Programma Nr.1
Week 2 God roept jou
Geschreven
door Josine de Jong (zie Bijbelverhalen.nl)
Lezen uit de bijbel week 2
1 Sam. 3: 19,20,21
Samuel groeide op. De HEER stond hem bij en bracht alles in vervulling wat hij
had voorzegd.
20 Daardoor kwam iedereen in Israël, van Dan tot Berseba, tot de erkenning dat Samuel door de HEER als profeet was aangewezen.
Verklaring:
van Dan tot Berseba:
dat betekent van noord tot zuid. De plaats Dan ligt in
het noorden en Berseba in het zuiden.
tot de erkenning
dat wil zeggen dat de mensen vonden dat hij echt een
profeet was.
Silo
Dat was een plaats in Israël
waar de tabernakel stond. Die hadden de Israëlieten
meegebracht uit de woestijn toen ze Israël binnentrokken. Later is de plaats
van aanbidding Jeruzalem geworden. Silo bestaat nu niet meer.
In sommige stripverhalen zie
je wel eens een engeltje of een duiveltje op iemands schouder zitten. Hoor je
wel eens je geweten spreken?
Luister je naar de stem van
je geweten? Waarom wel/niet?
Hoe kom je aan een geweten?
Hebben alle mensen over de
hele wereld een geweten?
Kan je geweten ook
veranderen?
Bijvoorbeeld als je eenmaal
hebt gestolen dan doe je het een tweede keer makkelijker?
Kunnen ouders of vrienden je
geweten vormen? Kan de bijbel je geweten vormen?
Een Joodse geleerde gaf eens
de volgende verklaring. Als een baby nog in de buik van de moeder zit is er een
engel bij, die hem de Tien Geboden leert. Als het kindje wordt geboren gaat de
engel weg, maar knijpt nog even in de bovenlip, als bewijs dat hij les heeft
gehad. Zoals je ziet heeft men een gleufje onder de neus. Daar is het gezegde
door ontstaan: Je bent geen knip voor de neus waard. (Met andere woorden: Je
hebt voor niks de lessen van God gehad.) Geweten
betekent ook dat je het hebt geweten.
Welk van de Tien Geboden ken
je nog?
Geschreven door Josine de Jong (zie bijbelverhalen.nl)
'Hofni!'
De oude, dikke priester Eli, die
op een stoel bij de deur van de tempel zit, roept zijn zoon.
'Hofni,
waar ben je?'
Helemaal vooraan bij de ingang,
zitten een paar grote jongens. Ze lachen en maken pret met wat vreemde meisjes.
Het is echt geen leuke pret. Het lachen klinkt
eigenlijk vals.
'Hé, Hofni,' zegt één van de meisjes, je vader roept je.'
Hofni neemt een
grote slok wijn en pakt een vette kluif van een schotel.
'Nou, èn?.... Laat maar roepen, hoor!' antwoordt hij met volle mond.
Zijn broer Pinehas
grijnst en voegt eraan toe: 'Die ouwe vader van ons kan toch geen steek zien.
Hij weet niet dat we hier zitten...'
'Hofni! Pinehas!' roept Eli weer.
Waarom komen ze nou niet? Och, hij
moet ze toch eens een standje geven. Die vervelende jongens. Morgen misschien?
'Samuël!'
roept hij dan.
Een kleine jongen in een wit kleed
houdt op met vegen. Riep zijn pleegvader Eli hem? Hij zet zijn bezem tegen de
muur en rent naar de oude man toe.
'Hebt u geroepen, vader Eli?'
'Ja, Samuël,
de deuren moeten gesloten worden en de olielamp bijgevuld.'
'Ja, vader Eli, ik zal het gelijk
doen...'
'En... Samuël,
zul je de boekrol netjes in de kast zetten? O ja, je moet de goede olie
gebruiken voor de kandelaar, hoor! Die zit in het kruikje rechts op de plank
van de voorraadkamer.'
'Ja vader, Eli.'
'En als je klaar bent, wil je mij
dan even naar bed brengen?'
Samuël heeft het erg druk, maar dat is niets erg. Het werk dat hij doet,
doet hij immers voor God. O nee. Hij zou niet willen ruilen met die twee zoons
van Eli, die nietsnutten. Ze stelen zelfs nog van de offers van God. Zij kennen
niet het blije gevoel dat je krijgt als je weer een stukje uit het woord van
God uit het hoofd kunt opzeggen.
