Programma (januari/februari):        Slaven worden vrij

 

datum

onderwerp

Bijbel

tekst

thema

verwerking

 

1.Introductie thema

Verhaal Jozef (OT18)

 

Verhaal is uit:

Gen.39

Lezen :

Gen. 39:3-6

Christus heeft ons bevrijd, opdat wij in vrijheid zouden leven; houd dus stand en laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen. Gal.5:1

 

We waren slaven van de zonde. Een slaaf kan niet doen wat hij zelf wil. Je kunt ook verslaafd zijn.

Pandverbeuren,

woordzoeker.

 

2.De Israëlieten zijn slaven in Egypte

Mozes geroepen

(OT. 23b)

Verhaal is uit:

Ex. 3

Lezen:

Ex. 1:8-15

2 Kron. 16:9

De Heer laat immers voortdurend zijn ogen over de aarde rondgaan en biedt iedereen hulp die hem met heel zijn hart is toegedaan.

 

Jezus ziet je en helpt je.

Ongelukstikkertje

Striptekenen,

toneelstukje

 

3.Uittocht uit de slavernij

Een lam betaalt de prijs

(OT 27)

Verhaal is uit:

Ex. 12.

Lezen:

Joh. 1: 29,30

1 Kor. 6:19, 20

Weet je niet dat je een tempel bent van de Heilige Geest? Je bent gekocht en betaald, dus bewijs God eer met je lichaam

Het lam van God betaalde de prijs, zodat jij vrij kunt zijn

Spel: de aap en de baby

Rap maken

 

4.Het volk moet leren vertrouwen

Manna en water

(OT28)

Verhaal staat in: Ex. 16

Lezen: Psalm 119:1-13

Ik ben het brood dat leven geeft, zei Jezus. Wie bij mij komt zal geen honger meer hebben en wie in mij gelooft zal geen dorst meer hebben. Joh. 6:35

Bij Jezus vind je alles, wat het leven fijn maakt, de bijbel, blijdschap en bescherming.

Raden wat je uitbeeldt

Elfjes maken

 

5. De Amalekieten verslagen door gebed

(OT31)

Verhaal is uit:

Ex. 17:8-16

Lezen: Ef 6:10-13

 

Mijn zoon, als zondaars proberen je in te palmen, geef er niet aan toe. Luister niet naar hen als ze je willen overhalen met hen mee te gaan.

Spreuken 1:10,11

Door gebed kun je het kwade overwinnen. Het is fijn als er mensen voor jou bidden als je wordt aangevallen.

Verhaaltje schrijven

Spel: Ik ga op reis en ik neem mee.

 

6.Het volk ontvangt regels

De Tien geboden

(OT31b)

Verhaal staat in: Ex 19,20

Lezen: Joh. 15: 9-18

Joh. 15:12

Mijn gebod is, dat jullie elkaar liefhebben, zoals ik jullie heb liefgehad.

Regels zijn er om veilig te zijn. Zoals je bloed binnen je bloedvaten moet blijven, moeten wij Gods handleiding voor het leven volgen.

Ganzenbordspel

Onderzetters maken

 

7.De twaalf verspieders

(OT31c)

 

Verhaal staat in: Num.13 en 14 tot vers 9

Lezen: Matt.6:25,26

Psalm 121

Ik sla mijn ogen op naar de bergen van waar komt mijn hulp? Mijn hulp komt van de Here, die hemel en aarde gemaakt heeft.

Grote problemen? Alles is mogelijk bij God

Hindernisbaan,

Darten,

proclamatie

 

8.Binnengaan in het Beloofde Land

(OT31d)

Verhaal staat in:

Jozua 1,3,4

Lezen: Deut.6:6

Psalm 86:11 Wijs mij uw weg, Heer en leer mij wandelen op het pad van uw waarheid.

In het Beloofde Land, blijf gedenken wat God voor je heeft gedaan.

lopend drama,

lucifersdoosje

  

Les 1 Introductie

We waren slaven van de zonde. Een slaaf kan niet doen wat hij zelf wil. Je kunt ook verslaafd zijn.

 

1. Lezen Genesis 39:3-6, (vijf minuten)

 

2. Introductie, (vijf minuten)

Deze week geen kringgesprek, maar introductie van de voorplaat.

De volgende acht weken gaan we samen praten over Slaven worden vrij.

We luisteren naar oude verhalen in de bijbel.

Een heel volk werd in de slavernij gebracht, maar God haalde hen er uit en maakte het tot zijn eigen volk.

Ook in onze tijd kunnen kinderen slaven worden van allerlei dingen, van sigaretten, drank, en drugs, of van chatten of computerspelletjes.

Deze lessen zijn ervoor om te zien hoe Jezus je helpt vrij te worden of te blijven.

Kom dus elke week, anders mis je een belangrijke les voor een gelukkig leven. 

Doe een rondje met de vraag: Heb je wel eens van slaven gehoord? Of van kindslaven?

Wanneer ben je eigenlijk een slaaf? Wat kan die baas allemaal met je doen? (hard laten werken, je een naam geven, verbieden te trouwen, je kind verkopen, slaan, in een vies hok laten slapen of geen dokter erbij halen als je ziek bent.) 

 

3. Zingen (vijf minuten)

 

4. Vertellen (0ngeveer 15 minuten)

OT18 Jozef is slaaf

Genesis 39

 

 5. Eerbied ( 5 min.)

Vader, dankuwel dat we in een vrij land leven. Dankuwel, dat we mogen geloven wat we zelf willen. Ook dat we goede wetten hebben.

Wilt u ons helpen om goede keuzes te maken, zodat we nergens aan verslaafd raken, niet aan sigaretten of drank en zeker niet aan drugs of andere dingen.

Wij bidden u voor kinderen in arme landen, die elke dag van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat moeten werken voor een paar centen.

Wij houden veel van U, Jezus, omdat u ons vrijgemaakt hebt van de zonde. Amen

 

6. Opdracht: (Tien minuten)

Hier heb je de universele rechten van de mens. Ga even in groepjes van vier zoeken welke artikelen over slavernij gaan. (Zo goed als allemaal).

 

UNIVERSELE VERKLARING VAN DE RECHTEN VAN DE MENS


Artikel 1
Alle mensen worden vrij geboren en moeten op dezelfde manier worden behandeld.

Artikel 2
Iedereen heeft recht op ŕlle rechten ongeacht of je jongen of meisje, man of vrouw bent, welke huidkleur je hebt, welke godsdienst je hebt of welke taal je spreekt.

 Artikel 3
Je hebt recht op leven en recht op leven in vrijheid en veiligheid.

Artikel 4
Slavernij is verboden.

Artikel 5
Je mag niemand martelen.

Artikel 6
Je hebt recht op dezelfde bescherming als iedereen.

Artikel 7
De wet moet voor iedereen hetzelfde zijn; iedereen moet volgens de wet op dezelfde manier behandeld worden.

