LES 17  CURSUS JOSINE DE JONG

 

ZENDING

 

Inhoud:

1. Vergrijzing.

2. Stappen van voorbereiding.

3. Wij kunnen een voorbeeld zijn.

4. Een spel.

5. Aspecten aan de zending.

6. Enkele lessen.

7. Project.

 

1. Vergrijzing

Het is algemeen bekend dat het zendelingencorps aan het vergrijzen is. Nou is het prima als ouderen op latere leeftijd nog het zendingsveld opgaan, maar we moeten ook jongeren zo opleiden dat ze belangstelling krijgen om de beste jaren van hun leven te geven. Wat kunnen wij als volwassenen doen om de kinderen uit te dagen om naar het zendingsveld te gaan? Ten eerste moeten kinderen beseffen hoe groot de behoefte aan zendelingen is. Christus wilde dat zijn discipelen de grote behoefte aan werkers zagen. (Lees Mat. 9 : 36‑38)

 

In het boek Operatie Wereld van P. J. Johnstone stelt de schrijver, dat in de drie dichtbevolktste landen van de wereld minder dan 3 van elke 100 mensen christelijk zijn. In ons land kan iedereen die God wil leren kennen een bijbel kopen, naar de tv kijken, of naar de radio luisteren, naar de kerk gaan of vrijuit met een ander praten over Christus. Maar die situatie ligt heel wat slechter in andere landen.

 

2. Stappen van voorbereiding

U kunt u hen helpen om stapjes in de richting van het doel te nemen. Hieronder volgen 17 punten, die een jonge christen zou kunnen doen.

 

1. Wees er zeker van dat je gered bent.

2. Bestudeer Gods woord.

3. Bid voor zendelingen. 

4. Probeer zendelingen te ontmoeten.

5. Probeer nu al reeds het verlorene te zoeken.

6. Wees geen racist! Houd van mensen die totaal anders zijn dan wij.

7. Leer een vreemde taal.

l0. Eet alles wat je moeder voor je klaarmaakt.

11. Ga eens een groentetuintje aanleggen.

11. Dien anderen. Er zijn veel dingen die een kind kan

doen zelfs als niemand het ziet.

l2. Gebruik al de talenten die God je heeft gegeven.

13. Wees zuinig op je geld.

14. Leef met God. Hij troost als je eenzaam bent, maakt

je rustig als je bang bent, maakt je vrolijk als je triest bent.

14. Lees veel zendingsverhalen.

15. Gehoorzaam God te allen tijde, zelfs al moet je dan helemaal alleen staan en lachen de anderen je uit.

16. Ga als het kan naar een evangelische school.

17. Zorg goed voor je gezondheid en je conditie.

 

3. Wij kunnen een voorbeeld zijn

Vraag uzelf af:

1. Wat betekent de zending voor mij?

2. Zie ik in hoe belangrijk het is om kinderen te interesseren voor de zending?

3. Verwacht ik dat God één van mijn kinderen zal roepen om de zending in te gaan?

 

4. Een spel

Neem een aantal voorwerpen mee. Laat de kinderen raden hoe ze God hiermee kunt dienen. Pen, vatenkwast of theedoek, kinderbijbel (voorlezen), telefoon, vuilniszak (opruimen), boodschappentas, leerboek (goed je best doen op school), spelletje (eerlijk spelen), muziekinstrument, (Leren spelen tot eer van God.)

 

5. Aspecten aan de zending

Bijbelschool, douane, paspoort, visum, familieomstandigheden, thuisgemeente, zendingsveld, stille tijd, ziekte, getuigenis, verlof moed, vreemde gewoontes, evangelieprediken, voorbereiding voor het werk, liefde voor de bijbel, wonderen.

U kunt elke les tien minuten nemen om iets over de zending te vertellen. Een brief schrijven? Samen aan een project werken? Geef de kinderen vooral gedachten over hoe je voor je zendeling kunt bidden, anders blijft het algemeen. Daag de kinderen uit!!

 

6. Enkele lessen

Week 1.

Neem mee: spiegel en een papieren zakje met erop:

zending.

