voelen of ze rijp
zijn.
'Wat doe je?'
Het is Adam die achter haar staat.
'Je mag niet aan die boom komen,
weet je wel?' zegt hij vermanend. Eva legt hem uit wat de slang heeft gezegd.
Daar kijkt Adam wel van op. Zou God hen echt dom willen houden, zodat ze niet
zoals Hij zullen worden? Weifelend bekijken ze de boom nog eens van alle
kanten. Niks bijzonders aan te zien. Tenslotte hakt Eva de knoop door. Ze plukt resoluut twee
vruchten en geeft er één aan Adam. Als ze er een hap uit genomen hebben, weten
ze het zeker... De slang heeft gelogen.
Zacht ruisen de bomen in de
avondkoelte. Vader God wandelt door de hof. Hij zoekt zijn kinderen op. Waar
zitten ze toch?
'Adam, Eva, waar zijn jullie?'
roept Hij een paar keer. Eindelijk geven ze antwoord vanuit de bosjes, waarin
ze weggekropen zitten.
'Wij vinden het zo gek dat wij
naakt zijn...' zeggen ze.
Beschaamd komen ze te voorschijn.
O kijk
toch! Om hun middel hebben ze schorten geknoopt van vijgenbladeren.
'Wie heeft jullie wijsgemaakt dat
je naakt bent?' vraagt God streng. 'Hebben jullie soms van die boom gegeten,
waarvan Ik jullie verboden heb te eten?'
Eva begint te huilen en Adam
verontschuldigt zich.
'Die vrouw, die u mij gegeven
hebt, die heeft mij van de vrucht laten eten.' zegt hij.
'De slang heeft me bedrogen,'
snikt Eva.
Ja, daar zit de slang. Doodstil, z'n kop afgewend, z'n ogen gesloten. O, hij haat God.
'Jij slang,'
zegt God woedend, 'Vervloekt ben je. Voortaan zul je op je buik gaan en stof in
je bek krijgen, zolang je leeft. En jij, Satan... Ik zal vijandschap zetten
tussen jou en de vrouw, tussen de mensen die jou willen dienen en haar
nakomelingen. EENS ZAL ER IEMAND GEBOREN WORDEN, DIE JOUW KOP ZAL VERMORZELEN,
HOEWEL JIJ ZIJN HIEL ZAL VERMORZELEN.'
Adam en Eva horen deze woorden en
vergeten ze nooit meer. O ja, Vader God blijft van hen houden, ook al moet Hij
hen streng straffen voor wat ze gedaan hebben. Pijn en verdriet zullen ze
ervaren. De aarde zal vol dorens en distels zijn. Adam zal moeten zwoegen voor
zijn dagelijks brood en ze zullen beiden sterven. Nu ze net als God geworden
zijn en goed en kwaad kennen, mogen ze natuurlijk niet meer bij de Boom des
Levens komen. God stuurt hen weg uit de hof. Een engel met vlammend zwaard moet
de toegang bewaken.
Over de woeste hoogvlakte lopen
Adam en Eva. Ze zijn geen koning en koningin meer. Dat is erg jammer. Maar
toch... van één ding zijn ze zeker. GOD HOUDT NOG STEEDS VEEL VAN HEN, WANT HIJ
MAAKTE ZELF WARME KLEREN VOOR ZE VAN SCHAPENVACHTEN. Eva streelt zacht over het
krulletjesbont en zegt troostend tegen Adam, terwijl ze zijn hand pakt: 'Ik
hoop maar dat die man, die God beloofd heeft, gauw komt.'
Nu zitten alle kinderen weer te
rekenen, op één na. Dat is Ymke. Ze denkt steeds weer
aan het verhaal terug en ook aan wat ze gisteren heeft gedaan. Tenslotte krabbelt ze een vraag op een briefje voor de juf.
Weet je wat erop staat?
'Juf,
houdt God ook nog van je als je hebt gestolen?'
Eerbied week 2 Ongeveer
vijf minuten
Heer,
ik heb weer gezondigd. Ik wil u vergeving vragen voor wat ik heb gedaan.
Zonder u kan ik niet leuk
leven. Het leven is dan zo zinloos. Dank u wel dat Jezus voor al mijn zonden
stierf.
Dank u dat u mij begrijpt, Jezus, want u bent
zelf mens geweest.
Maak mij tot uw volgeling
voor altijd.
Dank zij u, de Levensboom, mogen wij eeuwig
leven. Amen.
Tekst week 2
Rom. 3:23
Iedereen heeft gezondigd en
ontbeert de nabijheid van God;
en iedereen wordt uit genade, die niets kost,
door God als een rechtvaardige aangenomen
omdat hij ons door Christus Jezus heeft verlost.
heeft ge-
+digd en ont-
+t
de na-
+heid
van God, en
wordt
+t
genade, die niets kost,
door God als een rechtvaardige
- m + genomen,
omdat hij ons
s = r
Christus Jezus
kr=h ver-
b=l
+t.
Opdracht week 2 Ongeveer tien minuten
Hieronder staan goede dingen
en slechte.
Teken een vlammend zwaard
boven/door een zonde. Het moeten er vijf zijn.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Activiteit
week 2 Ongeveer 15 minuten
Deze week kun je kiezen uit de volgende activiteiten:
Vijf soorten engelen.
Kerstwerkje


|
Een engel die een boodschap brengt |
|
Een engel die God aanbidt |
|
Een engel met een vlammend zwaard |
|
Een engel die er uit ziet als een mens |
|
Een beschermengel |
Knip deze figuurtjes uit. Plak ze één voor één op een gouden
cirkeltje, rijg er een rood koord door en hang ze in de kerstboom of ergens
anders. Je kunt er ook een stokje achter plakken en ze tussen een kerststukje
zetten of bij je bord op het kerstdiner in een rood potje met wat takjes.
* Schilder met plakkaatverf op een grot vel papier een
vlammend zwaard.
* Leg de naam ‘pandverbeuren’ uit en speel het spel met de
groep.
Iedereen legt een pand in het midden van de kring. Een doek
gaat erover. Om de beurt neemt iemand een pand eronder uit. Hij zegt: Pand,
pand, van wie is dit pand?
Degene van wie het pand is zegt: Van mij meneer.
De eerste zegt: Ik ben geen meneer.
Ik ben een man die alles doen en laten kan.
De tweede vraagt:Wat moet ik doen
om het pand terug te krijgen?
De eerste verzint iets.
Quiz week 2
Welk vraag-nummer hoort bij
welk antwoord-nummer ?
Zie de antwoorden onderaan deze pagina
|
|
Vragen
|
|
Antwoorden
|
|
1 |
Waarom moesten Adam en Eva uit het paradijs? |
1 |
Iedereen |
|
2 |
Wie bewaakte de hof? |
2 |
Hij beschermt je. |
|
3 |
Wie van de
mensen heeft er gezondigd? |
3 |
Mensen moeten die vergeving van God aannemen. |
|
4 |
Wie betaalde
de losprijs voor de zonde? |
4 |
Een engel
met een vlammend zwaard |
|
5 |
Hoeveel kost
de genade van God? |
5 |
Hij volvoert
Gods wil |
|
6 |
Wat doet een
engel? |
6 |
Jezus |
|
7 |
Wat doet een
beschermengel? |
7 |
Ze hadden gezondigd |
|
8 |
Waarom is er
nog steeds zonde op de wereld als Jezus toch de prijs betaald heeft? |
8 |
Ja. |
|
9 |
Wat betekent het kerstfeest? |
9 |
Jezus werd geboren, dat
gedenken we. |
|
10 |
Kunnen
engelen er ook als gewone mensen uit zien? |
10 |
niets |
Boekje: Jezus
is geboren