LIEDJES
Inhoud:
1. Spijkerbroek
2. Rondom
3. Zoon des mensen
4. Musje
5. Wat een geheim
6. Zul je niet vergeten?
7. Afscheidsliedje.
8. Saul.
9. Bomenlied
10. Want jij was vroeger duisternis.
11. Roetsjen van de glijbaan
12. Het licht der wereld.
13. De wereld is vol bloemen.
14. Avondliedje.
15. Want de ogen van de Heer.
16. Wie de Zoon heeft, heeft het leven.
17. De Here bergt mij.
18. Zeg toch niet.
19. Thomas.
20. Hoe liefelijk.
21. De rechtvaardige.
1. Spijkerbroek.
Ik heb een spijkerbroek, een coltrui en een jackie
en in m'n bed, daar ligt een grote teddybeer.
Die papegaai van ons, o jongens! Dat is zo'n gekkie!
Maar 't allerfijnste: 'k ben een kind van de Heer.
Ik heb een barbie en een pop, die echt kan tellen.
Ik heb een potlood en papier en nog veel meer.
Ik heb een computer en een kastje vol met spellen.
Maar 't allerfijnste: 'k ben een kind van de Heer.
Met al mijn vriendjes kan ik lachen, spelen, zingen
en op mijn fietsje zit ik haast de hele dag.
Maar in mijn bed dank ik de Heer voor al die dingen.
Danku Jezus, dat ik in u leven mag.
Mijn eigen kamertje is vol met leuke spullen.
Ik heb een dagboek en een reuzegroot geheim.
Ik houd van gymmen en een koppie vol met krullen.
Maar 't allerfijnste: 'k ben een kind van de Heer.
Ik heb een hengel en een visnet om te vissen,
Ik heb een touwtje in mijn zak en een bonkie teer.
Met mijn vergrootglas brand ik gaatjes, in een lappie,
maar 't allerfijnste: 'k ben een kind van de Heer.
2. Rondom
Rondom Jeruzalem, rondom Jeruzalem, rondom Jeruzalem zijn bergen. Zo is
de Here rondom zijn volk, van nu aan tot in eeuwigheid.
3. De zoon des mensen
Want de Zoon des mensen is gekomen
om het verlorene te zoeken en te redden.
Hij zoekt ook jou,
Hij zoekt ook mij,
Mag de Here Jezus jouw redder/dokter/meester, enz. zijn?
4. Een musje
Eén musje, één musje, twee musjes te koop.
Twee musjes te koop voor een stuiver.
En geen van die musjes valt naar beneden
zonder je Hemelse Vader.
En zelfs de haren op je hoofd zijn geteld door je Hemelse Vader.
Wees dus niet bang, je bent veel meer waard
dan honderden musjes tezamen.
5. Wat een geheim
Wat een geheim is dit kindje klein,
Handjes zo zacht, Vingertjes fijn.
'n Hartje dat klopt, een voetje dat schopt.
Kindje jij krijgt de zegen van God.
Wat een geheim, dat dit kindje klein,
In het gezin tot zegen mag zijn.
Daar zal het leren, de ouders te eren,
Kindje, jij krijgt de zegen van God.
Wat een geheim, dat dit kindje klein,
ook in de wereld een lichtje zal zijn.
Daar zal het lijden, leren te strijden.
Kindje, jij krijgt de zegen van God.
Wat een geheim, dat dit kindje klein,
kind in de Gemeente mag zijn.
Hier leert het leven. Hier leert het geven.
Kindje, jij krijgt de zegen van God.
6. Zul je niet vergeten?
Zul je niet vergeten dat de Heer je kent?
Dat jij in Zijn ogen de allerliefste bent?
Zul je niet vergeten dat de Heer je ziet?
Hij is altijd bij je en verlaat je niet.
Zul je niet vergeten dat de Heer je plant?
Heel je jonge leven houdt Hij in Zijn hand.
Zul je niet vergeten dat de Heer regeert?
En je eenmaal, later naar Hem wederkeert?
Zul je niet vergeten, nooit en nimmermeer:
Jij behoort bij Jezus, Jezus is jouw Heer!
7. Afscheidsliedje
Vriendjes en vriendinnen vergeet je niet gauw.
We gaan nu voor je zingen, we houden van jou.
We hebben samen leuk gespeeld
en onze snoepjes met je gedeeld.
Nu ga je van ons weg. Het allerbeste, zeg!
8. Koning Saul
Saul, dat was een koning, die ging zijn eigen gang.
's Nachts kon hij niet slapen. O, wat was hij bang.
Refr.: Saul, Saul, domme, domme
Saul,
waarzeggen mag niet van de Here,
Ieder die deze dingen doet, is een gruwel in Zijn oog.
De Filistijnen kwamen, de nood was reuze groot.
Nergens een profeet, want Samuel was dood.
refr.
Met twee vrienden ging hij 's nachts naar Endor toe.
Hij at niet en hij dronk niet. Hij was zo vreselijk moe.
refr.
Kijk eens! Wie verscheen daar? Was dat Samuël wel?
"God is van u geweken, U bent niet meer in tel."
refr.
David was een koning, die deed steeds wat God wou.
Hij sliep 's nachts heerlijk rustig.
Wat is de Here trouw!
refr.
9. Bomenlied
Groeien, groeien, groeien wil ik voor de Heer.
