LEIDING
![]()
Overzicht van deze les:
1. Hoe wordt iemand genoemd die de geboden doet en leert?
2. Een kinderwerker krijgt zelden applaus.
3. Een kinderwerker is een model.
4. Wat schrijft de bijbel over een voorbeeld zijn?
3. Als Jezus ons grote voorbeeld is, hoe stond Hij dan tegenover
kinderen?
6. Waaraan moet goede leiding voldoen?
7. Hoe kun je je leerlingen beter leren kennen?
8. Voorbeelden.
9. Conclusie.
10. Nawoord
1. Hoe wordt iemand genoemd die
de geboden doet en leert?
Mat. 5:19. "Wie
dus ook maar een van de kleinste van deze geboden afschaft en aan anderen leert
datzelfde te doen, zal als de kleinste worden beschouwd in het koninkrijk van
de hemel. Maar wie ze onderhoudt en dat aan anderen leert, zal in het
koninkrijk van de hemel in hoog aanzien staan."
2. Een kinderwerker krijgt
zelden applaus
'De olympische speler had getraind en getraind. Eindelijk kwam het
moment dat hij glorierijk het stadion binnenliep onder donderend applaus.'
Deze zin kan zo uit een roman over een sportheld komen, maar hij is
zeker niet van toepassing op het werk van een kinderwerker. Niemand ziet al die
uren voorbereiding en kinderdiensten zijn erg vermoeiend. Slechts zelden is er
bij wijze van spreken applaus. Toch kunnen wij ons verheugen als, door Gods
genade, een kind zijn zonden belijdt. Soms mogen we een kind bij Jezus brengen.
Een bedankbriefje van een moeder, een krabbeltje van een kind bewaren we als
een waardevolle schat. Dan is alle inspanning vergeten. Laten we toch elkaar
bemoedigen als de glorieuze momenten ver weg zijn en de inspanningen zwaar.
Laten we eraan denken, dat de Heer ons groot noemt.
3. Een kinderwerker is een model
Een jeugdleider zei eens: 'Uw discipel zal sterk zijn in de dingen
waarin u sterk bent en zwak waarin u zwak bent.'
Soms gaan de kinderen dingen van je overnemen: kleding of een bepaalde
manier van praten. Zijn wij een goed model? Een leider is een voorbeeld, een
model.
Negatieve invloeden zijn bijv. slordige kleding, onverzorgd haar,
onverschillig kijken, kauwgom kauwen, op anderen neerzien, de 'bullies' of
bokken voortrekken boven de zwakkeren, roddelen, buitenlanders haten, hard
zijn in mimiek en wijze van spreken, ruw woordgebruik, onverschillig met de
bijbel omgaan, zelf geen overgave tonen in de aanbiddingdienst.
Positieve modellen zijn: hartelijk en creatief in verzoenen, nederig,
maar met een juist gevoel van eigenwaarde. Vooral: ECHT! Een oprecht gebed,
zonder clichés.
4. Wat schrijft de Bijbel over
een voorbeeld zijn?
‑ In 1 Cor. 4:16 schrijft
Paulus: Door Christus Jezus
ben ik uw vader geworden, omdat ik u het evangelie heb gebracht. Ik roep u dus
op mij na te volgen.
‑ Wat voor invloed onderging Timoteüs?
Volgens 2 Tim. 1:5 van zijn
moeder en grootmoeder.
‑ Hij werd zelf ook een voorbeeld voor anderen. 1 Tim. 4:11‑16.
‑ 1 Tess. 1:6. "U hebt ons nagevolgd"
‑ Wie is het grote voorbeeld?
Het beeld waar wij allen naar
gemodelleerd worden is onze Heer Jezus. Rom. 8:29
5. Als Hij ons grote voorbeeld
is, hoe stond Hij dan tegenover kinderen?
‑ Hij stelde hen op de eerste plaats. Matth. 18:1.
‑ Jezus zegende de kinderen. Matth. 19:14.
‑ Petrus kreeg eerst de opdracht voor de lammeren te zorgen,
daarna werden pas de schapen genoemd. Joh. 21:16.
