LES 14 CURSUS JOSINE DE JONG
ORDE, BELONINGEN EN BESTRAFFINGEN
Inhoud van deze les.
1. Natuurlijk
overwicht.
2. Hoe kun je
gedragsproblemen voorkomen?
3. Tips.
4. Vier soorten
regimes.
5. Correctie op
gedrag.
6. God straft.
7. Sommige
gedragingen versterken zichzelf.
Vermijdingsgedrag.
8. Wat is
modelleren?
9. Straf.
10. Samenvatting.
1.
Natuurlijk overwicht..
De beste tijd voor het leren van tucht is natuurlijk de
jonge jeugd. De eerste vier jaren zijn van groot belang. In het kader van deze
lessen krijgen we kinderen die op veel verschillende manieren zijn opgevoed.
Daar moeten we het mee doen. Dat wil niet zeggen dat je geen regels kunt geven.
Alles berust op het principe van wederkerigheid. Wat jij niet wil dat jou
geschiedt doe dat ook bij een ander niet. Door onze vriendelijkheid en liefde,
maar ook vastbeslotenheid en trouw winnen we het respect van de kinderen. Door
onze ervaring en creativiteit is er een natuurlijk overwicht. Er zijn leuke
dingen te beleven in jouw omgeving. Wat jij hen leert zet alle dingen van het
leven op een rijtje. Daar hebben ze behoefte aan. En als je het soms verkeerd
hebt gezegd of gedaan erken dat dan ook ruiterlijk.
Vastigheid is prettig voor de kinderen. Als iets de ene
keer wel en de andere keer niet mag om onbestemde redenen maakt hen opstandig.
Het principe van gelijke behandeling is in hun
belevingswereld belangrijk. Toch moeten bepaalde kinderen anders aangepakt
worden. Leer hen wel om te gaan met andermans beperkingen
Terzijde:
Sommige mensen
geven meer geld uit voor de training van hun hond en doen er meer moeite voor
dan voor hun kinderen.
Leer
een kind van jongs af aan de juiste weg, en het zal er niet van afwijken
wanneer het oud geworden is. Spr 22:6.
2.
Hoe kun je gedragsproblemen voorkomen?
- Door een goed team te vormen. Kinderen zullen altijd
proberen de leiding tegen elkaar uit te spelen. "O, juf
wat fijn dat jij er bent. Bij jouw is het veel
gezelliger. Van die andere juf mochten we niks."
En we geloven die vleierij maar al te graag.
‑ Door goede voorbereiding.
‑ Door een goede inhoud van je lessen.
‑ Door de kinderen niet te kleineren, maar hen als
het even kan in te schakelen, zodat ze zich van waarde
vinden.
‑ Laat een lastig kind eens zelf meebidden voor de
dienst. Samen met jou verantwoordelijk zijn is de beste remedie tegen klieren.
‑ Door een opgeruimd en vrolijk gezicht. Het is
net alsof dit nou precies is wat je altijd al had willen doen.
‑ Door persoonlijke warmte. Heel eenvoudig de
liefde van de Heer aan elk kind tonen door een knipoogje, een schouderklopje,
een praatje met ze maken, even tijd voor een kind apart nemen, iets van jezelf
vertellen.
‑ Door vaste regels. Dan weten ze waar ze aan toe
zijn. Dit is al een grove zeef voor vermaningen. Het geeft hen een gevoel van
veiligheid. Ze kennen de spelregels. Zo gaf God zijn volk tien geboden,
makkelijk op je
vingers na te tellen.
‑ Heb je de kinderen wel echt uitgedaagd om zelf
op onderzoek uit te gaan, om geheimen te ontdekken, om dingen uit te pluizen of
voor een goed doel te werken?
‑ Door te feesten zo af en toe. God gaf het volk
ook feesten.
‑ Door een gezellige ruimte te creëren.
‑ Door verrassinkjes en wedstrijden.
‑ Door de kinderen te leren begrijpen. Kijk ook
eens naar hun favoriete tv-programma.
‑ Stuur ze eens een kaartje.
Een kind kan problemen geven omdat hij zich onaangepast
voelt. Misschien is hij verworpen of niet uitgedaagd leuke dingen te doen. Hij
zal zich vaak in de groep negatief gedragen om zich belangrijk te voelen. Of
hij heeft juist die aandacht nodig, die een terechtwijzing hem schenkt. Als de
leider een positieve manier kan bedenken om hem aandacht te schenken voordat
hij erom vraagt, dan kunnen veel vervelende gedragingen worden voorkomen.
