LES 30 CURSUS JOSINE DE JONG

 

OVER DIEREN GESPROKEN

 

Een vaak gehoorde vraag van kinderen is: Komt mijn poes ook in de hemel?

 

Om over na te denken.

Jos was een jongen van groep drie. Hij had een slechte relatie met mensen, volwassenen en kinderen. Daarom was hij speciaal bij juffrouw Randy geplaatst. Zij was zo'n begrijpende juf. Op een dag vroeg hij aan de godsdienstjuf, die één keer in de week in zijn klas kwam: "Zijn er in de hemel ook dieren?"

"Nee," zei ze heel dogmatisch. Uit heel zijn houding bleek dat Jos het toen niet meer zag zitten met God. De godsdienstjuf merkte het en bleef erover puzzelen. De volgende keer zei ze: "Jos, ik heb me vergist. Ik heb inderdaad in de bijbel gelezen dat er dieren zijn in de hemel."

Toen was het kind opgelucht. Laten we er altijd voor zorgen dat we geen hindernissen opwerpen voor een kind om tot Jezus te komen. Dieren en God horen toch bij elkaar! Hij heeft ze geschapen en zelfs in de ark gebracht.

 

Gedichtje van Kim.

In de hemel, in de hemel, in de hemel is het fijn.

In de hemel zal het vol van dieren zijn.

Een paardje daar, een poesje hier.

In de hemel maken ze plezier.

 

Gedichtje van Marije.

Dieren zijn geen mensen.

Dieren hebben zijn mijn liefste wensen.

Dieren, lief en klein,

Wat zijn dieren toch fijn.

Dieren, groot en klein.

Hoe zou het leven zonder dieren zijn?

 

Vraag van Tineke.

"Hield Jezus ook van dieren?"

Antwoord van de juf: "Ja. Hij heeft ze zelf bedacht. Hij maakte ze zo dat wij ervan zouden genieten."

 

Overwegingen:

Wat zou de hemel zijn zonder planten? Zouden er grasjes zijn?

Zou het niet erg lelijk zijn als er wel een stad is maar geen gras en bloemen? En dieren?

 

De bijbel zegt:

- Er komt een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Op. 21:1,

- De wolf en het lam zullen tezamen weiden. Jes. 11:6.

- Mens en dier verlost Gij, Here. (Kan dit soms slaan op: Als een mens verlost wordt krijgt een dier het ook beter?)   Psalm 36:7

- Ik zei tegen mezelf dat God de mensen heeft bevoorrecht: ze beseffen dat ze als de dieren zijn. Niet meer dan de dieren zijn ze, want de mensen en de dieren treft hetzelfde lot. Zoals een dier sterft, zo sterft ook een mens; ze delen in dezelfde adem. Dat is hun beider lot. Een mens is niet beter af dan een dier, want alles is leegte. Alles gaat naar dezelfde plaats, alles is uit stof ontstaan en alles keert terug tot stof. Wie zal ooit weten of de adem van een mens naar boven opstijgt en die van een dier afdaalt

naar de aarde? Daarom, zo heb ik vastgesteld, is het maar het beste voor een mens dat hij vreugde put uit alles wat hij onderneemt. Dat is wat hem is toebedeeld, want wie zal hem van iets laten genieten na zijn dood? Het lot der mensenkinderen is gelijk aan het lot van de         dieren. Een zelfde lot treft hen, gelijk deze sterven, zo        sterven genen en allen hebben enerlei adem, waarbij de mens niets voor heeft boven de dieren, want alles is ijdelheid, alles gaat naar een plaats, alles is geworden uit stof en alles keert weder tot stof. Wie bemerkt dat de adem der mensenkinderen opstijgt naar boven en dat de adem der dieren nederdaalt naar beneden in de aarde? Pred. 3:18 -22.

- De schepping ziet er reikhalzend naar uit dat openbaar wordt wie Gods kinderen zijn. Rom. 8:19.

 

Een kind ziet een dier vaak als een vriendje.

Er was eens een meisje van acht. Ze vroeg aan haar clubjuf een begrafenis te leiden voor haar dode vogeltje. De juf zei: ‘Dat kun je zelf het beste. Je weet genoeg over de Heer Jezus.’ Het meisje deed het en leidde maar meteen haar vriendje tot de Heer.

 

We weten zelf zo weinig over de hemel, laten we dus geen blokkades opwerpen voor het kind.

Per slot gingen alle dieren in de ark. Soms luistert een dier beter naar God dan een mens. Denk maar aan Bileam en aan het verhaal van de vis die een geldstuk in zijn bek had. De leeuwen in het verhaal van Daniël in de leeuwenkuil deden ook wat God wilden. Wat dacht u trouwens van Simson, die vosjes trainde alsof het tanks waren.

 

In het boek: "Weid mijn lammeren." stelt Else Vlug voor een gedachteplaatje te maken, zodat het kind zijn dode diertje legt in de handen van Jezus.

 

Om over na te denken.

Een mens zonder God is als een redeloos dier.

Ps. 73:22, Pred. 3:18,19. Ps. 49:13.

 

"Zijn er ook vloerkleedjes in de hemel?" vroeg Bram een keertje aan zijn moeder.

"Vind je vloerkleedjes mooi?" vroeg ze hem op haar beurt.

Ja, hij vond ze mooi.

"Dan zullen ze er zijn." meende moeder. "En mooiere, want:‘Wat het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bestemd voor wie hem liefheeft." 1 Kor.2:9.

 

Als je zegt dat er geen dieren in de hemel zijn, zou het kunnen leiden tot de gedachte, dat dieren dus niet zo belangrijk zijn, dan horen ze niet bij de wereld van mooi, maar bij de wereld die voorbij gaat.

 

We kunnen de kinderen wel bijbrengen, dat een dier niet tot geloof kan komen. Hij kan niet wederom geboren worden, omdat hij geen geest heeft. Hoewel een flinke leek, kan ik me goed vinden in de gedachte dat een plant een lichaam heeft, een dier een lichaam en een ziel (een zelfbewustzijn) en een mens een lichaam, een ziel en een geest. (een godsbewustzijn.)

Nooit is geconstateerd, dat een dier een tempel of een kerk binnengaat om er zijn God te aanbidden. Er is geen olifantenmoskee of een hondenkerk. Maar in elke cultuur en in alle tijden hebben mensen een ongeneeslijk godsbesef.