BELANGRIJKE PUNTEN OM EEN LEUKE
CLUB TE KRIJGEN
Vaste indeling clubtijd.
Voorbeeld:
1. inloop....
2. kringgesprek......
3. bidden....
4. zingen......
5. verhaal....
6. tekst......
7. activiteit.
Maar ook soms een heel andere ochtend, een opdrachtenspel of een China
ochtend...
- De bijbel is het allerbelangrijkste.
- Bijbelteksten leren is fun. Als door jouw manier van evangeliseren
kinderen een hekel krijgen aan geloven dan ben je heel gevaarlijk bezig! Het
fijnste leven dat er is is het leven met Jezus. Lachen hoort bij geloven.
- Zingen: leuke liedjes waar ze wat aan hebben en waar ze iets van
zichzelf in herkennen. Ze moeten
niet. Zing hetzelfde liedje niet drie
vier keer achter elkaar.
- Probeer niet je wil op te leggen.
- Geef ze muziekinstrumentjes. Ook al wordt het een gek lawaai, als ze
er maar plezier aan beleven.
- Zoek spannende verhalen en vertel met heel je inzet. Ze moeten
ademloos kunnen luisteren. Breng het verhaal dicht bij ze en denk steeds: hoe
zou een kind dit opvatten.
- Gebruik eens handpoppen of haal verklede mensen in je club.
- Vromigheid en zoete kindertjes geloof is funest.
Ben je wel bekeerd? Leef je met de Heer? Je kunt een kind niet verder
brengen dan je zelf bent.
Activiteiten:
leer hen uit alle macht, met eten, muziek, videorecorder, goochelen,
geluiden, lichteffecten, invoelen, ruiken, geheimen, raadsel, puzzels, de
bijbel, atlassen, boeken, platen, grapjes, beamer, overheadprojector. dia's,
gedichtjes maken, krantenknipsels. Met alle zintuigen! Laat je steeds
motiveren. Ga naar bed met een vraag: "Heer, hoe zal ik het doen?" en
je zult opstaan met een antwoord.
LET OP!
- Eens kwam een moeder klagen. Haar kind had gedroomd dat zij
aangevallen werd door een rare man en nu dacht ze dat het ook uit zou komen. Ik
had namelijk van de dromen van Jozef verteld. Voortaan zorg ik ervoor erbij te
zeggen, dat de meeste dromen echt
niets voorspellen.
- Een andere klacht was na het verhaal van Sodom. Iemand kwam klagen omdat ze dacht dat ik over de hel had
verteld.
- Een heikel onderwerp is ook offeren.
Veel mensen en zeker kinderen houden meer van dieren dan van mensen. Probeer
het maar uit. Als je vertelt dat een mens sterft zijn ze niet zo geraakt als
wanneer er een katje dood gaat. Bij een dier offeren roepen ze al gauw:
"Ach!", terwijl ze zelf net een balletje gehakt opgegeten hebben. Men
kan dit zo oplossen: Al zodra het aan bod komt begin je te vertellen dat de
mensen vroeger dachten dat iets dat je verbrandt, rook wordt en zo in de hemel
terecht komt. Als ze God hun liefde wilden tonen, nodigden ze Hem uit om samen
te eten. Dus bouwden ze een tafeltje voor God. Hun lekkerste eten gaven ze Hem,
dat is vlees. De mensen vroeger aten niet elke dag vlees. Want je kunt niet
even een plakje van een schaap afsnijden. Vlees at je met vrienden en op
feestdagen. Wijs dus op de betekenis van samen eten, dat is samen één worden. (In
het boek Van Pesach tot Chanoeka door J. Petuchowski staat op bl. 23: Veel
offers waren familiemaaltijden, waarbij men als het ware de godheid uitnodigde deel
te nemen.)
-Dan het feit dat je God niet
kunt zien. God is een Geest. Kinderen denken dan gelijk aan een spook. Velen
van ons zeggen: Je kunt God niet zien, maar Hij is er wel. De wind of
radiogolven kun je ook niet zien, enz. Maar beter is om te zeggen: "God is
in de gedachtewereld." Voor het woord geest vul je het woord gedachten in.
Je dromen kun je ook niet zien, maar zijn ze daarom minder echt? Ze kunnen je hele
dag beïnvloeden. Wij hebben een geest en dieren niet. Nog nooit is er een dier
betrapt op het bouwen van een kerk. Betekent dit dat de geestelijke wereld dus
maar spinrag is? Welnee. Dan hebben we er geen notie van dat de gedachtewereld veel belangrijker is dan de materiële. Denk aan politiek, voelen,
streven, willen. De hele wereld wordt geregeerd door ideologieën en idealen. Er
zijn veel meer gedachten dan werkelijke dingen. Eerst heeft iemand gedachten
over een tafel, enz. en dan wordt het een tafel. Alles is ontstaan uit
gedachtes. Er zit een denker achter de dingen die we zien. Zie Hebr. 11:3
-Ongetwijfeld krijg je een vraag zoals: Waarom ging Gideon vechten? Vechten mag toch niet van God?
Dat blijft een moeilijke vraag. Ik voorkom dat meestal door de tegenstanders te
benoemen: meneertje Haat, Gemeenheid, enz., zodat ze begrijpen dat wij te
strijden hebben tegen machten en overheden. De Midjanieten worden wel
genoemd natuurlijk, maar je preciseert
ze als wettelozen. Wij kunnen door Jezus strijden tegen de slechte gewoontes
binnenin ons. Niet met een materieel zwaard, maar het zwaard des Geestes.
Vooral geen vijanddenken aankweken, dat krijg je er moeilijk uit. 't Is een
bron voor racisme. De zonde zit in ons.
(De volken die Israël moest verslaan hadden wel 400 jaar de kans
gekregen om te veranderen. Eerder was de maat niet vol. Ze verbrandden hun
eigen kinderen)
-Er zijn verhalen, waarin het slecht
afloopt met een goed mens. Bijv. Johannes de Doper. Dan begin ik mijn
verhaal wel eens zo: Het was een drukte van belang in de hemel. Een heel
belangrijk persoon zou thuiskomen. Alles moest in gereedheid worden gebracht...
Hiermee geef ik aan dat dit leven niet het einde is. Het gaat er niet om of je
dogma's spuit, maar of een kind God beter leert kennen.
Het is toch met sterven zoals met geboren worden, waar je uit de
moederschoot vertrekt naar een hogere wereld. We gaan naar een beter leven.