LES 35 CURSUS JOSINE DE JONG
OPVOEDING
Inhoud:
1. Geen pretenties.
2. Zachtmoedig en nederig.
3. Wat leren we van de Heer over opvoeden?
4. Psalm 23.
5. Conclusie.
1. Geen
pretenties
Allereerst wil ik zeggen dat ik geen pretenties heb. Het gaat ook niet
aan om u dingen op te leggen die ik zelf niet volbracht heb of volbrengen kan.
Het enige wat ik kan doen is mij samen met u buigen onder de autoriteit van
God. Zoals Jezus zei: Leert van Mij dat ik zachtmoedig ben en nederig van hart.
Als we dus van Hem moeten leren, dan moeten we allereerst leren hoe Hij is,
immers Hij is onze opvoeder.
2. Zachtmoedig en
nederig
Eén van de dingen die Larry Christenson in zijn boek: "Het
Christelijke gezin" aangeeft, is dat we kinderen moeten leren bescheiden
en eerlijk te zijn. Het karakter van de tegenstander van God is juist protserig
en hoogmoedig. Ik zal mijn troon boven Gods troon zetten. Moeten we dan maar
over ons laten heenlopen? Zachte doetjes worden? (Trouwens het woord doetje
komt van David). Nou, we kunnen niet bepaald zeggen dat Jezus dat was. Dus
hebben wij een verkeerd begrip van nederig zijn en zachtmoedigheid. Jezus zei
rustig van zichzelf: Ik ben de Zoon des mensen. Ik ben de Goede Herder, Ik ben
het Licht der wereld. Is dat dan niet opscheppen? Nee, want Hij was het. Het is
dus echt zijn. Opscheppen is dat je er een schepje bovenop doet. Nederig zijn
is: ONDERWORPEN AAN HET GEZAG DAT GOD BOVEN JE HEEFT GESTELD, wetend wat God je
heeft toevertrouwd en wat je taak is.
Voor een vrouw is dat: haar man, de gemeente en God. We moeten soms wel
vechten tegen de geest van deze tijd. Veel concepten over opvoeding druisen
regelrecht in tegen Gods principes. In het huwelijk is de man ‘boven’ de vrouw
gesteld, zoals Christus boven zijn gemeente, maar in de gemeente is iedereen
gelijk, er is geen verschil. Het is heel erg verkeerd als de vrouwelijke kant
van het verhaal niet mag worden gehoord in de prediking, want God is mannelijk
en vrouwelijk. Hij koestert en strijdt. Hij baart en hij leidt. Waar alleen
mannen het voor het zeggen hebben is er iets vergelijkbaars aan de hand als bij
homoseksualiteit, en wel in de geestelijke dingen. In zulke gevallen is er vaak
verachting van de vrouw (Een vrouw kan niet vergaderen hoorde ik eens iemand
zeggen) en zeker verachting van het kind, wat niet Gods bedoeling kan zijn.
3. Wat leren we
van de Heer over opvoeden?
Hoe voedt Hij ons op?
Hij is bij ons,
beschermt ons, voedt ons,
betoont ons zijn liefde, vecht voor ons.
Geeft zijn leven voor ons.
Geneest ons.
Kent je naam en je gedrag.
Leidt ons.
Heeft ons belang op het oog.
Je zou dat kunnen zien aan de hand van Psalm 23.
4. Psalm 23
De Heer is MIJN herder. Mij ontbreekt niets.
Dit houdt een unieke relatie in. Is het niet het mooiste als je je
eigen vader en moeder hebt, die goed voor je zorgen? Maar ook als pleegouder
kun je een kind dit gevoel geven. Ik ben er voor jou.
Hij is altijd bij ons.
Als wij onze kinderen willen opvoeden dan moeten we ook bij hen zijn. In
Spreuken staat: een aan zichzelf overgelaten knaap verwildert. Wij deden
vroeger ook allerlei gekke dingen. Ik wist wel dat ik niet met gevaarlijke
dingen moest experimenteren, maar we sprongen op de stoelen en dan op de tafel
en zo in de rondte, tot op een keer de tafel doorzakte. We bakten snoepjes van
suiker. Mijn moeder heeft het nooit gemerkt. Ik doorzocht alle kasten, alle
papieren, haalde al het geld en snoep dat er in de zakken zat eruit. Als ik
ergens moest oppassen dronk ik uit de drankflessen. Ik kweekte schimmels
menende dat er iets lekkers uit zou komen en draaide sjekkies met
krantenpapier... Hoewel je overal zelf een oplossing voor moet zoeken word je
toch onzeker, omdat niemand je bevestigt.
De herder gaat voorop. Hij is bij je en neemt initiatieven. Hij leidt.
Bij de opvoeding is het ook belangrijk initiatieven te nemen, niet achter de
dingen aan te lopen. Het is logisch dat een moeder, die steeds achter de zaken
aanloopt, alleen maar loopt te vermanen. Je moet ze uitdagen om dingen te
ondernemen. Postzegels sparen, dierenplaatjes verzamelen, werkjes maken, een
dierentuin bezoeken, een kinderclub organiseren of iets dergelijks. Ze vinden
het leuk en blijven in je geïnteresseerd. Het hoeft echt niet veel geld te
kosten.
