Programma Nr.4
Week 1 Engelen
Geschreven
door Josine de Jong (zie Bijbelverhalen.nl)
Lezen uit
de bijbel week 1 Psalm 91: 9-16
U bent
mijn toevlucht, HEER.
Als je mag wonen bij de Allerhoogste, zal
het kwaad je niet bereiken, geen plaag je tent ooit treffen.
Hij vertrouwt je toe aan zijn
engelen, die over je waken waar je ook gaat.
Hun handen zullen je dragen, je voet zul je niet stoten
aan een steen.
Leeuw en adder zul je vertrappen, roofdier en slang
vermorzelen.
‘Ik zal bevrijden wie mij liefheeft
en beschermen wie met mijn naam vertrouwd is.
Roep je mij aan, ik geef antwoord, in de nood zal ik bij
je zijn, je bevrijden en met roem overladen,
je overvloed geven van dagen. Ik zal
je redding zijn.’
Verklaring:
Dit is geen toverspreuk tegen het kwaad. Veel meer is het een
geloofsverklaring.
Want wat er ook gebeurt, het laatste woord is aan God.
Maak een aantal kreten over engelen, doe ze in een
doos.
De kinderen pakken om de
beurt een kreet en geven hun mening erover.
Kreten:
|
Engelen hebben altijd
vleugels. |
|
Engelen zijn door God
geschapen. |
|
Engelen zijn eeuwig. |
|
Als de mensen
in de bijbel een engel zagen waren ze bang. |
|
Soms
verschijnen engelen in menselijke gedaante. |
|
Het woord engel betekent
boodschapper. |
|
Mensen worden engelen na
hun dood |
|
Michaël en Gabriel waren belangrijke engelen. |
|
Engelen weten alles. |
|
Alle engelen zijn goed. |
|
Toen de duivel
in opstand kwam tegen God ging een derde van de engelen met hem mee. |
|
Engelen beschermen de
gelovigen. |
Aishe en het
engeltje
‘Mam, is dat niet schattig,’
roept Fleurtje als ze uit school komt.
Ze smijt haar tas naast de
bank en ploft buiten adem neer. Haar moeder komt met sop aan haar handen uit de
keuken lopen.
‘Wat is er gebeurd?’ vraagt
ze nieuwsgierig. Fleur heeft een kleur van het rennen. Ze wil haar geheim zo
graag aan moeder vertellen. Het gaat over haar allerbeste vriendin Aishe.
‘Mam, Aishe
gelooft niet in Jezus, maar wel in engelen. Ze heeft een eigen engeltje zegt
ze. Ze ziet het overal, als ze het roept. Op straat, in het bos, thuis in de
badkamer. Het is een mooi lichtgevend schattig klein meisje. Ze heeft het voor
me getekend. En mam…, het engeltje geeft haar ook raad. Ze kan er gewoon mee
praten. Vorige week had het gezegd: Je krijgt een acht voor rekenen en het
gebeurde nog ook. Is dat niet waanzinnig schattig? Ik ga Jezus ook om zo’n engeltje vragen.’
‘Dat zou ik maar even niet
doen,’ antwoordt moeder nuchter. ‘Als jij de tafel vast wil dekken, dan zullen
we er na het eten over doorpraten, oké?’
Maar van praten na het eten
komt niets terecht, want ze krijgen een telefoontje van de buurvrouw van oma.
Oma is onwel geworden en moeder moet er direct naar toe. Met een bezorgd hart
vertrekt Fleur weer naar school.
Die middag kan ze haar
gedachten niet bij haar werk houden. Ze zit te denken over het engeltje van
Aisha en over oma die ziek is. Zou het engeltje ook kunnen zorgen voor oma? Zou
het oma ook kunnen beschermen? Engelen leven toch
dicht bij God?
Was er niet een psalm die
over engelen ging? Ze had pas nog een tekst uit haar hoofd moeten leren voor de
zondagsschool. Het was iets van: ‘Gods engelen waken over je waar je ook gaat.’ O ja, het was
het psalm 91.
