GD31 - Zoals jij
Zoals jij is er maar één.
Zoals jij kijkt, kijkt er geen.
Zoals je lacht,
je handen zo zacht.
Jij bent uniek en heel speciaal,
zoals je brabbelt in babytaal...
Eenmaal ging je hartje kloppen.
Eenmaal gingen je voetjes schoppen.
Eenmaal geschrei en daar was jij!
Jij bent uniek en heel apart
al ben je blank of bruin of zwart.
Wie heeft jou zo mooi geweven?
Wie heeft jou zulk haar gegeven?
Zeg eens gauw: Wie maakte jou?
Jij bent uniek en heel bijzonder.
En voor mij ben jij een wonder.
Eens was jij een heel klein popje.
Eens zo groot als een speldeknopje.
In het begin een heel klein ding.
Jij bent uniek en exclusief.
Zelfs als je huilt ben je nog lief.
En nu word je zonder vragen
in de gemeente opgedragen.
Kijk maar tevree,
de zegen krijg je mee.
Jij bent uniek en buitengewoon,
want... voor jou gaf God Zijn zoon!
Josine