Programma Nr.1
Week 3 God roept jou
Geschreven
door Josine de Jong (zie Bijbelverhalen.nl)
Lezen uit de bijbel week
3 Psalm 22: 10-13
10 U hebt mij uit de buik van mijn moeder gehaald, mij aan haar
borsten toevertrouwd,
11 bij mijn geboorte vingen uw handen mij op, van de
moederschoot af bent u mijn God.
12 Blijf dan niet ver van mij, want de nood is nabij en er is
niemand die helpt.
Verklaring:
Dit is een
psalm van David. Hij past heel goed bij het verhaal van vandaag.
Voor God
zijn kleine baby’s erg kostbaar.
Heeft je moeder wel eens iets verteld over je geboorte?
Heb je nog foto’s van toen je een baby was?
Waarom hebben ze je de naam gegeven die je hebt?
Weet je ook hoe laat je bent geboren? Wat voor weer was het toen?
Heb je altijd al in God geloofd? Heb je een kinderbijbel gehad?
Op wie lijk je uiterlijk? Op wie lijk je in je doen en laten?
Heb je wel eens een foto van je vader of moeder gezien toen zij nog baby waren?
Heb je hen wel eens uitgehoord over hun jeugd?
OT22a - Het biezen
mandje
Geschreven door Josine de Jong (zie bijbelverhalen.nl)
Heel voorzichtig gluurde Jochebed
door het raam naar buiten. Ze meende voetstappen te horen. Wie was daar? Vriend
of vijand? O, gelukkig, het was Amram haar man, die
uit zijn werk kwam. Wat was hij weer moe, donkere kringen onder zijn ogen, zijn
rug gebogen.
Het was hard werken op de steenfabriek van de Farao, van ’s
morgens vroeg tot ’s avonds laat, zonder pauze. Werken, werken en nog eens
werken! En vaak nog zweepslagen krijgen als iets de opzichter niet beviel. Vaak
genoeg had Jochebed de rode striemen met zalf in
moeten smeren. Ze zuchtte. Wanneer zou er een eind komen aan dit vreselijke
slavenleven. Wanneer zouden zij en het volk van de Hebreeën rustig onder hun
eigen vijgenboom kunnen zitten?
Amram, Jochebed
en hun kinderen, Mirjam en Aaron, waren Hebreeën, zo werden de nakomelingen van
Jakob genoemd toen ze nog schapenhoeders waren. De
Egyptenaren noemden hen zo omdat ze steeds ‘prrr!’
riepen naar hun schapen. Zelf hielden ze geen schapen. Dat werk vonden ze
minderwaardig.
Ze waren in Egypte komen wonen toen Jozef onderkoning was.
Dat was al weer bijna vierhonderd jaar geleden. Inmiddels
was het een flink volk geworden. God had hen gezegend met veel sterke mooie
kinderen. Maar toen er een nieuwe Farao kwam, die de geschiedenis niet kende,
die niet wist wat Jozef had gedaan voor Egypte, vond hij de Hebreeën een
bedreiging. Er waren er veel te veel. Straks kwamen ze nog in opstand.
Dus werd er een bevel uitgevaardigd, dat de jongensbaby’s
gedood moesten worden.
‘In de Nijl gooien!’beval hij streng. En de rest van het
volk moet mij als slaven dienen in de steenfabrieken. Ik wil een nieuwe stad
bouwen en daar kan ik wel wat slaven bij gebruiken!’
Niemand die hem tegensprak. Men keek wel uit, veel te
gevaarlijk.
Juist in die tijd werd er een zoontje geboren in het gezin
van Amram en Jochebed. Wat
waren ze blij met hem. Maar ze konden hun blijdschap met niemand delen, want
dan zou iemand hen misschien verraden. Je moest er niet aan denken. Hun kleine
schat door de soldaten in de Nijl gegooid!! Jochebed klemde haar lieve zoontje stijf tegen zich aan en
overlaadde hem met kusjes.
Ook Mirjam en Aaron hielden hun geheim goed verborgen. Ze
sliepen slecht en bij het minste of geringste geluid
waren ze alert.
Het eerste gebrabbel van een baby is zo leuk om aan te
horen. Kleine prr en brr
geluidjes, een mondje dat lacht. Maar het maakte ook de kans op ontdekken
groter. Zodra de baby maar een kikje gaf, kreeg het
te drinken van Jochebed. Ze stopten tussen door ook
wel een katoenen dotje met honing in zijn mondje, waar hij vervoed
op ging sabbelen. Zo gingen de weken voorbij.
