LES 18 CURSUS JOSINE DE JONG
ZINGEN
Inhoud van deze les:
1. Voorbereiding
2. Uitvoering
3. Wat voor soort liedjes kun je onderscheiden?
4. Liedboeken.
5. Verbeter het zingen.
6. Tijd om te zingen.
7. Gebruik van instrumentjes
1. Voorbereiding
Zoek geschikte liederen uit wat betreft:
- Leeftijd.
Het bereik van een kinderstem
wordt groter naarmate het kind ouder wordt. (Een kleuterdeun.)
Op welke leeftijd kun je een
kanon laten zingen?
- Taalgebruik.
Denk eens aan de woorden, die
in het lied staan. Passen die wel bij hun leeftijd?
- Toonhoogte. Denk even vooruit of er in het lied hoge tonen komen waar
ze misschien niet bij kunnen. Het is makkelijk als u op uw liedboeken even
vermeldt in welke toonsoort ze gespeeld moeten worden. Te laag is ook niet
mooi.
- Bekend of onbekend? Dit is belangrijk voor het enthousiasme. Als een
lied nieuw is, leg dan eerst even de woorden uit. Zing het een keer voor,
waarbij zij alleen moeten luisteren. Dan mogen ze meeneuriën en pas daarna
zachtjes meezingen.
- Uw doel.
Wat voor soort liedje is dit?
Je moet beseffen waar je mee bezig
bent.
- Wat voor maat is dit? Moet het langzaam of vlug? Tempo.
- Wat voor gebaren horen hier bij? Of beter geen gebaren? Je kunt niet
bij alle liedjes gebaren doen. Dat wordt vervelend. Als men bij een
aanbiddingslied gebaren doet, moeten die ook eerbiedig zijn. Bijv. King of Kings and Lord of
Lords.
Het meest gebruikt men gebaren bij:
‑ liedjes van levensvreugde.
‑ liedjes van lof en prijs.
‑ lerende liedjes.
Als in de gemeente ook wel bewegingen worden gedaan bij bepaalde
liederen dan zullen de kinderen het niet gauw kinderachtig vinden. Grotere
kinderen hebben wel eens moeite met gebarenliedjes. Het scheelt een stuk hoe u
het brengt. Vooral de aanwezigheid van mannen in de kinderdienst kan hierin
heilzaam werken.
Wat is de waarde van het zingen met gebaren? Het is een stukje
overgave. Het helpt de boodschap te verduidelijken. Sommige kinderen leren met
hun handen.
- Wat voor materiaal ga ik gebruiken?
Liedboeken, instrumentjes,
klappen. of niets.
- Is er begeleiding? Een plaat/bandje kan ook.
- Moet je maatslaan of niet.
- Hoe is de groep? Moeilijke zingers? Enthousiaste zingers? Wel of niet
gemotiveerd? Liever engels zingen? Muzikale kinderen? Zijn er goede solisten in? Hebben ze zelf ook inbreng?
2. Uitvoering
- Hanteer een bepaalde volgorde.
- Eindig met een rustig lied. Hoe is jouw contact met de groep?
- Regels.
- Doen de kinderen soms dingen die je niet wilt?
- Gebaren, hoe laat je ze meedoen?
- Hoe gebruik je je materiaal?
- Inzet en begeleiding.
- Tempo.
- Motiveren.
- Afwisselen, hard/zacht, snel/langzaam, met twee zangleiders voor
vlotte afwisseling.
3. Wat voor soort
liedjes kun je onderscheiden?
Aanbiddingsliedjes.
Bijvoorbeeld:
Omdat U groot bent en heilig, o Heer.
Lofliedjes:
Ik wil zingen van de naam van Jezus.
Vertellende liedjes.
En Noach kreeg opdracht een ark te bouwen...
Geloofsopbouwende liedjes: 'k Stel mijn vertrouwen op de Heer, mijn
God.
Gebedsliedjes:
Ik vouw mijn handen, Heer.
Bijbeltekstliedjes:
Welzalig de man die niet wandelt...
Liedjes van levensvreugde: Ik wil de grootste zijn.
Zendingsliedjes:
Vertel het aan de mensen wie liefde heeft, Jezus!
Liedjes van overgave: Zoals klei in de hand van de pottenbakker.
Liedjes van verlangen: Nu gaan de bloemen nog dood.
