LES 27  CURSUS JOSINE DE JONG

 

IDEEEN VOOR LESSEN OVER DE EINDTIJD

 

Enige aspecten aan de eindtijd (Natuurlijk zijn we niet volledig. En vergeet niet: Er kunnen ook andere inzichten zijn.) Het is niet de bedoeling dat u dit alles gaat leren aan de kinderen, maar misschien kan een onderdeel u inspireren om eens te behandelen.

 

- Let op de vijgenboom. Matt. 24.

Jezus profeteerde dat er geen steen op de andere gelaten zou worden. Er was een soldaat die een fakkel de tempel binnengooide bij de belegering van Jeruzalem. Titus wilde de tempel ongeschonden in handen krijgen. Een dronken soldaat gooide toch een fakkel naar binnen. Alles ging branden. Het goud ging smelten. Het liep tussen de stenen. De soldaten hebben de stenen afgebroken om zo het goud te krijgen. In Parijs staat een afbeelding van de val van Jeruzalem op de Arc de Triomph.

 

- Jeruzalem vertrapt door de heidenen.

(Hoe is Jeruzalem ontstaan? Stad van de vrede. 2 Sam 5.) Lees ook Daniël l0, 11, l2.

- Israël weer een staat.

- Jeruzalem in joodse handen. (Zesdaagse oorlog.)

- De Joden terug.

- De tempel herbouwd?

- De Messias verwacht.

 

- Opname. (Eerste wederkomst.) 1 Tess. 4: 13‑18.

Wij zeggen u met een woord van de Heer: wij, die in leven blijven tot de komst van de Heer, zullen de doden in geen geval voorgaan. Wanneer het signaal gegeven wordt, de aartsengel zijn stem verheft en de bazuin van God weerklinkt, zal de Heer zelf uit de hemel neerdalen. Dan zullen eerst de doden die Christus toebehoren opstaan, en daarna zullen wij, die nog in leven zijn, samen met hen worden weggevoerd op de wolken en gaan we de Heer in de lucht tegemoet. Dan zullen we altijd bij hem zijn.  Troost elkaar met deze woorden.

 

- De heilige Geest is weg.

- De grote verdrukking, voor tijdens of na de opname?

- De Joden worden profeten.

- Tweede komst van Jezus met zijn heiligen.

 

De Zoon des mensen zal komen op de wolken des hemels met grote macht en heerlijkheid. Hij zal zijn engelen uitzenden met bazuingeschal.

Ze zullen zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken.

Openbaring 1:9 v.v. en Daniël l0: 6 v.v.

 

- Jezus is zo mooi en heerlijk. Laat hen niet denken dat hij maar een armoedige verliezer is. Het Lam dat geslacht is is waardig te ontvangen: Op. 5:12. Hij heeft de sleutels van de dood en het dodenrijk.

 

- Een grote schare die niemand tellen kan.

- Witte gewaden, palmtakken. Openb. 7.

- Het lijden van de verdrukten. Op. 12: 11.

- Het grote Babylon. Op. 17,18 en 19.

- Het getal 666. Op. 13:18.

- Het Beest.

- Een merkteken aan het hoofd en de handen.

- De Bruiloft van het Lam. Op. 19.

- De Satan gebonden. Op. 20: 2.

- Het duizendjarige rijk. Op. 20.

- Afrekening van de Satan: Op. 20:10.

- Het laatste oordeel. Op. 20:11.

- Het nieuwe Jeruzalem.

- Niets onreins zal er binnengaan. Op. 21: 27.

- God zelf zal bij hen zijn.

- Alle tranen afwissen. Op. 7:17.

- Geen dood, rouw, geklaag, moeite.

- Wie zijn er buiten?

- Het Boek des Levens.

- Kom Heer Jezus, Maranatha.

 

Belangrijk om te weten:

De dag van de Heer zal komen als een dief. De hemelsferen zullen die dag met luid gedreun vergaan, de elementen gaan in vlammen op, de aarde wordt blootgelegd en alles wat daarop gedaan is komt aan het licht…Maar wij vertrouwen op Gods belofte en zien uit naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont.2 Pet. 3: 1O.

 

Wij verwachten een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waarop gerechtigheid woont. Op. 21.

 

Niemand weet wanneer die dag en dat moment zullen aanbreken, ook de hemelse engelen en de Zoon niet, alleen de Vader weet het. Mat. 24:36

 

Want zoals men in de dagen voor de vloed alleen maar bezig was met eten en drinken, met trouwen en uithuwelijken, tot aan de dag waarop Noach de ark binnenging… Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag jullie Heer komt. Mat. 24:37,42

 

Er zullen spotters komen.

