Programma Nr.1
Week 1 God roept jou
Geschreven
door Josine de Jong (zie Bijbelverhalen.nl)
Lezen
uit de bijbel week 1
In
het bijbelboek Lucas 19:1-4
Jezus ging Jericho in en trok
door de stad.
2 Er was daar een man
die Zacheüs heette, een rijke hoofdtollenaar.
3 Hij wilde Jezus
zien, om te weten te komen wat voor iemand het was, maar dat lukte hem niet
vanwege de menigte, want hij was klein van stuk.
4 Daarom liep hij
snel vooruit en klom in een vijgenboom om Jezus te kunnen zien wanneer hij
voorbijkwam.
Verklaring:
Een tollenaar was een man
die belasting ophaalde in dit geval voor de vijand, de Romeinen.
Hij was dus rijk geworden
van de ellende van zijn volk.
Denk je dat er mensen zijn die op zoek gaan naar God?
Zijn er wel eens kinderen in je groep die met je willen praten of God echt bestaat?
Vind je dat vervelend? Word je in de groep wel eens geplaagd met je geloof?
Wat doe je meestal?
Zou het kunnen dat het kind dat het hardste lacht eigenlijk op zoek is?
Ben je eigenlijk zelf op zoek naar God?
Hoe zou God er uit zien?
(Jezus zegt: Wie mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. )
NT17 - ER WORDT WEER GELACHEN IN JERICHO
Geschreven
door Josine de Jong
'Hahaha! Hoehoe! Hahahaaa!'
In het grote koopmanshuis bij de poort van Jericho
wordt vreselijk gelachen. Ver in de omtrek is het te horen. Het dringt door in
de huizen van de inwoners van de stad. Ook de straatarme bedelaars in hun krotterige optrekjes buiten de poort kunnen het horen. En
ze kijken verbitterd. Ze persen hun lippen stijf op elkaar en hun ogen worden
koud als glas. 'Die tollenaars zijn weer aan het feesten!' sissen ze boos. 'Van
ons geld! Die vuile Romeinenvriendjes... Ze stelen van hun eigen volk.'
'Mensen, luister! Ja! Mag ik even stilte, alsjeblieft!'
Zacheüs, de oppertollenaar, een kleine dikke man met doordringende bruine
ogen, tikt verwoed met zijn mes tegen zijn beker. Gelijk is het stil. Want hoe
ruw en gemeen de tollenaars ook zijn, voor hun baas hebben ze heilig ontzag. O,
hij is wel de sluwste van hen allemaal. Hij kan je zo venijnig de mantel
uitvegen. Zacheüs legt in het kort de nieuwe plannen
van de Romeinse overheid uit. Op wol, ijzer en koper wordt voortaan meer
belasting geheven. 'Als jullie er niet uitkomen, kom je maar naar mijn kantoor.
Daar heb ik de lijsten klaarhangen.' besluit hij.
'Baas, hoe zit het met onze eigen winsten?' schreeuwt Jabes een domme reus van een kerel. De anderen grommen
instemmend.
'Dat zoeken jullie zelf maar uit.' zegt Zacheüs
kortaf. 'Maar maak het niet te bont, anders wordt je vergunning ingetrokken.'
Als diep in de nacht het feest ten einde is en alle gasten veelal stomdronken, verdwenen zijn, zit er nog een eenzame man in
de feestzaal. O, niemand weet het, maar Zacheüs baalt
zo vreselijk van dit leven. Moet je nou eens kijken wat een chaos. Is dit nou
de welvaart waar hij naar verlangd heeft? Wijnvlekken op het kleed, ingetrapte
voedselresten, uitgespuugde pitten, gebroken wijnbekers... 'Waar ben ik toch
mee bezig?' zucht Zacheüs terwijl hij zijn hoofd in
de handen laat rusten.
'Gelukkig ben je als je niet wandelt in de raad van de goddeloze, als
je niet staat op de weg van de zondaars, en ook niet zit in de kring van de
spotters...' 't Zijn woorden uit de psalmen, die hij
als kind op school leerde, die zo maar bij hem boven komen.
'O, mijn God,' zucht Zacheüs,
'Hoe kom ik hier ooit uit? De mensen haten me en ze hebben nog gelijk ook...
Een roverhoofdman, dat ben ik.'
Snikkend valt hij op zijn knieën, dat eenzame mannetje.
Het is een tijdje later. 'Klipklapklipklap, slifslif...'
Wat hollen er toch ineens veel mensen de poort uit. Is er ergens een
vechtpartij, een ruzie? Zacheüs, in zijn kantoortje
wil er het zijne van weten. Hij sloft naar buiten,
maar wordt gelijk van de sokken gelopen door een stel knullen,
die schreeuwen dat Jezus van Nazaret eraan
komt.
