Programma Nr.3
Week 1 Hoe moet je bidden?
Geschreven
door Josine de Jong (zie Bijbelverhalen.nl)
Lezen uit
de bijbel week 1
We moeten in
geloof bidden. Hebreeën 11.
Het geloof legt de grondslag
voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet
zien.
2 Om
hun geloof werden de mensen uit vroeger tijden geprezen.
3 Door geloof komen we tot het inzicht
dat de wereld door het woord van God geordend is, dat dus het zichtbare
is ontstaan uit het niet-zichtbare.
4 Door
zijn geloof had het offer dat Abel aan God bracht meer waarde dan dat van Kaïn.
Over Abel wordt dan ook lovend gesproken als over een rechtvaardige – God zelf
liet zich prijzend uit over zijn gaven –, en door zijn geloof klinkt zijn stem
nog steeds, ook al is hij gestorven.
5 Door
zijn geloof werd Henoch naar elders
overgebracht, om niet te hoeven sterven; hij werd niet meer gevonden, omdat God
hem had weggenomen. Hij stond immers al vóór zijn opneming bekend als iemand in
wie God vreugde vond.
6 Zonder geloof is het onmogelijk God vreugde te geven; wie hem wil
naderen moet immers geloven dat hij bestaat, en wie hem zoekt zal door hem
worden beloond.
Verklaring:
Hebreeën 11
is een hoofdstuk over geloof.
de grondslag
dat wil
zeggen de basis, alles rust daar op.
Geordend
God schiep de
wereld uit de chaos. Zoals jij in elkaar zit, is een prachtige orde.
Het zichtbare is ontstaan uit het
niet-zichtbare.
Dat wil zeggen de wereld is uit Gods gedachte ontstaan.
Henoch
Henoch is
niet gestorven, maar regelrecht naar de hemel gegaan.
Hierna komen allerlei geloofshelden
ter sprake, ook Abraham, Noach.
Lees in je stille tijd eens het hele
hoofdstuk.
Geloof jij?
Eigenlijk is dat een rare
vraag. Het gaat er om WIE je gelooft.
Geloof je altijd wat je
moeder zegt, of je vader, je leraar of je vriend? Geloof je de bijbel?
Het gaat er ook om WAT je gelooft.
Bedenk
eens iets dat wel of juist niet waar is. Niet hardop zeggen, alleen in je gedachten houden.
Bijv. Ik kan met mijn tong
het puntje van mijn neus aanraken. Of: Ik had een tien voor mijn
geschiedenisproefwerk.
Om de beurt zeg je dan wat
je in gedachten hebt en de anderen steken hun hand op als ze je geloven. Was
het waar of niet.
Het gaat er ook om HOE je gelooft.
Wat moet er op geloven
volgen? Het erop wagen, het doen!
Bijv. Geloof je dat ik je op
zal vangen als je springt? Ja? Spring dan.
Geschreven door Josine de Jong (zie bijbelverhalen.nl)
'Die koning Josafat
van Juda is echt een zachtgekookt eitje!' zegt Met, de generaal van de koning
van Moab, terwijl hij zich ongegeneerd uitrekt in
zijn volle lengte, om de loomheid na het middagslaapje uit zijn duffe lijf te
verdrijven.
Pats! Met een klap laat hij zijn
grove vuist neerdalen op het tafeltje waaraan hij heeft zitten dutten. Gelijk
zijn alle soldaten klaar wakker. Komt er een actie? Een aanval? Ja hoor! Met
gaat zijn soldaten instructie geven.
'Mannen!' schreeuwt hij met
gebarsten stem. 'Willen jullie goud, kleren, sieraden in overvloed? Nu ligt het
zo voor het oprapen. Samen met de Amonieten en die
lui uit Meün gaan we Juda binnenvallen. Ik heb
daarnet de rapporten binnengekregen van Rat onze spion. Koning Josafat is een vrome sufferd. Hij probeert zijn volk goed
en eerlijk te maken, maar heeft een leger van niks!'
Grote hilariteit bij de soldaten.
Ze slaan elkaar uitbundig op de schouder. Wat een mop. Goed en eerlijk. Nou,
zij willen liever slecht en gemeen zijn. Stelen en doden om gauw rijk te
worden. Want rijk zijn maakt het leven pas leuk.
'Dus, mannen,' schreeuwt Met
dreigend, 'ga allemaal je messen en speren slijpen, want morgenochtend trekken
we op.'
Doodstil is het op het tempelplein
te Jeruzalem. Duizenden Israëlieten staan met ernstige gezichten dicht op
elkaar gedrongen te wachten. De spanning is te snijden. O ja, het was al gauw
in Juda bekend geworden wat de Moabieten van plan
waren. En het hele volk was doodsbang geworden. Ook koning Josafat.
'Ga vasten.' was al wat hij kon
zeggen. 'En kom allemaal naar de tempel om te bidden. Alleen God kan ons nog
redden.'