 

Ideeën:

1. Jezus, hoe is Hij? (bovenbouw)

 

Doel: De kinderen te leren beseffen dat Jezus met eer en heerlijkheid gekroond is. Je kunt een les besteden aan de verschijning van Jezus. Leer een tekst: Dienstknecht. Fil 2:7.

Laat platen zien: (het zijn geen foto’s) als baby, als jongen, als prediker, genezer, maar ook als schijnbare verliezer, als lijdende en vertel dan hoe Jezus na zijn opstanding eruit zag. Wat deed Hij? Wat kon Hij meer dan wij? Hoe ging Hij naar de hemel? Hoe zal Hij wederkomen? Tenslotte: vertel van Jezus als verheerlijkte Heer. Hoe zag Johannes Hem?

 

Opmerking: Is het goed om Jezus maar steeds af te beelden als de gekruisigde, zoals de Katholieken doen?

 

Verwerking: pantomime.

Er is een jongen waarmee je speelt. Je knikkert met hem, je eet met hem, je loopt met je armen om elkaars schouder, je maakt ruzie en dan wordt hij geroepen om koning te zijn. Als je bij Hem op audiëntie komt moet je diep buigen. De koning lacht en laat je naast zich zitten. Je kijkt samen in een boek en je mag aan zijn tafel zitten.

 

2. Satan.( Tegenstander) Bovenbouw.

 

Doel: De kinderen te leren dat satan geen God is en dat hij het grandioos verliest. Hij is de aap van God.

 

Vertel iets over engelen. (Laat plaatjes zien.)

Over Lucifer en zijn val. (Ez. 28) over zijn werk in het paradijs over zijn werk nu. Over zijn verlies op Golgotha, over zijn einde. Let op: We hebben niet een tweegodendom. Satan is niet de slechte God. Hij is een gevallen engel. Probeer je niet te veel in zijn werk te verdiepen. Geef hem niet te veel eer.

 

Verwerking: Laat uit de krant allerlei berichten knippen waaruit blijkt dat satan aan het werk is. Laat de kinderen een opstel maken of een tekening over hoe hij probeerde hen te verleiden. Vertel hen dan hoe een mens uit het rijk der duisternis kan overgaan in het rijk van het licht. Wat houdt dopen in? Satan moet wijken voor het bloed van de Heer Jezus.

 

Tekst: Hebr. 2:15.

Verhaal uit de bijbel: Jezus verzoeking.

 

Les over Lucifer (bovenbouw)

Neem mee: een lucifer, een opgeblazen ballon, een boek over Middeleeuwse schilderkunst. Verder voor elke twee kinderen een leeg A viertje. (Kan ook voor elk kind één.)

Vraag: Wie weet wat deze drie dingen met elkaar te maken hebben?

Het gaat in deze les over de duivel. Lucifer was zijn eigen­lij­ke naam. Schrijf op: Lucifer betekent: lichtdrager.

Een andere naam voor duivel is satan, dat betekent tegenstan­der. Hebben jullie wel eens ergens een afbeelding van de duivel gezien? Hoe denk je dat hij eruit ziet? Teken hem eens op je papier. Na vijf minuten kijken en rondlopen. Wie wil zijn tekening laten zien? Vertel er eens wat over.

Wie van jullie tekende een staart, bokkenpoten, horentjes op zijn kop, een drietand? Hier heb ik een boek met kunst uit de Middeleeuwen. Daarin heeft een schilder ook de duivel afge­beeld. Wat vind je daarvan?

 

Geef ze allemaal een N.T. Zoek eens op 1 Petr. 5:8.

Hoe vertelt ons de bijbel dat hij eruit ziet?

 

Maak een lijstje op bord.

1. Een brullende leeuw,

2. Een slang. (Paradijs.)

3. Een draak. Openbaring 12.

   Wat voor kleur? Hoeveel koppen, hoeveel horens, hoeveel kronen?

4. Een wolf.

5. Een wolf in schaapskleren.

6. Een engel des lichts. Verklaar.

    Dan ‘beduvelt’ hij je!!

 

Lijkt de tekening uit het kunstboek op wat de bijbel zegt?

Is het wijs om vriendjes met hem te willen zijn?

 

Hoe is de duivel er gekomen?

Geef tekenopdrachten.

1. Hij was een engel van licht.

2. Hij wilde zijn troon boven God zetten.

3. Een derde van de engelen deed met hem mee. Teken de slechte engelen grijs of zwart en let er goed op dat er steeds twee goede en één slechte engel is. Aan het hoofd van de goede stond Michaël.

4. De duivel werd uit de hemel gegooid.

5. Zijn engelen worden demonen genoemd.

6. Hij verleidde Eva.

7. De hele wereld is vol met vechten.

 

Voor uzelf kunt u Ez. 28 lezen.