Artikel 8
Je hebt recht om hulp van een rechter te vragen, als je vindt dat je volgens de wetten van je land niet goed wordt behandeld.

Artikel 9
Niemand heeft recht je zonder goede reden gevangen te zetten of je het land uit te sturen.

Artikel 10
Als je terecht moet staan, moet dat in het openbaar gebeuren. De mensen die je berechten, mogen zich niet door anderen laten beďnvloeden.

Artikel 11
Je bent onschuldig totdat je schuld bewezen is; je hebt het recht je te verdedigen tegen beschuldigingen.

Artikel 12
Je hebt recht op bescherming als iemand je lastig valt, je brieven opent of kwaad van je spreekt.

Artikel 13
Je hebt het recht om te gaan en staan waar je wilt, in eigen land en in het buitenland.

Artikel 14
Als je slachtoffer wordt van mensenrechtenschendingen heb je het recht om naar een ander land te gaan en dat land te vragen jou te beschermen.

Artikel 15
Je hebt het recht een eigen naam en nationaliteit te hebben, d.w.z. tot een land te behoren.

Artikel 16
Je hebt het recht te trouwen en een gezin te stichten.

Artikel 17
Je hebt het recht om dingen te bezitten en niemand mag die bezittingen zonder goede reden afpakken.

Artikel 18
Je hebt het recht om je eigen godsdienst te kiezen en daarvoor uit te komen.

Artikel 19
Je hebt het recht te denken en te zeggen wat je wilt.

Artikel 20
Je hebt het recht om te vergaderen als je dat wilt. Niemand kan je dwingen om bij een groep te horen.

Artikel 21
Je hebt het recht om deel te nemen aan de politiek van je land, door zelf politicus te worden of om via eerlijke verkiezingen op anderen te stemmen.

Artikel 22
Je hebt het recht om jezelf te ontwikkelen en te profiteren van de gunstige omstandigheden (werk, cultuur, sociale zorg) in je land.

Artikel 23
Je hebt recht op werk in het beroep dat je zelf kiest; je hebt ook recht op loon voor het werk dat je doet. Mannen en vrouwen moeten voor hetzelfde werk evenveel betaald krijgen.

Artikel 24
Je hebt recht op vrije tijd en vakantie.

Artikel 25
Je hebt recht op alles wat nodig is om ervoor te zorgen dat je niet ziek wordt, geen honger of dorst hebt en een dak boven je hoofd hebt; als je ziek of oud bent, moet je worden geholpen.

Artikel 26
Je hebt het recht om naar school te gaan.

Artikel 27
Je hebt het recht om te genieten van wat kunst en wetenschap voortbrengen. Als kunstenaar, schrijver of wetenschapper heb je recht op bescherming.

Artikel 28
De autoriteiten in je land moeten ervoor zorgen dat er een 'orde' is die al deze rechten beschermt.

Artikel 29
Je hebt ook plichten tegenover de mensen om je heen, zodat ook hun mensenrechten kunnen worden beschermd. De wetten in je land mogen niet ingaan tegen deze mensenrechten.

Artikel 30
Geen enkel land en geen enkel mens mag proberen om de rechten te vernietigen, waar je zojuist over gelezen hebt.

Vertaling: Harry de Ridder

 

6a.Keuze opdrachten

Video: vijf minuten

*Even kijken naar een stukje uit de film Ben Hur

(Laat hen het stukje zien, dat Jezus Ben Hur te drinken geeft.).

of:

*bekijk en bespreek samen een marionetpop, die heeft geen eigen wil, maar doet wat de ander hem wil laten doen.

*Of speel het volgende toneelstukje met hen.

Er komt een koopman op de markt. Hij verkoopt alcohol, flesjes bier en pilletjes. Hij beveelt het van harte aan. Hiermee vergeet je al je zorgen en ga je weer lachen. Wie wil het kopen? Een uit de groep neemt het, maar de koopman bindt meteen een touwtje om de pols van die persoon. Het andere eind houdt hij zelf vast. 

Tenslotte heeft hij veel touwtjes in handen en als hij dat wil laat hij de mensen springen, of hij sleurt ze over de straat. Ze zijn zijn slaaf geworden.  Dan komt er iemand die over God vertelt met een bijbel. Hij knipt de draadjes door als de mensen hem vragen. De koopman loopt woedend weg.

*Of: Prepareer thuis een evangelie, zo’n Johannes- of Lukasevangelie. Snijd voorzichtig een gleufje in de rug. Plak een scheermesje vast op de laatste bladzijde, zo dat een scherpe kant een klein beetje door de rug steekt (Zeer voorzichtig zijn met het boekje) Neem ook een klosje garen mee.

Op de zondagsschool zeg je: Wie wil mij helpen? Terwijl je met het garen draadje om twee polsen gaat, vertel je, dat er wel eens een kind was, dat gestolen had, maar toen het vergeving had gevraagd was het voorgoed over. Vraag : Kun je nu nog loskomen? Ja, heel gemakkelijk, het garen draadje kun je makkelijk breken.

Dan vertel je verder: Haar vriendinnetje echter was dom, want ze bleef stelen. (ondertussen wind je het garen telkens weer om de pols van het kind) Ze werd een dievegge en dacht als een dief. Ze werd stiekem en zocht overal iets te stelen. Ze kon het niet meer laten. Vraag: Kun je nu nog loskomen? Nee.

Gelukkig kwam er iemand die haar van Jezus vertelde, die ons vrijmaakt van de zonde. Ze accepteerde Jezus in haar hart en werd een ander mens. ( Met de rug van het evangelie snijd je dan heel voorzichtig de garen draden los.)

 

7. Tekst: (Ong. vijf minuten)

Christus heeft ons bevrijd, opdat wij in vrijheid zouden leven; houd dus stand en laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen. Gal.5:

 Bijv. Christus heeft ons bevrijd STAANDE

Opdat wij in vrijheid zouden leven OP DE HURKEN

Houd dus stand STAANDE

En laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen ZITTEND

Galaten 5:1 STAANDE

 

8.Spel: (Ong.vijftien minuten)

*Pandverbeuren

Nodig: een pand van elk kind, een doek, een gesloten doosje met opdrachten.

Leg de naam uit. (Je raakt iets kwijt, een onderpand en je moet het terugkopen door er iets voor te doen)

Alle kinderen leggen een pand onder een doek.

De leider pakt een pand en zegt: PAND, PAND, VAN WIE IS DIT PAND?

De EIGENAAR zegt: VAN MIJ, MENEER.

De leider zegt: IK BEN GEEN HEER, IK BEN EEN MAN, DIE ALLES DOEN EN LATEN KAN. WAT MOET DEGENE DOEN VAN WIE DIT PAND IS?

Een ander kind mag schudden met de doos en een briefje trekken waarop een opdracht staat. Als de opdracht volbracht is krijgt het eerste kind het pand terug.

Ga zo de kring rond totdat alle panden weer terug zijn.

