LES 9 CURSUS JOSINE DE JONG

 

VOORBEREIDING

 

Inhoud:

1. Ons falen.

2. Al werkend krijg je ideeën.

3. Wat moeten we voorbereiden?

4. Illustratie.

5. Hoe bereiden we ons voor op de kinderdienst?

6. Als we maar tien minuten hebben?

7. Conclusie.

         

1. Ons falen.

Het lukt niet altijd. Natuurlijk hebben we alles gedaan wat we moesten doen. Vaak ook niet. We hebben het zo druk gehad, dat we maar "God zegene de greep" iets pakken en vertrouwen op onze ervaring. En wonder boven wonder wordt het nog fijn ook. We moeten ons ook geen schuldgevoel laten aanpraten. Zo van: "Het ging vanmorgen niet goed, dat is mijn schuld. Ik had me beter moeten voorbereiden." God is geen slavendrijver. Als je het die week zo druk had (Dat weet God toch!) en je geeft daarbij ook nog eens je tijd voor het kinderwerk, zou God je dan geen brood geven voor de kinderen? Kom maar met het kleine beetje dat je hebt, vijf broden en twee visjes, en Hij zal het vermenigvuldigen.

        

2. Al werkend krijg je ideeën.

Al vertellende wordt het je zelf duidelijker. De crea­tiefste gedachten komen op tijdens of net na het kinderuur­tje. Zorg maar dat je dan een potlood en papiertje bij je hebt. Na een dag ben je het weer kwijt. Ook 's nachts krijg je leuke ideeën. Opschrijven.

Eén zo'n idee was voor het vertellen van het verhaal van Jozef die zijn broers ontmoet. Laat de kinderen eens allemaal op leeftijd gaan zitten. Ze vonden het leuk.

- Ook bij het vertellen van Jozef die zo hard huilde dat het buiten de zaal te horen was, heb ik het geluid uitgeprobeerd. Het was echt lachen.

        

3. Wat moeten we voorbereiden?

- de liedjes,

- platenboeken,

- materiaal voor het werkje,

- vertelboeken of flanel,

- stickertjes,

- het lokaal, enz.

 

MAAR WE MOETEN ONS OOK MENTAAL VOORBEREIDEN.

 

Dat kunnen we de hele week al doen. In de vrije mo­mentjes tussen het werk door. Steeds als we aan het kinderwerk denken, een gebed tot God richten. Er zijn dingen die ons kunnen helpen met het herinneren. Zelf heb ik een klein stenen beeldje van een slapend kindje. Als ik dat zie, denk ik aan kinderwerk. Je kunt ook een tekening van één van de kinderen bij de telefoon hangen of op de keukenkast.

        

4. Illustratie.

Soldaat Jan gaat elke zondag soldaatje spelen. Opgewekt fluitend komt hij in z'n Opeltje bij de kazerne aan. Hij krijgt zijn uniform, bewondert het luid­ruchtig en trekt het aan. "Hier zijn je wapens, soldaat!" wordt hem toegeroepen en Jan neemt vrolijk de wapens in bezit. Wel leuk ja! Hij poetst z'n geweer, haal het in en uit elkaar. Prima materiaal! Daar zal hij wel leuk mee kunnen schieten. Dan krijgt Jan en zijn kornuiten nog wat veldoefenin­gen. Altijd op de vijand schieten, wordt hem geleerd en vooral zelf buiten schot blijven. Die avond mag Jan naar huis en volgende week gaan ze weer soldaatje spelen.

"Een fijne bezigheid," denkt Jan, "En nog zinvol ook."

Maar dan komt er oorlog. Nou, nou! Dan verandert er wat. Het wordt fulltime dienst. Hij krijgt motivatie op motivatie. Het gaat om vrijheid of slavernij. Het gaat om z'n volk, z'n gezin, z'n kinderen, hem­zelf. Wie de vijand is wordt breed uitgemeten. Hoe slecht die wel is, wat zijn bedoelingen zijn. Wat er zou gebeuren als de vijand het voor het zeggen kreeg. Jan moet leren wat de tactiek van de vijand is, wat voor wapens hij heeft, van welke kant hij komt. Jan moet ook leren dat hij volkomen op z'n kornui­ten moet kunnen vertrouwen. En dat hij de leiding blindelings moet gehoorzamen. Als Jan oog in oog met de vijand staat doet hij niet meer eventjes poef achter een struikje. Dan moet hij raakschieten, want anders...

       

5. Hoe bereiden we ons voor op de kinderdienst?

Als de kinderen binnenkomen moeten we er geestelijk klaar voor zijn. We spelen geen kerkje. Het is geen spelletje, maar oorlog tegen de machten en overheden.

 

Wat zegt de bijbel er van?

2 Cor. 1:17. Komen al mijn plannen werkelijk voort uit wispelturigheid, zodat ik het ene moment ja zeg en het andere moment nee?

2 Cor. 10:3  We leven wel in deze wereld, maar vechten niet met de wapens van deze wereld De wapens waarmee wij ten strijde trekken dienen niet ons eigen belang, maar zijn er om met hun kracht bolwerken te slechten voor God. We halen spitsvondigheden neer en iedere verschansing die wordt opgetrokken tegen de kennis van God, we maken iedere gedachte krijgsgevangene om haar aan Christus te onderwerpen en zullen op het moment dat u hem volledig gehoorzaam bent geworden, paraat staan om anderen voor hun ongehoorzaamheid te straffen.

        

We zijn bezig redeneringen, die kinderen binnen hebben gekregen van thuis, van de tv of vriendjes tegen het evangelie, te weerleggen. Dan moeten we wel de kinderen kennen en weten wat ze denken.

        

1 Tim. 6:12. Strijd de goede strijd van het geloof, win het eeuwige leven waartoe je geroepen bent en waarvan je in aanwezigheid van velen zo’n krachtig getuigenis hebt afgelegd..

Ef. 3: l0. Zo zal nu door de kerk de wijsheid van God in al haar schakeringen bekend worden aan alle vorsten en heersers in de hemelsferen...

Ef. 6:12. Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen.

Dat er een strijd is om het kind wordt steeds duidelijker.

 

6. Als we maar tien minuten hebben.

- Word serieus voor God.

‑ Richt je gedachten op Hem.

‑ Sla je bijbel open en zoek een bemoediging.

‑ Bid een krachtig gebed, dat hierop doorgaat.

  "Heer, wat wilt u nu dat ik zeg of doe. Geef mij ogen om te zien waar het op aan komt en oren om te horen. Ik geef mijzelf over aan u."

‑ Blijf alert, de kinderdienst door.

- Als een andere leidster iets zegt of vertelt, bid dan in de geest, dat het ingang mag vinden in de harten, dat het vrucht mag dragen.

‑ Keer de vijand nooit je rug toe, want daar ben je ongedekt. Vandaar dat Paulus in Ef. 6 na de wapenrus­ting ook zegt: Laat u bij het bidden leiden door de Geest, iedere keer dat u bidt; blijf waakzaam en bid voortdurend voor alle heiligen. Bid ook voor mij, dat mij de juiste woorden gegeven worden wanneer ik verkondig, zodat ik met vrijmoedigheid het mysterie mag openbaren van het evangelie waarvan ik gezant ben, ook in de gevangenis. Bid dat ik daarbij zo vrijmoedig spreek als nodig is.

 

God geve dat u aan het eind kan zeggen: "Ik heb de goede strijd gestreden en ik heb het geloof behouden."

 

7. Conclusie.

Een soldaat zonder wapens kan niet veel doen, maar een man die soldaatje speelt in een oorlog is een dwaas.