‘O Vader God, bewaar ons toch,’baden ze ernstiger naarmate
het stemmetje harder en harder klonk. Ze beseften goed, dat het niet lang meer
zou duren voordat de soldaten zouden binnenstormen. Het werd tijd voor…
De noodoplossing.
Op een morgen ging Jochebed naar
de rivier en plukte een heleboel biezen. Thuisgekomen begon ze een mooie mand
te vlechten, wat ze met pek besmeerde, zodat het
waterdicht was.
De volgende morgen, het was nog donker, legde Jochebed haar zoontje voorzichtig in het mandje, liep snel
naar de rivier, legde het tussen het riet en ging vlug weer naar huis, want
niemand mocht ook maar iets merken. Mirjam was meegegaan. Zij bleef op een
afstandje van de rivier staan om te zien wat er met haar broertje zou gebeuren.
Toen het licht was geworden, kwam er een groepje vrouwen
aan. Mirjam hield haar adem in. Het was de dochter van de Farao met haar
slavinnen, die zoals elke morgen hier kwamen baden in de rivier.
Mirjam wachtte gespannen wat er zou gaan gebeuren. Zouden ze
het mandje vinden? Ja hoor! Ze hoorde de prinses tegen een van haar slavinnen roepen:
‘Daar drijft een mandje. Haal het eens vlug, dan kan ik kijken wat er in zit.‘
Mirjam hield haar hart vast. Oh, de prinses deed het deksel
open. Ze zag het jongetje liggen, dat meteen begon te huilen. De prinses
begreep, dat het een kind van de Hebreeën was, dat verdronken had moeten
worden. ‘Het is zo’n mooi kind. Ik heb het gevonden.
Het is nu van mij. Ik noem hem Mozes!’
Ze pakte hem uit het mandje en wiegde hem heen en weer op
haar armen. Maar Mozes begon weer te huilen. Hij had honger. Hoe moest dat nu?
De prinses kon hem niet voeden en de slavinnen ook niet.
Mirjam had alles op een afstand gehoord. Ze kwam eerbiedig
dichterbij.
‘Zal ik voor uwe hoogheid iemand halen die het kind kan
voeden?’ vroeg ze eerbiedig. Ik ken wel een vrouw, die dat kan.’
Vol verwachting keek ze de prinses aan.
‘Ja, doe dat. Maar wel een beetje snel!’antwoordde de
prinses.
Mirjam holde naar huis en maakte af en toe een sprongetje
van vreugde. Vlakbij huis begon ze al te roepen: ‘Mamma, mamma, kom vlug!’
Jochebed had al die tijd gespannen gewacht
op bericht van haar kleine lieveling. Ze kwam meteen naar buiten. Mirjam
vertelde hijgend wat er aan de hand was. Ze struikelde over haar woorden.
‘Kom vlug mee, mam! De prinses wil dat je ons broertje
voedt.’
Jochebed rende achter Mirjam aan naar de
rivier.
Haar hart bonsde als een gek toen ze een diepe buiging voor
de prinses maakte.
‘Vrouw,’vroeg de prinses, ‘dit kind
heb ik gevonden. Het is de komende Farao, die de Nijl af kwam varen in deze
boot, net zoals mijn voorouders vanuit de hemel in een boot de Nijl af kwamen
varen. Het kind is heel kostbaar, maar ik kan hem niet voeden. Kunt u dat wel?’
‘Ja, hoogheid,’zei Jochebed met
een rode kleur.
‘Hoe heet je?’
Mozes hoorde de stem van zijn moeder en draaide zijn kopje
om. Hij stak zijn handjes uit en begon nog harder te schreeuwen.
Jochebed popelde om hem weer in de armen
te nemen.
‘Ik ben Jochebed, de vrouw van Amram, uw nederige dienaar, hoogheid.’
‘Goed, neem hem maar mee. Ik stuur een paar soldaten mee om
op hem te letten. Zorg goed voor hem, totdat hij zindelijk is. Ik zal je er
goed voor betalen.’
Jochebed kon haar vreugde niet bedwingen,
maar ze moest toneelspelen, anders stond het leven van haar kind op het spel.
Eindelijk overhandigde de prinses Mozes aan Jochebed. O, wat was ze gelukkig. Toen ze uit het zicht was
van de prinses, ging ze aan de kant van de weg zitten tegen een boom en gaf hem
de borst. Ze hoefde niet meer bang te zijn voor de soldaten. God had hen hun
zoon terug gegeven, want hij had een heel bijzonder plan met Mozes.
