Ganzenbordspel over Kerst

Men doet slechts één opdracht per keer.

Nodig:pionnen, blinddoek, pinda’s, lucifers, vel papier, snoepjes, ballonnen.

 

1. Bij de zondeval werd de Heer Jezus’ komst al voorspeld. Stel je pion op.

3. Van welke boom hadden Adam en Eva gegeten? (antw.: Boom van Kennis van Goed en kwaad)

Ze hadden moeten luisteren naar Gods stem.

Doe een blinddoek voor en luister naar de stemmen van drie kinderen uit je groep, die je naam noemen. Zeg wie het zijn.

7. Sara noemde haar zoon Isaak? Wat betekent die naam? (lachen)

Kun je op vijf manieren (met geluid) lachen: als een oude man, als een pubermeisje, als een paard, als een gemene pestkop, als een baby? Je mag geholpen worden. 

10. Ruth was een voormoeder van Jezus. Ze was een buitenlandse vrouw. Boaz werd haar verlosser. Wie wil er jouw Verlosser zijn? Ga zoveel plaatsen vooruit als er letters in die naam zijn.

13. God beloofde aan David, dat een van zijn nakomelingen voor altijd op de troon zou zitten. Werd daarmee bedoeld: Salomo, Jezus of Rehabeam? (antw. Jezus)

Jezus naam werd niet genoemd, dat gebeurde pas bij Maria. Daarom moet je met de hele groep met pinda’s de naam Jezus maken.

16. Jesaja voorspelde de komst van de Messias. Hij noemde hem niet Jezus, maar…. (antw.: Immanuel) Dat betekent God met ons.

Doe een wedstrijdje met het kind dat recht tegenover je zit. Wie vindt het eerst de tekst Jes. 7:14b in de bijbel. Als jij wint ga je drie plaatsen verder. Als jij verliest gaat je buurman drie plaatsen vooruit.

20 De oude priester Zacharias zag een engel, toen hij dienst deed in de tempel.

Zacharias werd stom. Probeer het volgende liedje uit te beelden, de groep moet raden. (Uiteraard niet hardop zeggen, maar laten lezen) JEZUS IS DE GOEDE HERDER, JEZUS HIJ IS OVERAL. Ga twee plaatsen achteruit als ze het niet raden.

23. Johannes de Doper, de voorloper, was familie van Jezus. Wat was hij van Hem? Een oom, een grootvader, of een neef? (antw. Neef) Teken een sprinkhaan.

26. Hoe heette de moeder van Jezus? (antw. Maria)

En wie was de Vader? (antw. God.)

Maak met lucifershoutjes de naam Vader op tafel.

30. Aan wie werd de blijde boodschap het eerst verteld? (antw. Herders)

Je mag nog eens gooien.

36. Herodes wilde het kindje doden. Je moet vluchten. Ga naar de plaats waar ook je linkerbuurman staat.

40. De wijzen uit het oosten volgden de ster. Scheur een ster uit een stuk papier

44. Jezus werd in een voederbak gelegd. Wat voor dierengeluiden hoorde de baby Jezus? (schaap,koe, ezel).

46. De herders gingen het overal vertellen. Fluister de volgende zin naar rechts door, (Leidster: niet zeggen, maar laten lezen)  JEZUS WERD GEBOREN IN EEN STAL! Ieder kind fluistert het in het oor van de linkerbuurman. Als je linkerbuurman de goede zin zegt mag je door naar 51.  

49. Beloofd is beloofd. God houdt zich aan zijn woord. Blaas een ballon op tot hij klapt. 

50. Mozes ziet het Beloofde land. Jozua volgt hem op. Jij hebt gewonnen.

 

Reserve opdrachten:

 

Reserveverhaaltje:

Ik heb iets in mijn hand (een pinda), dat heeft nog nooit iemand gezien. Geloof je mij?

En als je het zo meteen gezien hebt, zal daarna niemand het ooit weer terugzien.

Wie gelooft het?

Wie gelooft het niet? Waarom niet?

(Je opent je hand. Pelt de pinda en eet hem op. )

Zo was het ook met Jezus. Hij was nog verborgen, toen werd Hij openbaar en later ging Hij naar de hemel en zag niemand hem meer.