WEET JE HET AL?
Inhoud:
- Waarom doen we kinderwerk?
- Jij bent belangrijk.
- Verschillende types.
- Je moet gemotiveerd worden.
- Weet je het al?
- Conclusie.
Waarom doen we kinderwerk?
Wat voor geest bindt ons samen?
Moedeloosheid? Machteloosheid? Wetticisme? Of een strijdvaardige geest, een
vastbesloten geest? Laat het een geest zijn van:
MAAR WIJ ZEGEVIEREN IN DIT ALLES GLANSRIJK DANKZIJ
HEM DIE ONS HEEFT LIEFGEHAD. ROM. 8:37
Misschien komen we uit
verschillende denominaties. Toch zijn we één in ons wensen. Waarom geef je je
vrije tijd op, moet je soms een oppas zoeken, haastig eten, dingen thuis
regelen? Waarom heb je ja gezegd toen men je vroeg voor het kinderwerk?
Je bent belangrijk.
Ik ga ervan uit dat je de goede
instelling hebt, want je wilt meer leren over het kinderwerk. Wie alles denkt
te weten gaat op den duur machinaal door. Je bent de 'crème de la crème' van
God. Je volvoert Gods liefste wens, namelijk kinderen redden.
Spr.
24:11: "Bevrijd hen die
ter dood veroordeeld zijn, doe alles om hun leven te redden. "
Pr. 11:9.
Geniet dus, beste vriend, van je jonge jaren, haal je hart op aan de dagen van je jeugd. Volg de wegen die je hart wil gaan, gun je ogen wat ze wensen. En onthoud bij alles wat je doet dat God je aan zijn oordeel onderwerpt.
Op. 20:15:
"Wie niet in het boek van het leven bleek te staan
werd in de vuurpoel gegooid."
Verschillende types.
Misschien zijn er onder ons, zoals
overal op de wereld, mensen die men als volgt kan typeren:
- Sylvia.
Ze staat zo te stuntelen bij
het vertellen. Ze voelt zich zo onopgeleid, ondeskundig. Ze weet niet waar ze
meer informatie zou kunnen krijgen. Soms denkt ze: "Kinderwerk is niks voor
mij, maar als God me deze taak heeft gegeven, zal ik het doen. En bovendien...
wie moeten ze anders vragen?"
- Edwin.
Ze hebben hem
pas gevraagd. Hij houdt van kinderen, omdat die hem het gevoel geven iets te
betekenen. Hij houdt ervan met hen te dollen. Kinderen zijn leuk, vindt Edwin.
Maar soms is er iets mis met de orde.
- Esther. Haar vader is
voorganger. Ze is opgegroeid met het evangelie. Ze heeft al jong haar leven aan
de Heer toegewijd. Als vanzelfsprekend kreeg zij het kinderwerk toegewezen. Kinderwerk
is typisch iets voor vrouwen, vindt men over het algemeen. Ze doet het vanuit
een natuurlijk geestelijk overwicht. Anderen stoppen, maar zij heeft veel te
veel plichtsgevoel. Zij blijft. Langzamerhand wordt ze zo moe.
- Roos is onderwijzeres. Logisch
toch dat men haar vroeg om in het kinderwerk mee te draaien. Waarom eigenlijk
logisch? Ze staat de hele dag al voor de klas. Met vertellen heeft ze geen
moeite. Ze is er voor opgeleid. Alles loopt perfect, want organiseren kan ze.
De kasten zijn netjes opgeruimd, maar hoe leid je nou een kind tot Jezus en wat
heeft een kind nodig voor zijn geestelijke groei? Ze draait op haar kunnen.
- Dan is er nog Leonie. Zij is
een goede kinderwerkster. Ze heeft bijbelschool gedaan en verschillende
cursussen gevolgd. Geen kinderwerkdag sloeg ze over. Leonie weet alle kenmerken
van een kleuter en hoe lang een kind van drie kan luisteren. Ja, ze is trouw,
maar waarom komt het werk toch altijd weer op haar schouders terecht? Waarom
zeggen er zoveel af als ze een vergadering belegt? Leonie gaat naar een
instructieavond om het goede voorbeeld te geven. Als ze haar mond opent, merkt
iedereen haar grote kennis. Is Leonie al aan zichzelf toegekomen? Het
kinderwerk is een manier om eindelijk eens belangrijk te zijn. Maar niemand
heeft belangstelling.
