Programma (maart/april):  Hiep hiep hoera voor het leven (Pasen)

 

datum

onderwerp

Bijbel

tekst

thema

verwerking

6/3

1.Lazarus opgewekt

NT26

Joh.11:1-54

Maar Jezus zei: Ik ben de opstanding en het leven. Wie in mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft en ieder die leeft en in mij gelooft zal nooit sterven. Geloof je dat? Joh. 11:25

Door Jezus wordt het hart van God zichtbaar: JEZUS WEENDE. (de kortste tekst uit de bijbel)

quiz

13/3

2. Het verraad van Judas en de gevangenneming

Mat.25:26:6-25 en Mat.26:47-51

Jezus zei tegen hen: De Mensenzoon zal uitgeleverd worden aan de mensen. Die zullen hem doden, maar op de derde dag zal hij uit de dood worden opgewekt.

Mat. 17:22,23

Jezus wist van te voren dat hij  gedood zou worden.

Hij liet het toe.

opdrachtspel

20/3

25/3 Goede Vrijdag

3. Het sterven van Jezus

NT29

Mat. 27

De Vader heeft mij lief, omdat ik mijn leven geef, om het ook weer terug te nemen. Niemand neemt mijn leven, ik geef het zelf. Ik ben vrij om het te geven en om het weer terug te nemen, dat is de opdracht die ik van mijn vader heb gekregen. Joh.10:18

Het belangrijkste is: HET IS VOLBRACHT!

 Zuurdesem zoeken

voeldoos

27/3

Pasen

4. De opstanding

 

Joh.20:1-23

Ik verzeker u: als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht.

 

Joh. 12:24

Jezus is het brood des levens, dat wil zeggen, de voeding voor het leven, de oorsprong en de onderhouder!!! 

Er is een videoband over het paasverhaal: serie Verhalen uit de Bijbel (Hanna Barberaserie)

Als er dingen instaan die niet helemaal kloppen kun je ze leren goed opmerkzaam te zijn door er vragen over stellen.

OK07 Paasfeest

3/4

 

5. De Emmausgangers

Lucas 24:13-36

Christus is voor onze zonden gestorven, zoals in de Schriften staat en hij is begraven en op de derde dag opgewekt, zoals in de Schriften staat… Kor.15:3,4

Je kunt erg lang in de kerk gezeten hebben, in een gelovig gezin opgevoed zijn, de kinderbijbel hebben gelezen, maar ineens zie je Hem, de levende!

Mysteryguest

of toneelstukje zoek op de site les 11 van de Cursus nr. 3 Clowntje vergeeft grote schuld

10/4

6. Thomas NT30

 

Joh. 20 :24-31

Wie  in de Zoon gelooft heeft eeuwig leven, wie de Zoon niet wil gehoorzamen zal het leven niet kennen, integendeel Gods toorn blijft op hem rusten. Joh. 3:36

Jezus helpt je als je zegt: Ik geloof, Here, kom mijn ongeloof te hulp.

Twijfelen mag als je wel wil geloven.

Spel: Herken je mij?

Mosterdzaadjes planten

17/4

7. Petrus in ere hersteld

NT11 en 12

Johannes 21 :1-25

1 Joh. 5:11 God heeft ons eeuwig leven geschonken en dat leven is in zijn Zoon. Wie de Zoon heeft heeft het leven. Wie de Zoon van God niet heeft heeft het leven niet.

Hoe moet ik leven? Uit vergeving en met een nieuwe opdracht

Toneelstukje: De zak met zonden, zie hieronder

quiz

24/4

8. Vrij verhaal VV140 Opperhoofd

of Nappie VV048

of Peter en Jesse VV076

 

Ik zal niet sterven, maar leven en ik zal de daden van de Heer verhalen. Psalm 118:17

Je hebt een heel groot geschenk gekregen: HET EEUWIGE LEVEN.

dekenspel

meivakantie

 

 

 

 

 

 

Les 1 Introductie

 

1. Lezen Psalm 103:1-14 (5 minuten)

Laat ze eens tellen hoe vaak er ‘hij’ staat. Die ‘hij’ is God. Wat  staat er dan van God?  Hij vergeeft alle schuld, enz.

n.b. In de NBG staat soms ‘die’ in plaats van ‘hij’.