Liedjes die vertellen over Gods karakter:
Ja, God is goed...
Liedjes om te bewegen: Spring op, draai rond, raak de grond en prijs de
Heer. Kom laat ons dansen vandaag.
Lerende liedjes:
Tot zeven maal zeventig maal.
Pas op, kleine oogjes, wat je ziet...
Je gehele repertoire schrijf je in een schrift, anders verval je in
steeds dezelfde liedjes. Je zou ook in een aparte kolom kunnen schrijven wat
voor soort liedje het is, dat vergemakkelijkt het zoeken.
4. Liedboeken.
Een liedboek is een fijn hulpmiddel, waar je lang plezier van kunt
hebben. mits je er netjes mee omgaat.
Het voordeel van zingen met een liedboek is: De kinderen kijken naar
je. (Het naar beneden kijken bevordert het zuivere zingen niet.) De plaatjes verduidelijken
de tekst.
Eerst bedenken hoe lang het lied is. Het benodigde karton klaarleggen.
Met potlood lijnen trekken, evt. boven en onderlijn. De woorden eerst met
potlood uitschrijven en goed verdelen over de bladzijde. Met een dikke
viltstift of een speciale pen de letters duidelijk en recht neerzetten. Steeds
hetzelfde lettertype gebruiken. Let erop, dat je niet moet omslaan in een zin.
Dat stoort. Het beste is een lied gewoon uit te schrijven. Steeds te moeten
terugslaan voor een refrein is storend.
De platen moeten passen in het lied. Men kan een mooi platenboek
verknippen, dat is geen zonde. De platen worden immers dan nog vaker bekeken
dan in een boek. Als men voor zes gulden tien mooie grote platen heeft, komt
één plaat maar op zestig cent. De voorkanten van een christelijk blad zijn vaak
ook mooi. Leg een verzameling platen aan. Erg afwijkende platenboeken, zoals
men wel eens ziet, bij voorbeeld een huisje of een mandje zijn wel leuk, maar
lastig om op te bergen. Rood werkt stimulerend en blauw rustgevend.
5. Verbeter het
zingen
Als je aan de kinderen vraagt: Wat zullen we zingen? zeggen ze steeds
hetzelfde. "Blij, blij," of "David met zijn slinger" of
"Lees je bijbel" en vul maar in. Beter is om hen te laten kiezen uit
een paar klaargelegde liederen, dan kun je het voorbereiden. Het scheelt ook een heleboel verveling en
onrust.
Soms kom je wel eens in een groep waar het zingen niet lekker gaat.
Slechts de helft van de kinderen zingt mee wanneer het hen uitkomt. De rest
stoeit met elkaar, praat of zit met de rug naar de zangleider toe. Al gelijk
springt één fout duidelijk in het oog. Tussen elk lied is er een poosje niets.
De leiding heeft zich dus niet goed voorbereid.
"Wie heeft er een lied?" wordt er dan luid geroepen. De
kinderen schreeuwen wat door elkaar. Als er een lied wordt opgegeven volgt er
weer een poosje niets, want de pianist kan het boek niet vinden waar het in
staat. "In d." wordt er naar de gitarist geroepen, wat dat dan ook
mag zijn.
Je kunt je wel voorstellen wat de kinderen in die tussentijd doen
Soms geeft men onbekende liederen op waar nog geen liederenboek voor is
gemaakt. De kinderen kennen de woorden niet goed.
Sommige liederen worden te hoog ingezet, of te laag. De kinderen piepen
een poosje door en stoppen dan.
Het enige lied wat luidkeels meegegalmd wordt is "Blij, blij, mijn
hartje is zo blij." Maar erg eerbiedig klinkt het niet.
Het allereerste doel om zulk soort zingen te verbeteren is: vlot
doorzingen. De leider moet van tevoren een lijstje klaarleggen met een kopietje
voor de pianist. Maak mooie liedboeken en leg moeilijke woorden even kort uit.
Actieve liedjes kunnen beter aan het begin gezongen worden en rustige
liedjes voor het gebed. Probeer de liedjes ook even uit om de toonhoogte te
bepalen. De normale stemhoogte van de kinderen is van b tot d. Houd daar
rekening mee.
Het is ook vervelend om tussen twee liedjes een hele preek te houden.
Zingen is zingen en dat is niet praten.
