GD11 - Het lied van de
kleine Joodse timmerman
Vandaag kreeg ik een
meetstok van mijn vader.
Nu meet ik alles wat ik
zie.
De plank, de deur, de
kast met laden.
Ik meet de tafel, een,
twee, drie.
Mijn vader doet het
voor.
Zo moet je meten.
Dit is een el, een span,
een voet, een duim.
Puh! Net of ik dat niet
zou weten.
Hij zegt: Die plank is
twee span..... ruim.
Ik vind het leuk en meet
de gekste dingen.
M'n neus, een steen, en
vaders grote teen.
Ik meet het visje, dat
de buurkinderen vingen.
De hond zijn staart en
m'n vriendjes been.
Nu zit ik in de schaduw
uit te rusten.
Op een grote steen en ik
denk na.
Zijn er ook dingen die
je niet kunt meten?
Zal ik het vragen aan
mijn pa?
Pa, kun je alles meten?
De zee, de bergen en elk
ding?
En had God ook een
meetstok, toen Hij alles maken ging?
Maar vader zegt: Vlug,
jongen,
de Sabbath komt eraan.
En jij hebt helemaal nog
niet
Je mooie jasje aan.
Even later in de
synagoge
hoor ik het antwoord in
een lied.
Gods trouw is hoger dan
de wolken.
En Zijn liefde eindigt
niet.
Josine