Zo zijn ze dus hiernaartoe
gestroomd, de inwoners van Juda. Op hun gezichten staat de ernst te lezen. Wat
zal de toekomst brengen als God hen niet helpt? Met zachte, maar duidelijk
verstaanbare stem begint de koning te bidden.
'Here,
God van onze voorouders,' klinkt het, 'U, die in de
hemel woont, regeert ook over de volken hier op de aarde. Wil ons alstublieft
helpen. Wij kunnen niet tegen die grote legers op.'
Och, Josafat
smeekt God hen te redden. Hij herinnert Hem eraan dat Hij hun voorouders dit
land heeft gegeven, het Beloofde Land. Hij herinnert God ook aan het gebed van
koning Salomo toen de tempel voor het eerst werd ingewijd.
'U hebt toen beloofd ons te
helpen, Here!' zegt hij tenslotte
eerbiedig. 'Verlos ons dan nu van onze vijanden.'
Na het amen blijft iedereen stil
afwachten. Zelfs kleine kinderen staan met ernstige gezichtjes, hun handjes
stijf gevouwen, hun ogen gesloten. Men wacht op... Gods antwoord. En dat komt
heel onverwacht. Een van de Levieten begint te profeteren. 'Luister, volk van
Juda, inwoners van Jeruzalem en koning Josafat,' klinkt zijn duidelijke stem, 'Zo zegt de Here: Weest niet bang voor deze
legers, want God zelf zal voor jullie strijden. Morgen zul je tegen hen optrekken.
Vreest niet! De Here is met
u en geeft u de overwinning.'
Wat een heerlijke woorden! Wat een
bemoediging! Koning Josafat valt op zijn knieën neer
om God te danken. Ja, het hele volk knielt, de gezichten nat van tranen.
En de Levieten? Die zetten zelfs
een loflied in.
De woestijn van Tekoa met zijn ruwe hoge rotsen, vlakbij de Dode Zee is een
schitterend gebied. Net een maanlandschap. Vooral 's morgens vroeg als de zon
opgaat en de Dode Zee met onnatuurlijk mooie kleuren doet glanzen. De lucht aan
de overkant, oranjerood, laat de lila en witte kleuren
van de bergen goed uitkomen. Het is een gebied van schuwe gezellen, zeldzame
vogels en hagedissen. Zal hier vandaag bloed vloeien? Het lijkt zo onwerkelijk.
Maar ja, hoor! Al spoedig komen
ginds in het zuiden inderdaad de woeste rovers uit Ammon
en Moab van de berghellingen het beekdal
binnenstromen... Ook dichterbij, tussen de grote ruwe stenen, zitten soldaten verscholen. Zo af en toe zie je een hoofd boven de rotsen
uitsteken. Het zijn de inwoners van het gebergte Seïr,
die de Moabieten beloofd hebben te helpen. Ze hebben
daar zeker geslapen... En koning Josafat? Is hij ook
present met zijn leger? Ja hoor! Vanuit het noorden komt hij aan.
Maar wat is dat nou? Voor het
leger uit lopen zangers in feestkleren, die liederen voor God zingen. 't Lijkt wel een fanfarekorps. Heb je ooit zoiets vreemds
gezien?
Ja, koning Josafat
heeft hen die ochtend vroeg toegesproken en hen vooral op het hart gedrukt te
geloven wat Gods profeet gisteren heeft gezegd. En daarna heeft hij mannen
aangewezen die voorop moesten gaan om te zingen... Moedig lopen die de vijand
tegemoet. Dichter en dichter naderen de legers elkaar. Stampende
soldatenlaarzen, vloeken en hebzucht aan de ene kant. Vrolijk dansende voeten,
handgeklap en lofgezang aan de andere kant. Hoe gaat dat aflopen? Nog even en
dan...
'Looft de Here!'
roept het koor ineens.
'Prijst zijn Naam!' antwoordt het
volk. Ze steken hun handen in de lucht. Hoera voor God!!
Op dat moment gebeurt er iets
onverwachts. Vanachter de rotsblokken springen de Meünieten,
die de Amonieten zouden helpen, plotseling
tevoorschijn. Ze vallen hun eigen vrienden aan. Waarom? Niemand weet het. En
die Amonieten keren zich van de schrik weer tegen de Moabieten.
Pam! Pats! Kletter!
Terwijl Juda verbaasd stil blijft
staan, zien ze dat hun vijanden elkaar doodmaken.
Het is vier dagen later. Aan het
hoofd van zijn leger rijdt koning Josafat triomferend
Jeruzalem binnen. En op grote houten karren ligt de oorlogsbuit hoog opgetast.
Dekens, wapens, kleding, goud en sieraden, noem maar op. Drie dagen lang heeft
het volk spullen opgeraapt, die de vijand achterliet. En de vierde dag hebben
ze God gedankt in het Dal van de Lofprijzing. Zingend trekken ze nu door de
straten van Jeruzalem. Ja, koning Josafath en het
hele volk hebben Gods verlossing gezien. Tussen alle jassen en spullen, op de
voorste wagen, liggen ook.... de kleding en het mes van Met!!