Rust en veiligheid, dat is wat een opvoeder aanbrengt. Het kan buiten
wild eraan toe gaan, thuis is er rust. Het meest gebruikte woordje als je
thuiskomt is: hèhè. En... is er wat te eten? De drie r's voor een klein kind
zijn: rust, reinheid en regelmaat.
Een moeder is opgewekt. Ze zet een bandje aan of bakt een lekkere cake.
Ze knuffelt je en luistert naar je problemen. Maaltijden zijn ook heel
belangrijke momenten voor een gezin. Vaak worden er diepe gedachten terloops
geuit. Zorg dat u een maaltijd per dag met het hele gezin samen eet, zonder tv
of radio. Gewoon een half uur voor elkaar. Niet voor niets nodigde je vroeger
mensen uit voor een etentje als je ze beter wilde leren kennen. Een moeder kent
ook je verhaal. Dat is heel belangrijk. Dit probleem zien we vaak bij
pleegkinderen. Ze hebben geen foto's van vroeger. De sociaal werker maakt vaak
een levensboek samen met ze. Toen je drie was deed je dit of dit. Hier sta je
met je eerste hondje. Weet je nog wat je zei?
De herder is bij je in het duistere dal
Een moeder snuift onraad. Ze is boven alles waakzaam. Als je goed wil
opvoeden dan ben je er als ze bang zijn in de nacht. Je bidt met ze voor het
slapen gaan. Je troost ze en moedigt ze aan een stap te nemen die ze niet
durven nemen. Ze moeten naar de tandarts, naar het ziekenhuis misschien. En wat
een zegen is het te weten dat waar onze mogelijkheden ophouden de hemelse Vader
bij hen blijft. Wat kan het niet een angstig moment zijn als je voor het eerst
naar school moet en mamma laat je alleen. Duidelijk is dat wij maar tijdelijke
opvoeders zijn. Jezus is hun blijvende opvoeder.
Veiligheid en geborgenheid. De
begrenzing aangeven van wat mag en niet mag. Zoals God ons leert in de tien
geboden. Dit mag je niet en dat mag je wel. Niet omdat we hen willen beknotten
maar omdat we van ze houden. Daarbuiten is het niet meer veilig. De herder
bepaalt waar zijn schapen mogen lopen. Het is een hele klus om aan te geven wat
ze niet mogen. Dit programma mag je van mij niet zien. Waarom niet? Omdat ik
het zeg. Nemen ze daarmee genoegen? Je kunt niet altijd precies aangeven waarom
niet. Daar mag je van mij niet naar toe. Ik wil niet dat je bij die patatzaak
rondhangt. Je mag van mij niet naar dat schoolfeestje. Er wordt bier gedronken.
We doen niet mee met die heksenweek op school. Je mag van mij je eigen
horoscoop niet maken onder de taalles. Pft! Het zweet breekt je uit. Wat een
ontzettende inspanning is het om goed op te voeden en wat een weerstanden moet
je overwinnen. Gezegend de moeder die kan bidden om hulp. Denk eraan: Liefde is
discipline en discipline is liefde.
Wat heerlijk om kinderen al vroeg Gods woord bij te
brengen. Wat heerlijk om ervoor te zorgen dat ze veel teksten uit het hoofd
kennen, dat je de chaos in hun gedachten op een rijtje zet. Je waarheid zit
ergens aan vast. Je waarheid is liefde. Dit hele patroon van Gods waarheid, die
klopt als een bus, geeft een gevoel van te zitten aan een overvloedige dis. (He brought me to
the banqueting table. His banner over me is love.)
Opvoeden is naar boven voeden. Alles wat met op begint is vermoeiend
opluisteren, opbeuren, opheffen, optillen, opwarmen, behalve opeten. (Eigenlijk
dat ook, want iets lagers wordt iets hogers, bijv. een appel, een vis, wordt
mens) Je houdt je handen naar boven in gebed, zoals Mozes deed. Wat fijn als je
dan twee partners hebt die je handen omhoog houden. Je man en de gemeente. Wat
zul je moe worden als je het alleen moet doen. Telkens als je het weer verkeerd
hebt gedaan. Je hebt je kop gestoten is de Vader er weer met zijn troost. En
vaak worden onze fouten nog gebruikt voor iets beters.
Als wij een fijn gezin vormen kunnen ook anderen daarvan meeprofiteren.
De juf op school, de kinderen uit de buurt, de buren, de familie.
Heil en goedertierenheid zullen ons volgen al de dagen van ons leven
Je opvoeding gaat mee, door heel het leven van je kind. Het werkt door
in de komende geslachten. Men zegt wel: Dit heb ik van thuis meegekregen. Ik
ben het nooit meer kwijtgeraakt. Ik had een biddende moeder.
Ik zal in het huis van de Heer verblijven tot in lengte van dagen
Een thuis te hebben, een eigen kamertje zoals de schapen een eigen
schaapskooi kennen, dat is fijn. En een gemeente, waar je telkens weer nieuwe
kracht ontvangt.
5. Conclusie
Ondanks dat we onvolmaakte mensen zijn, kunnen we door Gods zegen toch
met goede resultaten opvoeden, want de Heer Jezus leidt
ons. HET IS GENADE VAN GOD. Leert van Mij, zegt Jezus. Wat
een uitdaging!