LES 16  CURSUS JOSINE DE JONG

 

WERKJES

 

Overzicht van de les.

1. Het doel van werkjes maken.

2. De oorsprong van je creativiteit.

3. Wat zegt de bijbel.

4. Illustraties.

5. Wat voor soort werkjes kan men onderscheiden?

6. Wat is het beste?

7. Voorbereiding.

8. Uitvoering.

9. Materiaal.

10. Vorming tijdens het maken van werkjes.

11. Groepswerk.

12. Conclusie.

 

1. Het doel van werkjes maken

‑ Het verhaal vastleggen. Een reactie uitlokken.

‑ Iets voor thuis meegeven, waarover kan worden gepraat.

‑ christelijk gedrag inoefenen.

 

We kunnen alle zintuigen gebruiken om Gods boodschap in de ziel van het kind te brengen. Ze hebben immers vijf zintuigpoorten in hun levensstad. Als je dus iets laat zien, (platen, video) en iets laat horen, (verhaal of bandje) iets laat doen met de handen (werkje of spel), iets laat tasten, proeven of ruiken, dan zit je goed.

 

2. De oorsprong van je creativiteit

In de allereerste plaats moet je niet denken, dat je niet zo creatief bent als een ander. Je creativiteit heb je van God, die de tienduizenden vormen van bloemen en dieren heeft bedacht. Er zijn alleen al 20.000 soorten snuitkevertjes!! Jouw vader is mijn vader, Hij is ook de vader van die begaafde persoon die jij kent en Hij trekt niemand voor.

 

Door je wedergeboorte zijn Gods erfelijke eigenschappen in je gekomen. Bid erom en de Heer zal je creativiteit vermeerderen; het is immers voor zijn werk. We hoeven allemaal geen Rembrandt te worden, maar gebed haalt mogelijke blokkades weg en houdt ons afhankelijk van God. Met het talent dat je hebt ga je werken.

In de bijbel zien we dat de creativiteit niet was om de creativiteit, maar om het heiligdom te bouwen!

 

3. Wat zegt de Bijbel?

Ex. 35: 30 – 36:7 e.v. 

De HEER heeft zijn keuze laten vallen op Besaleël, de zoon van Uri, de zoon van Chur, uit de stam Juda. Hij heeft hem uitzonderlijke talenten geschonken, wijsheid, vakmanschap en inzicht op allerlei gebied: hij kan ontwerpen maken en ze uitvoeren in goud, zilver, koper en brons, hij kan stenen snijden en zetten en hout bewerken en hij beheerst ook allerlei andere vaardigheden om ontwerpen uit te voeren.  De HEER heeft aan hem en aan Oholiab, de zoon van Achisamach, uit de stam Dan, ook de gave geschonken hun kennis over te dragen. Hij heeft hun vakmanschap geschonken op allerlei gebied: zij hebben verstand van wol weven, van borduren met blauwpurperen, roodpurperen en karmozijnrode wol en van het weven van fijn linnen. Ze beheersen de technieken en maken zelf de ontwerpen. Besaleël en Oholiab moeten alle voorwerpen voor de dienst in het heiligdom maken, precies zoals de HEER het heeft opgedragen. Allen die hun vak verstaan en aan wie de HEER de wijsheid en het inzicht geschonken heeft die hiervoor nodig zijn, moeten hen helpen.’

Hierop riep Mozes Besaleël en Oholiab bij zich, en alle vaklieden aan wie de HEER wijsheid geschonken had en die graag bereid waren het werk ter hand te nemen.  Zij namen van Mozes alle geschenken in ontvangst die de Israëlieten voor de bouw van het heiligdom gebracht hadden. Men bleef vrijwillig gaven brengen, iedere morgen weer, totdat de vaklieden die aan het heiligdom werkten hun werk onderbraken,  en zij Mozes lieten weten dat de mensen veel meer bijeenbrachten dan nodig was voor het werk waartoe de HEER opdracht had gegeven. Op bevel van Mozes werd toen overal in het kamp bekendgemaakt dat geen enkele man of vrouw nog iets voor het heiligdom hoefde te maken. Daarna bracht het volk geen geschenken meer. Er was meer dan voldoende materiaal om al het werk te kunnen uitvoeren.

 

Koning Salomo was erg wijs. Hij wist ook precies hoe de tempel te bouwen! 1 Kon. 6: 21‑36. Wijsheid en creativiteit gaan blijkbaar samen. Ook ons heeft God de geest der wijsheid gegeven.