Eerbied week 3
U kende mij al in de buik van mijn
moeder, Heer. U deed mij groeien, mijn hersens, mijn voeten, mijn hartje en
alles. Wat is het leven toch een wonder.
U vindt mij erg kostbaar.
Daarom mag ik tot u roepen als er grote problemen zijn en ik niet veilig ben
Soms voel
ik me eenzaam en verlaten. Laat mij toch weten dat u altijd bij me bent.
Niet alleen
ikzelf ben belangrijk voor u, maar alle kinderen, baby’s en tieners. Ook elk
mens.
Help ons om
anderen ook te zien als parels in uw hand. Amen.
* Denkstarters 050. Zie www.bijbelverhalen.nl
in de rubriek MATERIAAL / denkstarters
Als Mozes er niet was geweest,
was Israël niet bevrijd uit de macht van de Farao.
Dan hadden ze de Tien
Geboden niet gekregen. Dan had de wereld er wel anders uitgezien.
Daarom kun je zeggen dat:
Wie een kind redt, redt de wereld. Want elk kind is eigenlijk een volk. Denk
maar eens na: Een kind krijgt later kinderen en die ook weer en voor je het
weet is het een hele menigte.
Want ieder die uit God
geboren is, overwint de wereld. 1 Joh. 5:4
Laten de kinderen op de
plaats van het woordje: ieder, een naam bedenken. Bijv. Want Menno, die uit God
geboren is, overwint de wereld.
Leg op een stoel een
fluitje, trompetje of vlag neer. De kinderen rennen om de beurt naar de stoel,
zeggen de tekst op en blazen op het fluitje of zwaaien met het vlaggetje.
Deze week kun je kiezen uit de volgende activiteiten:
Wat voor talenten heb je van God gekregen? Het ene talent is
niet meer dan het andere. We hebben alle talenten nodig. Misschien heb je
meerdere talenten. Neem een blaadje, zet bovenaan je naam en de datum. Plak
daaronder vier talenten die je hebt. De belangrijkste bovenaan en het talent
waar je iets minder van hebt eronder. (Er zijn nog veel meer mogelijkheden. Staat jouw talent er niet bij, dan schrijf je die zelf maar
op.) Sommige talenten kun je nog best ontwikkelen. Schrijf er dan onder wat je
liefste toekomstverwachting is. Houd je doel in de gaten. Met Gods hulp kom je
heel ver.
|
Tekentalent
|
Muzikaliteit
|
Organisatietalent
|
Wiskundeknobbel
|
Technische aanleg
|
|
Hulpvaardigheid
|
Vredestichter
|
Vrienden maken
|
Koken
|
Sporttalent
|
|
Teamleider
|
Knutselen
|
Schaken
|
Nieuwe ideeën bedenken
|
Dansen
|
|
Verzorging
|
Troosten
|
Slim onderhandelen
|
Geld verdienen
|
Studeren
|
|
Onthouden, lezen
|
Luisteren
|
Zingen
|
Zelfdiscipline
|
Planten verzorgen
|
|
Schoonmaken
|
Bouwen
|
Vissen
|
Voetballen
|
Praten
|
Quiz week 3
Welk vraag-nummer hoort bij
welk antwoord-nummer ?
Zie de antwoorden onderaan deze pagina
|
|
Vragen
|
|
Antwoorden
|
|
1 |
Door wie werd het leven van de kleine Mozes
bedreigd? |
1 |
God |
|
2 |
Waarin legde zijn moeder hem? |
2 |
Eerst door zijn moeder later door de prinses |
|
3 |
Wie beschermde
Mozes? |
3 |
De Nijl |
|
4 |
Wat werd
Mozes later? |
4 |
Israël |
|
5 |
Door wie
werd hij opgevoed? |
5 |
Een mandje |
|
6 |
Hoe heette
zijn zus |
6 |
De Farao |
|
7 |
In welke
rivier werd hij gelegd? |
7 |
Egypte |
|
8 |
Uit welk volk
werd Mozes geboren? |
8 |
Leider van
zijn volk |
|
9 |
In welk land
groeide Mozes op? |
9 |
Mirjam |
|
10 |
Hoe heetten
Mozes’ ouders? |
10 |
Amram en Jochebed |
Zending: 9. Onderwijs voor kinderen. Zie www.bijbelverhalen.nl in de rubriek ZENDING