|
tekst |
|
|
Gen 4:7 Als je niet goed doet, ligt de zonde als een
belager aan de deur, wiens begeerte naar jou uitgaat, maar over wie jij moet
heersen. |
|
|
Lucas 6:31 Wat jij niet wilt dat jou geschiedt, doet dat ook bij de
ander niet! |
|
Exodus 23:2
Laat je er niet door de meerderheid toe overhalen iets
onrechtvaardigs te doen. |
|
|
1 Sam. 16:7 De mens ziet aan wat voor ogen is, maar God ziet het hart
aan. |
|
|
1 Tess. 5:18 Dankt onder alles, want dat is de wil Gods in Christus
Jezus voor jou. |
|
|
Gij zult niet aan waarzeggerij of toverij doen. Lev. 19:
26 |
|
|
Psalm 90:12 Leer ons zo onze dagen tellen, dat wij een
wijs hart bekomen. |
|
|
Psalm 14:1 De dwaas zegt in zijn hart: er is geen God. |
|
|
Ps. 101:7 In mijn huis zal geen bedrieger wonen |
|
|
Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag
jullie Heer komt. Mat. 24:42 |
|
|
|
|