LES 31 CURSUS JOSINE DE JONG

 

HOE VORM JE EEN HECHTE GROEP?

 

Inhoud:

1. Beschrijving van je groep.

2. Verwachtingen.

3. Doel.

4. Analyse.

5. Actiepunten.

6. Met wat voor middelen?

7. Kijk naar militaire dienst.

8. Hoe maakte de Heer Jezus een groep?

9. Hoe maakte God van een stelletje ongeregeld een volk?

10. Een kringgesprek.

11. Ideeën.

12. Gouden regel.

 

1. Beschrijving van je groep

Het is een groep kinderen die komen uit....

... keer per week gedurende ..... omdat .....

In deze groep zitten kinderen in de leeftijd van....

              

2. Verwachtingen

Wat verwacht de gemeenteleiding van ons, wat betreft groeps­vorming? ......................................

Wat verwachten de ouders van ons?......................

Wat verwachten de kinderen van ons?..................

 

3. Doel:

op langere termijn is.......

voor dit jaar is ..............

voor dit kwartaal is...............

voor deze week is..................

De korte termijndoelen moeten bepaald worden met het oog op de lange termijndoelen.

 

4. Analyse

Welke nu aanwezige karaktertrek van een kind vormt de grootste belemmering voor een goede groeps­vorming? Waar­om? bijv. vertrouwt niemand meer, bazig, hatelijk, egoïstisch

.......................................................

 

Welke nu aanwezige karaktertrek van een kind zal naar uw verwachting een goede invloed hebben in de groep? Waar­om? Bijv. zorgzaam, dierenliefde, niet gauw geïrriteerd,

.......................................................

 

Welke karaktertrek van onszelf zal een goede groepsvor­ming belemmeren. Waarom? Bijv. bazig, eenzelvig, jaloers. ....................................................

 

Welke karaktertrek van onszelf zal een goede groepsvorming ten goede komen. Waarom? Bijv. avontuurlijk, uitdagend, zachtmoe­dig, trouw,  ..........................................­.......

 

Welk gegeven vormt een BELEMMERING voor een goede groeps­vor­ming en waarom?

Denk aan: meubilair, lucht en licht, opstelling stoelen, leeftijdsverschil, wisselende leiding, achtergrondverschil, standsverschil, vastgeroeste gewoontes, geld, materiaal, veel kinderen zonder broertjes of zusjes, enz.

 

Welk gegeven in de zondagschool kan een POSITIEVE INVLOED hebben op goede groepsvorming?

- dat er over Jezus wordt verteld.

- dat de leiding weet waar ze leuke ideeën vandaan kan halen.

- dat de ouders meewerken.

- veel materiaal.

- Goede wil bij de leiding.

- Grote inzet, enz.

 

5. Actiepunten

0 Samen delen.

0 Niet roddelen.

0 Gehoorzamen aan de leiding.

0 Voor elkaar opkomen.

0 Gevoel van saamhorigheid.

0 Samen opruimen.

0 Samen werken.

0 Tegen je verlies kunnen.

0 Openstaan voor nieuwe kinderen.

0 De zwakken helpen.

0 Niet op een ander neerzien.

0 Luisteren naar elkaar.

0 Samen bidden.

0 Je uiten naar elkaar.

0 Samen iets voor anderen doen

.............

 

6. Met wat voor middelen

1. Belangstelling voor het individu.

2. Observatie.

3. Het samen bespreken van de leiding.

4. Huisbezoek.

5. Gebed voor het individuele kind en zijn persoonlijke noden.

6. Verhalen, ook van mensen die toonden goede kameraden te zijn.

7. Spel. Geen wedstrijden, maar spelen waarbij ze moeten samen­werken.

8. Weekenden.

9. Kampen.

10. Dagtochten.

11. Uitnodigen thuis.

12. Een bijzondere dag, bijv. sponsorloop.

13. Goede samenwerking tussen de leiding onderling.

14. Een brievenbus voor geheime briefjes.

15. Sfeer maken. Bijv. kaarsen, lekker eten,

    eens allemaal op kussens op de grond zitten.

16. Samen voor een goed doel werken.

17. De leiding laat zich voorlichten door deskundigen.

18. Tact, kennis en creativiteit wat betreft oplossingen.

19. Alles opschrijven en evalueren.

20. Kringgesprekken.

21. Opschrijven waarvoor we samen gebeden hebben en de volgende week kijken of er verhoringen zijn.

22. Spreek over hoe je het graag zou zien

23. Spreek over hun toekomst en waartoe iets leidt.

24. Laat ze samen iets opschrijven, tekenen.

25. Toneelspelen. Iets gezamenlijk opvoeren.

26. Zingen.

27. Je gezamenlijk ergens presenteren, in de kerk, bejaardentehuizen, enz.

 

7. Kijk naar Militaire Dienst

Daar vind je, als het goed is, een eensgezinde groep, anders kun je geen oorlog voeren.

