Uit het Nederlands Dagblad van 13 februari 2007-02-14

 

Begin opvoeden in de eerste kinderjaren

door Henk Algra

 

Ouders, stel regels en bemoei je met je kind! Dat stelde Robert Denniston in het Nederlands Dagblad van 29 januari 2007. Hij ziet hierin een belangrijke manier om kinderen van de drugs af te houden. De Amerikaanse topambtenaar drugsbestrijding richt zich in zijn boodschap tot de ouders van pubers. Dat is te veel te laat, meent orthopedagoog Henk Algra.


De basis voor de opvoeding ligt vóór het derde jaar. Dan gaat, als het goed is, het kind zich hechten aan mensen. Het ervaart geborgenheid. Het durft te onderzoeken, maar leert ook dat er grenzen zijn. Daar wordt de basis gelegd voor de gewetensontwikkeling. Als die dan niet wordt aangebracht, kan alleen nog door veel extra investering de opgelopen achterstand enigszins ingehaald worden.

Veel moderne ouders zijn opgegroeid met het (jaren zestig)idee dat het begrenzen van gedrag kinderen neurotisch zou maken. Kinderen hebben ruimte nodig om zich te kunnen ontplooien. Hoe meer ruimte, hoe groter de keuzevrijheid, hoe groter het latere levensgeluk.

Soms lijken ouders het idee te hebben dat de opvoeding pas écht begint tijdens de puberteit. Dat is rijkelijk laat, veel te laat. De patronen van de eigen gang kunnen en mogen gaan, zijn dan al veel te veel verweven met de persoon van de puber.

Naast deze visie zijn er maatschappelijke factoren die de kwaliteit van de opvoeding onder druk zetten. Als moderne tweeverdiener wil je de schaarse momenten die je samen met je kind bent, vooral gezellig houden. Je bent als moeder geen opvoeder, maar gezelschapsdame. Een ruzie over een ijsje meer of minder of het moment van het naar bed gaan past daar niet bij. Het cruciale gemis in de opvoeding is echter het gebrek aan contact tussen ouders en kinderen. Het voorlezen in bed is vervangen door het naar kinderprogramma's op de televisie kijken. Ook de gezamenlijke maaltijd wordt niet meer aan tafel genuttigd, maar met het bord op schoot voor de televisie. Ouders hebben het vaak veel te druk om er echt (even) te zijn voor hun kinderen.

In de achterstandswijken van de grote steden wonen veel alleenstaande moeders in vaak kleine huizen. Een beeld van zo'n gezin. De moeder is voor de televisie haar jongste kind aan het voeden. Ze heeft geen enkel contact met het kind, want ze volgt een soap op televisie. De TV-gids bepaalt de voedingstijden van de baby. Ze heeft ook geen idee waar haar vijfjarige zoontje uithangt. Hij heeft zich na schooltijd niet gemeld, maar hij zal wel bij een vriendje spelen. In huis is geen speelgoed, dus wat zou het jochie thuis willen doen? In de zomer zie je zelfs kleuters vaak totdat het donker wordt zonder veel toezicht op straat spelen. Het is ook het beeld van de sleutelkinderen, die 's morgens zonder ontbijt of zoen van een ouder naar school gaan. Het zijn de toekomstige getto's van Nederland, waar de ene generatie de opvoedingstekorten doorgeeft aan een volgende generatie.

Menselijk contact
Misschien is dit voor de gemiddelde Nederlands-Dagblad lezer een ver van mijn voordeurshow. Maar hoe zit het achter de gesloten voordeuren van de tuingerichte huizen in de moderne Vinexlocaties? Ook daar lijden kinderen onder een tekort aan menselijk contact met hun ouders. Voor peuters heeft de televisie 's morgens vaak het gezamenlijk ontbijt vervangen. En voor iets oudere kinderen zijn het niet zelden de bezigheden achter de computer die het intermenselijke contact vervangen. Wie zó opgroeit, ervaart op den duur niet meer wat de waarde van sociale contacten is. En waar is het wandelen en fietsen met jonge kinderen gebleven? Waar is het tempo dat is aangepast aan het kind? Zo groeien we langzamerhand toe naar de Amerikaanse cultuur die we zéggen te verfoeien. Een samenleving waarin het enige contactmoment de ontmoeting bij de koelkast is, het enige samenzijn de rit met de auto en de langste wandeling de zoektocht naar de afstandsbediening van de televisie.

Jong geleerd
De opvoeding bepaalt niet alles. Er zijn grote verschillen tussen kinderen. Het ene kind gedraagt zich meegaand, het andere is weerbarstiger. Toch is het in de opvoeding vooral ook: jong geleerd, oud gedaan. In de eerste jaren wordt het fundament gelegd waarop ouders en kinderen samen verder kunnen. Wie niet als jong kind heeft geleerd dat er grenzen zijn, zal dat op latere leeftijd moeilijk aan kunnen leren. Wie niet als jong kind geleerd heeft dat sámen-doen leuk is, zal daar als puber vaak grote moeite mee hebben. Wie niet als klein kind heeft geleerd zijn behoeften uit te stellen, zal als puber willen nemen wat hij (direct) kan pakken. Wie geen veilige basis van 'rust, regelmaat en reinheid' van huis uit heeft meegekregen, zal als puber gemakkelijk vluchten in bodemloos experimenteergedrag.

Maar het is ook omgekeerd: Wie niet als ouder heeft ervaren hoe leuk het kan zijn om écht de tijd te nemen voor je kind, om samen dingen te ondernemen, om je agenda niet altijd door andere zaken dan je kinderen te laten bepalen, zal ook met de pubertijd grote moeite hebben.

Denniston heeft helemaal gelijk. Ouders, stel regels, bemoei je met je kind. Wéét waar het is, houd je op de hoogte van waar het mee bezig is, stel vragen, láát je bevragen. Dat leer je niet pas als je kind puber is. Het samenzijn en samendoen, het elkaar leren kennen en waarderen, leer je als kinderen jong zijn. Ze zitten er echt op te wachten. Die veilige basis vormt een stevig fundament tijdens de latere turbulente puberteit.

Henk Algra werkt als orthopedagoog in Amsterdam.