LES 8  CURSUS JOSINE DE JONG

 

HOE MOTIVEER IK MIJN WERKERS STEEDS WEER

 

Inhoud:

1. Hoe motiveer ik mijn werkers steeds weer?

2. Hoeveel pakken de kinderen op van wat ik hen ver­tel?

3. Hoe leid je een kind tot de Heer?

4. Occultisme.

 

1. Hoe motiveer ik mijn werkers steeds weer?

Ja, dat is eigenlijk een heel goeie vraag. Eén keer motiveren is wel te doen, maar steeds weer. Het doet me denken aan de Richterentijd. Telkens weer zakten de Israëlieten terug in het occultisme en telkens weer moesten richters en ook later koningen en profeten hen weer op het goede spoor brengen.

 

Hoe deden zij het?

 

‑ Mozes: Door goede regels te geven.

  Hij zong een lied. Ex. 15.

‑ Jozua: Door op het volk in te praten en hen duide­lijk te maken dat hijzelf doorgaat: "In ieder geval zullen ik en mijn familie de HEER dienen.’

  Kiezen: Jozua 24:15. "kies dan nu wie u wel wilt dienen."

‑ Simson: een leven toegewijd aan God. (Anders dan de anderen.) Je hebt niemand om op terug te vallen. Je gaat alleen door. Zelfs je eigen mensen laten je vallen. Simson riep tot God: Richteren 15:18.

‑ Gideon: Je wordt door God geroepen om de anderen voor te gaan. Je behaalt de overwinning met een handjevol mensen.

  Als je bang bent heb je een Pura nodig. Richt 7:11.

‑ Deborah: Ze kon zelfs haar "voorganger" motiveren.

  Richteren 4:6.

‑ David: Door nederigheid. Niet op je strepen staan en zeggen: ik ben daar voor aangesteld, ga jij eventjes opzij. Hij liet jaloersheid niet toe om in z'n hart te werken. "Ik ben een vlo," zei hij. 1 Sam. 24:16.

  Door creatief te zijn in je leven met God. Liedjes maken, materiaal klaar te maken voor de tempel. 1 Kron 22.

‑ Elia: Door zo af en toe eens een heel grote samen­komst te houden om God in staat te stellen te laten zien wie Hij is. 1 Kon. 18.

‑ Elisa: Door ogen te hebben voor wat er zich af­speelt in de wereld. Te zien wat anderen niet zien, een visie te hebben. 2 Kon 6:16.

- Jesaja: Door altijd voor ogen te houden dat God de Heilige is. Werken voor Hem is geen religieus spel. Jes. 6:4. Door op de Heiland te zien, het komende vrederijk. Te weten dat we gezonden zijn. Christus openbaren als de hoop der wereld. Jes. 63: 7‑10.

‑ Onze Heer Jezus: Door de noden en het verdriet van de kinderen te begrijpen en blinden, onwetend van Gods liefde, de ogen te openen. Door je leven op het altaar te leggen, voeten wassen. Joh. 13: 3.

 

2. Hoeveel pakken de kinderen op van wat ik hen vertel?

Dat ligt er helemaal aan hoe je het gedaan hebt. Was het vrolijk? Kwam het in hun wereldje aan? Hoe stelde je God voor aan de kinderen? Heb je wat laten zien, horen, voelen, ruiken? Hield je rekening met de leeftijd? Gebruikte je veel clichés? Heb je er voor gebeden? Bracht je jezelf of kreeg de Heilige Geest de ruimte en Jezus alle eer.

Je kunt controleren hoe het over kwam door hen vragen te stellen of hen een briefje te laten schrijven. Door een spel of een quiz. Door hen te laten toepassen wat je hen geleerd hebt. Door met de ouders te spreken.

 

3. Hoe leid je een kind tot de Heer?

Hoe ben je zelf tot geloof gekomen? Heb je wel eens een vol­was­sene tot de Heer geleid? Door het woordeloos boek mis­schien? Door veel gevoeligheid in de Heilige Geest. Door de Bijbel te gebruiken.

Ken je de teksten? Bijv. Openb. 3:20, Psalm 14:1. Jes. 53:6. Jes. 1:18, Op.21.

 

4. Occultisme.

Hierover zijn deskundige boeken geschreven. In deze cursus kunnen we alleen ingaan op een paar praktische aspecten. Formuleer voor jezelf: "Wat versta ik eigenlijk onder occul­tisme?" Sterrenbeelden, horoscopen, bioregulators, kaarsjes branden, enz. Let eens een tijdje op waar je het in het leven tegenkomt.

Leer hen het lied: Saul, Saul, domme, domme Saul.

Wijs hen op de gevaren van deze tijd. Leer hen de teksten in de bijbel te vinden die erte­gen waarschuwen: Jes. 47. Lev. 20: 6, Deut. 18, Lev. 19:31, Jes. 8:19, II Kon. 21:6.  

Dek hen onder het bloed van de Heer Jezus. Als het ware leg je een deken over hen heen van Gods bescherming op grond van het lijden en sterven van de Heer Jezus. Maak de duivel niet groter dan God. We hebben geen tweegodendom. Hij is in feite al verslagen. Ook als mensen voor een grapje naar een waarzegger gaan of glaasje draaien, dan nog blijft het gevaarlijk. (Ook als je voor een grapje op de rijksweg gaat lopen loop je gevaar.) Laat hen altijd genieten van het feit, dat Jezus de winnaar is en dat de Duivel hen niet kan pakken. Denk aan het verhaal van de Apen op de Rots. Als een leeuw gaat brullen bij de apenrots valt er wel een aap naar beneden van angst. Ze waren veilig op de rots, maar door te denken dat ze machteloos waren tegen het gebrul vallen er slachtoffers. Churchil zei: Niets maakt zo vrolijk als dat ze op je schieten en het is mis.

 

Nog een verhaal:

John Paton werkte als zendeling onder de kannibalen van de Stille Zuidzee. Hij werd wel honderd keer bedreigd met de dood. God beschermde hem. Dat vertelde hij ook. "O ja?" zeiden ze. "Dat geloven wij niet. Onze gees­ten zijn veel machtiger. Ze kunnen je doden zonder mes. Geef ons maar eens wat van je eten." John hapte in een pruim en gaf hen de rest. "Alsjeblieft. Hier heb je mijn eten. Ga je gang." De toverdokters gingen grijnzend aan de slag. Ze wikkelden het eten in geheimzinnige bladeren, zeiden tover­spreuken op en verbrandden alles. Maar er gebeurde niets met John. "We komen volgende week wel terug." riepen ze "We moeten eerst sterkere kruiden gaan zoeken." Maar ook de volgende week lukte het niet om John door toverij te vermoorden. Toen moesten ze toegeven dat het was mislukt. Johns God is machtiger dan hun geesten.