Inhoud van deze les:
1. David neemt Jebus in door de
watergang.
2. Als wij ons doel willen
bereiken, moeten we ook bij de bron beginnen.
3. Wat zegt de bijbel?
4. We moeten kinderwerk doen.
5. Had David een hekel aan
gehandicapten?
6. Nog een paar teksten over
lauw zijn.
7. Ons onbewuste is erg
ondeugend.
8. Laten we niet ophouden voor
de kinderen te bidden.
9. Voorbeeld.
10. Conclusie.
1. David neemt Jebus in door de watergang.
Bijbelgedeelte: 2 Sam. 5:6-10.
Tekst: Van lammen en blinden
heeft David een hartgrondige afkeer.
Wat een sterke, bijna
onneembare burcht was Jebus. David wilde de stad innemen, maar de inwoners
riepen: "Lammen en blinden kunnen jullie wel tegenhouden." Daarin
hadden ze het goed mis. David wist een weg. De watertoevoer van de stad lag
buiten de muur, ondergronds wel te verstaan. De bron lag goed verstopt diep
onder de rotsblokken. Je moest echt weten waar de ingang lag. David brak de
toegang boven de bron open en sloop met zijn mannen bukkend door de
watertunnel. Zo kwam hij ongemerkt de stad binnen. Jebus werd ingenomen en
heette van die dag af Jeruzalem. Stad van de vrede.
2. Als wij ons doel willen bereiken.
- het koninkrijk van God,
- een goede toekomst in
geestelijke zin,
- een sterke gemeente,
- standvastige gelovigen,
- overwinning over de machten
der duisternis,
- Gods woord gebracht aan een
verlorengaande wereld,
- genezing voor de gehele mens,
dan moeten wij ook beginnen bij
de bron, de bron van het leven. Kinderen staan er het dichtst bij. Slechts op
deze manier zullen we verkrijgen wat beloofd is. Natuurlijk zijn dit in de
allereerste plaats onze eigen kinderen, dan de kinderen van de gemeente en
verder de evangelisatie kinderen, die mogelijk later bij de gemeente zullen
gaan horen.
3. Wat zegt de Bijbel?
1. Ik verzeker jullie: wie niet als een kind openstaat
voor het koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan.’ Hij nam de kinderen in zijn armen en zegende hen door hun de handen op
te leggen. Mark. 10:15.
2. Wie in mijn naam één zo’n kind bij zich opneemt, neemt
mij op. Matt.18:2. (Dus als we kinderwerk doen, doen we werk rechtstreeks aan
de Heer.)
3. Laat de kinderen bij me komen, houd ze niet tegen,
want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij. Mark. 10:14,.
(In het Engels staat suffer.
Dat wil zeggen lijden. Heb er wat voor over. Niet zo van: Laat maar.)
4. Zo is het ook bij jullie Vader in de hemel: hij wil
niet dat een van deze geringen verloren gaat. Matt. 18:14.
5. Tegen Petrus zei Jezus eerst: Weid mijn lammeren. Joh. 21:15.
6. Als een herder weidt hij zijn kudde: zijn arm brengt
de lammeren bijeen, hij koestert ze,
Jes. 40:11. (Hieraan onderscheidt men toch
juist de goede herder, dat hij zijn toekomstige kudde bijzonder in de gaten
houdt.)
7. Waak ervoor ook maar een van deze geringen te
verachten. Want ik zeg jullie: hun engelen in de hemel aanschouwen
onophoudelijk het gelaat van mijn hemelse Vader. Matt. 18:10.
4. We moeten kinderwerk doen, omdat ze nog een heel
leven voor zich hebben.
Er was eens een voorganger die
toegeeflijk zei: "Ja, het is goed om kinderwerk te doen, want dan bereiken
we ook de ouders." Zouden we deze uitspraak niet veeleer om moeten
draaien. "Het is goed om ouders te bereiken, want dan bereiken we ook de
kinderen."
Als een vrouw voor de Heer
gewonnen wordt, bereiken we ook haar kinderen die,
... hulp nodig hebben om de
puberteit door te komen.
... leiding nodig hebben bij
het kiezen van hun partners.
... een goede basis moeten
vinden voor een gezond huwelijk.
... zodat hun kinderen in een
gezonde relatie opgroeien.
... invloed gaan uitoefenen in
de maatschappij.
... bouwers aan de gemeente
kunnen worden.
... hemelburgers zullen worden.
We sparen veel tijd en
inspanning als die kinderen niet beschadigd worden door de tegenpartij. Zo ligt
de zaak toch werkelijk. We zijn opvoeders van koningskinderen.
5. Had David een hekel aan invaliden?
Nee, hij heeft Mefiboset,
de verlamde zoon van zijn vriend Jonatan jarenlang bij zich aan tafel gehad. 2
Sam. 9.
Wat
betekent deze tekst dan? We kunnen hem begrijpen als we lezen: Jer.48:10.
"Vervloekt is wie de opdracht
van de HEER
halfslachtig uitvoert, vervloekt is wie zijn zwaard het bloed ontzegt. "
Als je geen visie
hebt voor kinderwerk dan ben je gehandicapt in Gods Koninkrijk. Gehandicapten
kunnen wel een visie hebben. Denk maar aan Joni. Zij is een geweldig strijdster
in het leger van de grote David, de Heer Jezus. Gelukkig is de Heer ook in
staat om de geestelijke blindheid en verlamming te genezen, zodat wij met Hem
de stad kunnen innemen. De stad vol boosheid, waar men kinderen geestelijk en
lichamelijk vermoordt.
