HOE MOTIVEER IK MIJN WERKERS
STEEDS WEER
Inhoud:
1. Hoe motiveer ik mijn werkers
steeds weer?
2. Hoeveel
pakken de kinderen op van wat ik hen vertel?
3. Hoe leid je een kind tot de
Heer?
4. Occultisme.
1. Hoe motiveer ik mijn werkers steeds weer?
Ja, dat is eigenlijk een heel goeie vraag. Eén keer
motiveren is wel te doen, maar steeds weer. Het doet me denken aan de
Richterentijd. Telkens weer zakten de Israëlieten terug in het occultisme en
telkens weer moesten richters en ook later koningen en profeten hen weer op het
goede spoor brengen.
Hoe deden zij het?
‑ Mozes: Door goede
regels te geven.
Hij zong een lied. Ex. 15.
‑ Jozua: Door op het volk
in te praten en hen duidelijk te maken dat hijzelf doorgaat: "In ieder geval zullen ik en mijn familie de HEER dienen.’
Kiezen: Jozua 24:15. "kies dan nu wie u wel wilt dienen."
‑ Simson: een leven
toegewijd aan God. (Anders dan de anderen.) Je hebt niemand om op terug te
vallen. Je gaat alleen door. Zelfs je eigen mensen laten je vallen. Simson riep
tot God: Richteren 15:18.
‑ Gideon: Je wordt door
God geroepen om de anderen voor te gaan. Je behaalt de overwinning met een
handjevol mensen.
Als je bang bent heb je een Pura nodig. Richt 7:11.
‑ Deborah: Ze kon zelfs
haar "voorganger" motiveren.
Richteren 4:6.
‑ David: Door
nederigheid. Niet op je strepen staan en zeggen: ik ben daar voor aangesteld,
ga jij eventjes opzij. Hij liet jaloersheid niet toe om in z'n hart te werken.
"Ik ben een vlo," zei hij. 1 Sam. 24:16.
Door creatief te zijn in je leven met God. Liedjes maken,
materiaal klaar te maken voor de tempel. 1 Kron 22.
‑ Elia: Door zo af en toe
eens een heel grote samenkomst te houden om God in staat te stellen te laten
zien wie Hij is. 1 Kon. 18.
‑ Elisa: Door ogen te
hebben voor wat er zich afspeelt in de wereld. Te zien wat anderen niet zien,
een visie te hebben. 2 Kon 6:16.
- Jesaja: Door altijd voor ogen
te houden dat God de Heilige is. Werken voor Hem is geen religieus spel. Jes.
6:4. Door op de Heiland te zien, het komende vrederijk. Te weten dat we
gezonden zijn. Christus openbaren als de hoop der wereld. Jes. 63: 7‑10.
‑ Onze Heer Jezus: Door
de noden en het verdriet van de kinderen te begrijpen en blinden, onwetend van Gods
liefde, de ogen te openen. Door je leven op het altaar te leggen, voeten
wassen. Joh. 13: 3.
2. Hoeveel pakken
de kinderen op van wat ik hen vertel?
Dat ligt er helemaal aan hoe je
het gedaan hebt. Was het vrolijk? Kwam het in hun wereldje aan? Hoe stelde je
God voor aan de kinderen? Heb je wat laten zien, horen, voelen, ruiken? Hield
je rekening met de leeftijd? Gebruikte je veel clichés? Heb je er voor gebeden?
Bracht je jezelf of kreeg de Heilige Geest de ruimte en Jezus alle eer.
Je kunt controleren hoe het
over kwam door hen vragen te stellen of hen een briefje te laten schrijven.
Door een spel of een quiz. Door hen te laten toepassen wat je hen geleerd hebt.
Door met de ouders te spreken.
3. Hoe leid je
een kind tot de Heer?
Hoe ben je zelf tot geloof
gekomen? Heb je wel eens een volwassene tot de Heer geleid? Door het
woordeloos boek misschien? Door veel gevoeligheid in de Heilige Geest. Door de
Bijbel te gebruiken.
Ken je de teksten? Bijv. Openb.
3:20, Psalm 14:1. Jes. 53:6. Jes. 1:18, Op.21.
4. Occultisme.
Hierover zijn deskundige boeken
geschreven. In deze cursus kunnen we alleen ingaan op een paar praktische
aspecten. Formuleer voor jezelf: "Wat versta ik eigenlijk onder occultisme?"
Sterrenbeelden, horoscopen, bioregulators, kaarsjes branden, enz. Let eens een
tijdje op waar je het in het leven tegenkomt.
Leer hen het lied: Saul, Saul,
domme, domme Saul.
Wijs hen op de gevaren van deze
tijd. Leer hen de teksten in de bijbel te vinden die ertegen waarschuwen: Jes.
47. Lev. 20: 6, Deut. 18, Lev. 19:31, Jes. 8:19, II Kon. 21:6.
Dek hen onder het bloed van de
Heer Jezus. Als het ware leg je een deken over hen heen van Gods bescherming op
grond van het lijden en sterven van de Heer Jezus. Maak de duivel niet groter
dan God. We hebben geen tweegodendom. Hij is in feite al verslagen. Ook als
mensen voor een grapje naar een waarzegger gaan of glaasje draaien, dan nog
blijft het gevaarlijk. (Ook als je voor een grapje op de rijksweg gaat lopen
loop je gevaar.) Laat hen altijd genieten van het feit, dat Jezus de winnaar is
en dat de Duivel hen niet kan pakken. Denk aan het verhaal van de Apen op de
Rots. Als een leeuw gaat brullen bij de apenrots valt er wel een aap naar
beneden van angst. Ze waren veilig op de rots, maar door te denken dat ze machteloos
waren tegen het gebrul vallen er slachtoffers. Churchil zei: Niets maakt zo
vrolijk als dat ze op je schieten en het is mis.
Nog een verhaal:
John Paton werkte als zendeling
onder de kannibalen van de Stille Zuidzee. Hij werd wel honderd keer bedreigd
met de dood. God beschermde hem. Dat vertelde hij ook. "O ja?" zeiden
ze. "Dat geloven wij niet. Onze geesten zijn veel machtiger. Ze kunnen je
doden zonder mes. Geef ons maar eens wat van je eten." John hapte in een
pruim en gaf hen de rest. "Alsjeblieft. Hier heb je mijn eten. Ga je
gang." De toverdokters gingen grijnzend aan de slag. Ze wikkelden het eten
in geheimzinnige bladeren, zeiden toverspreuken op en verbrandden alles. Maar
er gebeurde niets met John. "We komen volgende week wel terug."
riepen ze "We moeten eerst sterkere kruiden gaan zoeken." Maar ook de
volgende week lukte het niet om John door toverij te vermoorden. Toen moesten
ze toegeven dat het was mislukt. Johns God is machtiger dan hun geesten.