6.Tijd om te
zingen
"Mamma, singe." vraagt een kind aan zijn moeder als hij bij haar
in de keuken speelt, terwijl zij het eten klaarmaakt.
Hij vindt het zo heerlijk om samen met haar te zingen. Wat kan muziek
veel doen voor een kind van drie. Het luistert echt. Het is er emotioneel bij
betrokken. Sommige ouders hebben altijd klassiek aanstaan en zo zijn veel
kinderen gevoelig voor muziek geworden.
Een kind neuriet het geluid en zingt de woorden mee van de muziek die
het omringt: televisie, radio, bandjes, clips.
Knap geschreven reclameboodschappen blijven in de gedachten van het
kind hangen. Men heeft ontdekt dat:
MUZIEK DIE GEHOORD WERD TUSSEN HET DERDE EN HET ZEVENDE LEVENSJAAR
NOOIT UIT HET GEHEUGEN GAAT.
Het is bekend dat een half uur naar muziek luisteren voor een
depressief mens evenveel rust geeft als tien gram valium. Wat zijn we dan
verantwoordelijk voor wat onze kinderen horen. En wat liggen er dan toch veel
mogelijkheden open om zijn leven ten goede te beïnvloeden. Kijk eens hoe zelfs
al een baby reageert op geluid en muziek. Het leert door beweging te maken.
Kijk eens hoe leuk een kleuter rijmpjes vindt. Hij wordt niet moe steeds
hetzelfde te horen. De drie R's van deze leeftijd zijn:
ritme, rijm, regelmaat
Muziek heeft al deze elementen in zich. Als je liedjes zingt over wat
hij meemaakt, stimuleer je het kind om creatief te worden en ook zelf zo maar
liedjes te maken. Je kunt een kind ook troosten door een liedje te bedenken
over wat hem zo deed huilen. Wat geeft het dat de wijs niet helemaal klopt en
de woorden niet steeds rijmen. Hij herkent zich erin en dat is leuk.
Liedjes helpen hen te verwoorden wat in hem leeft. Vreugde, vrees,
teleurstelling en blijdschap.
Het is belangrijk dat kinderliedjes bijbelse waarheden bevatten.
Door het drukke leven van vandaag de dag, het uiteenvallen van de
gezinnen en de emotionele trauma's zijn kinderen vaak in een toestand van
chaos. We moeten de stem van de Hemelse vader laten horen. Dat kan emotioneel
en geestelijk welzijn voor het kind betekenen. Het zijn maar vier jaren. We
kunnen er geen jaar van verknoeien.
7. Gebruik van instrumentjes
Ter versiering van het zingen kan men instrumentjes gebruiken. Wanneer
men echter de kinderen zo maar wat instrumentjes in handen geeft, gaan ze
rammelen en wordt het zingen eerder lelijker dan mooier.
Hieronder volgen enige richtlijnen hoe men instrumentjes op een goede
manier bij het zingen kan gebruiken.
Wat voor instrumentjes?
Trommeltjes, houtblokken. triangels, schudbusjes, (evt. zelfgemaakt van
closetrollen met rijst.) tamboerijn, belletjes handen klappen, tikken, knippen.
Voorbereiding:
Maak een liederenblad waarin de woorden wijd uiteengeschreven zijn.
Laat onder de regels nog een regel extra ruimte over.
‑ Geef dan onder de tekst duidelijk met een symbooltje (een
soort tekeningetje van het instrument)
aan waar een instrumentje moet worden
gehoord.
‑ Een instrumentje mag alleen klinken, wanneer het aangegeven is.
‑ Geef duidelijk instructie wat er met het instrumentje moet gebeuren als men klaar is.
‑ Let op: Er zijn liedjes waarbij een instrumentje niet kan worden gebruikt. Bijvoorbeeld een
tamboerijn bij een aanbiddingslied. (Het kan wel, maar dat is vakwerk.) Men
moet een fijn gevoel voor sfeer hebben.
‑ Je hoeft niet de hele zangdienst door de instrumentjes te laten
spelen, hoe leuk ze het ook vinden. Door de beperking wordt het feest groter.
‑ Bereid het thuis goed voor. Een schudbusje kan bij voorbeeld de
maat aangeven. Laat dat dan ook even vooraf beginnen, dan pakken ze de maat op.
Dit is slechts een van de vele mogelijkheden. U zult merken dat op deze
manier de orde bevorderd wordt en uw zangdienst opgevrolijkt.