 

2. Een paar goedgekozen liederen zingen.

Zoek ze zelf uit, maar laat wel ruimte voor een verzoeknummer. Als je altijd vraagt: Wat zullen we zingen, dan zeggen ze altijd hetzelfde (David met zijn slinger, bv.)

Je kunt wel zeggen: ‘Bedenk eens welk passend lied we na de vertelling kunnen gaan zingen. Straks vraag ik iemand van jullie daarnaar.’

 

3. Introductie, kringgesprek (5min.) (Voorzichtig omgaan met dit onderwerp)

Heb je wel eens een dood beest gezien? Wat is het verschil tussen een dode mier en een levende?

Waar denk je dat het leven vandaan komt? Kun je leven maken? Domme mensen zeggen wel eens: een kindje maken, maar ze kunnen nog geen oogje maken.

Jezus zei, dat Hij het  leven is.  Als dat niet waar is, dan is hij een ….. of een opschepper. Maar… als het waar is, dan is hij …!  

 

4. Leer de tekst: vijf minuten

Maar Jezus zei: Ik ben de opstanding en het leven. Wie in mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft  en ieder die leeft en in mij gelooft

zal nooit sterven. Geloof je dat? Joh. 11:25

 

5. Vertelling: Lazarus Joh. 11, 20 minuten

Het probleem met dit verhaal is, dat de kinderen al direct begrijpen hoe het afloopt. Jezus is immers almachtig.

Leg daarom de nadruk op:

*Jezus erbij roepen als iets fout gaat.

*Hij helpt op zijn tijd.

*En… hij huilt.

*Lazarus werd opgewekt als teken, dat Jezus het leven is, maar later is hij natuurlijk toch weer dood gegaan.

*Hierna gingen er heel veel mensen in Jezus geloven. Het werd het gesprek van de dag.

Let op: Jezus is niet een goochelaar, een tovenaar, die de mensen vermaakt met zijn kunstjes.

 

6. Reactie: 3 minuten

Laat hen samen dit gebed opzeggen:

Lieve Jezus, U bent de waarheid en het leven. Dankuwel, dat u de dood hebt overwonnen. We weten, dat u met ons mee lijdt en dat u ons troost.

Wilt u ons inspireren om ook met anderen mee te lijden die pijn hebben of verdriet. Dankuwel, dat u eens alle tranen van de ogen zal afwissen. Amen

Zing het lied dat iemand hierbij uitkoos.

 

8. Opdracht: Tien minuten

Nodig: grote vellen papier. (Een vel voor vier kinderen) Tijdschriften met droevige plaatjes, of onderstaande plaatjes uitprinten. Viltstiften, lijm. De kinderen knippen de plaatjes uit en plakken die op de grote vellen. Ze tekenen er de vorm van een traan omheen. Het is net of het tranen regent. Bovenaan het vel schrijven ze met grote letters: ‘En Jezus weende…’ Onderaan schrijven ze: Stil maar, wacht maar, eens maakt Jezus alles nieuw!

*of: koop wat goedkoop katoen op de markt, maak er zakdoekjes van en laat de kinderen met viltstiften de zakdoekjes betekenen. (God zal alle tranen van de ogen afwissen) Ze kunnen zo’n zakdoekje aan een ziek persoon geven.

 

9. Spel: vijftien minuten

*doorfluisteren

De kinderen zitten in een kring. Je zegt een korte zin tegen nummer een en dat moeten ze doorfluisteren. Wat komt er uit? 

*of Quiz met drie sleutels.

Als ze het antwoord bij de eerste hint weten krijgen ze drie punten, bij twee hints krijgen ze twee punten en bij drie hints krijgen ze een punt.

Ze kunnen het in groepjes doen, of ieder voor zich.