(Men kan ook met groepjes werken. Een pand per groep, een opdracht voor de groep.)

 

Dit zijn opdrachten:

Een liedje zingen

Van tien tot nul tellen.

Kopje duikelen.

Een vraag over het onderwerp beantwoorden.

Met je tong het puntje van je neus proberen aan te raken.

Scheel kijken.

Galaten 5:1 opzoeken in de Bijbel

Handen wassen, enz.

 

* woordzoeker maken 

 

9. Quiz:

Welk vraag-nummer hoort bij welk antwoord-nummer ?

 

 

Vragen

 

Antwoorden

1

Wie hebben Jozef verkocht als slaaf?

1

Een slaaf

2

Wie had Jozef gekocht?

2

zonde

3

Wat merkte Potifar aan Jozef?

3

Dat God hem zegende

4

Wie wilde Jozef verleiden?

4

Zijn broers

5

Waar werd Jozef voor straf ingegooid

5

De vrouw van Potifar

6

Hoe heet iemand die niet vrij is?

6

In de gevangenis

7

Hoe noem je het als je niet zonder drugs, alcohol of sigaretten kunt?

7

Potifar

8

Wie heeft ons werkelijk vrijgemaakt van de zonde?

8

verslaafd

9

Alle mensen zijn zonder Jezus, slaaf van de….

9

Jezus

10

Waarin staat, dat slavernij is verboden?

10

De universele verklaring van de rechten van de mens

 

Antwoorden: 1-4    2-7    3-3   4- 5   5- 6   6-1   7-8   8-9   9- 2   10-10

 

 

 

Les 2 Jezus ziet je en helpt je

1. Lees uit de Bijbel: Ex. 1:8-15 ( drie minuten)

 

2. Kringgesprek, (vijf minuten)

Jezus ziet je en helpt je.

Stel je voor, dat iemand tegen je zegt: Dat mag je niemand vertellen, wat zou jij dan doen?

Als het nou eens iets erg gemeens is, wat doe je dan?

Stel dat ze je bedreigen… of dat het over drugs gaat?

Heb je geheimen voor je ouders?

Zou er iemand zijn, die alles ziet wat er gebeurt, zelfs als je in een kast zit?

 

3. Zingen (vijf minuten)

 

4. Vertellen: (ong.15 minuten)

De Israëlieten zijn slaven in Egypte

Mozes geroepen (OT. 23b)

 

5. Eerbied: (ong. 5 min.)

Er zijn vast wel kinderen die heel stil van binnen hun geheimpje aan de Heer willen vertellen. Geef ze daartoe even de kans. Misschien zijn er kinderen die voor mensen willen bidden die verslaafd zijn. Eindig met een zegenliedje. 5 min.

Of:

Heer Jezus, dankuwel, dat u bij ons bent, waar we ook heen gaan.

Soms kom ik in de puree door mijn eigen schuld. Maar soms plagen anderen mij.

Als ik bang ben roep ik tot U. Ik beloof u ook vriendelijk met andere kinderen om te gaan.

Er is maar één God zoals u, die vol liefde is en ons op het goede pad leidt. Amen.

 

6. Opdracht (Ongeveer vijf minuten)

 Heb je een paar kinderbijbels?

Laat de kinderen in groepjes van drie zoeken naar drie mensen die God heeft gered.

Schrijf hun namen op en waarvan God hen heeft gered.

 

7. Tekst: (ongeveer vijf minuten)

2 Kron. 16:9

De Heer laat immers voortdurend zijn ogen over de aarde rondgaan en biedt iedereen hulp die hem met heel zijn hart is toegedaan.

 

8. Activiteiten om uit te kiezen: (ong. 15 min.)

Teken een stripverhaal

In vier delen.

1.        meisje is aan het touwtje springen

2.        meisje neemt een pilletje aan van grote jongens

3.        meisje ziet sterretjes

4.        vriendin ziet haar. Wat zegt ze en wat zegt ze terug (in een ballonnetje)

Of:

Speel het toneelstukje.

Er komt een koopman op de markt. Hij verkoopt sigaretten, alcohol, flesjes bier en pilletjes. Hij beveelt het van harte aan. Hiermee vergeet je al je zorgen en ga je weer lachen. Wie wil het kopen? Eén uit de groep neemt bier, maar de koopman bindt meteen een touwtje om de pols van die persoon. Het andere eind houdt hij zelf vast.  De volgende neemt de pilletjes, enz.

Tenslotte heeft hij veel touwtjes in handen en als hij dat wil laat hij de mensen springen, of hij sleurt ze over de straat. Ze zijn zijn slaaf geworden. 

Ze moeten wel doen wat hij wil, want hij heeft de touwtjes in handen.

Dan komt er iemand die over God vertelt met een bijbel. Hij knipt de draadjes door als de mensen hem vragen. De koopman loopt woedend weg.

OF: 

Als je een grote ruimte hebt kun je ongelukstikkertje doen. Degene die getikt wordt moet die plek vasthouden waar de tikker hem aanraakte en zo anderen proberen te tikken.

 

9. Quiz:

Welk vraag-nummer hoort bij welk antwoord-nummer ?

 

 

Vragen

 

Antwoorden

1

Waar groeide prins Mozes op?

1

Aan het hof van de Farao

2

Wat ontdekte hij?

2

Farao

3

Wat waren de Israëlieten in Egypte?

3

afkicken

4

Hoe heette de wrede koning van Egypte?

4

Hij was een kind van het volk Israël

5

Wat wilde de Farao met alle Israëlische jongens doen?

5

De Nijl

6

Hoe heet de grote rivier in Egypte?

6

slaven

7

Hoe noem je het als iemand wil stoppen met drugs gebruiken?

7

beginnen

8

Wat is gemakkelijker: stoppen of beginnen met drugs?

8

doden

9

Waarom beginnen sommige kinderen met drugs, roken of drinken

9

Jezus

10

Wie kan je helpen de verleiding te weerstaan?

10

uit domheid of onwetendheid

 

Antwoorden: 1-6    2-4   3- 6   4-2   5-8   6- 5    7-3    8-7  9- 10   10-9

 

Les 3 Een lam betaalde de prijs voor jouw bevrijding

1. Lezen: (ong. 3 min.)

Joh. 1: 29,30

 

2. Kringgesprek: (5 min.)

Heeft een van jouw vrienden je wel eens uit de puree geholpen,

een leugentje verteld, geld geleend, je gered, voor je gevochten,

het voor je opgenomen bij de meester?

Of heb jij zoiets wel eens voor een ander gedaan? Vertel er eens over?

  

3. Zingen. (5 min.)

 

4. Vertellen: (ong. 15 minuten)

Uittocht uit de slavernij. Een lam betaalt de prijs. (OT 27) Verhaal is uit: Ex. 12.

 

5.Eerbied (ong. 5 min.)

