Programma Nr.3
Week 2 Hoe moet je bidden?
Geschreven door Josine de Jong
(zie Bijbelverhalen.nl)
Lezen uit
de bijbel week 2
Matteüs 11: 25-30
26 Ja, Vader, zo hebt u het gewild.
27 Alles is mij toevertrouwd door mijn Vader, en
niemand dan de Vader weet wie de Zoon is, en wie de Vader is, dat weet alleen
de Zoon, en iedereen aan wie de Zoon het wil openbaren.
28 Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder
lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven.
29 Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben
zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust
vinden,
30 want mijn juk is zacht en mijn last is licht.’
Verklaring:
onthuld = bekend gemaakt.
Toevertrouwd = gegeven
Een juk = een taak , iets moeilijks wat je moet doen.
Nederig = dan ben je geen
opschepper. Jezus wil dat we dat van hem gaan leren
Zou God van opscheppers houden?
Zou jij een opschepper als vriend willen hebben?
Wat is het tegenovergestelde van opscheppen?
Is nederig hetzelfde als verlegen? Was Jezus verlegen?
Tegenover wie moeten we een onderdanige houding aannemen?
Zijn er mensen die boven ons staan? Een koning? God? Een dokter? Een leraar? Je ouders?
Is nederig zijn ouderwets?
Waarom moeten we nederig zijn?
Moeten we elk moment van de dag nederig zijn?
NT19 - EEN KRUIMELTJE VREDE VOOR EEN SCHATRIJK, DRIFTIG MEISJE
Geschreven door Josine de Jong
'Wafwaf! Grr!'
Hoor je die honden te keer gaan ginds op de vuilnisbelt achter het
Grote Huis? Eén van de knechten komt het afval uit de keuken storten. Wat een
gevecht en gebijt!...
Maar niet alleen buiten het grote huis is er zo'n
sfeer. Ook binnen. Dat zou je niet denken als je die deftige bewoners kende. Meneer Alexander is een rijke zeekapitein, die uit verre
landen de kostbaarste dingen meeneemt. Zijde, parfum, wijnen... Zijn vrouw Bynia draagt japonnen van peperdure stoffen en mooie
sieraden. Toch is het in huis heel ongezellig. De slaven en slavinnen maken
veel ruzie. Mevrouw en meneer trouwens ook. Hun mooie
dochtertje Memfe is dan ook heel ongelukkig. Zou het
daardoor komen dat ze steeds van die vreselijke woedeaanvallen krijgt? Dan
schopt en slaat ze naar de dienstmeisjes. Ze smijt alles kapot wat binnen haar
bereik komt. O, het is zo vreselijk... Weet je wat de buren fluisteren? Dat Memfe van de duivel is bezeten. Nou, daar zouden ze wel
eens gelijk in kunnen hebben. Zeg, zou er nou helemaal niemand zijn die de
ruziesfeer kan veranderen en Memfe kan genezen?
Er loopt een groepje mannen door de bergen van Galilea.
Ze kijken zo blij. Ze praten zo vrolijk. Dat komt zeker van die prachtige
natuur om hen heen. De dalen en hellingen staan vol van de mooiste bloemen.
Wilde lupine, irissen, anemoontjes... Af en toe rusten ze even uit van de
klimpartij. Dan luisteren ze aandachtig naar de wijze woorden van hun Leider.
Weet je wie die mannen zijn? Jezus en Zijn leerlingen.
'Kom, vrienden,' besloot Jezus namelijk op een dag. 'We gaan een tocht
maken naar Tyrus en Sidon.'
Ze keken wel even vreemd op, hoor! Tyrus en Sidon zijn twee havenplaatsen aan de Middellandse Zee en ze
liggen in Foenicië, een land ten noorden van Israël.
Gaat de Meester naar het buitenland? Toch dachten ze het wel te begrijpen. Het
was de laatste tijd zo vreselijk druk. Soms hadden ze geeneens tijd om een
hapje te eten. In Tyrus en Sidon
zou het wel rustiger zijn. Daar was Jezus niet zo bekend.
De laatste bergovergang is de zwaarste, maar wat een verrassing als je
op het hoogste punt ineens een schitterende uitzicht hebt
op de Middellandse Zee... Je ziet Tyrus liggen met
zijn mooie havens. Dan ben je wel even stil, hoor! De discipelen, die hier nog
nooit geweest zijn, kijken hun ogen uit. Vooral die wonderlijke Foenicische schepen met hun vierkante zeilen en die dubbele
rij roeiers trekken hun aandacht.
Als ze genoeg gezien hebben, zetten ze de afdaling in, om nog voor het
donker Tyrus te bereiken.