 

Bijv. 1. Ik ben een discipel, ik was bij de opstanding van Lazarus, ik schreef  alles op in het bijbelboek. Johannes

2.Ik ben een vrouw, ik was een zuster van Lazarus, ik ging Jezus tegemoet. Marta

3.Ik was in het Overjordaanse, ik werd geroepen toen mijn vriend erg ziek was, ik liet het graf open maken. Jezus

4.Ik  was ernstig ziek, ik hoorde Jezus stem toen ik al dood was, ik kwam uit het graf met doeken om mij heen. Lazarus

5.Ik was erg pessimistisch, ik twijfelde vaak, Laten we maar met Jezus sterven, zei ik. Thomas

6.Ik was de hogepriester, ik hoorde wat er gebeurd was, ik zei het is beter dat Jezus sterft en niet het hele volk te gronde gaat. Kajafas.

7. Ik moest erg hard huilen, ik was een zus van Lazarus, ik viel voor Jezus voeten neer. Maria.

8. Ik ben een dorp, Lazarus en zijn zusters woonden er, ik lag vlakbij Jeruzalem. Bettanie.

9. Ik was een discipel, ik ging over de kas, ik verraadde Jezus. Judas.

10. Ik ben een rivier, Johannes de Doper doopte in mij, Jezus was er naar de overkant gegaan. De Jordaan.

 

9. Afsluiten: de kinderen geven iedereen een hand en wensen hem/haar: lang zul je leven!

 

Les 2 Het verraad van Judas en de gevangenneming

 

1.Lees uit de Bijbel: Mat. 26:6-17

Wie hadden er kritiek in dit verhaal op de vrouw? Wat hield die kritiek in?

Een van de twaalf kwam tot de conclusie, kreeg er toen genoeg van om bij Jezus te horen. Wie? Hij ging naar de overpriesters. Waarom denk je?

 

2. Kringgesprek, vijf minuten

Wat is een loser? Stel je voor dat de klas een spel gaat doen en er moeten twee partijen gekozen worden en jij ben de laatste die ze kiezen. Eigenlijk wil niemand je hebben bij hun groep. Hoe zou je je dan voelen? Ken je losers? Hou je van losers? Kan een loser een winnaar worden?

 

3.Zingen, 5 min

Doe eens extra je best om passende liedjes te vinden.

Bijv. Als ik mij herinner, wat Hij deed voor mij, dan keer ik nimmer meer terug.

 

4.Leer de tekst, vijf minuten

Jezus zei tegen hen: De Mensenzoon zal uitgeleverd worden aan de mensen. Die zullen hem doden, maar op de derde dag zal hij uit de dood worden opgewekt.

Mat. 17:22,23

 

5. Vertel, vijftien minuten

Het verhaal van het verraad van Judas en de overlevering van Jezus.

Jezus is geen loser. Hij laat het allemaal toe. Hij kon elk moment stoppen. Hij wist wat er ging gebeuren. Hij had het al veel keren voorspeld.

Judas is de loser. Hij koos de dood boven het leven, hoewel hij het leven wou kiezen boven de dood. De kern is: Niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt. Mat. 26:39

 

5.Reactie. 5 min.

Laat de kinderen terwijl het heel stil is, op een kaartje, dat onder hun stoel met  een pen klaarligt, een bedankje aan Jezus schrijven. Als het af is mogen ze het neerleggen bij een kruis wat je hebt neergezet op een tafel, bijv. gemaakt van een paar takken.

 

6. Er liggen vijf opdrachten klaar. 15 min.

1.       maak een beurs van een lapje, met een touwtje en nepgeld

2.       eet samen chipjes met een dipsausje, maar pas op, dat je niet met iemand anders samen de chip in het schaaltje doopt!

3.       maak van deze spulletjes(of klei) een haan en laat hem driemaal kraaien.

4.       snijd van deze aardappels een kop met twee oren.

5.       handjedrukken

 

 

Les 3 Het sterven van Jezus

 

1. Lezen: 3 min.

Mat. 27:1-11

 

2. Kringgesprek: 5 min. Of voeldoos. Dat is een schoenendoos met een gat in de zijkant, de kinderen halen er steeds een ding uit, bijv. grote spijker, zakdoek, geldstukje, enz. en vertellen wat ze hierover weten te vertellen over het paasverhaal.

