Het zondaarsgebed

Een zondaarsgebed is een gebed, om voor het eerst contact te maken met Jezus. De heilige Geest overtuigt het kind van zonde en het reageert daarop. Ook een kind kan dat doen. Je kunt het ervan bewust maken door te vragen: Wanneer was het dat je voor het eerst zelf tot Jezus ging? Je bent niet vanzelf een christen. Niet omdat je ouders geloven, of omdat je naar de kerk gaat. Eenmaal moet je ja zeggen tegen God.

Meestal vertel ik van de dag dat mijn man mij ten huwelijk vroeg. Toen moest ik besluiten ja of nee.

 

Hoe noem je het ook wel?

Je hartje aan de Heer geven.

Wederom geboren worden

Jezus gaan volgen

Een beslissing voor God nemen.

Je overgeven aan God.

Reageren op de oproep

Naar voren komen.

Tot Jezus gaan.

Gered worden...

 

Je moet met het kind samen het zondaarsgebed bidden:

- alleen als de heilige Geest je leidt.

- als je verhaal er naar is.

- als er een moment van rustige bezinning gecreëerd kan worden.

- of als je even apart kunt gaan zitten.

 

Zo'n rustig moment kun je bereiken door een lied langzaam te zingen, zacht, en zelf mee te doen in de beleving van wat je zingt. Hoe ga je over van vrolijk op rustig? Als je bijv. zong: Hé, stop, sta eens even stil.... dan zeg je: 'Ja, laten we eens even stil zijn voor de Heer. Laten we Hem zeggen hoeveel wij van Hem houden...'

 

Hoe?

Je kunt aan de groep vragen de hand op te steken, terwijl de anderen hun ogen gesloten houden. Of je kunt hen vragen naar voren te komen, of na te blijven. Probeer uit je verhaal de toepassing duidelijk te maken, zodat ze het persoonlijk beleven wat God van hen vraagt.

Blijf van binnen in gebed, zodat je geleid kunt worden door de heilige Geest.

 

Gods woord is daarbij onmisbaar. Toon aan de hand van de bijbel aan, dat je geroepen wordt. Bijv. Kom toch en laat ons tezamen richten, zegt de Here, al waren je zonden als scharlaken, Ik zal ze maken wit als wol.

 

Zijn er voorwaarden?

Ja, eerbied voor God.

Je hoeft niet per se alles te begrijpen. Uit pastorale gesprekken weten we dat mensen soms later pas snappen wat alles inhield.

Tranen? Soms wel, soms niet. Een verstandsbeslissing kan even zo goed zijn.

Een bepaalde leeftijd? Nee. Er zijn mensen die op jonge leeftijd tot geloof komen en toch hun hele leven Jezus gaan dienen.

Uit een kerkelijk meelevend gezin? Hoeft niet.

 

Jouw houding

kan bepalend zijn voor het verdere leven van een kind. Ik zal je een voorbeeld geven.

Als kind mocht ik wel eens eten bij mijn oom Jacob en mijn tante Co. In tegenstelling tot mijn eigen thuis was daar alles netjes, de tafel werd netjes gedekt met een onderkleed en een damasten tafellaken. Het zilveren bestek op de juiste plaats. Messenleggers... Een glaasje water erbij... Het eten werd opgediend in schalen en het servies was smaakvol. En bovendien, je at niet alleen, nee... met elkaar! Als we klaar waren met eten ging oom uit de bijbel lezen en hij bad heel eerbiedig het Onze Vader. Die eerbied voor God is mij mijn hele leven bijgebleven. Zo hoort het dacht ik vroeger! Ook mijn kinderen heb ik dat bijgebracht. Eerbied voor God is een fundament voor je geloof.

 

Een zondaarsgebed is geen toverformule. Het moet vlees en bloed worden in een kind, anders wordt het goedkoop. Vraag zo af en toe eens: Wie weet er zeker dat hij behouden is?

Staat jouw naam wel in het boek van het Leven? Steek je hand eens op. Wie twijfelt er wel eens? Wie schaamt zich ervoor een christen te zijn op school?

 

Elementen

1. Toon het kind de noodzaak om gered te worden. Iedereen gaat niet naar de hemel. Niemand is goed genoeg van zichzelf. Het gevolg van de zonde is dat een mens voor eeuwig van God gescheiden is.

Rom. 3:23, Op. 21:27, Joh. 8:21,24.

2. Toon het de weg tot redding.

Redding is een gratis geschenk, omdat Jezus onze plaats innam aan het kruis, Hij werd begraven en stond op uit de dood. Joh. 3:16, Ef. 2:8, 1 Kor. 15:3,4.

3. Leid het kind om dit cadeau aan te nemen, Jezus aan te nemen als persoonlijke redder.

Joh. 1:12, Op. 3:20.

4. Help hen uit Gods woord de zekerheid te verkrijgen dat ze gered zijn.

Joh. 3:36, Op.3:20, Hebr. 13:5.

5. Help hen om Jezus te belijden voor de anderen.

(Mat. 10:32.) Dit belijden is eerst aan de leiding en later aan zijn ouders, vrienden, als het kan ook in de kerk.

 

Naar mijn mening moet elke christen een paar van bovenstaande teksten uit het hoofd kennen om waar dan ook mensen tot de Heer te leiden.

 

Een voorbeeld

Lieve Heer, ik weet dat ik verkeerde dingen heb gedaan. (Beter is de zonde bij name te noemen) Daar heb ik spijt van. Maar U betaalde voor mij de straf. Ik geloof, dat U veel van mij houdt. Ik wil graag bij U horen, voor altijd. Ik wil in Uw voetstappen lopen. Help mij om uw knechtje te worden en het aan anderen te vertellen. Dankuwel, dat U een plaatsje voor mij klaarmaakt in de hemel. Amen.

 

Nazorg:

Het kind gaat naar huis, leeft even in de wolken, misschien vertelt het wel aan iemand wat het heeft meegemaakt, maar een week later komt het in de verleiding en doet weer iets verkeerd. Dan denkt het: 'Ik ben geen Kind van God meer. Ik kan het niet volhouden. Ik kan geen braaf pietje zijn.' Dan haakt het af. Daarom moeten we dit van tevoren bespreken.

Je bent in Gods gezin gekomen, je bent door God geadopteerd, je mag Hem je Vader noemen, maar je zult merken dat je telkens weer struikelt. Toch mag je weer opstaan en verder gaan. Langzaamaan zul je merken dat je nieuwe ikje sterker wordt en dat je door te praten met Jezus de juiste weg loopt. Die weg eindigt in de Hemel, maar je eigen weg leidt je van God af.