‘En Rome is de hoofdstad
van… Fleur?’ vraagt de juf, die ijverig haar best doet
om de hoofdsteden van Europa er in te stampen bij de kinderen.
‘Eh…
Engeland.’ Fleur zegt maar gauw wat. De klas begint te grinniken. Ze had beter
moeten opletten.
Na schooltijd rent Fleur
gauw naar huis. Ze moet gewoon weten hoe het nu met oma is. Zou mam er al weer
zijn?
‘Heer Jezus,’ bidt ze
bezorgd, ‘wilt u alstublieft een engel bij oma’s bed zetten?’
Mamma is nog niet thuis, wel
Toos, de werkster. Zou die wat van engelen weten?
Ja hoor. Toos kent nog een
nachtgebedje met engeltjes van toen ze zelf nog kind was. Het gaat zo:
‘'s Avonds als ik slapen ga
volgen mij veertien engeltjes na…’
‘Hoeveel?’
roept Fleur verbaasd. ‘Veertien? Ja, Toos weet het zeker. Ze zegt het
hele versje op.
‘Twee aan mijn hoofdeind, twee aan mijn voeteneind, twee aan mijn rechterzij,
twee aan mijn linkerzij. Twee die mij dekken, twee die mij wekken, twee die mij
leren
de weg des Heren.’
Tsjonge, dat is een mooi gedichtje. Zou Toos het soms voor
Fleur op willen schrijven, dan kan mamma het ook lezen. En wat is dekken?
‘Dekken
is toedekken,’ zegt Toos.
Fleur
vindt dat maar vreemd. Ze dekt zichzelf altijd toe. Maar je weet nooit wat er
gebeurt als je het niet zelf doet. Dat moet ze eens uit proberen. Eigenlijk vindt
Fleur het wel een beetje veel worden. Zoveel engelen in een klein kamertje.
Om
vijf uur komt mamma thuis. Gelukkig is oma weer in orde. Ze was gewoon onwel
geworden door het warme weer. Oude mensen drinken soms te weinig. Fleur haalt
opgelucht adem. Ze eten maar iets makkelijks, poffertjes uit de magnetron en
een glas vers geperst sinaasappelsap.
Als
de afwas gedaan is ploffen ze naast elkaar op de bank.
‘Zo
schat,’ zegt moeder met haar arm om Fleur heen, ‘je
hebt nog wat van me tegoed. Vertel nou nog eens over je vriendin Aishe en de engel.’
Als
Fleur alles opnieuw heeft verteld kijkt moeder toch wat zorgelijk.
‘Fleur,’ zegt ze, ‘wat Aishe meemaakt is
gevaarlijk. In de bijbel staat dat engelen dienaars
van God zijn. Ze brengen een boodschap over. Maar het zijn nooit kleine
schattige meisjes en je moet ze zeker niet oproepen. Wij
aanbidden geen engelen, maar God. ‘
‘
Ik was juist zo blij dat Aishe in engelen geloofde,’
zegt Fleur teleurgesteld. ‘Die horen toch bij God.’
‘Fleurekind,’ zegt moeder. ‘Er zijn twee soorten engelen.
Wist je dat niet? Engelen van het licht en engelen van de duisternis.’
Dan
is er niets aan de hand, vindt Fleur, want het engeltje van Aisha is een mooi
licht meisje. Maar daar is moeder het niet mee eens. ‘Die engelen van de duisternis
doen net of ze engelen van het licht zijn,’ zegt moeder. ‘Maar uiteindelijk
maken ze je afhankelijk en kom je verder van God vandaan.’
Fleur
heeft nog veel meer vragen, maar het is bedtijd. Moeder komt haar instoppen.
‘Here, houd ook deze nacht over mij getrouw de wacht,’ bidt Fleurtje onder de deken en dan is ze al spoedig in
dromenland.