Ga op een fijn plekje op de grond zitten

en luister naar een mooi lied over het lam van God.

Als het lied uit is dank je hem voor wat Hij voor je deed.

Of: bid dit gebed:

Jezus, u bent het lam van God. U heeft pijn geleden om ons te redden. Daarvoor bedanken we u.

Ik weet dat U aan de deur van mijn hart klopt en ik wil u graag binnenlaten.

Met Uw zachte stem van binnen wilt u ons leren hoe we moeten leven. Wij willen in Uw voetstappen wandelen.

Vergeef ons onze schulden, zoals wij ook anderen hun schuld vergeven. Want van U is het koninkrijk. Amen.

 

6.Opdracht: (Ong. 5 min.)

Noem de jonge beesten: 

Schaap, Varken, Hond, Leeuw, Kip, Koe, Paard, Kikker, (Welp, kuiken, puppy, lam,big, kalf, veulen, kikkervisje.)

 

Vul in:

Een…  wordt een onrein dier genoemd in de bijbel

Een … volgt de herder en de anderen.

Een … zat op het bord van de Farao.

Een … wilde Daniël niet opeten.

Een … loopt nog door als zijn kop er al af is.

Een … ruikt aan alle poepjes en plasjes.

Een … werd veel gebruikt in oorlogen.

Een … verscheen in de dromen van Farao.

 

7.Tekst leren, (5 minuten)

1 Kor. 6:19, 20

Weet je niet dat je een tempel bent van de Heilige Geest? Je bent gekocht en betaald, dus bewijs God eer met je lichaam

 

8. Activiteit: (10 min.)

Maak eens een rap van de tekst: 

1 Kor. 6:19, 20

Weet je niet dat je een tempel bent van de Heilige Geest? Je bent gekocht en betaald, dus bewijs God eer met je lichaam

Je kunt er een rap van maken. Bijvoorbeeld zo:

Weet je niet, jajaja

Weet je niet, jajaja

Jij bent een tempel van de Heilige Geest.

Jij bent gekocht, man

Jij bent betaald.

Eer dus de Heer met body en soul!

1 Korinthe 6 vers negentien.

OF:

Speel het spel: De aap en de kokosnoot.

In een kring staan. Iemand is de aap, die een kokosnoot wil stelen uit de kring. (voor kokosnoot kun je een knuffel nemen of zo iets) De aap loopt buiten de kring en mag tussen twee kinderen door naar het midden om de kokosnoot te pakken, maar hij moet op dezelfde manier terug.

De aap mag daarbij getikt worden door de geheim agent, die benoemd werd toen hij vóór het spel even op de gang ging staan.

Lukt het de aap? Dan mag een ander de aap zijn. 

 

9. Quiz:

Welk vraag-nummer hoort bij welk antwoord-nummer ?

 

1. Wat moesten de Israëlieten slachten?

1. alle eerstgeborenen

2. Wat moesten ze met het bloed doen?

2. van de Farao

3. Wie stierven er in Egypte?

3. als hij het bloed aan de deurpost zag.

4. Wiens oudste zoon stierf er ook?

4. Jezus

5. Wanneer ging de engel van de dood voorbij?

5. tempel van de Heilige Geest

6. Wie is het Lam van God?

6. een lam

7. Ons lichaam is een…

7. tien

8. Als je niet verslaafd bent, dan blijf je…

8. aan de deurpost smeren

9. Hoeveel plagen waren er geweest?

9. betaalde onze zonde met zijn bloed

10. Wat deed Jezus voor ons?

10. gezond

 

Antwoorden: 1-6   2-8   3-1   4-2   5-3   6-4   7-5   8-10   9-7   10-9

 

 

Les 4 Bij Jezus vind je alles wat het leven fijn maakt, de bijbel, blijdschap en bescherming.

1. Lezen: Psalm 119:1-13

 

2. Interview, (vijf/tien minuten)

met iemand die een fijn getuigenis heeft over zijn bekering

of Kringgesprek:

Vraag: Wat zou je meenemen naar een eiland, waar geen winkels zijn, als je vijf dingen mee mocht nemen?

Heb je behalve eten, drinken, kleding nog iets anders nodig? Waarom?

 

3. Zingen (ong. 5 minuten)

 

4.Vertellen: (ong.15 min.)

Het volk moet leren vertrouwen Verhaal staat in Ex. 16

Manna en water OT28

 

5.Eerbied: (ong. 5 min.)

Leg een zakje popcorn neer, een glas water en een paraplu.

Die dingen staan voor voedsel, water en onderdak. God geeft ons die dingen.

Hij geeft ons ook geestelijk voedsel: de bijbel, blijdschap en bescherming

Laten we God danken voor die dingen. Voor de bijbel en de kinderbijbels. Voor de mensen die de bijbel vertalen en verspreiden. Dank God dat Hij ons elke dag zijn woord geeft om nooit meer verslaafd te raken. Dank voor onze vrijheid.

Of: bid als volgt:

We bidden tot U, Schepper van alles wat leeft. U hebt de hemel en de aarde gemaakt en U laat alles groeien. U bent de oorsprong van het leven. Dankuwel voor dingen die we niet kunnen vastpakken, maar die we wel nodig hebben, zoals liefde en blijdschap, vriendschap en geluk. Dankuwel voor dingen die we niet kunnen vastpakken, maar die we wel nodig hebben, zoals liefde en blijdschap, vriendschap en geluk. U heeft ons naar Uw beeld gemaakt. Wij mogen ook kleine scheppertjes zijn. We kunnen een lach op iemands gezicht toveren en we kunnen mensen blij maken. Jezus, leer ons te leven, zoals u ons dat voordeed. Geef dat ons leven tot zegen van anderen is en vergeef ons onze tekortkomingen. Amen.

 

6. Opdracht, (5 min. )

Bijbelboeken zoeken.

Maak van tevoren enveloppen met namen van bijbelboeken er in, in drie of vier stukken geknipt. Nummer de enveloppen.

Leg de enveloppen in een cirkel op stoelen of tafels. Het moeten er twee meer zijn dan het aantal groepjes kinderen. We werken met z’n tweeën of drieën. Elk groepje krijgt een pen en papier. Laat de eerste groep met 1 beginnen, groep 2 met 2, enz. Als ze het bijbelboek hebben geraden, schrijven ze hem op een velletje papier en laten het aan de leidster zien. Natuurlijk niet hard roepen als je een naam hebt gevonden, dan weten de anderen het ook. Het spel is klaar als elke groep klaar is. Wie had het eerst tien punten?

 

7. Tekst: (Ong. 5 min.)

Ik ben het brood dat leven geeft, zei Jezus. Wie bij mij komt zal geen honger meer hebben en wie in mij gelooft zal geen dorst meer hebben. Joh. 6:35

 

8. Activiteit (ong. 10 min.)

*Raden wat je uitbeeldt

Twee kinderen op de gang. Ze krijgen een briefje mee van de leidster waarop een van onderstaande dingen staat.