Jer. 9:20 De dood is door onze vensters binnengeklommen, hij is
onze paleizen binnengedrongen. Hij maait de kinderen neer in de straten, roeit
de jeugd uit op de pleinen.
6. Nog een paar teksten over lauw zijn.
Op. 2:4. Maar dit heb ik tegen u: u hebt de liefde van weleer
opgegeven.
Op. 3:15. Ik weet
wat u doet, hoe u niet koud bent en niet warm. Was u maar koud of warm!
7. Ons onbewuste is erg ondeugend.
Als we iets doen louter uit
gehoorzaamheid, zonder er helemaal achter te staan, dan openbaart zich dat
door:
- Gemis aan enthousiasme.
- Je zwaard niet paraat hebben.
- Je onderkent de noden van de
kinderen niet.
- Je hebt meer moeite met de
orde.
- Je neemt je les te laat door.
- Het wordt gezien aan je houding.
- Je bent gauw geïrriteerd.
- Je begint te laat.
- De opbouw van je lessen is
slordig.
- Je maakt gebruik van
tekeningen en kleurplaten.
- Je belt af om kleinigheden.
- Je hebt slechts een
oppervlakkig en algemeen gebed voor je werk.
- Je hebt geen belangstelling
voor het grotere terrein van kinderwerk.
Als je lauw bent, vermenigvuldig
je ook lauwheid.
Het is van het allergrootste
belang dat we het in orde maken met God. Onze zonden belijden en hervormd
worden van ons denken. Zie 1 Petr. 1:22. Stel je eens voor dat jij degene bent
die een latere voorganger de eerste beginselen van het geloof bijbracht, of dat
een van je kinderen een groot zendeling zou worden.
8. Laten we niet ophouden voor de kinderen te bidden.
Misschien ben je wel de enige
die de naam van het kind voor de troon van God noemt.
1 Sam 12: 23. En hetzelfde geldt voor mij: ook ik moet niet
zondigen tegen de HEER en ik moet zeker niet ophouden voor u te bidden en u het goede en
rechte pad te wijzen.
Wat kun je bidden?
... dat God de ouders redt.
... dat God de
verhinderingen om niet te komen wegneemt.
... dat het kind Gods
tegenwoordigheid ervaart.
... dat het kind God leert
aanroepen om overwinning over de zonde te krijgen.
... dat het kind thuis een
voorbeeld is.
... dat het kind weet te
onderscheiden tussen goed en kwaad.
... dat het kind een
christenvriend krijgt.
Samen bidden met andere leiding
is van het allergrootste belang. Zelfs als je er alleen voor staat, kun je nog
samen met een kind bidden voordat de les begint. Het kind zal zich dan groot
voelen en zich ook zo gedragen.
Houd je aan je afspraken en
wees gedisciplineerd in je dagindeling. Zorg op tijd voor vervanging. Wees echt
nauwgezet.
9. Voorbeeld.
De vader van
David du Plessis was timmerman en prediker. Hij was in alles heel nauwgezet en precies.
Dus leerde hij al zijn kinderen om nauwgezet en precies te werken. Het is David
een keertje overkomen toen hij op de middelbare school zat, dat hij zijn vader
meehielp met een klus bij iemand thuis. Het was zijn taak om een deur te maken.
Hij zocht wat hout uit en ging aan het werk. Maar het was hout met een knoest.
Ach, dat was niet zo erg, want David werkte de knoest netjes weg. Toch kwam
zijn vader erachter. "Zeg David, waar is dat hout met die knoest
gebleven?" vroeg hij.
"O, daar heb ik een deur
van gemaakt, vader," antwoordde David nonchalant. "Niemand zal er
iets van zien, want die knoest zit van achteren." Vader werd boos.
"Niemand ziet het?"
riep hij, "Niemand ziet het? En de Heer dan?" David was zo goed niet
of hij moest het overdoen. Dat was niet leuk, maar hierdoor leerde hij echt
alles tot eer van God te doen, ook al zou geen mens het ooit zien.
Onthoud één ding. Als je met
een werk wil beginnen zul je na een aanvankelijke enthousiaste opkomst een dal
krijgen, waarbij er soms maar één of twee kinderen komen. Schei er dan
alsjeblieft niet mee uit, maar ga door.
Ook zullen regelmatig mensen
afzeggen waarop je gesteund hebt. Soms blijf je alleen over, maar ga dan niet
zitten treuren. De Heer zal altijd voorzien in andere hulp. Soms gaan de
kinderen zelf je assisteren en wie zal zeggen of dat niet veel meer gezegend
is.
Wees zelf trouw. Doe rustig het
vuilste en zwaarste werk.
Anderen zullen hun sociale
contacten verkiezen boven een ochtendje kinderwerk, maar jij niet. Gods werk
gaat voor alles. De familie komt heus wel weer op een andere dag terug. Als je
hen voor laat gaan, zul je merken dat je op den duur helemaal geen tijd meer
overhebt voor het kinderwerk. De duivel houdt ons wel aan de praat.
10. Conclusie.
God heeft een
hartgrondige hekel aan lauwheid en wil dat we Hem met een volkomen hart dienen,
ook in het kinderwerk. We kunnen bij onszelf nagaan of we wel echt vurig zijn.
Het gebed is een belangrijk wapen, dat we meer moeten leren gebruiken. Ook al
ziet niemand wat we doen, de Heer ziet het wel.