Zou Jezus echt niet bekend zijn in Tyrus?
Heus wel. Nog maar nauwelijks hebben ze de poort bereikt of een appelkoopman, die
vaak in Kapernaüm komt, herkent Hem. Natuurlijk kan
hij zijn mond niet houden. Al gauw weet de halve stad het. Ook Bynia. Haar Joodse buren, die maar al te goed weten hoe erg
het met Memfe is, komen het vertellen.
'Die rabbi Jezus, waar we u wel eens over hebben verteld, mevrouw, weet
u wel... Hij is hier in Tyrus. Vast en zeker kan Hij
uw dochtertje genezen.'
Bynia neemt snel een besluit. Ze laat Memfe, die
weer eens zo'n vreselijke driftaanval heeft, onder de
hoede van de dienstmeisjes. Ze slaat haar zijden sjaal om en rent weg op haar
hoge hakken. Zou Jezus door de Zuidpoort gekomen
zijn? O, als Hij nog maar niet ergens naar binnen is gegaan...
'Er loopt een vrouw achter ons aan te schreeuwen.' fluistert Petrus Jakobus toe. Zou de Meester het merken?
Jakobus kijkt eens opzij en haalt zijn schouders op. Misschien wil de
Heer gewoon niet reageren. De vrouw blijft maar doorroepen. Echt vervelend. Het
geeft zo'n bekijks.
'Rabbi Jezus!' schreeuwt ze, 'Heb medelijden
met mij. Zoon van David, mijn dochtertje is heel erg van de duivel bezeten.'
Dit kan gewoon niet! 't Lijkt wel een
relletje. Judas zal er dan maar iets van zeggen. Hij trekt Jezus aan de mouw.
'Rabbi, stuur die vrouw toch weg!'
En ja, eindelijk draait Jezus zich om. Half tegen de discipelen en half
tegen Bynia, die naderbij holt, zegt Hij een beetje
koeltjes: 'Ik ben er alleen maar voor verloren schapen van Israël!'
Bynia staat met een ruk stil. Ja, het is waar. Zij is geen Jodin, maar een
buitenlandse, die tot beelden bidt.
Toch, als ze Jezus aankijkt, ziet ze twee vriendelijke ogen.
'Here, help mij...' smeekt ze. Ze valt voor
Hem neer. Jezus schudt van nee.
'Het is niet goed om eten voor de kinderen aan de honden te geven.'
Is zij, Bynia een hond? Zou ze nu niet
beledigd op moeten springen en met de neus in de wind weglopen?
Niks hoor! 't Is waar! Ze moet het toegeven.
Thuis leven ze als hond en kat met elkaar. Toch laat ze zich niet met lege
handen wegsturen. Er flitst een briljante gedachte door haar heen... Ze flapt
eruit: 'HONDEN ETEN TOCH OOK VAN DE RESTJES DIE VAN TAFEL VALLEN?'
Wat een antwoord. Super, gewoon!
O, Bynia vraagt niet veel. Een klein
kruimeltje van Jezus is voor Memfe al genoeg. Jezus
glimlacht. Hij richt haar vriendelijk op en zegt: :'O,
vrouw! Groot is uw geloof. Je zult krijgen waar je om vraagt!'
Op datzelfde moment wordt Memfe thuis
genezen. Bynia weet het gewoon, zonder dat ze het nog
gezien heeft. Dolgelukkig rent ze naar huis.
Als je nog eens in Tyrus komt, moet je eens
gaan kijken naar dat grote Huis in de Tempelstraat. Met sierletters staat er
boven de poort geschreven: Huis van Vrede. Jij weet nu zeker wel hoe dat huis
aan die naam komt, hè?
Buiten op de vuilnisbelt blaffen de honden, maar binnen speelt een
gelukkig kind.
Eerbied week 2
Heer, ik hoor dat ik nederig moet bidden. Maar
eigenlijk weet ik niet wat dat is. Ik buig mijn knieën voor u. Leer mij nederigheid.
Heer, ik vind mijzelf vaak hoger dan anderen. Ik wil geen loser zijn. Hoe kan ik de juiste houding vinden?
Jezus, u was de hoogste van
allemaal. Toch waste u de voeten van de discipelen in een teiltje. Wij
bewonderen u.
Voor u wil
ik mij buigen, U wil ik aanbidden. U wil ik erkennen
als mijn Heer. Amen.
Opdracht week 2
Wat is
nederig, hoogmoedig of heeft er niet mee te maken.