Er zijn christelijke feestdagen, waarop we in Nederland allemaal vrij krijgen. Kerstfeest, Goede Vrijdag, Pasen, Pinksteren, hemelvaartsdag. Wat is jouw liefste christelijke feest? Waarom? Wat gedenken we dan? Doen jullie thuis iets er aan? Is Goede Vrijdag een feestdag? Hoe vier je die?

 

3. Tekst leren, 5 minuten

De Vader heeft mij lief, omdat ik mijn leven geef, om het ook weer terug te nemen. Niemand neemt mijn leven, ik geef het zelf. Ik ben vrij om het te geven en om het weer terug te nemen, dat is de opdracht die ik van mijn vader heb gekregen. Joh.10:18. Als bijgaande rebus.

 

4. Vertelling: 15 minuten

Mat. 27:11-Mat.28 of NT29

Het lijden van Jezus is zeer erg. Denk eraan, dat het nog maar kinderen zijn. Ze zien best veel op de tv, maar omdat dit echt is komt het zwaar aan. Je zou vanuit een soldaat alles kunnen vertellen. Die is ‘zo dom’ dat hij niets van Jezus snapt. Dan kun je eindigen met dat de soldaat het onbegrijpelijk vond dat Jezus, die toch koning was, niet probeerde zichzelf te bevrijden.  Wat je dan krijgt is, dat de kinderen begrijpend knikken. Zij weten wat de soldaat niet weet. Het is voor onze zonden, dat dit alles gebeurde.

De soldaat blijft met de vraag zitten: Wat is er dan volbracht?

 

5. Reactie, 5 min.

Zeg: Zoek een fijn plekje in deze zaal samen of alleen en richt je op God. Luister naar dit lied over het Lam van God. Als het lied uit is dank je Hem voor wat Hij voor je deed.

Eindig in de kring met een lied of laten de kinderen jouw gebed nabidden.

 

6. Activiteit naar keuze: 10 min.

*Het enige dat bij dit verhaal past is eigenlijk avondmaalvieren, als er in jouw kerk geen bezwaar is tegen kinderen aan het avondmaal.

 

*Jezus maakte een brug tussen God en ons. 15 min.

Laat hen dat schilderen op grote vellen. Een ravijn, aan de ene kant is het donker. Er staan mensen. Aan de andere kant is het licht, daar schijnt de zon, daar is het mooi. Het kruis komt als brug over het ravijn te liggen. Eronder schrijven ze: Het is volbracht.

 

*Zuurdesem zoeken

Meenemen: kaars, vergrootglas.

Van te voren heb je een bepaald aantal briefjes verstopt in de ruimte, waarop allerlei zonden staan: bijv. liegen, stelen, enz.

Je vraagt: weet je waar de grote schoonmaak vandaan komt?

Voor het paasfeest moesten ze alles waar gist (zuurdesem) in zat (dat betekent bederf) wegdoen en de kinderen gingen dan het hele huis afzoeken om te kijken of er nog iets lag met een kaars en een vergrootglas. Als het huis helemaal schoon was gingen ze het paasfeest vieren. Zullen wij deze zaal ook eens afzoeken? Wie weet vinden we nog wel kleine of grote zonden. Dan kunnen we die weggooien, zodat we feest kunnen vieren met Jezus.

Als alle briefjes gevonden zijn eten ze matzes met boter en suiker.

 (Het verbranden van de chamets)

 

 

Les 4 De opstanding

 

1. Lezen: Mat. 27:62-66 5 min.

 

2. Pasen is een feest, dus veel zingen. 10 min.

 

3. Tekst leren: Vijf minuten Joh. 12:24

Ik verzeker u: als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht.

 

4. Zet een parcoursje op tafel klaar met dominostenen, 2 min.

Maak het moment spannend, dat de eerste steen om zal vallen.

Jezus was de eersteling uit de doden. Wij volgen.

Als we met hem gestorven en begraven zijn, zullen we ook met hem opstaan uit de dood.