Bloeien, bloeien, bloeien wil ik tot Zijn eer.
Waaien, waaien, waaien wil ik in de wind,
Want ik ben, want ik ben Zijn Kind.
Groeien, groeien, groeien wil ik voor de Heer,
lekkere vruchten dragen wil ik tot Zijn eer.
Waaien, waaien, waaien wil ik in de wind,
want ik ben, want ik ben Zijn kind.
Ruisen, ruisen, ruisen wil ik voor de Heer.
Bruisen, bruisen, bruisen wil ik tot Zijn eer!
Waaien, waaien, waaien wil ik in de wind,
Want ik ben, want ik ben Zijn kind.
10. Want jij was vroeger duisternis.
Want jij was vroeger duisternis,
maar nu ben je licht in de Heer.
En wandel dan, wandel dan, wandel dan in het licht.
Wandel in het licht van de Heer.
11. Roetsjen van de glijbaan
Roetsjen van de glijbaan met een vaart.
Lekker smullen van een stukje slagroomtaart.
Ballen met mijn vriendjes op het veld.
Tot ik 's avonds in mijn bed lig uitgeteld.
Eén, twee, drie vier, vijfzeszevenacht.
Dan kijk ik heel tevree,
want Jezus die ging mee
Hij heeft me niet verlaten,
'k mag altijd met Hem praten.
Oei, oei, oei! Wat is het fijn,
om een kind van de Heer te zijn.
12. Het licht der wereld.
Refrein: (Zingend)
Ik ben het licht der wereld,
Ik ben de heldere morgenster.
Ik ben het Licht der Wereld.
Zonder Mij kom je niet ver.
(Rap): Want je strompelt en je struikelt en je zwikt je voet.
Je tast met je handen en je ziet niet wat je doet.
Een steen tegen je been en een tak in je gezicht.
Help! roep je luid. Waar zit het knopje van het licht?
Je hoort iets kraken en je denkt: wat is dat?
Je graait met je handen. O, griezel! 't Is de kat.
Twee stappen gaat het goed en dan een gil.
Dan glij je onderuit door die bananenschil.
Want met Jezus is het licht en je weet waar je loopt.
Je ziet de gevaren, je springt en je hoopt.
Je hart is vol van vreugde en je mond die lacht.
't Is Jezus die een lichtje in je leven bracht.
13. De wereld is vol bloemen
De wereld is vol bloemen en het gras is groen
Ik duikel kopje over, wil een radslag doen.
M'n benen zijn van elastiek, de bal is rond.
Dankuwel, Here God, 'k ben gezond!
De wereld is vol bloemen en de lucht is blauw.
't Is net of Jezus zeggen wil:
Ik hou van jou!
'k Krijg helemaal de kriebels en ik spring in het rond.
Dankuwel, Here God, 'k ben gezond!
De wereld is vol bloemen en de grond is bruin.
Een vogel zit te fluiten in de achtertuin.
De wind waait door m'n haren en ik dol als een hond.
Dankuwel, Here God, 'k ben gezond!
14. Avondliedje
O, Here Jezus, ik wil u iets vragen.
Wilt u mij helpen om echt eerlijk te zijn.
'k Zit vol met smoesjes, fantasietjes en leugentjes.
'K Wil me altijd beter voordoen dan de rest.
'K Wil echt niet worden chagrijnig en zuur,
maar, net als U, Heer Jezus, vrolijk en puur.
O, Here Jezus, dat wild' ik vragen.
Wilt u mij helpen om echt eerlijk te zijn.
15. Want de ogen van de Heer.
Want de ogen van de Heer,
gaan over de hele wereld
Om krachtig bij te staan,
Als je hart volkomen naar Hem uitgaat. 2 Kron.16:9.
16. Wie de zoon heeft.
Wie de Zoon heeft heeft het leven,
Eén Johannes vijf vers twaalf.
Wie de Zoon van God niet heeft.
Ach, die heeft het leven niet.
17. De Here bergt mij in Zijn hut. Ps.
27
De Here bergt mij in zijn hut
In de kwade dag.
In het verborgene van Zijn tent.
In de kwade dag.
Hij stelt mij hoog, hoog op de rots.
Op de veilige rots.
Daarom heft mijn hoofd zich op.
En breng ik Jezus lof.
18. Zeg toch niet.
Zeg toch niet, zeg toch niet.
Ik zal het kwaad vergelden.
Wacht op de Here, Hij zal je helpen.
Spreuken 20:22.
19. Thomas.
Thomas vroeg eens aan de Here Jezus
Waar gaat u heen en hoe weten wij de weg?
Jezus sprak in Johannes 14.
Niemand komt tot de vader dan door mij.
Ik ben de weg en de waarheid en het leven.
Niemand komt tot de Vader dan door mij.
20. Hoe liefelijk.
Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten der vreugdeboden,
(2x) die vrede verkondigen.
Vrede, vrede, de vrede van Jezus mijn Heiland.
Vrede, vrede, de vrede van Jezus mijn Heer.
21. De rechtvaardige,
De rechtvaardige zal groeien als een palmboom.
Opschieten als een ceder van de Libanon.
Geplant in het huis des Here,
groeien zij in de voorhoven van onze God.
Zij zullen in hun ouderdom nog vrucht dragen.
Fris en groen zullen ze zijn.
Om te verkondigen dat de Here is rechtvaardig.
Mijn rots in wie geen onrecht is.