VOORBEREIDING
Inhoud:
1. Ons falen.
2. Al werkend krijg je ideeën.
3. Wat moeten we voorbereiden?
4. Illustratie.
5. Hoe bereiden we ons voor op
de kinderdienst?
6. Als we maar tien minuten
hebben?
7. Conclusie.
1. Ons falen.
Het lukt niet altijd. Natuurlijk
hebben we alles gedaan wat we moesten doen. Vaak ook niet. We hebben het zo
druk gehad, dat we maar "God zegene de greep" iets pakken en
vertrouwen op onze ervaring. En wonder boven wonder wordt het nog fijn ook. We
moeten ons ook geen schuldgevoel laten aanpraten. Zo van: "Het ging
vanmorgen niet goed, dat is mijn schuld. Ik had me beter moeten
voorbereiden." God is geen slavendrijver. Als je het die week zo druk had (Dat
weet God toch!) en je geeft daarbij ook nog eens je tijd voor het kinderwerk,
zou God je dan geen brood geven voor de kinderen? Kom maar met het kleine
beetje dat je hebt, vijf broden en twee visjes, en Hij zal het
vermenigvuldigen.
2. Al werkend krijg je ideeën.
Al vertellende wordt het je
zelf duidelijker. De creatiefste gedachten komen op tijdens of net na het
kinderuurtje. Zorg maar dat je dan een potlood en papiertje bij je hebt. Na
een dag ben je het weer kwijt. Ook 's nachts krijg je leuke ideeën.
Opschrijven.
Eén zo'n idee was voor het
vertellen van het verhaal van Jozef die zijn broers ontmoet. Laat de kinderen
eens allemaal op leeftijd gaan zitten. Ze vonden het leuk.
- Ook bij het vertellen van
Jozef die zo hard huilde dat het buiten de zaal te horen was, heb ik het geluid
uitgeprobeerd. Het was echt lachen.
3. Wat moeten we voorbereiden?
- de liedjes,
- platenboeken,
- materiaal voor het werkje,
- vertelboeken of flanel,
- stickertjes,
- het lokaal, enz.
MAAR WE MOETEN ONS OOK MENTAAL
VOORBEREIDEN.
Dat kunnen we de hele week al
doen. In de vrije momentjes tussen het werk door. Steeds als we aan het
kinderwerk denken, een gebed tot God richten. Er zijn dingen die ons kunnen
helpen met het herinneren. Zelf heb ik een klein stenen beeldje van een slapend
kindje. Als ik dat zie, denk ik aan kinderwerk. Je kunt ook een tekening van
één van de kinderen bij de telefoon hangen of op de keukenkast.
4. Illustratie.
Soldaat Jan gaat elke zondag
soldaatje spelen. Opgewekt fluitend komt hij in z'n Opeltje bij de kazerne aan.
Hij krijgt zijn uniform, bewondert het luidruchtig en trekt het aan. "Hier
zijn je wapens, soldaat!" wordt hem toegeroepen en Jan neemt vrolijk de
wapens in bezit. Wel leuk ja! Hij poetst z'n geweer, haal het in en uit elkaar.
Prima materiaal! Daar zal hij wel leuk mee kunnen schieten. Dan krijgt Jan en
zijn kornuiten nog wat veldoefeningen. Altijd op de vijand schieten, wordt hem
geleerd en vooral zelf buiten schot blijven. Die avond mag Jan naar huis en volgende
week gaan ze weer soldaatje spelen.
"Een fijne
bezigheid," denkt Jan, "En nog zinvol ook."
