LES 7  CURSUS JOSINE DE JONG

 

WEET JE HET AL?

Inhoud:

- Waarom doen we kinderwerk?

- Jij bent belangrijk.

- Verschillende types.

- Je moet gemotiveerd worden.

- Weet je het al?

- Conclusie.

 

Waarom doen we kinderwerk?

Wat voor geest bindt ons samen? Moedeloosheid? Machteloosheid? Wetticisme? Of een strijdvaardige geest, een vastbesloten geest? Laat het een geest zijn van:

MAAR WIJ ZEGEVIEREN IN DIT ALLES GLANSRIJK DANKZIJ HEM DIE ONS HEEFT LIEFGEHAD. ROM. 8:37

 

Misschien komen we uit verschillende denominaties. Toch zijn we één in ons wensen. Waarom geef je je vrije tijd op, moet je soms een oppas zoeken, haastig eten, dingen thuis regelen? Waarom heb je ja gezegd toen men je vroeg voor het kinderwerk?

 

Je bent belangrijk.

Ik ga ervan uit dat je de goede instelling hebt, want je wilt meer leren over het kinderwerk. Wie alles denkt te weten gaat op den duur machinaal door. Je bent de 'crème de la crème' van God. Je volvoert Gods liefste wens, namelijk kinderen redden.

 

Spr. 24:11: "Bevrijd hen die ter dood veroordeeld zijn, doe alles om hun leven te redden. "

 

Pr. 11:9.

Geniet dus, beste vriend, van je jonge jaren, haal je hart op aan de dagen van je jeugd. Volg de wegen die je hart wil gaan, gun je ogen wat ze wensen. En onthoud bij alles wat je doet dat God je aan zijn oordeel onderwerpt.

 

Op. 20:15:

"Wie niet in het boek van het leven bleek te staan werd in de vuurpoel gegooid."

 

Verschillende types.

Misschien zijn er onder ons, zoals overal op de wereld, mensen die men als volgt kan typeren:

 

- Sylvia.

Ze staat zo te stuntelen bij het vertellen. Ze voelt zich zo onopgeleid, ondeskundig. Ze weet niet waar ze meer informatie zou kunnen krijgen. Soms denkt ze: "Kinderwerk is niks voor mij, maar als God me deze taak heeft gegeven, zal ik het doen. En bovendien... wie moeten ze anders vragen?"

 

- Edwin.

Ze hebben hem pas gevraagd. Hij houdt van kinderen, omdat die hem het gevoel geven iets te betekenen. Hij houdt ervan met hen te dollen. Kinderen zijn leuk, vindt Edwin. Maar soms is er iets mis met de orde.

 

- Esther. Haar vader is voorganger. Ze is opgegroeid met het evangelie. Ze heeft al jong haar leven aan de Heer toegewijd. Als vanzelfsprekend kreeg zij het kinderwerk toegewezen. Kinderwerk is typisch iets voor vrouwen, vindt men over het algemeen. Ze doet het vanuit een natuurlijk geestelijk overwicht. Anderen stoppen, maar zij heeft veel te veel plichtsgevoel. Zij blijft. Langzamerhand wordt ze zo moe.

 

- Roos is onderwijzeres. Logisch toch dat men haar vroeg om in het kinderwerk mee te draaien. Waarom eigenlijk logisch? Ze staat de hele dag al voor de klas. Met vertellen heeft ze geen moeite. Ze is er voor opgeleid. Alles loopt perfect, want organiseren kan ze. De kasten zijn netjes opgeruimd, maar hoe leid je nou een kind tot Jezus en wat heeft een kind nodig voor zijn geestelijke groei? Ze draait op haar kunnen.

 

- Dan is er nog Leonie. Zij is een goede kinderwerkster. Ze heeft bijbelschool gedaan en verschillende cursussen gevolgd. Geen kinderwerkdag sloeg ze over. Leonie weet alle kenmerken van een kleuter en hoe lang een kind van drie kan luisteren. Ja, ze is trouw, maar waarom komt het werk toch altijd weer op haar schouders terecht? Waarom zeggen er zoveel af als ze een vergadering belegt? Leonie gaat naar een instructieavond om het goede voorbeeld te geven. Als ze haar mond opent, merkt iedereen haar grote kennis. Is Leonie al aan zichzelf toegekomen? Het kinderwerk is een manier om eindelijk eens belangrijk te zijn. Maar niemand heeft belangstelling.

