Vrouwenkerk (Uit het
Nederlands Dagblad)
23 januari 2004
door Rien van den
Berg
Het christendom was
in de eerste eeuwen van zijn bestaan de motor van de vrouwenemancipatie.
Vrouwen begrepen dat ze eindelijk een gelijkwaardige plaats konden innemen, ook
in de kerk. Horen vrouwen, net als mannen, ouderling of dominee te kunnen
worden? Die vraag staat weer op de agenda door het rapport van de Nederlands Gereformeerde
Kerken over de kwestie, waarop de 'genabuurde' kerken officiële reacties
schreven. In de discussies speelt de interpretatie van teksten uit de Bijbel
een centrale rol. Maar de context waarin de Bijbel geschreven is, vooral het
Nieuwe Testament, blijft onderbelicht. Het NGK-rapport maakt op bladzijde 64 en
65 duidelijk hoe patriarchaal de wereld van het Oude Testament in elkaar zat.
Dan volgt er nog één alinea die opent met de zin: ,,In het Nieuwe Testament
treedt dit alles minder op de voorgrond.'' Alleen al die vaststelling moet de
nodige verbazing wekken, want de wereld waarin het Nieuwe Testament zich
afspeelt, de wereld van het Romeinse Rijk, was nog beduidend patriarchaler dan
het oude Israël.
Een van de meest
heldere binnenkomers is wel de brief van de aanstaande vader Hilarion. Een jaar
voor Christus werd geboren, schreef die aan zijn zwangere vrouw Alis het
volgende:
,,Je moet weten dat
ik nog steeds in Alexandrië ben. Maak je geen zorgen als iedereen terugkomt en
ik in Alexandrië blijf. Ik vraag en smeek je goed op onze babyzoon te passen.
Zodra ik mijn loon heb gekregen, zal ik het je sturen. Als je van een kind
bevalt, houd het dan als het een jongen is en als het een meisje is, ontdoe je
er dan van. Je schreef me: 'Vergeet me niet.' Hoe zou ik jou kunnen vergeten?
Ik smeek je, maak je geen zorgen.''
Hilarion houdt van
zijn vrouw, en de trots over zijn aanstaande vaderschap gloeit van de zinnen. Midden
tussen al die liefde en trots staat daar ineens dat wegwerpzinnetje: als het
een meisje is, ontdoe je er dan van. Dat is niet alleen gevoelloos, maar ook
eufemistisch. In het gunstigste geval voor 'te vondeling leggen', maar waarschijnlijk
voor 'vermoorden', want dat was een gangbare, legale praktijk.
Dat blijkt ook uit
inscripties bij het tempelcomplex van Delfi. Wetenschappers hebben zeshonderd
families kunnen reconstrueren aan de hand van de ingegraveerde namen. In
slechts zes families was meer dan één dochter opgegroeid. In het Romeinse rijk
heerste dan ook een enorm tekort aan vrouwen. Er waren honderdveertig mannen op
elke honderd vrouwen. De historicus J.C. Russell tekent aan dat zulke extreme
verschillen in de sekseverhoudingen alleen kunnen ontstaan als er geknoeid
wordt met menselijk leven.
Het christendom
werkte als een magneet op vrouwen. Die stelling is geen nieuwlichterij. Toen de
Duitse theoloog Adolf Harnack honderd jaar geleden belangrijk bronnenmateriaal
ontsloot over de wereld van het Nieuwe Testament, turfde hij in de brief van de
Romeinen aan wie Paulus de groeten doet. Aan vijftien vrouwen en achttien
mannen. Dat was in de klassieke paternalistische cultuur ondenkbaar geweest,
als niet die vrouwen een factor van betekenis waren geweest in de toenmalige
gemeente. Exacte gegevens zijn schaars en overgeleverde verhalen lang niet
allemaal betrouwbaar, maar Harnack stelde vast dat klassieke bronnen
,,simpelweg
wemelen van de verhalen over vrouwen uit alle klassen die in Rome
en in de provincies werden bekeerd; hoewel de details van deze verhalen onbetrouwbaar
zijn, geven ze toch correct de algemene waarheid weer, dat het christendom
vooral vrouwen aansprak en dat het percentage christelijke vrouwen, met name
binnen de hogere klassen, hoger was dan dat van mannen.''
Als invloedrijke
Romeinse mannen zich tot het christendom bekeerden, was dat opvallend vaak het
directe gevolg van de bekeringsijver van hun vrouwen. Dat patroon zette zich na
het einde van de klassieke tijd voort, bij de kerstening van de Germanen. Die
deden niet voor de Romeinen onder in de mannelijkheid van hun cultuur. Ook de
bekering van Germaanse vorsten tot het christendom was opvallend vaak het
gevolg van de bekering van hun wederhelft.