Ze mogen even overleggen hoe ze het uit gaan beelden, zonder woorden, dan komen ze voor de groep. Wie raadt het? Die mag een vriendje kiezen om te helpen.

 

1.        De broers trekken Jozefs mooie mantel uit en gooien hem in de put.

2.        Eva eet van de vrucht van de verboden boom en geeft ook Adam ervan. Ze verbergen zich in de bosjes.

3.        Storm op het meer. Jezus slaapt en stilt de storm

4.        Bloed aan de deurpost smeren.

5.        Mozes slaat op de rots. Er komt water uit.

6.        Daniel in de leeuwenkuil, een leeuw brult, maar laat zich aaien.

7.        Jezus wordt aan het kruis gehangen.

8.        De torenbouw van Babel, men verstaat elkaar niet meer.

9.        David en Goliat

10.      Mozes in het biezen mandje wordt door de prinses gevonden

*Of: Elfjes maken over het onderwerp

Elfjes zijn gedichtjes, die zo opgebouwd zijn: eerste regel: 1 woord, tweede regel 2 woorden, derde regel 3 woorden, vierde regel vier woorden, vijfde regel 1 woord.

Bijv.  Verslaafd

Op zoek

Altijd weer stelen

Geld nodig voor drugs

Help!

 

9. Quiz:

Welk vraag-nummer hoort bij welk antwoord-nummer ?

 

 

Vragen

 

Antwoorden

1

Wat deed het volk tegen de Here

1

manna

2

Welke vogels konden ze eten?

2

blijdschap

3

Hoe noemden ze het spul dat uit de hemel regende?

3

kwakkels

4

Wat gebeurde er met het manna als de zon heet werd?

4

Rust houden op de sabbat

5

Hoe noemden ze de zevende dag?

5

Jezus

6

Wat leerde God zijn volk toen het manna niet op de sabbat viel?

6

mopperen

7

Wat heb je nog meer nodig behalve eten en drinken en onderdak?

7

Het smolt

8

Wie is het levende Brood, dat uit de hemel kwam?

8

De bijbel

9

Uit hoeveel delen bestaat de bijbel?

9

sabbat

10

De Israëlieten kregen water uit de rots. Wat geeft water ons?

10

twee

 

Antwoorden: 1-6    2-3    3-1   4-7   5- 9   6- 4    7-8   8-5  9- 10   10-2

 

 

Les 5 Door gebed kun je het kwade overwinnen.

Het is fijn als er mensen voor jou bidden als je wordt aangevallen.

 

1.Lezen: (ong. vijf min. )

Lezen: Ef 6:10-13

 

2.Kringgesprek (ong. 5 min.)

Bescherm je wel eens iemand?

Neem je het wel eens op voor iemand die in elkaar geslagen wordt?

Welke mensen beschermen jou?

Wat doe je als je in gevaar bent?

Je kunt aangevallen worden in je lichaam, bijv. iemand slaat je een blauw oog.

Kun je ook in je ziel aangevallen worden? Denk eens aan uitschelden?

Als je gaat twijfelen aan God, dan wordt je aangevallen in je geest. Heb je dat wel eens?

 

3. Zingen (ong. vijf min.)

 

4.Vertellen: (ong. 15 min.)

De Amalekieten verslagen door gebed (OT31) Verhaal is uit: Ex. 17:8-16

 

5.Eerbied: (ong. vijf min.)

Voor alle mensen die ons beschermen danken wij u. Wilt u de politie helpen om de misdadigers te pakken.

De allergrootste beschermer bent u, lieve Vader.

U bent overal en altijd wakker. U houdt van ons en laat ons nooit alleen. Wij weten wat u van ons vraagt.

U wilt dat we voor elkaar zorgen, voor de zwakken en de gehandicapten, ook voor de kinderen die verlegen zijn.

Dat vinden we een prima plan, want dan komt er een betere wereld.

Laten we hopen dat uw koninkrijk van vrede spoedig komt, want dan zal iedereen gelukkig zijn. Amen.

 

6.Opdracht: (Ong. 5 min.)

Amalekieten zijn er op uit om de zwakken te pakken. Wie zijn dat? 

Als je nog maar een k… bent.

Mensen die z… zijn.

Alle g……….., die niet kunnen lopen.

Lieve oude o..’s en o..’s.

Elke vrouw die in v…….. is.

Koeien die kleine k….. hebben

Iedereen die zware p….. moet sjouwen.

E…… mensen die niemand hebben om hen te helpen.

Teutebellen die geen zin hebben om door te l….

Er lopen mensen bij die anderen dragen op een d……..

Natuurlijk ook mensen met b….. op hun voeten.

 

Blaren, lopen, pakken, verwachting, kind, ziek, draagbaar, eenzame, oma, opa, kalfjes, gehandicapten

 

7. Tekst (ong. 5 min.)

Mijn zoon, als zondaars proberen je in te palmen, geef er niet aan toe. Luister niet naar hen als ze je willen overhalen met hen mee te gaan.

Spreuken 1:10,11

 

8. Activiteit (ong. 15 min.)

Deze week kun je kiezen uit de volgende activiteiten:

*Schrijf eens een kort verhaaltje over een hond die een kind redt.

Tien zinnetjes.

Stem erover wie het leukste verhaaltje schrijft. Die krijgt een prijsje.

*Speel het spel: Ik ga op reis en ik neem mee.

Jullie zitten in een kring. De eerste zegt: Ik ga op reis en ik neem mee… een tandenborstel (bijvoorbeeld). Het volgende kind zegt dan: Ik ga op reis en ik neem mee een tandenborstel en een boek (bijvoorbeeld) en zo wordt het een kwestie van steeds weer een ding erbij doen, totdat iemand een fout maakt.

*Het gaat over beschermen. Wat heb ik in mijn gedachten. Je moet raden. Is het ….

Ik antwoord alleen maar met ja of nee. Wie het in vijf keer raadt mag hem zijn.

Paraplu, Hond, Politieagent, Moeder, Pistool, Vriendje, Schild, Huis, Verkeerslichten, Wetten, Gebed,

 

9. Quiz:

Welk vraag-nummer hoort bij welk antwoord-nummer ?

 

 

Vragen

 

Antwoorden

1

Welk volk viel Israël in de staart aan?

1

Ze verloren

2

Wat deed Mozes toen de strijd begon?

2

ondersteunden zijn armen

3

Wat gebeurde er als hij zijn handen liet zakken?

3

de kinderen, de ouderen en de zwakken.

4

Wat deden Aäron en Hur?

4

de wapenrusting

5

Wie lopen en meestal achteraan in zo’n lange optocht?

5

bidden met zijn handen omhoog

6

Wie kun je makkelijker verleiden om verslaafd te raken een volwassene of een kind?