In
de dagen daarna spreken Fleur en Aisha eigenlijk helemaal niet meer over het
engeltje. Ze gaan op school een spelmiddag houden voor weeskinderen in Brazilië
en daar moeten ze allerlei dingen voor bedenken. Ze zitten in verschillende
groepen en daardoor spreken ze elkaar nauwelijks.
De
volgende maandag rent Fleur na schooltijd snel naar huis, want Doeska hun hond
is jarig en moeder en zij willen een hondengebakje voor hem maken. Een
versierde kluif met worstjes en hondenkoekjes.
Hé,
wacht even! Bijna was ze haar beste vriendin voorbij gerend. Aishe zit op een bankje bij de singel. Ze kijkt een beetje puzzelig. Wat zou ze hebben?
‘Hoi
Ais,’ hijgt Fleur, terwijl ze naast haar duikt. ‘Waarom zit je hier?’
Aishe steekt lauw haar hand op om Fleur een high Five te geven en zucht dan: ‘Ik kan niet naar huis.’
Fleur
kijkt even de weg af. Niks bijzonders te zien. Geen
wegblokkade of zo.
‘Waarom
niet? Is je moeder weg?’
‘Neer,’antwoordt Aishe, ‘dat komt door
mijn engel. Ze zei dat ik niet over de brug mag, anders zal er een ongeluk
gebeuren.’
‘Dat
meen je niet. En jij gelooft het?’
Ja
Aishe gelooft alles wat het engeltje zegt. Maar
daardoor wordt ze gebonden. Ze is niet meer vrij om te gaan en te staan waar ze
wil.
Fleur
denkt diep na. Om Aishe te vertellen wat moeder had
gezegd lijkt haar geen goed idee. Ze moet een slimmigheidje bedenken.
‘En
als je nou achteruit loopt of je vingers gekruist houdt, het alfabet achterstevoren
opzegt of knoflook tussen je tanden houdt?’
Aishe twijfelt. Er moet toch een weg zijn?
‘Ik
ben blij dat ik niet zo’n engeltje heb,’ zegt Fleur
opgelucht. ‘In ons geloof zijn engelen dienaren van God. Ze zijn minder
belangrijk dan mensen, want wij kunnen een kind van God worden en engelen niet.
In mijn bijbel staat dat engelen over mij waken dat
mij geen kwaad geschiedt.’
Ineens
gaat haar een lichtje op.
‘Weet je wat? Als ik nou jouw hand vasthoudt en jij loopt
achteruit. Dan kun je nergens tegenaan botsen, want ik loop met je mee tot je
thuis bent. Oké?’
Ineens
veert Aishe op. Ze reageert niet op dit voorstel,
maar op wat Fleur ervoor zei.
‘Is
dat waar? Kan Jezus mij beschermen?’
Fleur
bezweert haar dat het waar is. Ze kan zo aanwijzen in de bijbel
waar het staat.
‘Nou,
dan wil ik net als jij geloven.’ zegt ze opgelucht.
‘Dan
gaat jouw engeltje wel weg, hoor!’ waarschuwt Fleur.
‘Dan mag je haar nooit meer oproepen, want een kind van God moet zich aan zijn
regels houden.’
Aishe begrijpt dat best, maar ze is die rotengel al lang
beu.
En
dan, daar op die bank bij de singel vragen ze samen of Jezus Aishe ook als zijn kind wil aannemen. Er glijdt een grote
last van Aishe af. Vrede stroomt haar hart binnen.
Even
later huppelen ze samen de brug over, terwijl ze op een zelfgemaakt wijsje
zingen: ‘Lala, lalala, laladeraladela!’ wat in gewoon Nederland betekent: ’Ik
ben zo blij, want Jezus redde mij.’
Eerbied week 1 Ongeveer
vijf minuten
Heer, u
moet wel heel machtig zijn dat u zoveel dienaren hebt.
Dank u wel,
dat u hen opdracht geeft om ons te beschermen.
We zijn blij met de bijbel waarin we kunnen leren hoe u voor ons zorgt.
