GD29 -
Raadseltje
Ik ken een
tafelkleedje,
Zo fijn als
poppenhaar.
En wie het
kleedje maakte
Is een echte
kunstenaar.
Dat kleedje
vangt het eten
Voor wie het
heeft gemaakt.
En als het
kleedje stuk is,
Dan heeft het
goed gesmaakt!
Opl. Een spinnenweb.
Ik ken een
heel klein diertje,
dat
tafelkleedjes weeft,
't Brengt uit
een piepklein kliertje
Een draadje
voort, dat kleeft.
Maar nu wil ik
graag weten,
Wie het weet
die zegt het maar ...
Wie maakte
toch dat kleedje en
wie die
kunstenaar?
Opl.: Een spin
en God.
Josine