Jes. 40: 11. 'Als een herder weidt hij zijn kudde: zijn
arm brengt de lammeren bijeen, hij koestert ze, en zorgzaam leidt hij de
ooien.’
Als een kind een jaar of tien wordt
krijgt het behoefte aan idolen. Zorg dat ze goede voorbeelden leren kennen.
(Idool betekent afgod). Bij voorbeeld: Corrie ten Boom, Hudson Taylor, Ludwig
Nommensen, Florence Nightingale, David Livingstone, Carl Lewis, Jim Ellioth,
Anne van der Bijl, Gordon Cooper, een astronaut, Eric Liddell, Mary Slessor,
zendelingen van nu, Pioniers, martelaars voor Jezus. (Spaar zulke verhalen,
probeer antiquarisch het boek: "De kerk op Mars" te pakken te
krijgen. Daar staan prachtige verhalen in.) Hang foto's van zulke mensen op en
praat er enthousiast over. Door dit te doen geef je ze waarden en moraal mee
en een stimulans om grotere dingen te verwachten van het leven. Vooral ook mensen
van deze tijd.
Spreek altijd met respect over uw voorganger, wiens geloof wij immers
moeten navolgen.
Veel kinderen wensen te worden als een beroemd voetballer, een
steenrijke popster van de tv. Je kunt ze van hen niet afpakken, de invloed van
de media is bijna magisch, maar leer hen over dingen nadenken:
Is rijkdom alles? Sundar Singh kon een kamer vol schatten krijgen als
hij Jezus afzwoer.
Is glamour alles? Marilyn Monroe pleegde zelfmoord.
Is sport alles? Carl Lewis zei: "Jezus is mij meer waard dan mijn
vier gouden medailles."
Is het leven alles? Jim Ellioth offerde zijn jonge leven voor de
menseneters. Confronteer hen met hun eigen wensen.
6. Waaraan moet goede leiding
voldoen?
1. Toegewijd aan God.
2. Toegewijd aan de kinderen.
3. Toegewijd aan de andere leiding.
Wat je verwacht is ook wat je zult krijgen. Droom ervan. Met kritiek
bereik je niks. Je wordt alleen maar bitter en mist de zegen van het verhoord
worden als je ervoor zou hebben gebeden. Volmaakt wordt het nooit. En als we
fouten maken? Dan staan we op en gaan we weer verder. Fouten maken mag. Waar
niet getimmerd wordt vallen geen spaanders. Een bekende Canadese prediker,
Danny Moe, zei eens: "Always fail forward." d.w.z. Je leert van al je
fouten. Alleen wie nooit werkt maakt nooit fouten. Het is net als met een
schip. Je stuurt een beetje bakboord en een beetje stuurboord, want precies op
koers blijven lukt niemand.
7. Hoe kun je je leerling leren
kennen?
Laat ze eens zinnen afmaken als:
Ik wilde altijd al graag....
Soms als ik...
Ik ken veel gezinnen waar...
Ik zou gelukkiger zijn als...
Ik word toch zo kwaad als..
Ik wou maar dat ik niet meer zo bang was voor...
Als ik denk aan Jezus dan...
Vraag hen eens: 'Wat voel je als je je naam hoort noemen?'
Noemt iemand je wel eens anders?
Wanneer vind je het het fijnste om je naam te horen noemen? Als je je
naam kon veranderen hoe zou je dan willen heten?
Zet eens een vragenbusje neer.
- Spreek eens persoonlijk met hen, ook buiten de kinderdienst om.
Onthoud wat ze je hebben verteld en vraag er later nog eens naar.
- Bid samen met ze.
8. Voorbeelden
Er was eens een meisje van drie. Ze zag bij de Bijenkorf een poster van
een popster. Met een hoogrode
kleur riep ze: "Mammie, o mammie, daar is Mickel Jackson en daar ga
ik mee trouwen als ik vier ben." De moeder lachte trots.
Nadat Yokido Okada, een populair Japans tieneridool van de zevende
verdieping van een flatgebouw sprong, is het aantal zelfmoorden onder de
Japanse jongeren spectaculair gestegen. Japanse kranten telden 31 gevallen van
fans, die hun ster al te letterlijk hebben gevolgd.