Status en macht
Wat had het christendom
die vrouwen te bieden? De Amerikaanse socioloog Rodney Stark schreef in 1996
het boek The Rise of Christianity*. Daarin stelt hij de vraag hoe het kwam dat
vrouwen zich zo tot het christendom voelden aangetrokken, en hij vraagt zich af
welke plaats de vrouw in de gemeente innam. Hij heeft een strikt sociologische
bril op, die hem het zicht ontneemt op het werk van de Heilige Geest, maar zijn
bevindingen zijn interessant. Hij komt tot de conclusie dat bij de christenen
de status van de vrouw hoger was dan bij de heidenen, en hun macht groter.
Een christelijke
vrouw werd niet uitgehuwelijkt, om maar eens iets te noemen. Ze mocht zelf
weten met wie ze trouwde, en ze trouwde prompt ook later dan haar heidense
zusters. Twintig procent van de heidense meisjes trouwde voor het dertiende
levensjaar. Ongeveer de helft van de christinnen trouwde pas na haar
achttiende.
Christelijke mannen en
vrouwen waren gelijk voor God. Ook in de seksuele moraal. Paulus schreef in 1
Kor. 7 vers 4: ,,De vrouw heeft niet zelf over haar lichaam te beschikken, doch
haar man; en eveneens heeft de man niet zelf over zijn lichaam te beschikken,
doch zijn vrouw.'' Die zin was voor toenmalige lezers van een schokkende
wederkerigheid. Stark: ,,Evenals de heidenen, prezen de vroege christenen
vrouwelijke kuisheid. Anders dan heidenen verwierpen zij echter de dubbele
moraal die heidense mannen veel
seksuele vrijheid
verschafte. Christelijke mannen moesten maagd blijven tot ze waren getrouwd.
Seks buiten het huwelijk werd veroordeeld als echtbreuk.''
Een Romeinse vrouw
die weduwe werd, diende te hertrouwen. Keizer Augustus legde zelfs boetes op
als ze dat niet deed. Alles wat ze bezat, werd eigendom van haar nieuwe
echtgenoot. Christelijke weduwen werden gerespecteerd. Rijke weduwen hielden
hun bezit, arme weduwen werden liefdevol opgevangen, maar beiden hielden hun
vrije keuze.
Stark stelt dat
vrouwen ook binnen de gemeente invloedrijke posities bekleedden. Hij toont dat
aan uit de Bijbel zelf, maar ook met
buitenbijbelse
argumenten. De christenvervolgingen bijvoorbeeld. Er zijn meer christelijke
vrouwen de marteldood gestorven dan mannen. ,,De meerderheid van de mannen die
werden terechtgesteld bestond uit ambtsdragers, onder wie bisschoppen. Het feit
dat een belangrijk deel van de martelaren vrouw was, [wijst erop] dat zij door
de Romeinen dan ook als officiële ambtsdragers werden beschouwd.'' Vrouwen
waren niet zelden diacones, een functie die wel degelijk van betekenis was
binnen de kerkelijke gemeenschap.
In de Middeleeuwen
werd die koers, vooral in de hogere klassen, vastgehouden**. De vrouw was
bepaald niet slecht af. Kinderen konden kiezen voor de naam van de moeder. De
vrouw runde niet zelden haar eigen bedrijf, of zette het bedrijf van haar man
zelfstandig voort als die overleed. Ongetrouwde vrouwen of weduwen waren voor
de wet volledig handelingsbevoegd, ook als het ging om grote sommen geld. In
sommige streken zaten vrouwen op de rechtersstoel, en overal in Europa runden vrouwen
de hofhoudingen en leidden ze als dat zo uitkwam militaire operaties.
Aan veel
verworvenheden van de vrouw kwam pas een einde met de Renaissance, toen niet
toevallig de Romeinse tijd verheven werd tot de maat van alle dingen.
Theologische basis
Onder de emancipatie
van de vrouw lag wel degelijk een theologische basis. Het fundament wordt
gelegd door Christus zelf, bijvoorbeeld waar hij de Sadduceeën van repliek
dient die aankomen met het geval van de vrouw die zeven mannen heeft gehad. Van
wie is zij in de hemel de vrouw? Veel hedendaagse commentatoren behandelen deze
pericoop als een theologisch dispuut. De Sadduceeën wilden fijntjes aantonen
welke problemen het opleverde als er een opstanding uit de doden zou zijn -
waarin zij immers
niet geloofden.