Maar dan komt er oorlog. Nou,
nou! Dan verandert er wat. Het wordt fulltime dienst. Hij krijgt motivatie op
motivatie. Het gaat om vrijheid of slavernij. Het gaat om z'n volk, z'n gezin,
z'n kinderen, hemzelf. Wie de vijand is wordt breed uitgemeten. Hoe slecht die
wel is, wat zijn bedoelingen zijn. Wat er zou gebeuren als de vijand het voor
het zeggen kreeg. Jan moet leren wat de tactiek van de vijand is, wat voor
wapens hij heeft, van welke kant hij komt. Jan moet ook leren dat hij volkomen
op z'n kornuiten moet kunnen vertrouwen. En dat hij de leiding blindelings
moet gehoorzamen. Als Jan oog in oog met de vijand staat doet hij niet meer
eventjes poef achter een struikje. Dan moet hij raakschieten, want anders...
5. Hoe bereiden we ons voor op de kinderdienst?
Als de kinderen binnenkomen
moeten we er geestelijk klaar voor zijn. We spelen geen kerkje. Het is geen
spelletje, maar oorlog tegen de machten en overheden.
Wat zegt de bijbel er van?
2 Cor. 1:17. Komen al mijn plannen werkelijk voort uit
wispelturigheid, zodat ik het ene moment ja zeg en het andere moment nee?
2 Cor. 10:3 We
leven wel in deze wereld, maar vechten niet met de wapens van deze wereld De
wapens waarmee wij ten strijde trekken dienen niet ons eigen belang, maar zijn
er om met hun kracht bolwerken te slechten voor God. We halen spitsvondigheden
neer en iedere verschansing die wordt opgetrokken tegen de kennis van God, we
maken iedere gedachte krijgsgevangene om haar aan Christus te onderwerpen en
zullen op het moment dat u hem volledig gehoorzaam bent geworden, paraat staan
om anderen voor hun ongehoorzaamheid te straffen.
We zijn bezig redeneringen, die
kinderen binnen hebben gekregen van thuis, van de tv of vriendjes tegen het
evangelie, te weerleggen. Dan moeten we wel de kinderen kennen en weten wat ze
denken.
1 Tim. 6:12. Strijd de goede strijd van het geloof, win het
eeuwige leven waartoe je geroepen bent en waarvan je in aanwezigheid van velen
zo’n krachtig getuigenis hebt afgelegd..
Ef. 3: l0. Zo zal nu door de kerk de wijsheid van God in al haar
schakeringen bekend worden aan alle vorsten en heersers in de hemelsferen...
Ef. 6:12. Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen
hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de
kwade geesten in de hemelsferen.
Dat er een strijd is om het
kind wordt steeds duidelijker.
6. Als we maar tien minuten hebben.
- Word serieus voor God.
‑ Richt je gedachten op
Hem.
‑ Sla je bijbel open en
zoek een bemoediging.
‑ Bid een krachtig gebed,
dat hierop doorgaat.
"Heer, wat wilt u nu dat ik zeg of doe. Geef mij ogen om te
zien waar het op aan komt en oren om te horen. Ik geef mijzelf over aan
u."
‑ Blijf alert, de
kinderdienst door.
- Als een andere leidster iets
zegt of vertelt, bid dan in de geest, dat het ingang mag vinden in de harten,
dat het vrucht mag dragen.
‑ Keer de vijand nooit je
rug toe, want daar ben je ongedekt. Vandaar dat Paulus in Ef. 6 na de wapenrusting
ook zegt: Laat u bij het bidden
leiden door de Geest, iedere keer dat u bidt; blijf waakzaam en bid voortdurend
voor alle heiligen. Bid ook voor mij, dat mij de juiste woorden gegeven worden
wanneer ik verkondig, zodat ik met vrijmoedigheid het mysterie mag openbaren
van het evangelie waarvan
ik gezant ben, ook in de gevangenis. Bid dat ik daarbij zo vrijmoedig spreek
als nodig is.
God geve dat u aan het eind kan
zeggen: "Ik heb de goede strijd gestreden en ik heb het geloof
behouden."
7. Conclusie.
Een soldaat zonder wapens kan
niet veel doen, maar een man die soldaatje speelt in een oorlog is een
dwaas.