Eerbied week 1
Wij
vertrouwen u, Vader in de hemel, dat u het beste met ons voor hebt.
We geloven
dat u van ons houdt, Jezus.
We danken u
dat we een woning in de hemel hebben, dat heeft u zelf belooft.
We willen steeds meer leren op u te vertrouwen.
Geef ons meer
geloof. Uit elke narigheid kunt u ons redden. U maakt ons sterk
We brengen
al onze zorgen bij u.
Zegen ook
de kinderen die het moeilijk hebben alstublieft.
Met onze
God kunnen wij grote dingen doen. Amen.
Tekst week 1
Filippenzen 4:6-7
Waas uver
niats bazurgd, meer vreeg Gud wet o nudig habt an
denk ham in el uw gabadan.
7 Den zel da vrade ven Gud, dia ella varstend ta
buvan geet, ow hert an gadechtan
in Christos Jazos baweran.
De a’s en de e’s zijn
verwisseld. Ook de u’s en de o’s. Wat staat er eigenlijk? Het lijkt wel een
andere taal.
Opdracht week 1
Raadseltjes
Kun je het woord vinden dat bij deze
omschrijving past?
|
Ik ga van de ene kant naar
de andere kant. Je kunt over mij lopen. Vertrouw er maar op dat ik
je draag. |
|
|
Met mij ga je over bergen en
door dalen. Al gil je het uit van angst ik breng je weer veilig terug bij het
begin. |
|
|
Je kunt mij veilig drinken
al zit ik niet in een flesje. Je zult niet ziek worden als je mij drinkt. |
|
|
Al is het verkeer nog zo
druk, als je over mij loopt zal je niets gebeuren. |
|
|
Ik til zes mensen en hun
bagage met gemak 13 verdiepingen hoog op. Dat kan ik jaren achtereen doen,
tientallen keren per dag. |
|
|
Ik ben van plastic,
slechts een gulden waard, toch reken ik al je boodschappen voor je af. |
|
|
Ben je ziek? Ik snijd je
buik open, haal de zieke plek eruit en naai je buik ook weer dicht. Dan zul
je beter worden. |
|
|
Ik zorg ervoor dat je op
dit moment in Zuid Afrika te zien bent. |
|
|
Ik ben een ijzeren vogel
en breng je hoog boven de wolken. |
|
|
Ik draag een mooie strik.
Als je mij openmaakt wacht je een lieve verrassing. |
|
|
Een brug, |
|
Een achtbaan |
|
Water uit de kraan. |
|
Zebrapad. |
|
lift |
|
creditcard. |
|
chirurg |
|
webcam |
|
vliegtuig |
|
cadeau. |
Zijn de dingen die hier
vermeld staan altijd te vertrouwen?
Activiteit
week 1
Ongeveer 15
minuten
Deze week kun je kiezen uit de volgende activiteiten:
* Materiaal
Kleurplaat 011 Vertrouwen.
Maak hieromheen een lijstje van karton, zodat je het op kan
hangen.
*
Materiaal Kleurplaat 027 Huis op de rots.
De rots is uit één stuk. Dat is God.
Zand zijn veel kleine deeltjes, dat zijn de mensen.
Het huis dat is jouw leven.
De regen stelt de moeilijkheden voor die je in je leven
tegen zult komen.

Schrijf op vier pijlen:
God, mensen, mijn leven, moeilijkheden.
Knip die pijlen uit en plak ze op de kleurplaat op de juiste
plaats.
*Materiaal Werkblad
23a Josafath
*Materiaal
woordzoekers. Hoeveel keer zie je de naam Jezus staan?
Quiz week 1
Welk vraag-nummer hoort bij
welk antwoord-nummer ?
Zie de antwoorden onderaan deze pagina
|
|
Vragen
|
|
Antwoorden
|
|
1 |
Waar is het tempelplein? |
1 |
Een van de
Levieten |
|
2 |
Wat bad koning Josafat? |
2 |
Met feestliederen en muziek |
|
3 |
Wie begon er
te profeteren? |
3 |
Ja, dan versterk je elkaar. |
|
4 |
Wat zijn
Levieten? |
4 |
Of God hen wilde redden |
|
5 |
Hoe gingen
ze de vijand tegemoet? |
5 |
lofliederen |
|
6 |
Wat gebeurde er met de vijanden? |
6 |
Een woestijn |
|
7 |
Hoe noem je liederen om God te eren? |
7 |
In Jeruzalem. |
|
8 |
Is het
belangrijk om liederen van God te zingen als je het moeilijk hebt? |
8 |
Helpers in de tempel. |
|
9 |
Hoe noem je een kale hete zandvlakte met stenen? |
9 |
Ja, het geeft je kracht |
|
10 |
Is het
belangrijk om samen te bidden? |
10 |
Ze vielen
elkaar aan. |