"Ik wil zijn als Yukido Okada" zei een 16 jarig meisje tegen
haar zusje voordat ze van de dertiende verdieping van een flatgebouw naar
beneden sprong.
Het einde van de film "De herberg van het zesde geluk" is
ontroerend. Gladys Aylward brengt 150 kinderen over de bergen in veiligheid. Ze
moeten zonder eten door een frontgebied heen. Haar beste helper sneuvelt. Eindelijk
komen ze, zingend om toch maar de moed erin te houden, aan in het stadje waar
ze veilig zijn, doodmoe en hongerig. Er staan veel mensen langs de kant te
juichen. Gladys kijkt ongelovig in het rond. Is dat applaus voor hen? Ja, ze
hebben het gehaald. Zou het ook zo zijn als we de hemel binnengaan? Een stoet
kinderen achter ons aan. 'Heer, hier zijn we!'
9. Conclusie
Kinderwerk gaat niet gepaard met glamour. Het is zeer vermoeiend omdat
het onze hele inzet vergt. We moeten met de daad voorleven, wat we met de mond
leren. Als we het echter doen, dan oogsten we zielen, die ook weer nadoen, wat
wij in Gods kracht hen voordeden.
"Wanneer krijgen wij JEZUS‑les, juf?" vroeg een kind uit
een lagere klas eens aan me.
10. Nawoord
Pasgeleden maakte ik het mee, dat iemand een minuut voordat de dienst
begon met een zeer verouderde kinderbijbel aan kwam zetten en zei: 'Het verhaal
dat vandaag aan de beurt is, wil ik voorlezen, maar het is zo ouderwets! Wat
zal ik doen?'
Deze leidster, overigens een lieve schat, die het erg druk heeft met
haar gezin en werk, had het programma al drie weken daarvoor gekregen. Ze was
niet op de vergadering geweest, waar we het thema bespraken, (dat kan wel eens
voorkomen) maar had er later ook niet naar gevraagd. Ze had het verkeerde
verhaal (van de week ervoor) genomen en vroeg pas hulp toen de dienst al haast
begon. Geloof me ik ben gaan huilen toen ik thuis kwam uit de kerk. 'Heer, hoe
kan ik de anderen motiveren, help me toch!!'
We hebben de kinderen maar drie kwartier, hooguit een uur per week. (Als
ze tenminste elke week in de kerk zijn) Ze hebben zo ontzettend weinig
bijbelkennis, dat ze niet eens weten hoe de zoon van Eva heette, die zijn broer
vermoordde. Ze weten niet eens dat Maria uit het Nieuwe Testament komt en Eva uit
het Oude...
En wij doen zo weinig moeite, dat we niet vertellen, maar voorlezen...
Dat we een kinderbijbel hebben uit het jaar nul? ... Dat we niet weten welk
verhaal er aan de beurt is en wat voor thema we in deze periode behandelen?...
Dat we niet de week ervoor in gedachten ermee bezig zijn, zodat de
Heilige Geest het in ons tot leven kan laten komen?...
Vroeger werd er op de christelijke school elke dag uit de bijbel
verteld. Dat is al niet meer zo. Vroeger kwamen er in de evangelische kringen
waar ik in verkeer kerkelijke mensen binnen, die behoorlijk wat bijbelkennis
hadden. Nu komen er allerlei gebroken mensen binnen, die zelf geen steek
afweten van Gods woord.
Vroeger werd er elke dag na tafel gelezen en gedankt. Dat is ook niet
meer zo. Er is een tv programma wat bekeken moet worden. Er is een computerspel
dat nog gespeeld moet worden... En op de kinderdienst worden de kinderen leuk
bezig gehouden, want ze moeten het vooral naar hun zin hebben. Maar, lieve
mensen, ze schreeuwen om voedsel voor hun ziel!!
Heer! Ik roep tot U voor de kinderen van de christenen van deze tijd.
Geef toch gemotiveerde kinderwerkers. Deze kinderen moeten de volgende kerk
vormen. Wie weet moeten zij wel een vervolging meemaken! Heer, wij weten het
niet meer. Maar U zei: Ik heb voor U gebeden, dat uw geloof niet ophoudt. Dank
U wel daarvoor!