6

een kind

7

Wie bidt er altijd voor ons

7

volhouden

8

Wat is belangrijk bij het bidden

8

de Amalekieten

9

Wat moet je aandoen in de geestelijke strijd

9

Jezus

10

Wat moet je in je hand houden als je de wapenrusting aandoet?

10

Het zwaard van de geest, de bijbel.

 

Antwoorden: 1-8   2-5    3-1  4-2   5- 3   6-6     7-9    8-7   9- 4   10-10

 

 

Les 6 Regels zijn er om veilig te zijn.

Zoals je bloed binnen je bloedvaten moet blijven, moeten wij Gods handleiding voor het leven volgen.

 

1.Lezen:

Joh. 15: 9-18

 

2.Kringgesprek: (5 min.)

Welke regels zijn er thuis of op school, die je niet fijn vindt? Waarom niet?

Lees het verhaal OK03 van Opa Krentenbol 

Regels 

Stefan komt uit gymnastiek. Hij moet met zijn fiets stoppen bij een stoplicht.

'Bah!' moppert hij. 'Altijd is dat licht rood. Er komt niet eens een auto aan.'

Wat stom eigenlijk om een lichtje over jou de baas te laten zijn. Zou hij doorrijden? Zich nergens wat van aantrekken? Ja, maar als er dan ineens toch wat aankomt? Hij aarzelt. Toch maar niet doen...

Nogal mopperig vindt hij, thuisgekomen, opa's dagboek op zijn bed. Nou, misschien weet opa waarom er per se verkeersregels moeten zijn. Met grote hanenpoten schrijft hij erin: 'Opa, waarom zijn er eigenlijk verkeersregels? Het leven zou zonder verkeersregels veel leuker zijn, net als bij apie-apie.

O ja, en dan nog een vraag. Wilt u niet een potje met ons voetballen? Japie en Mario doen ook mee. Groetjes van Stefan.'

Apie-apie is het leukste wat Stefan en Shirley op gymnastiek doen. Ze krijgen het maar een heel enkele keer. De gymjuf zet dan alle apparaten klaar, ook de minitramp. Eerst mogen ze alles uitproberen en dan spelen ze tikkertje met verlos. Het is vreselijk lachen met apie-apie, omdat er geen regels zijn. Alles mag, als je maar uitkijkt bij de minitramp. Met een zucht doet Stefan het dagboek in een krant en legt het op het kastje bij de buitendeur. Als opa dan komt, kan hij het meenemen.

Een poosje later leest opa wat Stefan heeft geschreven. Hij zucht: 'Jammer dat ik m'n voetbalschoenen uitgeleend heb aan mijn vriend Wouter.' (Dat was zestig jaar geleden)...' En bovendien heb ik niet meer zulke elastieken benen als vroeger. Maar ik kan allicht voor scheidsrechter spelen.'

 

Het is woensdagmiddag. Op het grote grasveld wordt een vreemd partijtje voetbal gespeeld. Opa doet echt wel z'n best, maar hij kent de regels niet meer zo goed. Met een rood hoofd loopt hij te fluiten. Een corner noemt hij hands en van hem mag de keeper, Stefan, niet met zijn handen aan de bal komen. Nou ja, dan zit' ie toch altijd! Slap van de lach komen ze thuis. Moeder roept met de vingers in de oren: 'Veeg je benen!'

Daar moeten Mario en Japie helemaal om lachen. Ze gaan door de knieën om de benen te vegen in plaats van de schoenen...

Even later zitten ze achter een lekker kopje thee nog na te kletsen. Die opa. Hij gaf zelfs een strafpunt als iemand de bal van een ander afpakte. Haha! Trouwens, waar is hij eigenlijk?

Ze vinden hem in de woonkamer, bezig in het dagboek te schrijven.

'Woensdag 3 juni. Voetbalwedstrijd. De kneusjes tegen de brulboeien. Uitslag tien-elf.' En hij schrijft eronder: 'Waarom ze zo moeilijk deden over die regels weet ik niet. Ik floot in ieder geval een beste wedstrijd.'

 

Vraag 1: Waarom zijn er verkeersregels nodig?

2. Waarom zijn er spelregels nodig?

3. Waarom zijn er leefregels nodig? (De tien geboden.)

 

3. Zingen (ong. vijf minuten)

 

4.Vertellen (Ong. vijtien min.)

Verhaal staat in: Ex 19,20

 

5.Vertellen (15 min.)

Het volk ontvangt regels, de Tien Geboden (OT31b) Ex. 20 en 32. 

Leg er de nadruk op, dat we God wel willen gehoorzamen, maar we kunnen het niet. We hebben Jezus nodig.

 

6.Eerbied: (5 min.)

Danku Vader, dat u ons lichaam zo mooi gemaakt hebt. Ons bloed hoort binnen de bloedvaten, anders krijgen we een wond.

Zo willen we ook binnen uw regels blijven. Dan leven we lang en gezond.

Soms gaan we wel eens de fout in. We liegen wel eens of we pakken iets wat van een ander is.

Wilt u ons dat vergeven. U heeft ons tien vingers gegeven om na te tellen wat uw geboden zijn.

We zijn het met U eens dat het goede regels zijn, want als wij niet van een ander mogen stelen, mag een ander niet van ons stelen!

Eerlijk is eerlijk. Er is geen God zoals U die veel van ons houdt en wil dat het ons goed gaat. We zijn erg rijk met u. Amen.

 

7.Tekst (vijf min.)

Joh. 15:12

Mijn gebod is, dat jullie elkaar liefhebben, zoals ik jullie heb liefgehad.

 

8. Activiteit: (ong. 15 min.)

Ganzenbordspel over Mozes.

Of: *Stoelendans

Zet tien stoelen neer; leg op elke stoel een papiertje met een gebod.  (bijv. niet liegen)

Zet een muziekje aan. De kinderen lopen rond de stoelen. Noem een getal van 1 tot 10. Als de muziek stopt, proberen ze te gaan zitten op de stoel met het gebod dat bij dat cijfer hoort. Bijv. bij 6 hoort: niet doden.

Het kind dat het eerste op die stoel gaat zitten heeft een punt verdiend. (Plak een stikkertje op zijn trui of laat het hem zelf onthouden. Wie heeft aan het eind van het spel de meeste punten?

*Of: onderzetters maken voor limonadeglazen. Op elke onderzetter staat een gebod. Zie bijlage. Hebt u een lamineerapparaat, dan kunnen ze geplastificeerd worden.

 

9. Quiz:

Welk vraag-nummer hoort bij welk antwoord-nummer ?

 

 

Vragen

 

Antwoorden

1

Wat kreeg het volk op de Sinaď?

1

twee

2

Op hoeveel stenen waren ze geschreven?

2

we zijn naar Gods beeld gemaakt.

3

Wat is het vijfde gebod?

3

Gouden kalf

4

Welk gebod zegt dat je niet mag stelen?

4

Het straalde

5

Waarom mag je niet doden?

5

Natuurlijk niet

6

Waar danste het volk omheen?