Maak onderstaand lijstje.
|
Nummer |
Stelling |
Hoogmoed/nederigheid/geen van beiden. |
|
1 |
Piet staat op een hoge
ladder. Jan zit op een krukje. |
|
|
2 |
Niemand wil de wc
schoonmaken. Antoine offert zich op. |
|
|
3 |
Jaimie vertelt aan iedereen dat hij de beste voetballer
van zijn club is. |
|
|
4 |
Nebucadnessar liet een beeld voor zichzelf oprichten |
|
|
5 |
De bergbeklimmer stond op de
top van de berg en keek neer op de mensen in het dal. |
|
|
6 |
Als ik mijn avondgebedje
doe ga ik knielen voor mijn bed. |
|
|
7 |
‘Ik alleen ben de koning,’
zei Herodus. Hij gaf de soldaten bevel om het
kindje Jezus in Betlehem te doden. |
|
|
8 |
Ik sta op nummer vier van
de scorelijst en jij? |
|
|
9 |
Kan ik wat voor u doen,
oma? |
|
|
10 |
Er moet in de kerk propjes
geraapt worden. Ik doe dat wel. |
|
|
11 |
De wielrenner wilde de
bergetappe per se winnen |
|
Schrijf nu zo kort mogelijk
op wat volgens jou nederigheid is.
|
|
* Schemawerkje

Maak dit schema in het groot
op een A-4.
Plak een foto van jezelf en
anderen op de onderste cirkels.
-- Als je opschept sta je
zelf bovenaan. Je drukt de anderen naar beneden en vernedert ook God.
-- Als je jezelf een nul
vindt, maak je God een leugenaar, want je bent naar zijn beeld gemaakt. Je bent
dan ook geen leuk mens voor de anderen, want je word er depressief van. Je
cijfert jezelf weg, doet alles voor een ander, maar niks
voor jezelf. Genieten is er niet meer bij. Iedereen misbruikt je. Je bent een looser, een loopjongen voor de opscheppers. Je laat je
gebruiken.
-- Als God boven alles
staat, luister je naar zijn geboden. Dan eer je ook je ouders en opvoeders, Je
hebt een goede leerhouding en bereikt je doel in het leven.
Tekst week 2
Jakobus 4:6
God keert zich tegen hoogmoedigen,
maar aan nederigen schenkt hij
zijn genade.
Bij het
woord God wijs je in de lucht.
Keert
zich tegen: laat je rug zien.
Bij het
woord Hoogmoedigen, doe je als een aap die zich op de
borst slaat.
Bij het
woord nederigen ga je bukken of knielen.
Bij het
woord genade steek je twee handen uitnodigend uit.
Activiteit
week 2
Ongeveer 15
minuten
Deze week kun je kiezen uit de volgende activiteiten:
Uit al die dingen blijkt nederigheid. Nederigheid is niet een slavenmentaliteit. Verstand op
nul en gehoorzamen maar.
Speel eens hoe een slaaf deed en behandeld werd.
Nederigheid betekent: Hij of zij is ook een mens en heeft
ook behoeftes, ik wil hem leren kennen, ik wil zijn verhaal aanhoren,
ik wil dienen, ik wil liefhebben.
* Nederig zijn is
leider zijn en het belang van de ander op het oog hebben.
Boetseer een oor. Of bak koekjes in de vorm van oren.
*Als je nederig tot
God bidt, wil je naar hem luisteren.
Teken eens drie gebedshoudingen.
Quiz week 2
Welk vraag-nummer hoort bij
welk antwoord-nummer ?
Zie de antwoorden onderaan deze pagina
|
|
Vragen
|
|
Antwoorden
|
|
1 |
Wat vroeg de vrouw uit Syrië aan Jezus? |
1 |
honden |
|
2 |
Waarom beledigde Jezus haar? |
2 |
Ja, hij
genas haar dochtertje. |
|
3 |
Waarmee vergeleek hij de ongelovigen? |
3 |
Je laat zien
dat je nederig bent. |
|
4 |
Wat zei de
vrouw? |
4 |
Haar dochtertje te bevrijden van een boze geest. |
|
5 |
Was Jezus blij met dat antwoord? |
5 |
Hoogmoedig. |
|
6 |
Wat voor gebedshouding had de vrouw aangenomen? |
6 |
Ze viel aan
Jezus voeten neer. |
|
7 |
Waarom
knielen we wel eens als we bidden? |
7 |
Hij wilde kijken of ze nederig genoeg was. |
|
8 |
Wat is het
tegenovergestelde van nederig? |
8 |
De honden eten van de kruimels die van de tafel
vallen. |
|
9 |
Wat kan
iemand goed die nederig is? |
9 |
Luisteren. |
|
10 |
Mag je niet
trots op jezelf zijn? |
10 |
Ja, maar je moet anderen ook in hun waarde laten. |
Boekje Patricia de patrijs.