 

Jac. 1:5. Komt een van u wijsheid tekort? Vraag God erom en hij, die aan iedereen geeft, zonder voorbehoud en zonder verwijt, zal u wijsheid geven. (Zie ook Col. 2:3.)

 

4. Illustraties

Toen Gladys Aylward nog jong was kon ze volgens haar vader niets. Ze kon niet onderwijzen, was geen verpleegster.

"Ga uit mijn ogen," schreeuwde hij, "Het enige dat jij kan, is praten, praten, praten..."

Huilend bad Gladys op haar kamertje: "Heer, als ik dan alleen maar praten kan, laat mij dan voor u praten...

Ze is een geweldige zendelinge naar China geworden.

 

Smith Wiggelsworth kon absoluut niet spreken in het openbaar. Hij begon meteen te huilen als hij iets moest zeggen. Het zat in de familie. Zijn moeder had het ook. Hem werden de handen opgelegd en sindsdien bracht hij met vrijmoedigheid het evangelie.

 

5. Wat voor soort werkjes kan men onderscheiden?

‑ Gekochte werkjes,

‑ Zelf bedachte werkjes,

‑ Door de kinderen bedachte werkjes.

 

Gekochte werkjes.

Voordelen:

Netjes getekend op goed papier.

Weinig voorbereiding. Duidelijke tekst erop.

Spaart veel denkwerk uit.

De boodschap wordt nog eens duidelijk herhaald.

 

Nadelen:

Ze gaan op den duur vervelen. Soms doordat ze niet weten wat ze er mee moeten doen. (Dit kan je ondervangen door ze in een map te verzamelen of in een schrift te plakken.) Het kan aan gebrek aan belangstelling van thuis liggen. Men vindt ze wel eens weggegooid op straat. Soms hebben kinderen het werkje al eens gemaakt. Het is eigenlijk niet iets van de kinderen zelf.

 

Zelfbedachte werkjes

Spaar bijzondere doosjes, lapjes, netjes enz. Vraag bij een drukkerij afvalstroken. Kijk eens in handarbeidboeken om ideetjes te verkrijgen. Let op of je ergens iets ziet, in een etalage of zo om te gebruiken.

 

Ideeën:

- Van lucifersdoosjes een ladekastje maken om je tekstjes in te bewaren.

- De naam van Jozef met macaroni op een gouden strook karton maken.

- Met kaars op een vel tekenpapier een figuur tekenen. Met waterverf erover heen gaan.

- stempelen met een bloem of een doorgesneden vrucht. (Waterverf en papier.)

- Maak een dagkalender. Kleine kinderen vinden het leuk om 's morgens op hun kamertje een schuifje te verplaatsen naar de juiste dag. Dus van zondag naar maandag enz.

Nodig: een brede strook karton, een schuifje geknipt uit karton.

Schrijf zelf in de hokjes de juiste dagen. Maak onderaan de strook een geknipte doorgesneden appel met pitjes en schrijf daarop: Elke dag woont Jezus in mijn hart.

- een bos sleutels knippen. Jezus heeft de sleutel van de dood.

- van stroken maakt men handboeien.

- spatten.

- gegoten gipsen werkjes verven en vernissen.

- van een aantal papiertjes een opschrijfboekje maken.

- van een katoenen lapje een zakdoekje maken en de kinderen laten versieren met viltstift.

- een beertje met losse beentjes knippen van wit en zwart karton. Tegen elkaar aanplakken. De beentjes met splitpennetjes vastmaken aan de romp. De tekst: "Want jij was vroeger in de duisternis, maar nu ben je licht in de Heer, wandel dan in het licht." hiermede aanleren. Ze kunnen de voorkant of de achterkant laten zien, licht of duisternis en het beertje laten lopen.

- Een 20 cm grote silhouetlijn van een kind tekenen op karton. Schrijf bovenaan het karton: GELUKKIG ZIJN. Op de juiste plaats  in het silhouet een gat in de vorm van een hart eruit knippen. Dan met lange draadjes, aan het karton vastgemaakt, een aantal figuurtjes laten bungelen. Bij voorbeeld een vierkantje, een driehoek, een rondje en een hart precies passend in het uitgeknipte hart.

  Op het vierkantje, rondje en driehoekje schrijf je bijv. de baas zijn, rijk zijn, knap zijn. Op het hartje schrijf je Jezus. Laat de kinderen kijken wat past. Waar word je gelukkig van? Als Jezus in je hartje woont.

- een kijkdoos maken.

- maak je eigen memoryspel.

- Bind katoenen lapjes af en verf ze in heet uienschillenwater.

- Maak een etuitje voor je teksten van oude ansichtkaarten, die je met gekleurde wol overhands aan elkaar naait.

