LES 28 CURSUS JOSINE DE JONG

 

DE TEGENSTANDER EN ZIJN WERK BEKEND GEMAAKT AAN KINDEREN

 

Inhoud:

1. Op welke leeftijd.

2. Wat te antwoorden als ze vragen.

3. Geweten.

4. Steeds weer zondigen of in één keer rein

5. De Tien Geboden.

 

1. Op welke leeftijd kun je over zonde en duivel praten?

Wanneer een kind bewust zondigen kan, kun je het over zonde vertellen. De leeftijd verschilt per kind. Soms noem je het: stoute dingen. Je kunt vragen: Wie heeft je leren pikken of liegen? Heeft mamma je op schoot genomen en toen gezegd: Ik zal je leren hoe je een koekje moet pikken? Heeft de juf op school je dat geleerd? Nee? Wie dan?

 

2. Wat te antwoorden als ze gaan vragen?

Soms ontdekt een kind een afbeelding van een duivel in een kinderbijbel of in een strip. Dan gaat het vragen. Soms gaan ze zelf vragen naar de oorsprong van het kwaad.

 

- De Duivel heette eerst Lucifer, later duivel of satan. (Tegenstander.)

- Hij was een mooie lichte engel. Hij wilde de baas zijn, als God zijn.

- Er is oorlog gekomen in de hemel. Lucifer met een derde deel van de engelen werden uit de hemel gegooid. Hij kwam op aarde en wil Gods mooie werk kapot maken.

- Denk eraan. De duivel is geen God, we hebben geen tweegodendom.

 

3. Geweten.

Er zijn twee stemmetjes binnen in je. Een goed en een stout. We moeten naar het goede stemmetje leren luisteren en niet doen wat het stoute stemmetje zegt.

 

Toen een zendeling bij de Eskimo's ging werken, had hij een probleem. Dit volk begreep niets van herders en schapen. Praten over palmbomen en wijnstokken sloeg ook niet aan. De zendeling sprak hen daarom over een witte en een zwarte hond. De witte hond was lief en de zwarte erg gemeen. ‘Zij vechten met elkaar,’ zei de zendeling. ‘Binnen in je hart.’

"En wie wint er?" vroegen de Eskimo's.

"Die hond die jij eten geeft," zei de zendeling raadselachtig.

 

Geweten betekent eigenlijk dat je het geweten hebt. Een Joodse overlevering legt dat zo uit: Als een kind ontvangen wordt in de baarmoeder wordt er gelijk een engel geschapen. Die leert het kind de tien geboden. Bij de geboorte gaat de engel ook uit de baarmoeder. Om te tonen dat het kind het weet, geeft hij een knipje onder de neus. Daarom heeft ieder daar een geultje. Niemand kan dus later zeggen dat hij het niet geweten heeft. Ze zeggen wel eens: Hij is geen knip voor de neus waard.

 

4. Steeds weer zondigen of in één keer rein.

Leg een Bijbels fundament. Er is een verschil in zondigen en "een zondaar zijn".

Ik hoorde eens een kinderwerker tegen kinderen zeggen, dat het kind verloren gaat iedere keer als het zondigt. Gelukkig is dat niet zo. We zijn geen knipperlichten. Aan uit, aan uit. Zodra we een kind van God worden, krijgen we absoluut vergeving voor al onze zonden, van het verleden, het heden en ook van de toekomst. Zondigen we dan nooit meer? Ja, dagelijks. Maar wij willen het niet meer. Het doet Jezus verdriet. Als we zondigen, dan moeten we het belijden en nalaten. Niet vanwege de wet, maar omdat we zoveel van Hem houden, het is onze nieuwe natuur.

 

Voorbeeld.

Het is net als met een wagentje van de supermarkt. Een kapot wagentje wil gewoon niet de goeie kant uit. Je duwt je een ongeluk. Als je echter een goed wagentje hebt, ga je ook nog wel eens de verkeerde kant uit. Dan moet je weer op je schreden terugkeren en de juiste richting inslaan.

 

Verhaal:

Hasan van 4 jaar, wilde bij de klimtouwen gaan spelen. Alice, zijn vriendinnetje, zei dat ze dat niet mocht van haar moeder.

"Ach," zei Hasan goedmoedig, "Weet je wat? Je gaat gewoon en dan vraag je vanavond aan de Heer Jezus om vergeving. Beloof je dat?" Vraag aan de kinderen of dit juist is.

 

Hield God nog steeds van Adam en Eva, nadat ze gezondigd hadden? Ja, Hij kleedde ze met warme bontvelletjes. God haat de zonde, maar heeft de zondaar lief.

 

We gaan niet verloren omdat we zondigen, maar omdat we Jezus niet aannemen als onze redder. Als we eenmaal de Heer Jezus hebben aangenomen, zijn we behouden. We hoeven voortaan onze zonden alleen maar te belijden.

 

Dat een kind met dit probleem kampt, kun je merken als je vraagt: "Houdt God nog van je als je steelt?"

"Nee," zeggen ze prompt.

 

MAAR GOD HOUDT VAN ONS ZOALS WE ZIJN. NET ZOALS EEN MOEDER EN VADER VAN HUN KIND HOUDEN OOK ALS HET WEL EENS STOUT IS.

 

5. De Tien Geboden.

Het is heel heilzaam om ze al vroeg de Tien Geboden te leren.

Dit brengt orde in hun chaos. Niet omdat mamma het verbiedt is stelen slecht, maar omdat dat bij de handleiding van het leven hoort.