 

Jij moet gemotiveerd worden.

Herken je een paar van deze types? Een voorganger zei eens: "Motivatie heeft onze groep niet nodig, want ze zijn al gemotiveerd, anders zouden ze geen kinderwerk doen." Maar motivatie is juist voor topmensen, voor wereldcupspelers, voor winnaars. Denk maar aan de briefing van een coach, de aanmoedigingen van mensen aan de zijlijn. Daarom willen wij voor al die Sylvia's, Edwins, Esthers, Rozen en Leonie's wat betekenen. God heeft hen zo lief. Het werk dat zij doen gaat Hem zo aan het hart.

Wij zijn niet de deskundigen. Zij moeten die wedstrijd lopen met dat moeilijke kind, dat dove jongetje, dat meisje uit dat asociale gezin. Zij moeten worstelen met ruimtegebrek, met ongeïnteresseerdheid van de kant van de gemeenteleiding soms, de concurrentie aangaan met de computerhelden en stripboeken. Nergens kun je de kinderen nog warm voor krijgen. Alles hebben ze al gehad. Zij tobben met hun eigen slijpsteentje, een man of een vrouw die hen zoveel ergernis bezorgt door haar of zijn woorden. Zij denken soms: "Ik heb het nu lang genoeg gedaan. Nu moeten de anderen het maar eens overnemen."

 

Weet je het al?

"Ga door!" zeggen wij, "Gewoon doorgaan. Handelingen twee is nog niet af."

"Hou vol!" zeggen wij. "Nog eventjes. En als je het nu eens zo probeert..."

 

- Weet je hoe belangrijk een kind is?

- Weet je dat er een strijd gaande is om het kind?

- Weet je dat de duivel het kind wil doden?

- Weet je dat als jij niet voor het kind bidt, er waarschijnlijk niemand is die het doet?

- Weet je dat de ouders denken dat jij verantwoordelijk bent voor de geestelijke groei van het kind? Als jij nu denkt dat het de taak van school is, dan laten ze het allemaal afweten.

- Weet je dat als je een kind redt, je een heel volk redt?

- Weet je dat elk kind een koningskind is, een prinsje?

- Weet u dat er hoognodig meer mannen in het kinderwerk moeten komen, zodat jongens zich met hen kunnen identificeren?

- Weet je dat de Heer Jezus al je inspanningen ziet en je offers telt? Hij heeft een overwinnaarskroon voor je klaarliggen. Dan kun je rusten van alle moeite, want onze werken volgen ons na. Op. 14:13.

 

Conclusie:

We doen het kinderwerk niet voor de voorganger, niet voor de gemeente, de kinderen of voor onszelf. Nee, we zijn estafettelopers, die de stok weer doorgeven aan de volgende generatie, want "The Gift goes on and on"... Deut 11:19.

 

"Dat kind?" zou je misschien gedacht hebben als je Mary Slessor had gekend. Die roodharige kat uit dat asociale gezin. De vader drinkt zich kapot en de moeder moet de was voor anderen doen om haar grut een droge boterham te kunnen geven. Nee, dat meisje deugt nergens voor. Ze vecht als een knul en vloekt als een ketter. Toch is Mary door een oude dame tot geloof gekomen, kinderwerker geworden en zendelinge naar Afrika. De blanke koningin van Okyong werd ze genoemd. De wreedste kannibalen wist ze te kalmeren. Ze doorkruiste met haar kinderen de dichtste oerwouden. Kinderen, door hun ouders weggegooid, ten prooi aan de wilde dieren, omdat ze meenden dat er in tweelingen boze geesten aan het werk waren.

Zo zien we maar weer, dat wat jij in jouw klein hoekje doet, tot zegen kan zijn aan de andere kant van de wereld.