3.
Tips.
We moeten hen niet steeds vermanen. Dan sluiten ze zich
af voor onze stem. We moeten ze ook niet in alles gelijk geven. Probeer vooral
niet de lieve juf of meester te zijn, dan word je het
vanzelf.
Je moet ervan uitgaan dat de meeste gedragsproblemen
gewoon vanzelf overgaan. Laten we zeggen 80%. Soms moet je even iets negeren,
alleen maar kijken en dan gaan ze vanzelf terug naar een ordelijk gedrag.
Voorbeeld: Een paar kinderen van groep drie mochten in de blokkenhoek op de
gang spelen. Ze bouwden een hoge toren en lieten die omvallen. Het maakte nog
al wat lawaai en de juf ging kijken. Alleen al door te
kijken veranderde hun gedrag. "Een aan zichzelf overgelaten knaap verwildert,"
zegt de bijbel.
Het ligt ook wel aan het kind. Er zijn er bij, die je de
hele tijd wel kunt vermanen. Ze hebben van huis uit niet geleerd te gehoorzamen.
Denk niet gelijk: "Ik kan geen orde houden." want het ligt ook vaak
aan de combinatie van kinderen.
Als groep zijn ze anders dan elk kind afzonderlijk. Met
liefde, vindingrijkheid en vaste regels bereik je veel. Als je aan het
vertellen bent en een kind zit te praten met een ander, dan helpt het wel eens
als je speciaal voor dat kind gaat vertellen. Je kunt het ook een terloopse
vraag stellen. "Denk jij ook niet, Nelleke, dat Jezus daarin groot gelijk
had?" Gelijk is Nelleke er weer bij.
Dreigen. Als je met straf hebt gedreigd moet je het ook
doen, anders sta je voor gek.
We moeten ze nooit voor gek zetten waar iedereen bij is,
dat is erger dan een pak slaag. Zeg ook niet iets kleinerends:
"Kereltje, wat heb jij daar voor verstand van!" Zulke dingen passen
niet bij ons.
Houd er rekening mee, dat een ADHD kind alle indrukken
in een keer binnen krijgt en ze niet direct kan verwerken. Zon
kind moet rust ervaren en een prikkelarme omgeving hebben. Een gesprek met de
ouders is zeker op zn plaats. Het is moeilijk om
zoveel verschillende kinderen in een groep te hebben. Petje af voor de leiders
die het steeds weer leuk maken.
4.
Er zijn vier soorten regimes.
1. Autoritair, dat is zoals een koning in de bijbel regeerde. Hij was aan niemand verantwoording verschuldigd
en deed maar wat hij wou. Een autoritair regime maakt onvolwassen kruiperige
mensen. Ze likken naar boven en trappen naar beneden. Natuurlijk is autoritair
goed zolang de leiding goed is en naar mate de kinderen kleiner zijn.
2. Democratisch: het volk regeert. Wij leven wel
in een democratische maatschappij. Maar de vraag is wel: heeft de meerderheid
het altijd bij het juiste eind?
In het kinderwerk ben je meer autoritair bezig met
jongere kinderen zijn en democratischer als ze groter worden. Het is een proces
van steeds meer verantwoordelijkheid dragen. Men moet opvoeden tot
zelfopvoeding. Je hebt echt minder last van ondeugd als je ze
medeverantwoordelijk maakt, als de ruimte waarin je bijeenkomt hun ruimte is.
3. Anarchistisch, dat is een
systeem waardoor Israël ten gronde ging tijdens de Richterentijd. "Een ieder deed wat goed was in zijn
ogen."
Illustratie:
Er was eens een jongen die steeds tegen de hielen van
een oudere dame opreed met het boodschappenwagentje. De dame vroeg
verschillende keren of het jochie op wou houden. Hij deed het des te harder.
"Mevrouw," zei de dame ten einde raad tegen
zijn moeder, "Wilt u er niet eens wat van zeggen?"
"Nee, hoor!" was het
harde antwoord, "Hij mag dat doen van mij. Hij krijgt een vrije
opvoeding."
