uit huis geschopt vanwege je geloof

 

door Linda Stelma

,,Toen ik dertien was, waren er wat problemen tussen mijn vader en moeder. Mijn vader besloot mijn moeder en ons, vijf kinderen, te verlaten.

 

 

Onze situatie veranderde behoorlijk. Aangezien ik de enige zoon ben, voelde ik me verantwoordelijk voor het gezin. Ik probeerde wat geld te verdienen. Op school ging het niet zo goed. Ik was flink agressief en mijn taalgebruik was slecht. Mijn klasgenoten waren bang voor me.

Met het vertrek van mijn vader kwamen er een hoop vragen bij me boven over het doel van het leven. Ik was op zoek naar God en las allerlei tijdschriften en boeken. Ik wilde wanhopig graag weten hoe ik God kon volgen. Twee jaar later huurde een christelijke, medisch studente een kamer bij ons in huis. Ik genoot van haar gezelschap. Op een dag luisterde ze naar christelijke muziek. Ik vond het wel goed klinken en leende wat muziek van haar. Alle nummers gingen over waar je de eeuwigheid kon doorbrengen en hoe je moest leven. Toen ik het bandje terugbracht, had ik een gesprek met onze huurder. Ik vroeg haar om wat dingen uit te leggen. Ze deelde het evangelie met me en ik accepteerde het goede nieuws voor mijn leven.

Vijanden
Mijn leven veranderde toen snel en mijn klasgenoten waren verbaasd over die verandering. Ze vroegen me hoe het kwam dat ik zo anders geworden was en zonder te aarzelen vertelde ik ze over mijn geloof. Mijn hart brandde om te evangeliseren. Ik deelde mijn geloof met iedereen, heel openlijk. Niemand viel me lastig of zette me onder druk om stil te zijn.

Dat duurde niet lang. Na zes maanden had mijn moeder het gehad met mijn christen-zijn. Herhaaldelijk zei ze tegen me dat ik de kerk moest verlaten. Op een dag, toen ik thuiskwam na een bijeenkomst van de kerk, wachtten mijn moeder en zussen me op. Ik kon kiezen: Jezus of mijn thuis. Ik begon te twijfelen. Wat moest ik doen? Toegeven? De vrede in huis bewaren? Maar toen herinnerde ik me een vers uit Matteüs 10 dat zegt dat je eigen familie je vijand kan zijn. Daarom vertelde ik ze dat ik mijn geloof niet op kon geven. Ze begonnen me te slaan en te schoppen en gooiden me uit het huis. Ik was toen vijftien jaar.

Ik kon nergens heen dus ging ik naar het dak van een gebouw dat uittorende boven onze stad. Ik huilde en bad, en tegelijkertijd voelde ik een grote vreugde in mijn hart en eerde ik God. Ik wist niet wat ik moest doen maar wist dat hij voor me zou zorgen. Na een paar uur vond een van mijn zussen me. Ze zei dat mijn moeder graag wilde dat ik terugkwam. Eenmaal thuis sloten ze me op in een kamer zonder voedsel. Mijn moeder zei dat ik voor lunch de volgende dag een beslissing moest hebben genomen. De volgende dag kwam mijn moeder op mijn kamer. Ze stak haar hand naar me uit en ik pakte die vast. Mijn moeder dacht dat dit betekende dat ik het met haar eens was en ik mocht de kamer uit. Maar in het geheim bleef ik naar de kerk gaan.

Ondertussen bad ik veel voor mijn vader. Ik wilde erg graag dat hij weer thuiskwam. Hij had een serieus alcoholprobleem en was vaak op straat te vinden. Ik liet hem altijd zien dat ik van hem hield. Op een dag, na een bijeenkomst van de kerk, zag ik hem liggen in de goot, dronken. Ik vond het erg moeilijk om hem zo te zien. Ik wist niet wat ik moest doen. Iedereen keek naar me. Uiteindelijk ben ik naar hem toegegaan, heb hem over mijn schouder gelegd en naar huis gebracht. Dat was de dag dat hij weer bij ons terugkwam. Ik weet de precieze datum nog.

Stom
Een aantal jaren later werd de druk van mijn familie weer groter. M’n ouders wilden dat ik een gewone baan zou krijgen of zou gaan studeren. ‘Geef je geloof op; je bent de enige in de hele familie die gelooft in Jezus. Doe niet zo stom!’ De sfeer werd er thuis niet beter op. Op een dag lieten ze me weer kiezen. Ik besloot weg te gaan. Na vier dagen begonnen mijn ouders me te zoeken. Ik was twintig jaar oud en ze maakten zich zorgen over me. Ik vertelde ze dat ik mijn geloof niet op kon geven en dat ik wist waar ik heen ging. Niet alleen voor nu, maar ook voor de eeuwigheid. Mijn ouders stopten met me onder druk te zetten omdat ze zagen dat ik serieus was en me niet misdroeg. Ik mocht weer thuiskomen.’’

Niet veel later ontmoette Azizs’ moeder een christelijke vrouw die het evangelie met haar deelde. ,,Mijn moeder is nog geen christen, maar veel barričres zijn verdwenen. Ze weet nu wat het evangelie inhoudt en heeft ontdekt dat ik niet de enige christen ben in de wereld. Een paar van mijn zussen zijn tot geloof gekomen en mijn moeder moedigt mij zelfs aan mijn zwager over het geloof te vertellen.

Ja, er is druk van de familie en van de overheid om je geloof op te geven. Maar in mijn leven heeft God me de kracht gegeven met hem te wandelen. Hij is trouw geweest. Daarom gaan we door met bidden en evangeliseren. We zoeken mensen op die ooit naar de kerk kwamen en moedigen ze aan terug te komen. Ze moeten weten dat de Goede Herder zelf altijd op de uitkijk staat om te ze te ontvangen.’’

Underground
Wat kun jij doen?
Open Doors, een organisatie die zich inzet voor vervolgde christenen, heeft sinds afgelopen zomer een jongerenafdeling: Underground. Via www.undergroundnl.org kun je zien wat jij allemaal kunt doen voor vervolgde christenen wereldwijd. Bidden is een van de belangrijkste dingen. Zie ook: www.jongerengebedsdag.nl.

 

 

 

Reageren op dit verhaal? Mail naar Clou@nd.nl