- Onderlegger voor onder je bord.

  Teken een grote pompoen op papier. Laat hen die kleuren.

  Schrijf erop: Heer Jezus, laat mij meer vrucht dragen voor u." en plasificeer hem dan.

- Gouden muizen maken. Knip een cirkel van goudpapier. Vouw in achten. Houd de punt naar u toe, knip de bovenkant bij als een  bloemblaadje. Open de cirkel. Knip hem eenmaal door. Nu kunt u twee muizen maken. Houd de rechte lijn naar u toe. Vouw de linker en rechter punt onder elkaar en plak vast. Teken oogjes, maak snorharen. Geef de muis een staartje. Evt. kunt u twee ronde flapjes haaks terugvouwen. De staart en snorharen kunt u krullen. Dit muisje kan ook gevuld worden met lekkers.

- Werkje voor Pasen.

Om de kinderen uit de paashazen en eierensfeer te krijgen en hen de juiste betekenis van Pasen te leren is het volgende werkje heel geschikt:

 

Nodig:

- een kartonnetje van 16 bij 12 cm.

- een middelgroot lucifersdoosje.

- Twee geknipte papieren engeltjes. (U vouwt een dubbelgevouwen  papiertje van 3 bij 8 cm dubbel en knip dan een half engeltje met twee vleugeltjes.

- Dan de vulling voor het lucifersdoosje:

een doorntje van een roos, een bloempje van een christusdoorn als bloeddruppeltje, een rolletje witte katoen, (de doeken), een stuivertje (Judas), (of een blaadje van de Judaspenning), een gebroken lucifer, (De duivel zijn macht is gebroken), een stukje heel mooie stof voor Jezus' mantel, een spijkertje, een kruisje van twee stukje lucifer met een garendraadje samengebonden tot een kruisje.

- Een grijze papieren cirkel van ong. zes cm doorsnee met erop het woord Pasen.

 

Plak de grijze cirkel op het lucifersdoosje.

Plak het lucifersdoosje onderop in het midden van het karton. Plak de engelen bovenaan.

Doe de dingen in het doosje.

Evt. kun je het geheel nog tegen een leeg theedoosje aanplakken, dan blijft het beter staan. Haal het deksel eerst van het theedoosje, dan kun je zeggen: Het graf was leeg. En laat de kinderen door dit werkje maar aan iedereen vertellen wat Pasen is.

 

Voordelen:

Jouw creativiteit gaat hierdoor groeien (net als bij het melken van de koe, hoe meer je melkt, hoe meer melk de koe geeft.) Je hebt iets bijzonders. Precies aangepast bij jouw verhaal. Het geeft je een positief zelfgevoel.

 

Nadelen:

Er gaat veel tijd inzitten. Je moet vaak de teksten erop schrijven, dat gaat soms niet zo netjes.

 

Door kinderen zelfbedachte werkjes

Kinderen zijn erg creatief. Maar je moet ze wel ideeën aan de hand doen. Geef ze niet te veel soorten materiaal tegelijk.

 

Bij voorbeeld:

‑ maak van deze gekleurde stroken eens een vogel.

‑ Smeer je papier van onderen met lijm in en strooi daar zand over. Maak dan de woestijn af.

‑ Kijk hier is een boek met allerlei soorten huizen, zie je wel. Maak nu eens van deze doosjes en dit papier een huisje. (Hoe kunnen ze een kasteel tekenen als ze zich geen goed idee hebben kunnen vormen van een kasteel. Kijk samen eens naar wat platen, wijs op details, wijs op de omgeving waarin het staat, de soort steentjes die gebruikt zijn, de gracht eromheen, hoe sterk het is, enz.)

‑ Plak van deze lapjes eens een mooie mantel voor Jozef.

 

Voordelen:

‑ De kinderen denken na over het verhaal.

‑ Ze zijn er trots op.

‑ Het geeft hen een positief zelfgevoel.

‑ U bent niet zoveel tijd kwijt met de voorbereiding, doordat u zelf niets hoeft te tekenen of schrijven.

‑ Elk werkje is uniek en toont hoe creatief God elk van ons heeft gemaakt.

‑ Het geeft ons de gelegenheid om hen te prijzen.

‑ Het kind moet zelf uitleggen wat zijn werk voorstelt.

‑ Het kind kan zo ook thuis aan de slag. Het leert zich bezighouden.

 

Nadelen:

‑ Je hebt meer individuele begeleiding nodig per kind, dus meer hulp.

‑ Als een kind het niet weet, moet u hem inspireren.

‑ Niet zo mooi.