 

6. Een kind leest voor OK07 Opa Krentenbol: Paasfeest. 5 min.

 Even vragen beantwoorden

 

7. Vertelling, vijftien min, of videoband Paasfeest 30 min.

Joh. 20:1-23

 

8. Reactie: 5 min.

Een paaslied zingen en danken.

 

9. Spel. 15 min.

Voorbereiding: Leg een parcours neer op de grond van voetstappen, die van de deur in de rondte lopen naar de deur.

Het gaat erover wat de discipelen allemaal met Jezus meemaakten.

Op bepaalde plaatsen staan mensen die iets voorstellen:

1.       een bruid en bruidegom met een glas wijn. (Bruiloft in Kana)

2.       een paar mensen staan te blazen (storm op het meer, je hoeft niet bang te zijn.)

3.       5 broden en 2 vissen

4.       Bartimeüs

5.       rijke jongeling met laptop, petje, gsm.

6.       iemand vertelt een gelijkenis

7.       kruis

8.       windsels en Maria

9.       zendingsbevel hierbij zingen ze: Vertel het aan de mensen van E & R.

10.    De kinderen worden gezegend.

Een van de leidsters spreekt alles aan elkaar.

 

Les 5. De Emmausgangers

 

1.Lezen:

Lucas 24:36-41

 

2.Kringgesprek: 10 min.

Stel, dat iemand jou zou vertellen dat hij een miljoen had gewonnen zou je het dan geloven?

En als iemand zou zeggen: mijn broer was dood en hij is weer levend geworden?

Waarom het een wel en het ander niet?

 

3. Vijf vragen om terug te vragen wat we geleerd hebben. 5 min.

1.       Hoeveel geld had Judas gekregen om Jezus te verraden?

2.       Hoe heeft hij hem verraden?

3.       Wie hadden Jezus het eerst gezien?

4.       Wie stonden er voor het graf op wacht?

5.       Wat vond Petrus in het graf?

 

4. Tekst leren: 5 min.

Christus is voor onze zonden gestorven, zoals in de Schriften staat en hij is begraven en op de derde dag opgewekt, zoals in de Schriften staat… Kor.15:3,4

 

5. Vertellen 15 min.

Lucas 24:13-36

Leg de nadruk op: volgens de schriften. Alles was voorspeld. Vs. 32 toen Hij ons de schriften opende… (uitlegde)

 

6. Reactie: 5 min.

Geef hen een envelop met een mooie kaart erin. Aan de achterkant staat het volgende gebedje, dat ze samen hardop bidden:

Lieve Heer, dankuwel voor de Bijbel,

waarin alles staat wat we nodig hebben om door dit leven te gaan.

Danku voor de mensen die hem hebben geschreven

Danku voor de mensen die hem vertaald hebben.

Danku dat hij in Nederland vrij te koop is.

Wilt u met de mensen zijn die worden vervolgd omdat ze een bijbel hebben.

Wilt u ook onze ogen openen zodat we de bijbel zullen begrijpen.

Uw woord is de waarheid. Amen.

 

7. Activiteit 15 min.

Mysterieguest

Er komt iemand binnen, met een doek over zich heen. Hij/zij wordt op een stoel gezet. Als ze een vraag hebben mogen de kinderen hun hand opsteken. De leidster wijst dan een vrager aan. De gast mag alleen ja of nee zeggen.

Wie weet het eerst wie het is? (beloning) Hierna kan men evt. de persoon interviewen over zijn werk of taak in de gemeente.

Misschien moet je twee gasten hebben.

 

Of: een bijbels persoon voorstellen.

Je kunt een van de kinderen iemand uit de bijbel laten voorstellen. Maak van tevoren een lijstje personen.

Men speelt met twee groepen. Onderling overleg is gewenst.

Een aangewezen vragensteller gaat door tot het antwoord nee is. Bijv. Is je moeder wel eens erg ziek geweest? Antw. Ja. Ben je een visser? Antw. Ja….

Overleg met de groep, antwoord: Petrus. Punt voor de groep. Nu is de andere groep aan de beurt.