Jij moet gemotiveerd worden.
Herken je een paar van deze
types? Een voorganger zei eens: "Motivatie heeft onze groep niet nodig,
want ze zijn al gemotiveerd, anders zouden ze geen kinderwerk doen." Maar
motivatie is juist voor topmensen, voor wereldcupspelers, voor winnaars. Denk
maar aan de briefing van een coach, de aanmoedigingen van mensen aan de
zijlijn. Daarom willen wij voor al die Sylvia's, Edwins, Esthers, Rozen en
Leonie's wat betekenen. God heeft hen zo lief. Het werk dat zij doen gaat Hem
zo aan het hart.
Wij zijn niet de deskundigen. Zij moeten die wedstrijd lopen met
dat moeilijke kind, dat dove jongetje, dat meisje uit dat asociale gezin. Zij
moeten worstelen met ruimtegebrek, met ongeïnteresseerdheid van de kant van de
gemeenteleiding soms, de concurrentie aangaan met de computerhelden en
stripboeken. Nergens kun je de kinderen nog warm voor krijgen. Alles hebben ze
al gehad. Zij tobben met hun eigen slijpsteentje, een man of een vrouw die hen
zoveel ergernis bezorgt door haar of zijn woorden. Zij denken soms: "Ik
heb het nu lang genoeg gedaan. Nu moeten de anderen het maar eens
overnemen."
Weet je het al?
"Ga door!" zeggen
wij, "Gewoon doorgaan. Handelingen twee is nog niet af."
"Hou
vol!" zeggen wij. "Nog eventjes. En als je het nu eens zo
probeert..."
- Weet je hoe belangrijk een
kind is?
- Weet je dat er een strijd
gaande is om het kind?
- Weet je dat de duivel het
kind wil doden?
- Weet je dat als jij niet voor
het kind bidt, er waarschijnlijk niemand is die het doet?
- Weet je dat de ouders denken
dat jij verantwoordelijk bent voor de geestelijke groei van het kind? Als jij
nu denkt dat het de taak van school is, dan laten ze het allemaal afweten.
- Weet je dat als je een kind
redt, je een heel volk redt?
- Weet je dat elk kind een
koningskind is, een prinsje?
- Weet u dat er hoognodig meer
mannen in het kinderwerk moeten komen, zodat jongens zich met hen kunnen
identificeren?
- Weet je dat de Heer Jezus al
je inspanningen ziet en je offers telt? Hij heeft een overwinnaarskroon voor je
klaarliggen. Dan kun je rusten van alle moeite, want onze werken volgen ons na.
Op. 14:13.
Conclusie:
We doen het kinderwerk niet
voor de voorganger, niet voor de gemeente, de kinderen of voor onszelf. Nee, we
zijn estafettelopers, die de stok weer doorgeven aan de volgende generatie,
want "The Gift goes on and on"... Deut 11:19.
"Dat kind?" zou je
misschien gedacht hebben als je Mary Slessor had gekend. Die roodharige kat uit
dat asociale gezin. De vader drinkt zich kapot en de moeder moet de was voor
anderen doen om haar grut een droge boterham te kunnen geven. Nee, dat meisje
deugt nergens voor. Ze vecht als een knul en vloekt als een ketter. Toch is
Mary door een oude dame tot geloof gekomen, kinderwerker geworden en zendelinge
naar Afrika. De blanke koningin van Okyong werd ze genoemd. De wreedste
kannibalen wist ze te kalmeren. Ze doorkruiste met haar kinderen de dichtste
oerwouden. Kinderen, door hun ouders weggegooid, ten prooi aan de wilde dieren,
omdat ze meenden dat er in tweelingen boze geesten aan het werk waren.
Zo zien we maar weer, dat wat
jij in jouw klein hoekje doet, tot zegen kan zijn aan de andere kant van de
wereld.