Achter in de rij bij de kassa stond een jongeman. Hij
hoorde het gesprek, pakte een pak yoghurt, maakte het open en goot de inhoud
over het jongetje zijn hoofd. Daarbij sprak hij deze wijze woorden: "Ik heb
ook een vrije opvoeding gehad."
4. Het vierde regime en feitelijk het enige juiste is: theocratisch.
God heerst. Zijn autoriteit geeft hij aan de ouders/opvoeders. De
"hogere" is in feite meer dienend.
Wij kunnen dus nooit regeren als autoritaire mensen,
omdat wij zelf ook onder een bedekking staan.
Hoe kunnen we discipline van kinderen vragen als we niet
zelf gedisciplineerd willen worden door God en zijn Woord.
Vraag: Moet een kind zijn ouders in slechte dingen
gehoorzamen?
5.
Correctie op gedrag.
Als een kind een verkeerd gedrag vertoont, kunnen we dit corrigeren door invloed
op lichaam, ziel of geest. We kunnen het goede versterken of het kwade verzwakken.
Wij kunnen sommige houdingen bij de kinderen versterken
door beloningen, die op het lichaam
gericht zijn. Bijv : We geven hen snoep, fruit, we aaien ze, we stoeien met
ze. We nemen ze mee uit om te hollen of te zwemmen. Men kan een kind zelf
belonen, maar hem of haar ook een beloning laten verdienen voor de hele groep.
Het is natuurlijk beter voor de karaktervorming van een kind als het iets voor
de groep kan betekenen in plaats van: "Ik heb het en jij niet."
Beloningen die op het lichaam gericht zijn, zijn eigenlijk dressuur. Zo kun je ook diergedrag verbeteren. Zo
wordt er in het circus gewerkt. Een paard krijgt een suikerklontje als hij
iets gedaan heeft. Het is niet verkeerd. Sommige pedagogen zweren erbij. Maar
het is ook niet verheffend. Door veel snoep/geld te geven wordt een kind
verwend. Het wil alleen maar wat doen voor beloningen. Als ik er geen geld voor
krijg, was ik de auto niet voor pappa.
Zielsversterkers zijn dingen waarbij wij
invloed uitoefenen op hun ziel, hun zelfbewustzijn.
Een zielsversterker is:
Prijzen, schouderklopje, bijval, we lachen naar ze, we
geven hen aandacht.
Een iets
hoger stadium, wat de dieren
niet kunnen bevatten, is: punten geven, plaatjes, stempels. Deze dingen staan
ergens voor. Je hebt hierbij je fantasie nodig.
We kunnen ook verkeerde houdingen verzwakken.
Lichamelijk, bijvoorbeeld: pijn, harde geluiden, schok, knijpen,
slaan. (Bij dieren: Ga in je mand!) Dit is op dierlijk niveau. Nooit gebruiken.
Wij zijn voorbeelden.
Het tegen een hele klas schreeuwen of een hele klas na
laten blijven is eigenlijk een groepsbestraffing. Een paar hebben
met propjes gegooid, de hele klas moet nablijven. De kinderen ervaren het over
het algemeen als niet eerlijk.
Het is fout om kinderen te disciplineren door:
* Ze op hun "ziel"
te geven: uitschelden, voor gek zetten, bekritiseren, treiteren, uitvloeken.
"Uit het boek "Twee maal genade" van Harold Morris: "Hij (vader) gaf mij vaak een pak slaag met een eind hout of een leren riem. "Je deugt
niet." schreeuwde hij dan tegen mij. "Het wordt niks
met je!" Hoe bont en blauw ik daarna ook was, de woorden sloegen diepere
wonden. Ik zei tegen mezelf dat hij het zo niet bedoelde, maar zijn woorden
griften zich in mijn ziel en ik kon ze niet vergeten."
*
Geestelijk.
Een geestelijke beloning houdt in: het ontvangen van
licht, vrede, inzicht, liefde, genezing. Het tegenovergestelde is: duisternis,
onvrede, verlaten gevoel, ziekte. We moeten de kinderen dus leren dat ze dit of
dat niet moeten doen, omdat ze er niet blij van worden.
6. God
straft.