 

Les 6. Thomas, Dydymus, tweeling

 

Men beweert, dat Thomas tot het uiterste is gegaan om het evangelie te verbreiden. Via wat nu Pakistan is, en waar hij een koning bekeerd zou hebben, kwam hij in Zuid-India. Uiteindelijk is hij als martelaar gestorven in de buurt van Madras, gedood door een speer. Men spreekt nog over Thomaschristenen, een katholieke groep christenen. Zijn belijdenis is erg kort en persoonlijk: Mijn Here en mijn God!

 

 

1.Lezen: psalm 34

 

2. Kringgesprek. 5 min.

Stel dat iemand je vertelt dat hij een miljoen heeft gewonnen, geloof je hem dan?

En als iemand vertelt dat zijn broer dood was gegaan en weer levend is geworden?

Waarom het een wel en het ander niet?

 

3. Tekst leren: vijf minuten

Wie  in de Zoon gelooft -heeft eeuwig leven, -wie de Zoon niet wil gehoorzamen- zal het leven niet kennen, -integendeel- Gods toorn blijft op hem rusten.-

Joh. 3:36

Geef ze elk de 7 stukken van deze tekst door elkaar (bijv. in een envelop)en laat ze hem goed leggen op de tafel voor zich. Dan moeten ze telkens een stuk omdraaien en toch de hele tekst opzeggen. Als alleen de tekstverwijzing er nog ligt kennen ze hem wel.

 

4. Vertellen: 15 minuten, NT30

Joh. 20 :24-31.

Jezus helpt je als je zegt: Ik geloof, Here, kom mijn ongeloof te hulp.

Twijfelen mag. Thomas is een belangrijke verkondiger van het evangelie geworden. Hij is ook gedood voor zijn geloof.

 

5.Reactie: vijf minuten

Probeer aan mosterdzaad te komen. Anders kun je ander zaad nemen. Misschien kun je een paar weken tevoren thuis een zaadje planten en kijken wat eruit groeit.

Geef ze allemaal een paar zaadjes en een potje aarde. Samen vragen:

Heer, mijn geloof is nog niet sterk, maar ik vraag u om het te laten groeien. Amen.

 

6. Activiteit, 15 min.

Herken je mij?

Ik ben een jongen/meisje

Ik houd van… (sport)

Ik teken/computer/lees graag.

Mijn lievelingskleur is…

Ik heb … zusjes en broertjes

Mijn vader/moeder heet….

Later wil ik …. worden.

 

Laat alle kinderen zo’n blaadje voor zichzelf invullen, zonder aan een ander te laten zien. Verzamel ze in een mandje.

Lees een blaadje voor. Van wie is het? 

 

Les 7. Petrus in ere hersteld

 

1. Lezen: Psalm 32: 5-7

 

2. Tekst leren: 5 min.

. 1 Joh 5:11 God heeft ons eeuwig leven geschonken en dat leven is in zijn Zoon. Wie de Zoon heeft heeft het leven. Wie de Zoon van God niet heeft heeft het leven niet.

 

3. Kringgesprek 5 min. Of toneelstukje: De zak met zonden, zie hieronder.

Schrijf eens op een briefje waar je wel eens spijt van gehad hebt.  Lees eens voor.

Houd de Heer Jezus ook van je als je fout geweest bent?

Stel je voor dat je hebt gestolen, ben je dan geen kind van God meer?

 

4. Verhaal vertellen.15 min. NT11 en 12

Johannes 21 :1-25

Hoe moet ik leven? Uit vergeving en met een nieuwe opdracht.

 

5. Reactie, 5 min.

We luisteren even naar een zachtgespeeld liedje. Daarna zegt de leidster: Terwijl iedereen de ogen gesloten houdt mag je je vinger opsteken als je ergens spijt van hebt. De Heer Jezus wil het je allemaal vergeven. Je hoeft er niet meer aan te denken. Hij gooit je zonden in het diepst van de zee. Bid daarna samen het Onze Vader.

 

6. Activiteit 15 min.

Van te voren 30 lucifersdoosjes beplakken met watten, zodat ze op schapen lijken.

Maak twee groepen. Om de beurt moeten ze een vraag beantwoorden over het leven van Petrus.