Of als je, zoals hij nu, de
prachtige gouden lamp bijvult, zodat het licht helder weerkaatst tegen de
wanden van het Heilige.
Samuël veegt met
een zacht doekje een druppel olie weg. Dit is het mooiste moment van de dag.
Eerbiedig knielt hij neer. Het knechtje van Eli, het knechtje van God.
Het is al helemaal donker als Samuël eindelijk op zijn slaapmatje ligt. Buiten is het
stil. Duizenden sterren flonkeren zachtjes aan de hemel. De maan geeft alles
een geheimzinnig licht. De nachtwind doet de gordijnen van de tempel een beetje
opwaaien. Heel even kun je een glimpje opvangen van de lamp in het heilige, de gouden kandelaar met de zeven lichten.
Ineens klinkt het: 'Samuël!'
De kleine priester schiet
overeind. Riep iemand hem? Dat is zeker Eli. Hij doet snel zijn sandalen aan, grist
zijn mantel van de spijker en loopt naar de slaapplaats van Eli.
'Hier ben ik, Eli. Hebt u mij
geroepen?'
De oude man schrikt wakker.
'Hè? Is er wat, Samuël? Waarom maak je me wakker?'
'U hebt me toch geroepen?'
'Welnee! Je hebt je vergist. Ga
maar weer lekker slapen, hoor!'
'Ja, vader Eli. Welterusten!'
'Welterusten, Samuël.'
Rillerig kruipt Samuël weer onder zijn wollen deken. Hij slaapt weer in.
'Samuël!'
klinkt het voor de tweede keer.
Nu heeft Eli toch echt geroepen.
Maar, nee hoor!
Als Samuël
voor de derde keer komt vragen of Eli hem nodig heeft, slaat de priester
verschrikt zijn hand voor de mond.
'O, wacht eens... Ik geloof dat ik
het begrijp. Misschien... misschien roept God je wel. Als je nu weer die stem
hoort, moet je maar zeggen: 'Spreek, Heer, want uw knecht hoort...''
Samuël knikt
ernstig. Ja, hij heeft het begrepen. Langzaam, met kloppend hart en een rode
kleur loopt hij weer terug naar zijn slaapplaats. Zou het waar zijn? Zou God
willen praten met een jongen zoals hij? Hij kruipt wel onder de deken maar van
slapen komt niets meer.
Ja, daar klinkt het weer heel
duidelijk: 'Samuël! Samuël!'
Meteen is hij overeind en stamelt:
'Spreek, want uw knecht hoort!'
En daar, gewoon vlak bij zijn bed,
gaat de Here God met Samuël
praten alsof Hij zijn vriend is. Hij maakt hem zijn plannen bekend. Alle
slechte dingen van Hofni en Pinehas
heeft God gezien en zij zullen ervoor gestraft worden. Moet hij, Samuël, deze moeilijke boodschap morgen aan Eli brengen?
Daar ziet hij erg tegenop.
Maar dan weet Samuël
diep van binnen: God wil hem gebruiken als zijn eigen knechtje. Is dat niet
fijn?
Eerbied week 2
Heer Jezus,
we willen graag uw stem verstaan. Als u tegen ons spreekt willen we net als Samuël zeggen: Spreek, Heer, want uw knecht luistert.
We willen graag
ondeugend zijn en grapjes maken. Maar als we van u afdwalen
zullen we ongelukkig worden. Van het één komt het ander.
Dankuwel
dat u ook kinderen roept. U vindt ons belangrijk. Wat fijn dat u een plan voor
ons leven hebt. Danku ook voor ons geweten.
We hebben
nog een toekomst, Heer Jezus en we willen graag het beste voor onszelf. Leer
ons hoe we moeten leven. Dan zullen we het leukste leven hebben dat er is.
Met God spreken is net als met
een gsm. Er is er één die luistert en er is er één die spreekt. Luisteren en
spreken moet om de beurt.
Als je tot God bidt moet je
ook naar Hem luisteren. Anders heb je geen relatie met Hem.