- Ze moeten op hun kameraden aankunnen.

- Ze moeten naar de leiding luisteren.

- Ze weten dat ze een gezamenlijke vijand hebben.

- Ze hebben een groter doel voor ogen. Vrede voor thuis?

- Ze beleven veel avonturen samen, dat geeft een band.

- Ze krijgen steeds les.

 

8.  Hoe maakte de Heer Jezus een groep?

Hij at met ze en sliep met ze. Luc.22.

Hij leerde hen. Joh.15.

Hij beleefde avonturen met hen. Joh.11.

Ze beleefden samen vreugde en verdriet. Matt.14.

Hij stelde hen vragen. Mat. 16

Hij had hen lief.Joh. 17.

Hij gaf hen zijn visie van het koninkrijk. Mat. 13.

Hij sprak met hen over hun toekomst. Joh. 21.

Hij schakelde hen in in zijn bediening. Twee aan twee.

Hij wist wat ze dachten. Joh.2:24.

Hij wilde dat ze een zouden zijn. Joh. 17.

Hij bracht offers voor hen. Joh. 17.

(Hoe lang zal Ik jullie nog verdragen.)

Hij vermaande ze. Matt. 16.

Hij leerde hen bidden. Mat. 6.

 

9. Hoe maakte God van een stelletje ongeregeld een volk?

1.Door eten en drinken te geven. Ex. 16

(En daarmede rust, reinheid en regelmaat.)

2. Door zijn wetten te geven. Ex. 20

3. Door hun vijanden te verslaan en voor hen op te ko­men. Ex­.17.

4. Door een goede leider. Ex. 32.

5. Door strenge en oprechte tucht. Ex. 19.

6. Door hen een toekomst in het vooruitzicht te stel­len. Ex.3:8.

7. Door bij hen te blijven als ze mopperden. Ex.17.

8. Door zelf met hen mee te gaan. Ex. 33.

9. Door visueel materiaal te geven, de tabernakel. Ex.35.

10. Door hen feesten te geven op z'n tijd. Lev. 23.

 

10. Een kringgesprek

Er zijn verschillende vormen.

- Een vrij kringgesprek. Wat heb je deze week meegemaakt? Ga de rij langs.

- Een kringgesprek naar aanleiding van een voorwerp. Leg bijv. een stukje vuurwerk neer en vraag op de rij af of ze daar wel eens iets mee hebben beleefd.

- Een kringgesprek met papegaaien. Maak van papier een papegaai en geef die aan een willekeurig kind. Dat moet nazeggen wat degene die sprak heeft gezegd.

- Een kringgesprek met samenvatten.

  Een kind vat samen wat een ander net heeft gezegd.

- Een kringgesprek met vragen. Een kind stelt een vraag aan het kind dat net iets heeft verteld.

 

De gespreksleidster moet niet te veel moraliseren. Zo van: Dat was fout van je, hè? Ze moet ook niet te veel zelf aan het woord zijn. Het is juist de bedoeling dat de kinderen gaan praten. Denk aan de tijd!

 

11. Ideeën

 - Geef de groep een naam en spreek ze ook zo aan.

- Spreek over wij en niet vaak over ik.

  Zeg: Vertel jij ons eens.... i.p.v. vertel het mij eens.

- Een onderscheidingsteken is ook leuk.

  Bijv. de Uilen dragen een speldje met een uil erop.

- Maak groepsregels met hen samen.

- Geef hen zo mogelijk ergens verantwoordelijkheid over. Bijv. laat hen meebidden voor de dienst.

- Als een groep groot is in kleinere groepjes opsplitsen.

- Moedig het goede aan en negeer het verkeerde. (Tot op zekere hoogte natuurlijk.)

- Maak foto's en houdt een plakboek bij van de groep. Laat de kinderen er zelf ook in schrijven.

- Geef groepsbeloningen i.p.v. individuele.

- Geef een blaadje voor thuis uit.

- Delegeer de leiding over bepaalde zaken aan hen.

 

12. Gouden regel

Zorg ervoor dat de leukste avonturen bij jou te beleven zijn en niet bij de belhamels. Jij hebt immers veel meer creativi­teit. Neem het initiatief en loop niet achter hun z.g. leuke ideeën aan.