Naar mijn
huidige overtuiging (overtuigingen kunnen veranderen) moeten we nooit één op
één deze teksten zomaar toepassen op onze eigen situatie. Het Oude Testament
werd geschreven in een heel andere tijd en in een heel andere cultuur. Het
geloof is geen steen, het is leven en ontwikkelt zich. We hakken geen handen
meer af in Gods naam en stenigen onze kinderen niet als ze niet willen
luisteren. We zijn niet wraakzuchtig als David of Jeremia,
maar volgen het principe van Jezus, de volmaakte openbaring van Gods wil op aarde.
Volgens het Oude Testament paste God ook wel
groepsbestraffing toe. Een heel volk kon een strijd verliezen omdat er één
gestolen had. (Achan.)
Hoe tuchtigt
God volgens het Oude Testament zijn kinderen?
Aan David belooft God: Ik zal een vader voor hem zijn en hij voor mij een zoon: als hij zondigt,
zal ik hem kastijden met stok- en zweepslagen, zoals een vader doet, maar hij
zal nooit bij mij uit de gunst raken 2 Sam 7: 14. (Dus op niveau.)
Hier kun je dus ook niet uit concluderen
dat je met een zweep of stok mag slaan!!
Gods
bestraffingen volgens het Oude Testament zijn niet mis:
nog eens veertig jaar door de woestijn zwerven.
Mozes mocht het Beloofde Land niet binnen.
Verbanning naar Babylon.
Het niet te laten regenen. (Elia.)
400 jaar zwijgen.
In het Nieuwe Testament: Ananias
en Saffira.
Jes. 54: 7. Voor een klein ogenblik heb Ik u verlaten,
maar met grote ontferming zal Ik u vergaderen.
In de Joodse overlevering is een verhaal, dat aangeeft
hoe God straft. God heeft twee oordeelsengelen, die hij heel ver weg opsluit. Het duurt erg lang voordat God bij ze is en dan moet Hij ook nog de
deur opendoen. Al die tijd kan een mens zich nog bekeren. Ja, God is
lankmoedig, dat wil zeggen: Het duurt lang voordat Hij door zijn neus snuift. Bovendien neemt God zelf onze straf op
zich. Hij liet Jezus verbrijzelen voor ons.
7. Sommige
gedragingen versterken zichzelf.
Bijvoorbeeld weetgierigheid. Je wil
steeds meer weten. Nieuwsgierigheid, prestatietrots, televisiekijken, nerveus
kuchen. Van de positieve kun je gebruik maken.
Een vermijdingsgedrag vertoont men door: ziek te worden,
spijbelen, weglopen, naar de wc gaan. Wat is de reden? Ga praten met de ouders,
praten met het kind. Veel persoonlijke warmte geven.
Illustratie:
Er was eens een meisje dat niet naar gym wou, hoewel ze
best lenig was. Steeds probeerde ze in de klas te blijven als de anderen gingen
gymmen. Wat bleek? Ze was als kind erg geschrokken toen ze alleen gelaten werd
onder een spoorbrug, juist toen er een trein over kwam. Als de klas naar gym
ging moesten ze onder zo'n spoorbrug door. Toen ze het
een keer verteld had, genas ze van deze fobie na veel geduld en gebed.
8. Wat is
modelleren?:
Bij voorbeeld
Modelleren doen kleine kinderen vaak. Zo leren ze
praten, fietsen enz.
"Leert van Mij," zegt Jezus, "dat ik
zachtmoedig ben en nederig van hart." De besten en de lastigsten
krijgen vaak de meeste aandacht. Als een kind lastig is, geef het dan eens een
keer geen aandacht, terwijl het een beloning krijgt als het leuk meedoet.
9. Straf.
Straf moet onmiddellijk op het verkeerde gedrag volgen.
Straf moet in logisch verband staan tot de overtreding. Dus als men het raam
vies heeft gemaakt geen strafregels laten schrijven, maar het raam
schoonmaken. Humor lost veel op. Een kind uit mijn man z'n
klas zei: "Wat hebt u een lelijke stropdas aan!" Toen heeft
hij de klas laten stemmen over de das.
Soms is het wel eens goed om een kind links laten
liggen, geen aandacht aan te besteden.
Afzondering is ook een goed middel. Als men afzondering
op een goede manier aanwendt, kan het een probaat middel zijn. De groep lacht
niet meer mee. Er gebeuren geen interessante dingen, men kan met niemand
praten.
Afleiding. Helpt goed bij kleine kinderen.
PAS OP! Kwaad kijken kan ook averechts werken. Soms
vinden de kinderen jouw gedrag zo leuk, jouw manier van kijken, dat ze het
juist uitlokken.
Wees creatief ook in bestraffen. Als je voorspelbaar bent in je reactie maken ze er
gebruik van. Zeg bijv. eens: Voor straf moet jij een
kopje koffie voor me halen in de keuken. Dat vinden ze juist leuk. Dat is dus
eigenlijk geen straf, maar een gunst. Of lach eens mee om een goeie grap, ook al heeft die je les verstoord.
Illustratie: Op de Middelbare school was een jongen in
een onbewaakt ogenblik in een kast gaan zitten. De leraar kwam binnen, begon de
les, maar merkte al gauw dat er wat aan de hand was in de kast. Telkens zagen
de kinderen een peenkleurig hoofd boven een
gordijntje uitkomen, dat naar hen grijnsde. De leraar liet de kast openmaken en
van de schrik kreeg de jongen een potje inkt over zich heen dat in die kast
stond. Hij kwam er uit als een Zwarte Piet. Natuurlijk kreeg de jongen straf,
dat was de rol van de leraar, we verwachten ook niet anders. Dat had die jongen
er ook best voor over, maar we merkten aan het gezicht van de leraar, dat hij
zich haast niet goed kon houden. Die leraar kon bij de kinderen geen kwaad meer
doen.
Discussie dient vermeden te worden.
De Tien Geboden en de bijbelse verhalen kunnen zo'n orde brengen in hun chaos.
Men moet relativeren en begrijpen.
Illustratie: In een vijfde groep van de O.B.S. zat een
jongen die steeds maar spotte. Telkens hief hij zijn handen op, sloot zijn ogen
en ging dan raar zitten bidden. Ik had hem al een paar maal gewaarschuwd, maar
hij hield niet op. Op een dag vroeg hij zo maar hardop in de klas: "Juf,
God is zeker een Marsmannetje, hè? En Hij vliegt zeker in een Ufo."
De hele klas lag dubbel. Ik merkte echter achter zijn
spot een gretig verlangen naar God. Ineens begreep ik het. Ik legde hem uit,
dat ik op al zijn vragen zou antwoorden, als hij er geen grapjes mee maakte.
Toen bleek dat hij zo graag meer van God wilde weten.
"God lijkt op ons," zei ik, "want we zijn
naar zijn beeld gemaakt."
De klas begon serieus mee te doen. Een stoerdoenertje zei: "Juf, maar ik geloof niet in
God,"
"Dat geeft niks, Danny,
Dat komt gewoon doordat je je antenne niet
ingeschakeld hebt. Een radiootje kan pas ontvangen als de antenne uitstaat. Die
golfjes kun je ook niet zien. Als je aan God vraagt: "Leer mij u te
kennen," dan zal je merken dat Hij bestaat."
Wat eerst een ordeverstoring was werd juist een zegen.
Het helpt ook wel als men een bezoekje aan het ouderlijk
huis brengt, Het kind heeft het idee dat je hem echt kent.
Een kind apart nemen na afloop.
Na een
rechtvaardige straf dient ook weer een liefdebetuiging te volgen.
Jac 1: 5 Komt een van u wijsheid tekort? Vraag God erom en hij, die
aan iedereen geeft, zonder voorbehoud en zonder verwijt, zal u wijsheid geven.
Herinner je altijd dat soms de lastigste kinderen de
beste werkers in Gods Koninkrijk worden. Anne Van der Bijl heeft ook eens een
kerkdienst verstoord door met vrienden jenever te drinken achterin
de kerk. Zo zelfs dat men de hele dienst alleen maar kon zingen: "Let my people go." Het werd wel z'n bekering.
Heb je al gebedskaartjes om voor je kinderen te bidden?
Als iedereen van de leiding een paar kinderen voor z'n
rekening neemt wordt er voor allemaal gebeden. Sommige mensen vasten wel eens
voor een probleemkind. Misschien kun je een kind een vaste counselor geven.
Steeds als er iets ernstig mis is, bespreekt hij het met het kind. Je kunt zo
een soort band opbouwen.
10.
Samenvatting.
Het beste is slecht gedrag voor te zijn. De beste
correctie komt door Gods Woord.