'Jezus van Nazaret?'
denkt Zacheüs, 'O, wacht eens, dat is die man waarvan
men zegt dat Hij de Messias is. Die rabbi die de mensen leert en onderwijst
over God. ZOU DIE JEZUS HEM MISSCHIEN... Resoluut sluit hij z'n
kantoor af om de mensen achterna te gaan.
Verdraaid lastig is het als je zo klein bent. Zacheüs
probeert een glimp van Jezus op te vangen, maar steeds is er weer een brede
rug, een uitwaaiende hoofddoek die hem het uitzicht benemen. Met beide
ellebogen duwt hij links en rechts de mensen opzij. Hij moet en zal Jezus zien.
'Hé, ken je niet een beetje uitkijken!' schreeuwt een kattige magere
visvrouw kwaad. Ze draait zich om. Haar mand met vis wiebelt op haar hoofd.
'Kijk es an, daar hebbie
die oppertollenaar!' spot ze, ' Meneer wil d'r effe door!'
Een woedend gemompel stijgt op uit het publiek. Ai! Nu is de kans om
nog iets te zien verkeken. Met een gescheurde jas, nagejouwd door de mensen,
sjokt Zacheüs terug naar de stad. Och, en hij had
Jezus zo graag horen spreken... Dom van hem om zich zo tussen het volk te begeven. Hij had Jabes mee moeten
nemen, die bodybuilder. Daar zouden ze wel ontzag voor gehad hebben. Zacheüs passeert een kromme oude vijgenboom. Ineens krijgt
hij een grandioos idee...
De groep mensen, Jezus aan het hoofd, nadert Jericho.
Van alle kanten dringen de mensen op Hem aan. Sommigen willen Hem aanraken. De
discipelen hebben er hun handen vol aan om de weg vrij te maken. Plotseling
houdt Jezus stil onder een vijgenboom en kijkt omhoog. Achter de dichte
bladerdos, goed verscholen, zit... de oppertollenaar Zacheüs. Jezus ziet zijn betraande
ogen en gezwollen lip. 't Is niet moeilijk te raden wat er gebeurd is. Zacheüs kreeg zijn verdiende loon. Maar Jezus ziet ook de
wanhoop, de hunkering naar God in zijn ogen en dus zegt Hij luid, zodat
iedereen het hoort: 'Zacheüs, kom eruit! Ik wil
vandaag in jouw huis zijn.'
Van schrik valt Zacheüs als een rijpe vijg
uit de boom. Jezus, de Messias, in zijn huis??
Moet je al die mensen zien loeren door de ramen van Zacheüs'
huis. Nieuwsgierig duwen ze elkaar opzij en geven minachtend hun commentaar.
'Kijk toch! Rabbi Jezus gaat zo maar bij een tollenaar dineren! Tss!' Door de open ramen kan men binnen woordelijk verstaan
wat er buiten wordt gezegd. Als Zacheüs even de kamer
uit is, vragen de discipelen dan ook aan Jezus wat ze terug zullen zeggen.
'Laat ze maar praten,' zegt deze. 'Ze hebben nog steeds niet door dat
Ik juist op aarde ben gekomen om verloren mensen zoals Zacheüs
weer bij God terug te brengen.'
En hoe doet Jezus dat dan? Met standjes en verwijten? Nee hoor!
Zijn woorden blijven vriendelijk, zijn stem blijft zacht. Maar juist hierdoor
gaat Zacheüs inzien wat er moet veranderen in zijn
leven. Na de maaltijd laat hij een knecht z'n geldkist
halen en geeft hem aan Jezus.
'Alstublieft, Meester,' zegt hij schor. 'Hier is de helft van mijn
geld. U mag het aan de armen geven. En de rest zal ik ook in orde maken. Als ik
iets van iemand heb afgeperst, zal ik vier keer zoveel teruggeven.'
Weer wordt er gelachen in het huis van de Oppertollenaar. Maar wat een
verschil! Nu zullen al gauw ook de arme mensen in hun krotten meelachen en veel mensen uit de stad.
Eerbied
week 1
Vader, dank u wel dat u zich
laat vinden als we u zoeken. En dat u ons nooit te zondig vindt
We weten niet hoe we ons moeten voorstellen, hoe u bent, maar we denken
aan Jezus. Hij zegt dat hij op u lijkt.
We willen u beter leren
kennen, maar we weten niet hoe dat moet. Kom onze zwakheid te hulp,
alstublieft.
Dank u voor het verhaal van Zacheüs. Hij was ook niet zo’n
beste, maar u hield van hem. En u veranderde hem. Amen.
Speel het verstopspel.
Iemand is hem. Die gaat even
naar de gang en krijgt een blinddoek voor. Een klein cadeautje wordt in de
ruimte verstopt.