Is het antwoord goed, dan krijgen ze een schaapje.

Welke groep heeft de grootste kudde?

 

1.       Wat was Petrus voor zijn beroep?

2.       Wat gebeurde er met zijn schoonmoeder?

3.       Wat gebeurde er bij de storm op het meer?

4.       Wat wilde Petrus neerzetten voor Mozes en Elia tijdens de verheerlijking op de berg?

5.       Wat gebeurde er met het dochtertje van Jairus?

6.       Wat zei Petrus tegen het dienstmeisje toen Jezus was gevangengenomen?

7.       Waarop heeft Petrus gelopen?

8.       Waarop reed Jezus Jeruzalem binnen?

9.       Wat vond Petrus toen hij bij Jezus graf kwam?

10.    Wat gebeurde er bij de bruiloft te Kana?

11.    Wat deed Jezus met Bartimeüs?

12.    Waarin klom Zacheüs?

13.    Wat voor agressiefs deed Petrus toen de soldaten Jezus wilden gevangennemen?

14.    Hoe vaak heeft Petrus Jezus verloochend?

15.    Noem een van de zussen van Lazarus.

16.    Hoe heette de moeder van Jezus?

17.    Wat was Petrus andere naam?

18.    Waar is Petrus gestorven?

19.    Wat deed Jezus met de handelaars in de tempel?

20.    Wie werd er onthoofd door Herodes?

21.    Wat deden ze met Jezus kleed toen hij werd gekruisigd?

22.    Wat riep Jezus aan het kruis?

23.    In welke rivier werd Jezus gedoopt?

24.    Waarmee voedde Jezus vijfduizend mensen?

25.    Welk gebed leerde Jezus zijn discipelen?

26.    Hoeveel kruisen stonden er op Golgotha?

27.    Wat scheurde er doormidden toen Jezus stierf?

28.    Wie wilde niet geloven dat Jezus was opgestaan?

29.    Wat was Zacheüs voor zijn beroep?

30.    Wie waste zijn handen in onschuld?

 

*Of paasbingo

 

Les 8. Vrij verhaal Opperhoofd VV140

 

1. Lees: Rom 8:31-39

 

2. Kringgesprek: 5 min.

Wat is het verschil tussen blij zijn en dankbaar zijn?

Hoe kun je iemand laten merken dat je dankbaar bent?

Een kaart, een cadeautje, een glimlach?

 

3. Tekst  5 min.

Ik zal niet sterven, maar leven en ik zal de daden van de Heer verhalen. Psalm 118:17

 

4. Activiteit 5 min.

We gaan een verhaal vertellen over Indianen, zij hebben allemaal een bijzonder naam: bijv. sterke bizon. Ga allemaal even een naam voor jezelf bedenken en schrijf dat op een kaartje dat je opspeldt.

 

5. Vertelling 10 min.

Het Opperhoofd is dankbaar.

Het is leuk als je de kinderen als Indianen verkleed en hen zo het verhaal laat meebeleven.

Misschien kun je wat tenten opzetten. Een vredespijp? Schminken? Gekleurde deken? Tomahawk? Het opperhoofd heet chief.

Je hebt een heel groot geschenk gekregen: HET EEUWIGE LEVEN. Zou je dan ook niet dankbaar zijn?

 

6.Verwerking: 15 min.

Interessant:(www.de toverkist.nl)

De waarde van bezittingen wordt gemeten in hoeveelheden dekens. Om te laten zien wie er het rijkste is, gaan stamhoofden met elkaar in competitie. Een dorpshoofd verbrandt dekens, kano's, voedsel of breekt een koperen plaat in stukken. Zo laat hij zijn minachting voor bezit zien. Als zijn rivaal niet in staat is een vergelijkbare hoeveelheid te vernietigen, verliest hij zijn status. Om aan dekens te komen, kan iemand die arm is zijn naam verpanden. In ruil voor zijn naam krijgt hij dertig dekens. Om zijn naam terug te krijgen moet hij honderd dekens terug betalen.

 

Indianenspel:

Kinderen kiezen een groep met een chief.