Dank u dat
de engelen bij Betlehem zongen: Ere zij God en vrede
op aarde. Wij willen ook graag vrede op aarde.
Dank u wel
dat we hoger zijn dan engelen, want wij mogen uw kinderen zijn. Amen.
Tekst week 1
Lucas 2:10,11.
1. De engel zei tegen hen:
2. ‘Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws
brengen,
3. dat het hele volk met grote
vreugde zal vervullen:
4. vandaag is in de stad van David
jullie redder geboren.
5. Hij is de Messias, de Heer.
Deze tekst heeft vijf stukken. Schrijf op vijf kerstbellen
de letters van 1 – 5
Als je een kerstbel omhoog houdt zeggen ze de bijbehorende woorden op.
Opdracht week 1 Ongeveer tien minuten
Of: Koop een groot blauw vel
tekenpapier.
Beeld hierop uit de
engelenzang in Betlehem.
Laat elk kind een engel
tekenen, uiknippen en op de hemel plakken.
Of: In een handarbeidwinkel
kun je gipsvormen kopen van een engel. Maak dan voor elk kind een engeltje en
laat ze die beschilderen.
Of: maak onderstaande
puzzel. Geef hen de woorden en laat ze invullen.

(n.b. de ij wordt als twee
letters afgebeeld)
Oplossing:horizontaal
3. strijders
5. cherubs
8. dienaren
10. Gabriël
11. Verschijning
Vertikaal:
6. engelen
7 heilig.
Activiteit
week 1
Ongeveer 15 minuten
Deze week kun je kiezen uit de volgende activiteiten:
Of: Memoryspel
Geen engeltjes
Engelen zijn niet een man, een vrouw
of een kindje. Ze hebben ook niet altijd vleugels.
Ze lijken soms op een mens, of een
vuurvlam, een stralend licht. Ze brengen altijd een boodschap van God.
Dit memoriespel heeft allemaal
afbeeldingen van lieve engeltjes. Zo zien ze er dus niet uit! Tweemaal
afdrukken en op kartonnetjes plakken die allemaal even groot zijn. En spelen
maar.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Of: Koop
voor elk kind een eierkoek. Laat ze een sjabloon knippen van een engel. Leg dat
op de eierkoek en bestrooi het engeltje met suiker.
Of: Koekjes
engeltjes. Laat de kinderen van koekjesdeeg engeltjes vormen. Bak ze in de
oven.
Of: Laat ze
een ansichtkaart maken met een engel erop, die ze aan een zieke kunnen sturen.
Quiz week 1
Welk vraag-nummer hoort bij
welk antwoord-nummer ?
Zie de antwoorden onderaan deze pagina
|
|
Vragen
|
|
Antwoorden
|
|
1 |
Wat zijn engelen? |
1 |
dienende
geesten |
|
2 |
Kunnen
engelen kinderen krijgen? |
2 |
gevallen
engelen |
|
3 |
Hoe noem je
engelen die met de duivel meedoen? |
3 |
boodschapper |
|
4 |
Ken je een andere naam voor gevallen engelen? |
4 |
dat Jezus geboren zou worden. |
|
5 |
Wat doen de engelen in de hemel? |
5 |
demonen |
|
6 |
Wat betekent
het woord engel? |
6 |
Nee, ze
hebben niet altijd vleugels. |
|
7 |
Welke
boodschap bracht Gabriël aan Maria? |
7 |
cherubs |
|
8 |
Hebben alle
engelen altijd vleugels? |
8 |
Nee. Er zijn engelen van het licht en engelen van
de duisternis. De engelen van de duisternis doen zich wel eens voor als
engelen van het licht.
|
|
9 |
Wat voor
soort engelen waren er afgebeeld op de ark van het verbond in de tabernakel? |
9 |
Nee, want ze
trouwen niet. Er zijn geen engelenvaders en moeders. |
|
10 |
Zijn engelen
altijd goed? |
10 |
God lofzingen |
Boekje:
Jezus is geboren