Degene die hem is komt
binnen en moet zoeken. De groep roept: fout, goed, verder
weg of dichterbij. Als het cadeautje gevonden is gaat de doek af. Misschien is
er tijd voor nog een zoekend kind.
De Mensenzoon is gekomen om
te zoeken en te redden wat verloren was.
Van deze tekst is een liedje
te vinden in de NBG vertaling, kijk bij zingen.
Vertel de kinderen dat Jezus
zichzelf de Mensenzoon noemde. Hij was geen opschepper.
We kunnen ook zeggen: Jezus
is gekomen om….
Verzin wat namen voor Jezus,
bijv. de Redder, de Verlosser, de Messias. Laat de
kinderen hun fantasie gebruiken, telkens als ze de tekst opzeggen om hem te
leren.
Dat kunnen we ook doen met
redden, er zijn synoniemen voor, bijv. op te rapen, te
helpen, enz.
Spreukenpuzzel
Zacheüs had niet zo’n ellendig
leven gekregen als hij had geluisterd naar de spreuken van koning Salomo. Knip
dit blad in stukjes en probeer dan of je de zinnen weer goed kunt leggen. Welke
plaatjes horen bij welke tekst?
|
Spr. 1:10 |
|
Mijn zoon |
als zondaars |
je proberen in te palmen |
geef er
niet aan toe. |
|
Spr. 1:33 |
|
Wie |
naar mij |
luistert |
zal
veilig zijn. |
|
Spr. 3:7 |
|
Wees niet |
eigenzinnig, |
maar heb ontzag |
voor de Heer. |
|
Spr. 3:26 |
|
De Heer |
beschermt |
je |
tegen hinderlagen. |
|
Spr. 4:23. |
|
Waak |
vooral over je hart, |
het is de bron |
van je leven. |
|
Spr. 28:27. |
|
Wie |
aan de armen geeft |
lijdt nooit |
gebrek. |
|
Spr. 11:12. |
|
Wie |
zijn medemens |
kleineert |
heeft geen verstand. |
|
Spr. 26:27 |
|
Wie |
een
kuil graaft |
voor een ander |
valt er zelf in. |
|
Spr. 28:10. |
|
De |
oprechten |
vinden |
geluk. |
*Dit puzzeltje kan
individueel gemaakt worden, of met groepen tegen elkaar, klein of uitvergroot.
Opgehangen aan wasknijpers op een gespannen lijntje, in speciale doosjes
gestopt worden, verstopt en opgezocht worden. Opgeplakt op kunstbloemen of
verstopt in oude boeken, achterop een rug gespeld, enz. Er zijn eindeloos veel
mogelijkheden. Het is belangrijk dat ze met die spreuken bezig zijn.
Je kunt de kinderen ook een
boekje laten maken met de teksten erin of een schrift erbij geven, waarin ze
wijze raad (levenswijsheid) kunnen opschrijven. Evt. aangevuld
met raad van opa, oma, mamma, pappa of de meester op school, of spreekwoorden.
Een andere mogelijkheid is om elk stukje op een papieren bloem te plakken en er
een ‘boeketje’ van te maken.
Quiz week 1
Welk vraag-nummer hoort bij
welk antwoord-nummer ?
Zie de antwoorden onderaan deze pagina
|
|
Vragen
|
|
Antwoorden
|
|
1 |
Wat is een tollenaar? |
1 |
Nee, ze vonden dat Jezus niet bij zondaars moest
eten. |
|
2 |
Houdt Jezus alleen van lieve kinderen? |
2 |
Om de verloren mensen te zoeken en te redden. |
|
3 |
Had Zacheüs fijne
vrienden? |
3 |
Goedmaken. |
|
4 |
Waren de Farizeeërs blij toen
Jezus het huis van Zacheüs binnenging? |
4 |
Nee, alleen dieven en bedriegers. |
|
5 |
Waaruit bleek dat Zacheüs
veranderd was? |
5 |
Nee, Jezus wil iedereen een nieuw hart geven. |
|
6 |
Voor wie haalde Zacheüs
de belastingen op? |
6 |
Een belastingambtenaar. |
|
7 |
Kon Zacheüs bij Jezus
komen? |
7 |
Nee, hij moest in een vijgenboom klimmen. |
|
8 |
Waarom is Jezus op de aarde gekomen? |
8 |
Echt geluk is als je vrede met God hebt. |
|
9 |
Wat moet je doen als je mensen pijn hebt gedaan? |
9 |
Hij gaf zijn geld terug aan de mensen die hij
bestolen had. |
|
10 |
Word je gelukkig van veel geld verdienen op een
gemene manier? |
10 |
Voor de vijand, de Romeinen |
Happy Henri Zie
www.bijbelverhalen.nl in de rubriek MATERIAAL/boekjes