LES 4  CURSUS  JOSINE DE JONG

 

LAUWHEID IN HET KINDERWERK

 

Inhoud van deze les:

1. David neemt Jebus in door de watergang.

2. Als wij ons doel willen bereiken, moeten we ook bij de bron beginnen.

3. Wat zegt de bijbel?

4. We moeten kinderwerk doen.

5. Had David een hekel aan gehandicapten?

6. Nog een paar teksten over lauw zijn.

7. Ons onbewuste is erg ondeugend.

8. Laten we niet ophouden voor de kinderen te bidden.

9. Voorbeeld.

10. Conclusie.

 

1. David neemt Jebus in door de watergang.

Bijbelgedeelte: 2 Sam. 5:6-10.

Tekst: Van lammen en blinden heeft David een hartgrondige afkeer.

Wat een sterke, bijna onneembare burcht was Jebus. David wilde de stad innemen, maar de inwoners riepen: "Lammen en blinden kunnen jullie wel tegenhouden." Daarin hadden ze het goed mis. David wist een weg. De watertoevoer van de stad lag buiten de muur, ondergronds wel te verstaan. De bron lag goed verstopt diep onder de rotsblokken. Je moest echt weten waar de ingang lag. David brak de toegang boven de bron open en sloop met zijn mannen bukkend door de watertunnel. Zo kwam hij ongemerkt de stad binnen. Jebus werd ingenomen en heette van die dag af Jeruzalem. Stad van de vrede.

 

2. Als wij ons doel willen bereiken.

- het koninkrijk van God,

- een goede toekomst in geestelijke zin,

- een sterke gemeente,

- standvastige gelovigen,

- overwinning over de machten der duisternis,

- Gods woord gebracht aan een verlorengaande wereld,

- genezing voor de gehele mens,

dan moeten wij ook beginnen bij de bron, de bron van het leven. Kinderen staan er het dichtst bij. Slechts op deze manier zullen we verkrijgen wat beloofd is. Natuurlijk zijn dit in de allereerste plaats onze eigen kinderen, dan de kinderen van de gemeente en verder de evangelisatie kinderen, die mogelijk later bij de gemeente zullen gaan horen.

 

3. Wat zegt de Bijbel?

1. Ik verzeker jullie: wie niet als een kind openstaat voor het koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan.’  Hij nam de kinderen in zijn armen en zegende hen door hun de handen op te leggen. Mark. 10:15.

2. Wie in mijn naam één zo’n kind bij zich opneemt, neemt mij op. Matt.18:2. (Dus als we kinderwerk doen, doen we werk rechtstreeks aan de Heer.)

3. Laat de kinderen bij me komen, houd ze niet tegen, want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij. Mark. 10:14,.

(In het Engels staat suffer. Dat wil zeggen lijden. Heb er wat voor over. Niet zo van: Laat maar.)

4. Zo is het ook bij jullie Vader in de hemel: hij wil niet dat een van deze geringen verloren gaat. Matt. 18:14.

5. Tegen Petrus zei Jezus eerst: Weid mijn lammeren. Joh. 21:15.

6. Als een herder weidt hij zijn kudde: zijn arm brengt de lammeren bijeen, hij koestert ze, Jes. 40:11. (Hieraan onderscheidt men toch juist de goede herder, dat hij zijn toekomstige kudde bijzonder in de gaten houdt.)

7. Waak ervoor ook maar een van deze geringen te verachten. Want ik zeg jullie: hun engelen in de hemel aanschouwen onophoudelijk het gelaat van mijn hemelse Vader. Matt. 18:10.

 

4. We moeten kinderwerk doen, omdat ze nog een heel leven voor zich hebben.

Er was eens een voorganger die toegeeflijk zei: "Ja, het is goed om kinderwerk te doen, want dan bereiken we ook de ouders." Zouden we deze uitspraak niet veeleer om moeten draaien. "Het is goed om ouders te bereiken, want dan bereiken we ook de kinderen."

Als een vrouw voor de Heer gewonnen wordt, bereiken we ook haar kinderen die,

... hulp nodig hebben om de puberteit door te komen.

... leiding nodig hebben bij het kiezen van hun partners.

... een goede basis moeten vinden voor een gezond huwelijk.

... zodat hun kinderen in een gezonde relatie opgroeien.

... invloed gaan uitoefenen in de maatschappij.

... bouwers aan de gemeente kunnen worden.

... hemelburgers zullen worden.

 

We sparen veel tijd en inspanning als die kinderen niet beschadigd worden door de tegenpartij. Zo ligt de zaak toch werkelijk. We zijn opvoeders van koningskinderen.

 

5. Had David een hekel aan invaliden?

Nee, hij heeft Mefiboset, de verlamde zoon van zijn vriend Jonatan jarenlang bij zich aan tafel gehad. 2 Sam. 9.

Wat betekent deze tekst dan? We kunnen hem begrijpen als we lezen: Jer.48:10. "Vervloekt is wie de opdracht van de HEER halfslachtig uitvoert, vervloekt is wie zijn zwaard het bloed ontzegt. "

 

Als je geen visie hebt voor kinderwerk dan ben je gehandicapt in Gods Koninkrijk. Gehandicapten kunnen wel een visie hebben. Denk maar aan Joni. Zij is een geweldig strijdster in het leger van de grote David, de Heer Jezus. Gelukkig is de Heer ook in staat om de geestelijke blindheid en verlamming te genezen, zodat wij met Hem de stad kunnen innemen. De stad vol boosheid, waar men kinderen geestelijk en lichamelijk vermoordt.