6

Je maakt jezelf groter dan God. Je daagt Hem uit.

7

Wat zag je aan Mozes’ gezicht toen hij afdaalde van de berg?

7

eer je vader en moeder

8

Mochten de mensen voordat de Tien Geboden waren gegeven wel liegen, stelen en doden?

8

God is de enige ware God. Hij is jaloers als we een stenen beeld liever hebben dan Hem.

9

Waarom mogen we niet voor andere goden buigen en hen dienen?

9

achtste gebod

10

Wat gebeurt er als je vloekt?

10

de Tien Geboden

 

Antwoorden: 1-10   2-1   3-7  4-9   5-2   6-3    7-4   8-5   9-8   10-6

 

Les 7 De twaalf verspieders

Grote problemen? Alles is mogelijk bij God.

 

1.Lezen: Matt. 6:25,26

 

2. Kringgesprek. (5 min.)

Heb je wel eens een wonder meegemaakt? Vertel eens…

 

Een goocheltrucje is geen wonder. Wat is dan het verschil?

 

Hier is een simpel trucje: neem een vingertouwtje. Knoop de einden aan elkaar. Doe er een gouden ring omheen. Zorg dat de draadjes elkaar niet kruisen en doe het touwtje om je pinken en duimen. Pak met je middelvingers de overliggende lus van de andere hand.

Zeg het volgende: Dit is een gouden ring. Goud is geld. Je kunt erg vastzitten aan je geld en steeds meer willen, dan raak je erin verstrikt. Je bent dan verslaafd aan goud. Er is er maar een die je ervan kan bevrijden. Ken je zijn naam? (Ze roepen Jezus) Moet je kijken wat er gebeurt: als je die naam nog eens roept, kom je vrij.

Laat het touwtje van al je vingers glippen, behalve van je linkerduim en je rechtermiddelvinger. De ring valt dan op de grond.

 

3. Zingen (ong. vijf minuten)

 

4.Vertellen: (15 minuten) De twaalf verspieders (OT31c) Verhaal staat in: Num.13 en 14 tot vers 9

Laat het verschil zien tussen de ongelovige verspieders en de gelovigen. Je kunt ook hierbij nog vertellen, dat de oude Kaleb nog de reuzen versloeg Jozua 14:6 -15.

 

5.Eerbied. (Ong. 5 min.)

Voordat je gaat vertellen heb je al een schaal met zand neergezet en een aantal kaarsjes en een doosje lucifers.

Vraag aan de kinderen: Heb je iets of iemand in gedachten voor wie je wilt bidden? Je had misschien weinig hoop, dat God je gebed zou verhoren, maar nu wil je toch weer geloven dat God het kan. Dan mag je naar voren komen en zeggen: Ik steek dit kaarsje aan voor …. En ik geloof, dat God het kan doen.

Of:

 Voor sommige dingen zijn we bang, Heer Jezus. We piekeren over dingen die kunnen gebeuren.

Geef ons geloof, dat u die reuzen kunt verslaan. Als ik geloof, dan zeg ik: Alles is mogelijk bij God.

Maak mij sterk in geloven net als Kaleb. We bidden u voor mensen die ziek zijn of verdriet hebben.

We brengen hun naam voor uw troon. Het zijn….

Er zijn geen grenzen aan Jezus’ macht voor iedereen die een wonder van U verwacht. Amen.

 

6.Opdracht: Samen een rebus oplossen: (vijf minuten)

Laat de kinderen in groepen een rebus oplossen. (bijgaand)

God is bij machte oneindig veel meer te doen dan wij vragen of denken. Ef. 3:20

 

7.Tekst (5 min.)

Psalm 121

Ik sla mijn ogen op naar de bergen van waar komt mijn hulp? Mijn hulp komt van de Here, die hemel en aarde gemaakt heeft.

 

8. Activiteit (ong. 15 min.)

Maak een hindernisbaan van tafels en stoelen.

Verdeel de groep in tweeën. Elk kind uit groep A krijgt een mentor uit groep B.

De lui uit groep A krijgen een blinddoek voor en moeten hun einddoel bereiken doordat de mentor hen coacht met zijn stem. ’Nu naar links, naar links, enz. ‘

Je kunt bij het eind een pan neerzetten, waar ze met een lepel op moeten slaan en roepen: ‘doel bereikt!’

Of: Darten

Of:

Kleur deze proclamatie en bewaar hem in je bijbel.

 9. Quiz:

Welk vraag-nummer hoort bij welk antwoord-nummer ?

 

 

Vragen

 

Antwoorden

1

Hoeveel mannen gingen het land verspieden?

1

twaalf

2

Waar waren ze het over eens?

2

reuzen

3

Hoeveel geloofden dat God hen er zou brengen

3

van de Here, die de hemel en de aarde gemaakt heeft

4

Waar waren de verspieders dan bang voor?

4

ze kwamen in het land.

5

Wat brachten ze mee?

5

bij God

6

Van wie komt onze hulp?

6

vertrouwen

7

Wat weet je van Jozua en Kaleb?

7

Het was een mooi en vruchtbaar land

8

Bij wie is niets onmogelijk?

8

40 jaar

9

Hoeveel jaar moest het volk voor straf nog omzwerven door de woestijn?

9

grote druiventros

10

Een ander woord voor geloven is

10

2

 

Antwoorden: 1-1    2-7    3-10   4-2    5-9    6-3     7-4    8-5    9-8    10-6

 

Les 8 Binnengaan in het Beloofde Land

In het Beloofde Land, blijf gedenken wat God voor je heeft gedaan.

 

1.Lezen (ong. 5 min.)

Deut.6:6

 

2. Kringgesprek (5 min.)

Neem een foto van de groep. Of laat een foto van jezelf zien.

Waarom nemen mensen eigenlijk foto’s? Heb je dierbare foto’s?

Wat voor fijne dingen kun je je goed herinneren?

Het volk Israël zou vast een foto hebben gemaakt van ons volgende verhaal. Het was een belangrijke dag.

Zoiets als wanneer je voor het eerst je hartje aan de Heer Jezus geeft.

 

3. Zingen: (Ong. 5 min.)

 

4.Vertellen (ong. 15 min.)

Binnengaan in het Beloofde Land (OT31d) Verhaal staat in: Jozua 1,3,4

Het verhaal is niet zo bekend. Neem even een paar dagen van te voren de tijd om het in je op te nemen.

Het is belangrijk, dat we steeds weer eraan herinnerd worden wat God voor ons heeft gedaan.

 

5.Eerbied (ong. 5 min.)

Ik zou u wel willen bedanken, Jezus, met bloemen of een cadeau, maar dat kan niet. Daarom geef ik u mijn liefste glimlach.

Er zijn allerlei verleidingen om ons heen. Ze komen van vrienden of de tv, van reclame of via een boek. Leer ons stand te houden in verzoeking alstublieft.

