LES 33 CURSUS JOSINE DE JONG

 

 

VRAGEN VAN  KINDERWERKERS

1. Wat kun je nog doen als je tijd over hebt?

2. Kunnen we aan Sinterklaas doen?

3. Komen mensen die gecremeerd zijn in de hemel?

4. Hoe houd je jongere en oudere kinderen samen bezig?

5. Wanneer doe je een uitnodiging?

6. Hebben kinderen ook een plaats in de eredienst?

7. Hoe leid je een kind tot Jezus?

8. Onze jeugd zwerft zoveel.

9. Kunnen kinderen ook de doop in de heilige Geest ontvangen?

10. Als er kinderen bij zijn die gebonden zijn, hoe moeten dat aanpakken?

11. Als je bij het onderwijs zit, ben je dan meer dan de anderen geschikt om het gemeente kinderwerk te doen?

12. Onze leiding is zelf niet vervuld met de Heilige Geest.

13. Er zijn kinderen die de leiding tegen elkaar uitspelen.

14. De kinderen móeten naar de kinderdienst, daarom zijn ze zo lastig. Het begint al in de dienst. De groteren worden ook niet stil als we gaan zingen.

15. Hoe bouw ik een goede relatie op tussen onze kinderwerkers?

16. Hoe los ik het chronisch tekort aan kinderwerkers op?

17. Wat doe ik als ik het niet meer zie zitten? Even een jubeljaar?

18. Hoe vertel je dat in het O.T. al die mensen gedood werden.

19. Hoe krijg je mannelijke kinderwerkers?

20. Kun je een kind voor straf ook laten vegen?

21. Als je veel beloont, willen ze dan nog wel iets zonder beloning doen?

22. Wat doe je met een driftig kind?

23. Moet er een vaste volgorde voor alles zijn?

24. Hoe krijg ik er orde in als ze als wilden binnenstormen?

25. Er is weinig ontzag voor ons en voor God. Hoe lossen we dat op?

26. Kun je een kind van 3‑ 6 jaar al verhalen vertellen?

27. Hoe gebruik je de bijbel bij je vertelling?

28. Als ze de verhalen al zo vaak gehoord hebben?