 

Vertel een verhaal:

David was nog maar kort bij de gemeente en wist niet veel van de bijbel af. Op een keer kreeg hij net als alle andere mensen bij de uitgang van de kerk een zakje om er zijn offer in te doen. "Zending" stond erop. "Wat zou dat zijn?" dacht hij. "Zending?"  Eerst vroeg hij het aan zijn moeder. Die dacht dat het een groepje dames was, die thee dronken. Toen vroeg hij het aan zijn oma. "Zending?" zei oma, "Dat is oude kleren sturen naar rampgebieden." David was nog niet tevreden. Op een goeie dag trok hij zijn stoute schoenen aan en vroeg het aan de voorganger van de gemeente. Die nodigde David uit in zijn studeerkamer "De eerste zendeling," legde hij uit, "was Paulus. Kijk, hier in de kinderbijbel staat een plaat, waarop Paulus predikte in Athene. En hier heb ik nog een ander boek..." Hij haalde een dik boek tevoorschijn, bladerde er even

in en zei: "Kijk, dit is een foto van David Livingstone. Jij heet net als hij. Dat was een ontdekkingsreiziger. Hij heeft de Victoria watervallen ontdekt. Maar zijn grootste verlangen was om zielen voor Jezus te winnen."

Toen bracht de voorganger David bij een spiegel. "En kijk! Daar is nog een zendeling."

David schrok: "Ik?"

"Ja, je kan er een worden." lachte de voorganger. "In de bijbel staat: "Ga dan heen en maak alle volken tot mijn discipelen."

David is het nooit meer vergeten.

 

Week 2.

Een zendeling heeft de bijbel zeer lief.

 

Neem bijbels mee, als het kan ook in een andere taal.

 

Verhaal:

Corrie Ten Boom was door de Duitsers meegenomen naar het concentratiekamp in Duitsland. Ze had Joden verborgen. Het was daar vreselijk. Er waren vlooien en luizen en veel mensen stierven van de honger. Toen Corrie en haar zus Betsy in het kamp aankwamen werd hen alles afgenomen. Ze moesten zich helemaal uitkleden en konden dus niks tussen de kleren smokkelen. Toen Corrie in de kleedkamer rondkeek zag ze een heel vies laag bankje waar kakkerlakken en spinnen onder woonden.

"Vlug, Betsy," fluisterde ze, "Geef je vestje hier." Ze wikkelde de Bijbel en het vitamineflesje in het vest en verborg het in het allerverste hoekje van de oude bank. Nadat ze door de controle heen waren gegaan en ze zich weer mochten aankleden, haalde ze het pakje weer gauw tevoorschijn. Ze stopte het onder haar wijde kampjurk en niemand van de bewakers zag de bobbel. 's Avonds las Corrie vaak voor uit die bijbel en zo troostte ze de andere gevangenen en kwam er een straaltje hoop in het concentratiekamp.

 

Week 3

Een zendeling moet een goed vak leren.

 

Spel: Laten een paar kinderen één van de volgende beroepen uitspelen. De anderen moeten raden wat ze proberen voor te stellen.

 

Piloot, kunstenaar, vertaler, bouwvakker, dirigent, tandarts, evangelist, boer, ziekenverzorger, onderwijzer, verpleegster, werker in het weeshuis, fotograaf, tv of radiomedewerker, secretaresse, drukker, machinebankwerker, timmerman, landbouwkundige.

 

Week 4

Een zendeling zorgt goed voor zijn lichaam. Neem een speelgoedvliegtuigje mee. Ook een blad van de M.A.F. Vertel iets over het werk van de M.A.F. In het boek "Vliegen onder Gods Commando." vind je veel mooie verhalen om te vertellen. Als deze vliegeniers worden opgeleid moeten ze ook leren hoe ze kunnen overleven in de jungle in het geval ze een noodlanding moeten maken. Ze moeten soms heel ver lopen en dus is het van het grootste belang dat ze in conditie zijn. John Ellioth (van het boek "Vijf kruisen in de Jungle") deed veel aan worstelen voordat hij naar het zendingsveld ging. Hij werd zelfs schoolkampioen. Als je hier wat meer aandacht aan wilt besteden kun je platenboeken of dia's vertonen of mensen uitnodigen. Denk ook eens aan die groep Lay Witness for Christ, allemaal sportmensen die het evangelie willen uitdragen door middel van de sport.

 

Week 5

Een zendeling moet een bidder zijn en bidders achter zich hebben. Een kaart of plaat van een zonsopgang meenemen.