Dankuwel voor allen die ons de bijbel hebben gegeven. Voor de mensen die hem gedrukt hebben en vertaald.

Dankuwel voor alle mooie dingen en voor de verhalen die er in staan.

Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.

 

Of: maak een memorial. Dat is een gedenkplaats, zoals je ook wel langs de weg vindt. Een groot kartonnen kruis van Jezus tegen een muur zetten, of tekenen op papier en de kinderen mogen daar bloemen bij neerleggen (die moet je wel eerst van thuis meebrengen of hen laten maken van crępe papier) en woorden schrijven in een memorialboek of op het papier aan de muur. Probeer een eerbiedige sfeer te houden. Er kan iets geschreven worden van: Jezus, u houdt van ons, u maakte Lazarus levend, u liet mijn oma bij u in de hemel komen, u helpt me bij mijn huiswerk, gelukkig bent u niet dood gebleven, enz.

 

6.Opdracht (5 min.)

Interview iemand die gedoopt is. Hoe ging dat?

Of: Spel: doorfluisteren. 

Fluister je naaste buurvrouw een kleine zin in haar oor. Zij moet dat heel zachtjes doorfluisteren. Wat komt er ten slotte uit? Lachen, zeg!

 

7. Tekst  (ong. 5 min.)

Psalm 86:11 Wijs mij uw weg, Heer en leer mij wandelen op het pad van uw waarheid.

 

8. Activiteit (ong. 10 minuten)

Lopend drama

Dit zijn de regels voor lopend drama. Je speelt helemaal voor jezelf alleen en raakt niemand aan, let zelfs niet eens op de anderen

Het is echt de moeite waard, maar je moet je aan deze strenge regels houden!

Al lopend door de zaal speel je wat ik zeg voor jezelf uit. Hierna ga ik vragen wat je erbij voelde.

God wil dat we dingen onthouden die belangrijk zijn. We moeten niet een van zijn wonderen vergeten.

 

Jorge, een Curacaose jongen, maakte in zijn leven veel dingen mee. Hij had een gewone en gezellige jeugd. Hij heeft nooit iets gemist, had genoeg te eten en ging naar school. Maar tien hij tiener werd maakte hij vaak ruzie met zijn ouders en dan ging hij alleen op zijn kamer zitten, zette zijn koptelefoon op en luisterde naar hardrock muziek. Hij begon te spijbelen van school, ging roken en drinken en kreeg slechte rapporten. Op zijn zestiende ging hij werken als ober in een hardrock cafe. Hij bediende de mensen op het terras en het beviel hem goed.

Hij gaat meer drinken en roken. Na zijn werk gaat hij naar discotheken. Lekker dansen en uit zijn dak gaan. Hij ontmoet allerlei druggebruikers, eerst zegt hij nee. Wil je een blowtje? Een snuifje? Nee, dank je. Nee, dankje.

Maar toen Jorge 18 werd kreeg hij voor weinig geld cocaďne aangeboden en hij begint kleine snuifjes te gebruiken. Hij wordt erg vrolijk en het leven lijkt leuk. Hij huppelt en danst  en gaat steeds meer gebruiken. Maar telkens als de drugs uitgewerkt zijn moet hij meer drugs kopen. Hij verdient geld, dus hij koopt maar. Hij gaat naar het strand en slaapt op het strand en hij rookt, blowt, snuift en maakt lol met vrienden en vriendinnen.

Maar thuis gaat het slechter en slechter. Zijn vriendin maakt de verkering uit en Jorge gaat enge dingen zien die er niet waren. Hij praat tegen die dingen en doet steeds vreemder. Op een dag wil hij zelfs iemand met een schroevendraaier vermoorden. De politie komt en hij wordt in een cel gegooid. Zodra hij uit de cel komt gaat hij weer drugs gebruiken. Snuiven en dromen… Hij wast zich niet goed en gaat vuile kleren dragen. Zijn gezicht wordt boos.

Iemand leert hem hoe hij moet spuiten. Hij verdient geen geld meer en moet gaan stelen en inbreken. Het wordt erger en erger. Jorge zoekt naar hulp. Wie kan hem helpen? Dan ontmoet hij iemand die hem naar een christelijke opvangkliniek verwijst. Hij is verbaasd, dat mensen vriendelijk voor hem zijn. Hij gaat de Bijbel lezen. Hij leert hoe te bidden en praat met God.

Als hij weer clean is na een tijd begint hij een nieuw leven. Hij krijgt vrienden die ook in Jezus geloven. Samen lezen ze de Bijbel. Jorge laat zich dopen. Tenslotte krijgt Jorge een baan bij een kinderdagverblijf en hij gaat weer leren.

Jorge dankt God elke dag voor zijn leven en zijn redding. Nooit wil hij meer drugs gebruiken.

 

Even vragen stellen over bovenstaand verhaal. 5 min. Hoe vonden ze het? Voelden ze mee wat ze uitspeelden?

Wat zou Jorge gezegd hebben tijdens zijn doop? Zou zijn doopfoto belangrijk voor hem zijn? Waarom?

Of:

Maak met een doosje iemand blij

Neem een lucifersdoosje, haal de lucifers eruit. Die gooien we weg. De buitenkant beplakken we met een mooi plaatje. Er in komt een papiertje dat even groot is als de bodem. Daarop schrijf je met je mooiste letters: Je bent een parel in Gods hand. Dan doe je er een parel in. Die parel kun je ook nog eerst in een schelpje plakken. Dan wordt het nog mooier. En nou maar aan iemand geven. Wedden dat ze dolblij worden?

Of:

Samen kijken naar een stukje video van de uittocht (Hanna Barbarafilm: Het leven van Jezus) of De Tien Geboden

Groot memoryspel spelen.

Koop twee dezelfde bijbelse platenboeken, goedkope met grote platen, knip de bladzijden los, doe ze in plastic hoezen en je hebt een prachtig bijbels memoryspel voor op de grond.  

 

 9. Quiz:

Welk vraag-nummer hoort bij welk antwoord-nummer ?

 

 

Vragen

 

Antwoorden

1

Hoe werd Kanaän genoemd?

1

om te gedenken. Als hun kinderen er later naar vroegen, konden ze hen alles vertellen.

2

Hoe moeten we God dienen?

2

de ark

3

Wat legden ze midden in de Jordaan?

3

het water trok weg

4

Waarom deden ze dat?

4

dopen

5

Wie gingen er voorop?

5

altaar van twaalf stenen

6

Wat droegen de priesters?

6

de hemel, het huis van de Vader.

7

Wat gebeurde er met de Jordaan

7

het beloofde land

8

Waar moeten wij altijd aan blijven denken?

8

aan wat Jezus voor ons deed

9

Wie bij Jezus wil horen laat zich…

9

met ons hele hart

10

Waar mogen wij na dit leven binnentrekken?

10

de priesters

 

Antwoorden: 1-7   2-9    3-5   4-1   5-10    6-2     7-3    8-8    9-4   10-6