Iedereen krijgt van de leidster 10 kaartjes waarop een deken getekend staat. Elk kind krijgt een vraag. Als hij het antwoord niet weet moet hij het aantal dekens teruggeven aan de leidster, dat de dobbelsteen aangeeft. Als hij geen dekens meer heeft moet hij zijn naam verkopen. Daarvoor krijgt hij vijf dekens. Als iedereen 2 vragen heeft gehad geven ze al hun dekens op een na aan de chief.

Dan gaan de chiefs tegen elkaar strijden.

Een chief zegt: Ik ben zo rijk. Ik kan vier dekens in het vuur gooien.

Dat kunnen wij ook, zeggen de anderen. Iedereen gooit vier dekens in het vuur.

Misschien is er een ander die zegt: Ik kan er nog best twee in het vuur gooien, dan ben ik nog stinkend rijk.

De anderen zeggen: Wij ook, of IK PAS.

Wie past is af.

Dan wordt er geteld wie de meeste dekens overheeft. Die is de winnaar!

 

*Indianen kunnen heel goed spoorzoeken. Laat ze een voetafdruk maken met verf op papier. Ik volg Jezus, naam erbij.

Je kunt een kleine speurtocht buiten maken.

 

*of Laat hen een indianendans bedenken in groepjes.

 

*of maak een stokpaardje.

 

Of Toneelstukje:

De zak met zonden.

 

Karakter: Iemand die ons allemaal voorstelt. Hij wordt IEDER­MAN genoemd.

Benodigdheden: Een grote zak met een touw dichtgebonden.

============================================================

IEDERMAN komt het toneel op, duidelijk blij, zonder zorgen, nonchalant. Hij doet alsof hij fluit, zwaait met zijn armen, huppelt.

 

Dan ziet hij de zak. Hij stopt, onderzoekt hem nauwkeurig zonder aan te raken. Hij is duidelijk onder de indruk.

 

Zijn houding verandert snel in geheimzinnig. Hij kijkt naar links en rechts. Voorzichtig en langzaam reikt hij naar de zak. Hij grijpt de zak snel en loopt vlug ermee weg. Hij lijkt geweldig trots op zichzelf, verrukt over wat hij in handen heeft.

Nog eens links en rechts kijken totdat hij ervan overtuigd is dat niemand het heeft gezien. Hij gaat zitten met de zak voor zich. Hij wil de zak opendoen, maar dan verliest zijn gezicht alle blijdschap.

Erg langzaam en schaapachtig kijkt hij naar boven, bang ook. Hij herinnerde zich plotseling dat God hem wel had gezien. Zijn ogen gaan een paar keer van de zak naar het plafond.

Zijn houding verandert weer. Hij streelt de zak en knuffelt hem. Hij kijkt opstandig en koppig naar boven.

Hij gaat staan en probeert de zak te verbergen achter zijn rug, maar dat gaat niet goed.

Plotseling heeft hij een idee. Hij reikt naar boven met één hand, maar de andere hand houdt de zak stijf vast. Iets gaat er echter goed fout. Hij kan God niet vinden. Hij doet zijn andere hand voor de ogen en graait in de lucht. Hij schudt zijn hoofd vol verdriet, want hij kan Hem niet vinden.

Tenslotte met slechts één vinger op de zak strekt hij zijn hele lichaam zover mogelijk ervan af. Hij kijkt weer omhoog, zoekend. Verdrietig, gefrustreerd veegt hij een traan van zijn ogen af.

Nog eenmaal kijkt hij naar de zak. Dan ineens besluitvol, trekt hij zijn hand van de zak af, kijkt omhoog en knikt met zijn hoofd: ja! Hij heeft besloten God te volgen.

Met zijn rug naar de zak gekeerd, reikt zijn hand naar de hemel. Hij glimlacht. Hij omhelst zichzelf en klikt zijn hielen tegen elkaar. Voor de eerste keer sinds hij de zak zag kijkt hij weer gelukkig. Zonder verder om te kijken naar de zak, loopt hij vrolijk erlangs en gaat van het toneel af.

 

Uit: Creative teaching methods door Marlene LeFever.