 

Hudson Taylor, een geweldige zendeling naar China, stond erom bekend dat hij zoveel bad. Van hem is bekend dat hij altijd opstond voordat de zon opkwam. Hij wilde de eerste zijn om God te loven, voor de vogeltjes begonnen te zingen, voordat de eerste straal over het land scheen was Hudson al aan het bidden. En God verhoorde hem op een grootse manier. Hij bad: "O Heer, geef toch dat er dit jaar 100 zendelingen naar China komen. En ze kwamen er. Een andere keer bad hij om 200 zendelingen in een jaar. Ook die kwamen er. Zijn wachtwoord was: "De Heer zal voorzien." Hudson Taylor werd de oprichter van de China Inland Mission. In ons land heet dat het Overzees Zendingsgenootschap. Er is een boek over hem geschreven, "De man die God vertrouwde." en er is een film over zijn leven gemaakt.

 

Week 6

Wie heeft een zendeling nodig?

 

Neem mee een atlas, liefst een wereldkaart. Een vlaggetje om te plaatsen bij uw eigen zendeling.

De derde wereldlanden hebben Jezus nodig, want ze leven vaak in grote angst voor boze geesten.

 

Verhaaltje: op een keer kwam zendeling Olson bij zijn tocht door het oerwoud van Zuid‑Amerika twee indianen tegen. Eén zat heel klagelijk in een boom te roepen en de tweede was een diep gat aan het graven in de grond. Omdat het geroep zo klagelijk klonk vroeg Olson wat er aan de hand was. "Wij zoeken God," zeiden ze, "Een broer van ons is in het buitenland gestorven en nu kan hij niet in de hemel komen omdat hij hier begraven is. We willen God vragen om onze broer te helpen. Weet jij ook waar God is, Bruce?"

Ja, gelukkig wist Bruce het wel. Je hoeft niet te roepen: "God, kom alstublieft over de horizon of God kom alstublieft uit de grond."

We kunnen God vinden in zijn woord.

 

China heeft Jezus nodig. Daarom gaan er regelmatig mensen naar toe om bijbels te brengen.

 

Ook ons land heeft Jezus nodig. Daarom worden er tv programma's uitgezonden door de E.O. en openluchtsamenkomsten gehouden.

 

Ook onze buren hebben Jezus nodig. Want zonder God blijft een mens ongelukkig, ook al heb je nog zoveel. Daarom zijn we vriendelijk voor de buren en geven we mensen soms een traktaatje of een boek of een cassettebandje zodat ze ook Jezus vinden.

 

Ja, de hele wereld heeft behoefte aan een zendeling.

 

Week 7

Het eten is soms anders in het land waar de zendeling werkt. Een zendeling moet eten wat hem wordt voorgezet. Neem wat vreemd eten mee. Bijv. Kiwi, dadels, vijgen, Turks brood, linzen. (blikje slakken of inktvis) In Korea eten ze hond. Toch is Korea een beschaafd land. In Thailand eten ze insecten. Als er daar een feestje is, gaan ze het bos in om insecten te zoeken om je te verrassen. Men houdt je een bordje voor en je mag daar wat miereneieren van afnemen. Jan Pit, die dit ook meemaakte, schreef: "Het leek wel of ik de beestjes nog in mijn maag voelde kriebelen." In Nieuw Guinea vinden ze rat een lekkernij.

 

Ida Baarsen, die in Zaïre voor de Leprazending werkte, schreef: "Meestal eet ik gewoon wat de mensen hier ook eten: maniok, rijst, kookbananen, apenvlees, soms olifantenvlees, antiloop, wat erg lekker is, rupsen en ratten. (Niet zulke vieze ratten zoals wij die hier kennen, maar veldratten.) In het begin vind je dat allemaal vies, maar het went snel en nu vind ik het zelfs lekker.

 

Eet jij thuis wel wat je wordt voorgezet? Of lust je dit niet en wil je dat niet? Probeer overal een klein beetje van te nemen, dan lust je tenslotte alles.

 

Week 8

De mensen kleden zich soms anders in de landen waar de zendeling heen gaat. In Nederland zijn zelfs wel jongens en meisjes die zich

als rockers aankleden om met de rockers te kunnen praten.

 

Hudson Taylor stond eens een tijd te spreken voor een grote groep toegestroomde mensen. Hij probeerde in zo goed mogelijk chinees uit te leggen dat Jezus voor hun zonden was gestorven en dat Hij hun zonden wilde vergeven. Toen hij uitgesproken was vroeg hij of er soms vragen waren. "Ja," geachte meneer," zei een man, "Wij willen graag weten hoe het komt dat u drie knopen op uw rug hebt. We begrijpen dat die knopen van voren dienen om uw jas dicht te houden als het waait, maar waarom hebt u die knopen op de rug?" De anderen knikten instemmend.

Hudson was erg teleurgesteld. Daar had hij nou zo mooi over God verteld en het enige wat de mensen opgemerkt hadden waren zijn kleren. Dus ging hij naar huis en kocht een Chinese jas, deed zijn haar in een staartje zoals toen de gewoonte was en gedroeg zich helemaal als een Chinees. Toen werden de mensen niet meer afgeleid door zijn kleren, maar luisterden naar zijn boodschap.

 

Week 9

Een zendeling voelt zich vaak alleen, ver van familie en vrienden. Neem een luchtpostbrief mee of postzegels uit andere landen.

Een brief of een pakje van thuis doet er soms weken over om bij de zendeling te komen. Vaak raakt de post gewoon zoek of wordt er uit de pakjes gestolen. O, wat is het heerlijk om weer iets te krijgen. Het is zo fijn om weer eens iets te lezen in je eigen taal.

 

Een zendeling kan best last krijgen van heimwee.

 

Ida Baarsen schreef: "Nee, ik heb nooit echt heimwee. Met Kerst en met Nieuwjaar en met verjaardagen dan voel je je wel eens alleen. Dan denk je natuurlijk wel aan de familie en de gezelligheid. Dan zou je er best even bij willen zijn, maar dat is niet overheersend en daar zou ik niet van wakker liggen. De mensen zijn erg zorgzaam, en aardig. Het is fijn om met hen te praten en met hen om te gaan. Toen ik een jaar geleden het bericht ontving dat mijn moeder was overleden, kwamen er vrouwen bij mij op bezoek. Ze hebben de hele dag voor me gezongen, gebeden en gedanst. En 's avonds toen ik wilde gaan slapen, kwamen een paar vrouwen terug. Toen ik verwonderd vroeg wat ze kwamen doen, zeiden ze: "Uw moeder is overleden. U bent verdrietig en dan is het niet goed om alleen te zijn, daarom komen we bij u slapen." Dat was heel erg lief. Waar ik erg veel aan heb is dat ik veel met God bespreek, gewoon in het gebed.

 

Week 10

Wat is een bijbelschool?

 

Een bijbelschool is een school waar je naar toe gaat als je evangelist wil worden of zendeling. Je leert er heel veel over de zending.

Er zitten geen kinderen op die school. Eerst moet je Mavo of Havo hebben.

Toch kan het best zijn dat je zendeling wordt zonder dat je op een Bijbelschool hebt gezeten. Gladys Aylward was een dienstmeisje, dat niet goed kon leren. Ze kon gewoon niet meekomen op de bijbelschool. Hoe goed ze ook haar best deed, ze haalde lage cijfers. Maar Gladys wist dat God haar wilde gebruiken. Ze spaarde van haar kleine salaris geld bijeen voor de gevaarlijke reis door Rusland naar China. In Rusland wilden ze haar houden omdat ze dachten dat ze een machinist was in plaats van een zendelinge (missionary lijkt op machine).

Eindelijk kwam ze in China aan. Na jaren hard werken bleek dat Gladys heel goed geschikt was voor zendelinge. Ze leerde de moeilijke Chinese taal ongelooflijk snel en heeft veel mensen van de Heer verteld. Gladys had er altijd heel veel verdriet van gehad dat ze zo klein was en zulk stijl zwart haar had. Maar zo paste ze precies bij de Chinese mensen. God wist al lang tevoren dat zij als zendelinge naar China zou gaan. Als je meer wilt weten over een bijbelschool kun je informatie inwinnen bij je voorganger.

 

Week 11

Wat is een thuisgemeente?

 

Een thuisgemeente is een gemeente die de zendeling steunt. Dat kan op twee manieren. Door geld of spullen te sturen. Door gebed.

 

Vertel iets van uw eigen zendeling.

 

Vragen: Wie weet hoe onze zendeling heet? Wat doet die zendeling? Hoe zien de mensen van dat land eruit? Wat eten de mensen van dat land? Wat dragen de mensen van dat land voor kleren? Wat is de vlag van dat land? Kan onze zendeling gemakkelijk post krijgen? Wat voor moeilijkheden heeft onze zendeling? Wat doen wij voor onze zendeling? Is er ook een ziekenhuis of een dokter bij hem in de buurt? Zijn er ook gevaarlijke dieren in zijn omgeving? Waar koopt onze zendeling zijn eten van? Wanneer komt onze zendeling naar Nederland? Heeft hij familie in Nederland wonen? Wanneer is hij jarig? Wat voor godsdienst hebben ze in dat land?

 

Week 12

Paspoort, visum. Laat er één zien.

 

Als je naar een ander land gaat moet je een paspoort of een visum hebben. Je moet daar goed op passen. Soms wordt je paspoort wel eens gestolen. Arianne van Wingerden, zendelinge in Korea ging met de bus ergens naar toe. Het was heel erg druk in de bus en toen ze even later uit wilde stappen had iemand haar tas van onderen opengesneden. Al haar geld was eruit gevallen en opgeraapt door de dief. Ook haar paspoort was gestolen. Dat is heel vervelend. Gelukkig kreeg ze spoedig weer een ander.

 

Als de regering van het land je visum intrekt moet je weer naar Nederland terug. Soms duurt het erg lang voordat je een visum krijgt. Het kost ook erg veel geld.

 

Soms nemen zendelingen veel bijbels mee naar een land waar dat verboden is. Smokkelen heet dat. Het is dan erg spannend als ze je koffers gaan onderzoeken. Corrie Ten Boom vertelde het volgende in haar boek Zwerfster voor God. "Ik bad en toen zag ik lichtende wezens om mijn koffer heen. Het waren engelen... mijn angst was verdwenen. Ik schoof met mijn koffer steeds verder in de rij op weg naar de beambte, die zo grondig te werk ging. Eindelijk stond ik voor hem. "Is dit uw koffer?" vroeg hij.

"Ja meneer," antwoordde ik beleefd.

"Ziet er zwaar uit," zei hij, terwijl hij de koffer optilde. U bent de laatste in de rij, dus ik kan u wel even helpen. Als u me volgt zal ik de koffer even voor u naar de taxi brengen. Mijn hart vloeide over van dankbaarheid aan de Heer..."

 

Je kunt dit stukje ook uit laten spelen.

 

 

Week 13

Moedig zijn.

Zendelingen komen vaak in gevaarlijke omstandigheden. Ze zijn wel eens bang net als iedereen. Toch weten ze dat God hen vasthoudt en daarom tonen ze grote moed. Denk maar aan Daniël in de leeuwenkuil.

 

John Hunt, een zendeling naar de Fidji eilanden (1812) was toen hij jong was een erg bange jongen, bovendien nog erg tenger. Voor boerenknecht deugde hij niet. Toen hij zestien jaar oud was ging hij zelfs bijna dood door een ziekte. Maar toen hij de Heer Jezus echt leerde kennen werd hij zendeling naar in een land vol enseneters. Die mensen deden gruwelijke dingen. Op een nacht wilden de wilden hun huis in brand steken. John en zijn vrouw zagen in het maanlicht hun beschilderde gezichten. Ze zagen knotsen en strijdbijlen. Ze vielen op hun knieën en begonnen te bidden. Maar opeens werd het stil om het huis, de wilden waren weer weg gegaan God had hen beschermd. John en zijn vrouw konden nog jaren daar werken. Veel mensen zijn daar in de Heer gaan geloven.

 

Wat hoort er bij bang zijn en wat bij moedig?

 

Knikkende knieën, bidden, durven spreken, beven, wegkruipen, zingen, de waarheid zeggen, gillen, naar het gevaar toelopen, vluchten.

 

7. Project

Oerwoud.

 

Maken: hutten, vliegtuigpanelen, stokken om te vissen, plateau met dorp van klei, rivieren van plastic en plastic poppetjes, slangen, potten, krokodillen. Vliegjes van halve knijpers. Van wc rollen maak je vreemde insecten en de kinderen geven ze zelfverzonnen namen. Vlinders maken.

 

Tentoonstelling houden. Leg neer verband en watten. Schrijf erbij: "Dit hebben ze meestal niet: verband, watten."

"Dit zijn visstokken waarmee je vis vangt in de Amazone."

"Dit is een piranha." (boeken van A. van Kampen, Betty Smit)

Plateau, vliegveldje, hangar.

"Dit is water uit de Amazone, wit, zwart, geel."

"Dit is een bakje van rubbertapper, hangmat."

Materiaal van de M.A.F. Foto van piloot, wereldkaart. Informatie voor ouders, foto van een vliegtuig.

Mededeling over piloten. Spaardoosje, verhalen uit: "Vliegen onder Gods commando." Diaserie.

Succes verzekerd.