De kinderen hieronder praten
met God en Hij zegt iets terug. Soms begint God eerst, soms begint het kind
eerst. Kun jij bedenken wat ze tegen God zeggen of wat God tegen hen zegt?
Schrijf het op de lege regel.
Als je niets kunt bedenken
zoek dan uit welke zin bij welk kind hoort.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Ik voel me gelukkig dat ik
lekker hard heb gewerkt, Jezus.
Ik ben blij dat je in mijn
woord leest,
Ik ben altijd bij je, Chris.
Waarom wil je belangrijker
zijn dan de ander? Ik houd van jullie allebei.
Ik vind u erg lief, Vader in
de hemel, jammer dat ik u niet kan zien.
Wat fijn dat je zo goed je
moeder hebt geholpen, Anouk.
Tijd om met mij te praten, Achmed.
Ik voel me zo verlaten en
niks waard, Here God.
Kleur de uitspraken van God
rood.
Spreuken 1:33
Maar wie naar mij luistert,
zal veilig zijn,
hij hoeft geen angst te hebben voor het kwaad.
Rebus:
- l
h=n MIJ
b = z
z = v+ig
zijn, hij
b = h +t
geen
te hebben
voor
p = h 
:
1.
Hints
Maak een aantal kaartjes met de volgende zinnen erop. Om de
beurt moeten ze iets uitbeelden zonder te praten. De anderen moeten het raden. Maak twee groepen. De bekende gebaren van hints
kun je hierbij gebruiken, bijv. eerste woord, twee
lettergrepen, enz.
A. Spreekwoord: Wie niet horen wil moet
voelen.
B. Neem een voor hen bekend liedje over
luisteren of spreken met God.
C. Bijbeltekst: Spreek Heer, want uw dienstknecht luistert.
D. Gebeurtenis uit de bijbel. Neem een bekend verhaal of: Elia
op de berg Karmel.
A. Spreekwoord: Met een half oor
luisteren.
B. Spreekwoord: Kleine kopjes hebben
grote oren.
C. Spreekwoord: Men kan een speld horen
vallen.
D. Spreekwoord: Horen zien en zwijgen
E. Spreekwoord: De liefde kan niet van
één kant komen.
F. Bekend lied van de tv. Bedenk wat ze
kunnen weten.
G. Bekende film: …..
Of: Ik wil je beter leren kennen
Laten de
kinderen elkaar interviewen. Geef ze allemaal pen en een papier. Ze mogen drie
vragen stellen aan elkaar. Maar de ander mag ook zeggen: Geen commentaar.
Andere vraag.
Voorbeeld
van een vraag: Wat is je lievelingssport. Welk vak
vind je het leukst op school. Heb je nog een opa en oma? Welk eten vind je het
lekkerste.
Na afloop
mogen ze hun bevindingen voorlezen.
God is ook
geïnteresseerd in al je dingen, wat je lust en wie je vriendje is.
Quiz week 2
Welk vraag-nummer hoort bij
welk antwoord-nummer ?
Zie de antwoorden onderaan deze pagina
|
|
Vragen
|
|
Antwoorden
|
|
1 |
Hoe heette Samuëls moeder? |
1 |
Dat het Eli was. |
|
2 |
Hoe heette
de priester die Samuël hielp? |
2 |
Driemaal |
|
3 |
Wat dacht Samuël toen hij
God hoorde roepen? |
3 |
Luisteren. |
|
4 |
Hoe vaak hoorde Samuël zijn
naam roepen? |
4 |
Nee, ze waren ondeugend en slecht. |
|
5 |
Wat moest hij antwoorden? |
5 |
Over alles. |
|
6 |
Wat is een ander woord voor horen |
6 |
Het gaat het
ene oor in en het andere uit. |
|
7 |
Wilden Eli’s zonen naar
hun vader luisteren? |
7 |
Door de bijbel te lezen. |
|
8 |
Waarover mag je met God praten? |
8 |
Spreek, Heer, want uw dienstknecht
hoort. |
|
9 |
Als je
luistert, maar niet doet wat God zegt, hoe noem je dat dan? |
9 |
Hanna |
|
10 |
Hoe leer je Gods wil kennen? |
10 |
Eli |
Als Jezus nou eens… Zie www.bijbelverhalen.nl in de rubriek
MATERIAAL/boekjes
: