LES 13  CURSUS JOSINE DE JONG

 

LEIDING

 

Overzicht van deze les:

1. Hoe wordt iemand genoemd die de geboden doet en leert?

2. Een kinderwerker krijgt zelden applaus.

3. Een kinderwerker is een model.

4. Wat schrijft de bijbel over een voorbeeld zijn?

3. Als Jezus ons grote voorbeeld is, hoe stond Hij dan tegenover kinderen?

6. Waaraan moet goede leiding voldoen?

7. Hoe kun je je leerlingen beter leren kennen?

8. Voorbeelden.

9. Conclusie.

10. Nawoord

        

1. Hoe wordt iemand genoemd die de geboden doet en leert?

Mat. 5:19. "Wie dus ook maar een van de kleinste van deze geboden afschaft en aan anderen leert datzelfde te doen, zal als de kleinste worden beschouwd in het koninkrijk van de hemel. Maar wie ze onderhoudt en dat aan anderen leert, zal in het koninkrijk van de hemel in hoog aanzien staan."                                    

 

2. Een kinderwerker krijgt zelden applaus

'De olympische speler had getraind en getraind. Eindelijk kwam het moment dat hij glorierijk het stadion binnenliep onder donderend applaus.'

Deze zin kan zo uit een roman over een sportheld komen, maar hij is zeker niet van toepassing op het werk van een kinderwerker. Niemand ziet al die uren voorbereiding en kinderdiensten zijn erg vermoeiend. Slechts zelden is er bij wijze van spreken applaus. Toch kunnen wij ons verheugen als, door Gods genade, een kind zijn zonden belijdt. Soms mogen we een kind bij Jezus brengen. Een bedankbriefje van een moeder, een krabbeltje van een kind bewaren we als een waardevolle schat. Dan is alle inspanning vergeten. Laten we toch elkaar bemoedigen als de glorieuze momenten ver weg zijn en de inspanningen zwaar. Laten we eraan denken, dat de Heer ons groot noemt.

              

3. Een kinderwerker is een model

Een jeugdleider zei eens: 'Uw discipel zal sterk zijn in de dingen waarin u sterk bent en zwak waarin u zwak bent.'

Soms gaan de kinderen dingen van je overnemen: kleding of een bepaalde manier van praten. Zijn wij een goed model? Een leider is een voorbeeld, een model.                  

        

Negatieve invloeden zijn bijv. slordige kleding, onverzorgd haar, onverschillig kijken, kauwgom kauwen, op anderen neerzien, de 'bullies' of bokken voortrekken boven de zwakke­ren, roddelen, buitenlanders haten, hard zijn in mimiek en wijze van spreken, ruw woordgebruik, onverschillig met de bijbel omgaan, zelf geen overgave tonen in de aanbiddingdienst.

        

Positieve modellen zijn: hartelijk en creatief in verzoenen, nederig, maar met een juist gevoel van eigenwaarde. Vooral: ECHT! Een oprecht gebed, zonder clichés.

        

4. Wat schrijft de Bijbel over een voorbeeld zijn?

‑ In 1 Cor. 4:16 schrijft Paulus: Door Christus Jezus ben ik uw vader geworden, omdat ik u het evangelie heb gebracht. Ik roep u dus op mij na te volgen.

‑ Wat voor invloed onderging Timoteüs?

  Volgens 2 Tim. 1:5 van zijn moeder en grootmoeder.

‑ Hij werd zelf ook een voorbeeld voor anderen.   1 Tim. 4:11‑16.

‑ 1 Tess. 1:6. "U hebt ons nagevolgd"

‑ Wie is het grote voorbeeld?

  Het beeld waar wij allen naar gemodelleerd worden is onze Heer Jezus. Rom. 8:29

        

5. Als Hij ons grote voorbeeld is, hoe stond Hij dan tegenover kinderen?

‑ Hij stelde hen op de eerste plaats. Matth. 18:1.

‑ Jezus zegende de kinderen. Matth. 19:14.

‑ Petrus kreeg eerst de opdracht voor de lammeren te zorgen, daarna werden pas de schapen genoemd. Joh. 21:16.

Jes. 40: 11. 'Als een herder weidt hij zijn kudde: zijn arm brengt de lammeren bijeen, hij koestert ze, en zorgzaam leidt hij de ooien.’

 

Als een kind een jaar of tien wordt krijgt het behoefte aan idolen. Zorg dat ze goede voorbeelden leren kennen. (Idool betekent afgod). Bij voorbeeld: Corrie ten Boom, Hudson Taylor, Ludwig Nommensen, Florence Nightingale, David Livingstone, Carl Lewis, Jim Ellioth, Anne van der Bijl, Gordon Cooper, een astronaut, Eric Liddell, Mary Slessor, zendelingen van nu, Pioniers, martelaars voor Jezus. (Spaar zulke verhalen, probeer antiquarisch het boek: "De kerk op Mars" te pakken te krijgen. Daar staan prach­tige verhalen in.) Hang foto's van zulke mensen op en praat er enthousi­ast over. Door dit te doen geef je ze waarden en moraal mee en een stimulans om grotere dingen te verwachten van het leven. Vooral ook mensen van deze tijd.

Spreek altijd met respect over uw voorganger, wiens geloof wij immers moeten navolgen.

       

Veel kinderen wensen te worden als een beroemd voet­baller, een steenrijke popster van de tv. Je kunt ze van hen niet afpakken, de invloed van de media is bijna magisch, maar leer hen over dingen nadenken:

Is rijkdom alles? Sundar Singh kon een kamer vol schatten krijgen als hij Jezus afzwoer.

Is glamour alles? Marilyn Monroe pleegde zelfmoord.

Is sport alles? Carl Lewis zei: "Jezus is mij meer waard dan mijn vier gouden medailles."

Is het leven alles? Jim Ellioth offerde zijn jonge leven voor de menseneters. Confronteer hen met hun eigen wensen.

        

6. Waaraan moet goede leiding voldoen?

1. Toegewijd aan God.

2. Toegewijd aan de kinderen.

3. Toegewijd aan de andere leiding.

        

Wat je verwacht is ook wat je zult krijgen. Droom ervan. Met kritiek bereik je niks. Je wordt alleen maar bitter en mist de zegen van het verhoord worden als je ervoor zou hebben gebeden. Volmaakt wordt het nooit. En als we fouten maken? Dan staan we op en gaan we weer verder. Fouten maken mag. Waar niet getimmerd wordt vallen geen spaanders. Een bekende Canadese prediker, Danny Moe, zei eens: "Always fail forward." d.w.z. Je leert van al je fouten. Alleen wie nooit werkt maakt nooit fouten. Het is net als met een schip. Je stuurt een beetje bakboord en een beetje stuurboord, want precies op koers blijven lukt niemand.

 

7. Hoe kun je je leerling leren kennen?

Laat ze eens zinnen afmaken als:

Ik wilde altijd al graag....

Soms als ik...

Ik ken veel gezinnen waar...

Ik zou gelukkiger zijn als...

Ik word toch zo kwaad als..

Ik wou maar dat ik niet meer zo bang was voor...

Als ik denk aan Jezus dan...        

Vraag hen eens: 'Wat voel je als je je naam hoort noemen?'

Noemt iemand je wel eens anders?  Wanneer vind je het het fijnste om je naam te horen noemen? Als je je naam kon veranderen hoe zou je dan willen heten?

Zet eens een vragenbusje neer.

- Spreek eens persoonlijk met hen, ook buiten de kin­derdienst om. Onthoud wat ze je hebben verteld en vraag er later nog eens naar.

- Bid samen met ze.

 

8. Voorbeelden

Er was eens een meisje van drie. Ze zag bij de Bijenkorf een poster van een popster. Met een hoogrode

kleur riep ze: "Mammie, o mammie, daar is Mickel Jackson en daar ga ik mee trouwen als ik vier ben." De moeder lachte trots.

        

Nadat Yokido Okada, een populair Japans tieneridool van de zevende verdieping van een flatgebouw sprong, is het aantal zelfmoorden onder de Japanse jongeren spectaculair gestegen. Japanse kranten telden 31 gevallen van fans, die hun ster al te letterlijk hebben gevolgd.

"Ik wil zijn als Yukido Okada" zei een 16 jarig meisje tegen haar zusje voordat ze van de dertiende verdieping van een flatgebouw naar beneden sprong.

        

Het einde van de film "De herberg van het zesde geluk" is ontroerend. Gladys Aylward brengt 150 kinderen over de bergen in veiligheid. Ze moeten zonder eten door een frontgebied heen. Haar beste helper sneuvelt. Einde­lijk komen ze, zingend om toch maar de moed erin te houden, aan in het stadje waar ze veilig zijn, doodmoe en hongerig. Er staan veel mensen langs de kant te juichen. Gladys kijkt ongelovig in het rond. Is dat applaus voor hen? Ja, ze hebben het gehaald. Zou het ook zo zijn als we de hemel binnengaan? Een stoet kinderen achter ons aan. 'Heer, hier zijn we!'

    

9. Conclusie

Kinderwerk gaat niet ge­paard met glamour. Het is zeer vermoeiend omdat het onze hele inzet vergt. We moeten met de daad voorleven, wat we met de mond leren. Als we het echter doen, dan oogsten we zielen, die ook weer nadoen, wat wij in Gods kracht hen voordeden.

"Wanneer krijgen wij JEZUS‑les, juf?" vroeg een kind uit een lagere klas eens aan me.

 

10. Nawoord

Pasgeleden maakte ik het mee, dat iemand een minuut voordat de dienst begon met een zeer verouderde kinderbijbel aan kwam zetten en zei: 'Het verhaal dat vandaag aan de beurt is, wil ik voorlezen, maar het is zo ouderwets! Wat zal ik doen?'

Deze leidster, overigens een lieve schat, die het erg druk heeft met haar gezin en werk, had het programma al drie weken daarvoor gekregen. Ze was niet op de vergadering geweest, waar we het thema bespraken, (dat kan wel eens voorkomen) maar had er later ook niet naar gevraagd. Ze had het verkeerde verhaal (van de week ervoor) genomen en vroeg pas hulp toen de dienst al haast begon. Geloof me ik ben gaan huilen toen ik thuis kwam uit de kerk. 'Heer, hoe kan ik de anderen motiveren, help me toch!!'

We hebben de kinderen maar drie kwartier, hooguit een uur per week. (Als ze tenminste elke week in de kerk zijn) Ze hebben zo ontzettend weinig bijbelkennis, dat ze niet eens weten hoe de zoon van Eva heette, die zijn broer vermoordde. Ze weten niet eens dat Maria uit het Nieuwe Testament komt en Eva uit het Oude...

En wij doen zo weinig moeite, dat we niet vertellen, maar voorlezen... Dat we een kinderbijbel hebben uit het jaar nul? ... Dat we niet weten welk verhaal er aan de beurt is en wat voor thema we in deze periode behandelen?...

Dat we niet de week ervoor in gedachten ermee bezig zijn, zodat de Heilige Geest het in ons tot leven kan laten komen?...

Vroeger werd er op de christelijke school elke dag uit de bijbel verteld. Dat is al niet meer zo. Vroeger kwamen er in de evangelische kringen waar ik in verkeer kerkelijke mensen binnen, die behoorlijk wat bijbelkennis hadden. Nu komen er allerlei gebroken mensen binnen, die zelf geen steek afweten van Gods woord.

Vroeger werd er elke dag na tafel gelezen en gedankt. Dat is ook niet meer zo. Er is een tv programma wat bekeken moet worden. Er is een computerspel dat nog gespeeld moet worden... En op de kinderdienst worden de kinderen leuk bezig gehouden, want ze moeten het vooral naar hun zin hebben. Maar, lieve mensen, ze schreeuwen om voedsel voor hun ziel!! 

Heer! Ik roep tot U voor de kinderen van de christenen van deze tijd. Geef toch gemotiveerde kinderwerkers. Deze kinderen moeten de volgende kerk vormen. Wie weet moeten zij wel een vervolging meemaken! Heer, wij weten het niet meer. Maar U zei: Ik heb voor U gebeden, dat uw geloof niet ophoudt. Dank U wel daarvoor!