 

Jer. 9:20 De dood is door onze vensters binnengeklommen, hij is onze paleizen binnengedrongen. Hij maait de kinderen neer in de straten, roeit de jeugd uit op de pleinen.

 

6. Nog een paar teksten over lauw zijn.

Op. 2:4. Maar dit heb ik tegen u: u hebt de liefde van weleer opgegeven.

Op. 3:15. Ik weet wat u doet, hoe u niet koud bent en niet warm. Was u maar koud of warm!

 

7. Ons onbewuste is erg ondeugend.

Als we iets doen louter uit gehoorzaamheid, zonder er helemaal achter te staan, dan openbaart zich dat door:

- Gemis aan enthousiasme.

- Je zwaard niet paraat hebben.

- Je onderkent de noden van de kinderen niet.

- Je hebt meer moeite met de orde.

- Je neemt je les te laat door.

-  Het wordt gezien aan je houding.

- Je bent gauw geïrriteerd.

- Je begint te laat.

- De opbouw van je lessen is slordig.

- Je maakt gebruik van tekeningen en kleurplaten.

- Je belt af om kleinigheden.

- Je hebt slechts een oppervlakkig en algemeen gebed voor je werk.

- Je hebt geen belangstelling voor het grotere terrein van kinderwerk.

 

Als je lauw bent, vermenigvuldig je ook lauwheid.

Het is van het allergrootste belang dat we het in orde maken met God. Onze zonden belijden en hervormd worden van ons denken. Zie 1 Petr. 1:22. Stel je eens voor dat jij degene bent die een latere voorganger de eerste beginselen van het geloof bijbracht, of dat een van je kinderen een groot zendeling zou worden.

 

8. Laten we niet ophouden voor de kinderen te bidden.

Misschien ben je wel de enige die de naam van het kind voor de troon van God noemt.

1 Sam 12: 23. En hetzelfde geldt voor mij: ook ik moet niet zondigen tegen de HEER en ik moet zeker niet ophouden voor u te bidden en u het goede en rechte pad te wijzen.

 

Wat kun je bidden?

... dat God de ouders redt.

... dat God de verhinderingen om niet te komen wegneemt.

... dat het kind Gods tegenwoordigheid ervaart.

... dat het kind God leert aanroepen om overwinning over de zonde te krijgen.

... dat het kind thuis een voorbeeld is.

... dat het kind weet te onderscheiden tussen goed en kwaad.

... dat het kind een christenvriend krijgt.

 

Samen bidden met andere leiding is van het allergrootste belang. Zelfs als je er alleen voor staat, kun je nog samen met een kind bidden voordat de les begint. Het kind zal zich dan groot voelen en zich ook zo gedragen.

 

Houd je aan je afspraken en wees gedisciplineerd in je dagindeling. Zorg op tijd voor vervanging. Wees echt nauwgezet.

 

9. Voorbeeld.

De vader van David du Plessis was timmerman en prediker. Hij was in alles heel nauwgezet en precies. Dus leerde hij al zijn kinderen om nauwgezet en precies te werken. Het is David een keertje overkomen toen hij op de middelbare school zat, dat hij zijn vader meehielp met een klus bij iemand thuis. Het was zijn taak om een deur te maken. Hij zocht wat hout uit en ging aan het werk. Maar het was hout met een knoest. Ach, dat was niet zo erg, want David werkte de knoest netjes weg. Toch kwam zijn vader erachter. "Zeg David, waar is dat hout met die knoest gebleven?" vroeg hij.

"O, daar heb ik een deur van gemaakt, vader," antwoordde David nonchalant. "Niemand zal er iets van zien, want die knoest zit van achteren." Vader werd boos.

"Niemand ziet het?" riep hij, "Niemand ziet het? En de Heer dan?" David was zo goed niet of hij moest het overdoen. Dat was niet leuk, maar hierdoor leerde hij echt alles tot eer van God te doen, ook al zou geen mens het ooit zien.

 

Onthoud één ding. Als je met een werk wil beginnen zul je na een aanvankelijke enthousiaste opkomst een dal krijgen, waarbij er soms maar één of twee kinderen komen. Schei er dan alsjeblieft niet mee uit, maar ga door.

Ook zullen regelmatig mensen afzeggen waarop je gesteund hebt. Soms blijf je alleen over, maar ga dan niet zitten treuren. De Heer zal altijd voorzien in andere hulp. Soms gaan de kinderen zelf je assisteren en wie zal zeggen of dat niet veel meer gezegend is.

 

Wees zelf trouw. Doe rustig het vuilste en zwaarste werk.

Anderen zullen hun sociale contacten verkiezen boven een ochtendje kinderwerk, maar jij niet. Gods werk gaat voor alles. De familie komt heus wel weer op een andere dag terug. Als je hen voor laat gaan, zul je merken dat je op den duur helemaal geen tijd meer overhebt voor het kinderwerk. De duivel houdt ons wel aan de praat.

 

10. Conclusie.

God heeft een hartgrondige hekel aan lauwheid en wil dat we Hem met een volkomen hart dienen, ook in het kinderwerk. We kunnen bij onszelf nagaan of we wel echt vurig zijn. Het gebed is een belangrijk wapen, dat we meer moeten leren gebruiken. Ook al ziet niemand wat we doen, de Heer ziet het wel.