Wat zal er met de duivel gebeuren? Openb. 21.

 

Waarom heb ik een opgeblazen ballon meegenomen?

Omdat de duivel graag belangrijk wil zijn, maar het niet is. Prik de ballon door. Wij hebben geen twee goden, maar één. Jezus heeft hem overwonnen aan het kruis.

 

3. Over Israël.

Doel: De kinderen inzicht te geven dat Israëls rol niet uitgespeeld is. Voor een beter begrip van de eindtijd moet men op Israël acht slaan.

 

Verzamel bij een reisbureau foto's van Israël. Spaar platen over het land. Wie gaf het volk het land? In wiens handen ging het over? Kruistochten. De klaagmuur. Waarom wordt de tempel niet herbouwd?

Is elke Jood gelovig? Wat is een Messiasbelijdende Jood?

Wat voor verschil is er tussen Jodendom en Christendom? 

Zullen de Joden op een keer in Jezus gaan geloven? Op. 1:7.

Het is een wonder dat Israël een staat is geworden.

De nachtmerrie van de Holocaust.

Toen de Joden in Babylon woonden konden ze niet geloven

ooit nog terug te mogen. Vertel van Nehemia, Jeremia en Ezra.

 

Verwerking. Geef de kinderen een schrift om platen en aantekeningen te verzamelen. Verzamelen vinden ze leuk op die leeftijd. Maak samen met hen een tentoonstelling over Israël, evt. met een presentatieavond erbij. Je kunt veel kanten uit, maar als je het over de eindtijd wilt houden, dan moet je je tot dit aspect beperken.

Bijv. het graf namaken van karton. De klaagmuur bouwen van melkdozen van school. Olijfbomen tekenen en olijven laten zien. Misschien een gebedsmantel laten zien, een keppeltje, tefilim of mezoeza. Grote gezamenlijke werkstukken doen het ook goed. Tekst: Joël 3: 2O.

 

Les 4. Babylon.

Bovenbouw. Doel: De kinderen te leren dat al het "alles maar willen hebben" een keer geoordeeld zal worden.

 

Vertel over het tiende gebod. Is het erg om iets te willen hebben? Laat het lied van Elly en Rickert horen: Nooit tevreden welvaartskind. Vertel iets over het oude Babylon, een trotse stad met zesbaanswegen en veel handel, vooral handel in occulte dingen, kettinkjes, amuletten, enz.

Er was een tempel voor de maangodin. Sterrenbeelden! Jes. 47. o.a.

Neem een concordantie en zoek op waar Babylon voorkomt. In Den Haag is een winkelcentrum dat Babylon heet. Het geestelijke Babylon is: rijk willen worden, veel geld verdienen, hebben, hebben, hebben en niet aan de anderen denken, materialisme zonder aan je eeuwige heil te denken. Ez. 28:16. De satan en de handel horen bij elkaar. Daarom staat er in Zach 14: 21: Als die tijd aanbreekt, zullen er nooit meer handelaars zitten in de tempel van de HEER van de hemelse machten. Verwerking: Maak een collage met links allerlei dingen die je wel zou kunnen kopen en rechts zaken waaraan je beter je geld kunt geven. (Zending.)

 

Laat de kinderen in groepjes van twee erover nadenken wat iemand zou kunnen verkopen aan mensen, die gelukkig willen zijn, armoe hebben, hoofdpijn hebben of verliefd zijn, zodat hij er zelf lekker rijk van zou kunnen worden. Even uit laten spelen. Ze moeten dus iemand overreden om hun artikel te kopen. Tekst: Op. 18:16.

 

5 De hemel. (Onderbouw.)

Doel: De kinderen meer begrip van de hemel bij te brengen.

 

Vertel het Woordeloze Boek. Vooral de gele bladzij. Wat is er wel in de hemel en wat is er niet?

Tranen. Wanneer moet je huilen? Hoe kun je troosten? Laat het voordoen.

 

Vertel wat een Romeinse keizer deed. Als hij ergens om moest huilen had hij een tranenflesje. Daarin bewaarde hij zijn tranen.

 

Je kunt een "smile" maken door een schoteltje om te trekken van de ene kant een lachgezichtje en aan de andere kant een huilgezichtje. Noem een paar dingen op. Zij moeten dan de juiste kant laten zien. Lachend bij een goed antwoord en huilend bij een verkeerd antwoord.

 

Als verwerking kun je ze een zakdoekje laten versieren. (Gewoon witte katoen met viltstift kleuren). Bindt het zakdoekje met een lintje aan een leeg medicijnflesje met de tekst.

 

Tekst: God zal alle tranen van de ogen afwissen. En de dood zal niet meer zijn. Op 21.

 

Het belangrijkste is dat God Zelf bij ons zal zijn.