 

6. Wat is het beste?

Het eenvoudigste creatieve werkje is een tekening.

Het eenvoudigste niet-creatieve werkje is een kleurplaat. Een kleurplaat is eigenlijk een zoethoudertje. De kinderen leren er niet veel mee. (behalve kleuren.) Toch doen sommige kinderen het wel graag.

 

Het beste is eigenlijk om een werkje te hebben waarin de kinderen over het verhaal, over Jezus en het plan van God gaan nadenken, of iets door gaan vertellen. Bijvoorbeeld.

‑ Teken eens allerlei soorten kinderen die bij Jezus kwamen.

‑ Knip uit deze tijdschriften allemaal plaatjes van heerlijk eten, dat we elke dag van God krijgen.

‑ Laten we dit papier eens een koffertje maken, waarin we allerlei dingen tekenen die we op reis nodig hebben. (bij Paulus' reizen.)

‑ Teken eens op dit blaadje een gebeurtenis, waarin satan jou verleidt.

 

7. Voorbereiding

‑ Bij welk verhaal, thema?

‑ Kies je materiaal (papier, karton, lapjes, kurk enz.

‑ Voor welke leeftijdsgroep is het bedoeld?

  (Dit beperkt je materiaal, je techniek en bepaalt je voorbereiding, bijv. puntschaartjes, scheuren en plakken.)

‑ Wat voor techniek gebruik je? Verven, kleien, spatten, gipsen dingen verven.

‑ Hoe maak je het met de kinderen? (Stapje voor stapje.)

‑ Klaarzetten van materiaal.

‑ Eerst zelf maken. Hoeveel tijd ben je bezig?

‑ Soms moet je dingen van te voren klaarmaken, anders duurt het werkje te lang. Bijv. de bloemblaadjes tekenen of knippen, de omtrek van een doosje tekenen enz. Hoe jonger het kind, hoe meer je zelf moet voorbereiden.

 

8. Uitvoering

‑ Met kleine stapjes werken naar het eindresultaat.

- Goed uitleggen.

‑ Voldoende helpers.

‑ Voorbeeld laten zien.

‑ Kinderen die klaar zijn kunnen anderen helpen.

‑ Wat is de houding tegenover elkaar tijdens het werkje?

‑ Is er een fijne sfeer?

 

9. Materiaal

Doosjes, afgebrande lucifers, kurkstukjes, klei, glitter, pitten, splitpennen, kwasten en waterverf, oude tijdschriften (let op: nette) en behang, gebruikte ansichtkaarten, oude tandenborstels, (om te spatten) met stukjes fijn gaas, plakband, nietmachine, nietjes, perforator, vingerverf, knijpertjes of lollystokjes, enz.

 

10. Vorming tijdens het maken.

Het is gezellig om tijdens het werkje te zingen, elkaar te helpen, leren netjes te zijn, leren een anders werk te waarderen, een ander voor laten gaan, behulpzaam zijn. Bij een collage (een groot vel papier waarop je samen iets plakt), is het samenwerken van groot belang. Zelf vind ik een werkje, dat je later ergens voor kunt gebruiken het leukste.

 

Bijvoorbeeld:

‑ Onderleggertjes voor de limonadeglazen.

‑ Een papieren bordje met papieren bloemen versierd voor moederdag.

‑ Een kalender of een bewaardoosje voor je plaatjes.

‑ Een placemat met zendingsplaatjes voor onder je bord, enz.

  Zulke werkjes worden minder snel weggegooid.

 

Voor afwisseling zie stencil: Spelletjes

 

11. Groepswerk

In plaats van elk kind individueel een werkje te laten maken, kan men soms ook wel eens een groepswerk maken. Dit kan heel leuk zijn, vooral als het daarna in het zaaltje wordt opgehangen. Het nadeel is dat ze niets mee naar huis kunnen nemen, maar het samen werken aan iets heeft grote vormende waarde, juist omdat ze erg op zichzelf gericht zijn. Men kan ook een project maken over een bepaald onderwerp.

 

12. Conclusie

Het maken van een werkje is een leuke manier om de kinderen te laten reageren op de boodschap van God, hen gespreksstof aan te reiken voor thuis. Een werkje maken is geen doel in zichzelf, maar heeft te allen tijde de bedoeling een reactie van de kinderen te krijgen op hetgeen werd verteld. Een werkje maken is niet per se een "must". Er zijn ook andere manieren om op het verhaal te reageren, zoals spelletjes en gesprekken. Het vereist een schepje erbovenop van onze inzet en een gebed om inspiratie van de Heilige Geest.