De Romeinse vrouw zal
onmiskenbaar ook nog iets anders gelezen hebben. Die Sadduceeën presenteren een
vrouw die er als vrouw volstrekt niet toe doet. Ze ontleent voor hen haar
waarde aan degene wiens man ze is. En hoe luidt het antwoord van Jezus? Vrij
vertaald: Jezus beschouwt een vrouw niet als een aanhangsel van vader of man,
noch als een voortbrengster van zonen, maar als een volwaardig mens die
persoonlijk toegang krijgt tot Gods koninkrijk.
Het is die
fundamentele gelijkheid van man en vrouw voor God die ook Paulus steeds
benadrukt. Paulus, zo in de hoek geduwd als vrouwenhater, schreef niets minder
dan: ,,En toch, in de Here is evenmin de vrouw zonder de man iets, als de man
zonder de vrouw. Want gelijk de vrouw uit de man is, zo is ook de man door de
vrouw; alles is echter uit God.'' Voor ons mag dat gemakkelijk ondersneeuwen
onder de zogenaamde 'zwijgteksten', maar gelezen in de volstrekte mannencultuur
van die dagen, betekenen deze
zinnen een volstrekte
verschuiving van het perspectief.
Paulus laat in Efeze
5 vers 22 ogenschijnlijk een conventioneel, patriarchaal licht schijnen op het
huwelijk. 'Vrouwen, wees uw mannen onderdanig...' Vandaag de dag struikelen
veel christenen daarover. Maar juist aan dit soort teksten zullen veel lezers
in Paulus' dagen wel gewend zijn geweest. Hij is er (zeker voor zijn doen) ook
opvallend kort over. Het waarlijk dwarse van Paulus' boodschap zat hem in de
tien verzen daarna: een aansporing voor mannen om hun vrouwen lief te hebben.
Dat was nog eens andere taal!
Contextbepaaldheid
Kun je na het
bovenstaande een sluitende uitspraak doen in de kwestie of vrouwen weggehouden
mogen worden van het ambt van ouderling of predikant? Dat geloof ik niet. De
kwestie ligt te complex. Om iets te noemen: er is geen enkele bron bekend die
meldt dat in de oude kerk een vrouw in de eredienst het Woord van God open
legde - net zo goed als vrouwen in het Oude Testament van tijd tot tijd
opduiken als sleutelfiguren met status en macht, maar nooit in de
priesterdienst. Aan de andere kant: Paulus geeft vrouwen een officiële
kerkelijke functie - waarmee hij nadrukkelijk breekt met de gangbare Joodse
praktijk.
Er is in de
discussies over vrouw en ambt een blijvend discussiepunt, dat van de zogenaamde
'contextbepaaldheid'. Het rapport van de NGK noemt als voorbeeld het
oudtestamentische zwagerhuwelijk. Waarom piekert niemand er nog over om de
vrouw van zijn overleden broer te trouwen? Het rapport spreekt van een
'onoverkomelijk cultuurverschil'. ,,Het zwagerhuwelijk veronderstelt een andere
samenleving, met andere waarden, andere belangen en andere familieverhoudingen.
We moeten vaststellen dat de hele sociaal-culturele basis onder het
zwagerhuwelijk is weggevallen.''
Zoals je het
zwagerhuwelijk moet proberen te begrijpen in de maatschappij van toen, zo moet
je bij allerlei teksten over mannen en vrouwen je ogen niet sluiten voor de
culturele situatie waarin die woorden geschreven werden. Moderne,
geëmancipeerde christenen storen zich vaak aan de 'achterstelling van de vrouw'
in de Bijbel. Klassieke christenen lazen volstrekt omgekeerd. Maar ze kijken in
dezelfde spiegel: de tekst van Paulus. Zoals klassieke christenen de
gelijkwaardigheid van de vrouw niet konden wegpoetsen omdat
dat niet in hun
cultuur paste, zo kunnen moderne christenen de ongelijkheid tussen man en vrouw
niet wegpoetsen omdat die niet in de hedendaagse cultuur past. Dat doet het
NGK-rapport net iets te gemakkelijk. Paulus verankert het verschil tussen man
en vrouw te diep in de scheppingsorde en in de relatie van Christus tot zijn
kerk, om haar zo van tafel te vegen.
Daarmee is de
conclusie van het rapport niet van tafel. Het is goed denkbaar dat je na een
zorgvuldige afweging tot de conclusie komt dat het ambt van ouderling en
predikant ook door vrouwen bekleed kan worden. Maar dan nog zul je bij de
invulling ervan recht moeten doen aan een door God in de schepping gelegd
verschil.
* In 1998 in het Nederlands verschenen
bij Ten Have in Baarn. ISBN 90 259
4723 9
* Een goed leesbaar, zij het iets
verouderd overzichtswerk verscheen in
1986 bij uitgeverij Ambo in Baarn:
Vrouwen in de Middeleeuwen door Régine
Pernoud.