Bijbelquiz nr. 9 - Spreuken
1. Wie schreef de
spreuken ?
|
Salomo |
David |
Asaf |
Josafat |
2. Wat is het begin der kennis ?
|
wijsheid |
onderwijzing |
.bedachtzaamheid |
de vreze des Heren |
3. Wie roept luide op de straat ?
|
de kennis |
de wijsheid |
de onschuldige |
de zondaren |
4. Wanneer zal de
wijsheid zich niet laten vinden ?
|
als men loert op bloed |
als men onverstand liefheeft |
als men kennis heeft gehaat |
als men zorgeloos is |
5. Waartegen is men beveiligd als men naar de wijsheid
luistert ?
|
benauwdheid |
de verschrikking van het onheil |
spotternij |
hinderlagen |
6. Wat is God voor hen die onberispelijk wandelen ?
|
een schild |
een burcht |
een toevlucht |
een veiligheid |
7. Wat moet Salomo's zoon om zijn hals binden ?
|
rechtschapenheid |
bedachtzaamheid |
liefde en trouw |
overleg en bedachtzaamheid |
8. Waarop moet men niet steunen ?
|
pad des levens |
op zijn schild |
op zijn rechterhand |
eigen inzicht |
9. Waarmee moet men de Here vereren ?
|
met onze wijsheid |
met ons inzicht |
met onze rijkdom |
met onze oprechtheid |
10. Wat is kostbaarder dan koralen ?
|
de wijsheid |
de liefde |
de deugd |
de kennis |
11. Wat heeft de Here door wijsheid gegrond ?
|
de waterdiepten |
de vrede |
de aarde |
de toekomst |
12. Wat zal de Here van ons bewaren ?
|
onze rechterhand |
ons huis |
ons inzicht |
onze voet |
13. Op wie moeten we niet afgunstig zijn ?
|
de boosdoener |
de man van geweld |
de goddeloze |
de echtvriend van onze jeugd |
14. Wat legt de wijsheid om ons hoofd ?
|
een mooie ketting |
een band van inzicht |
een lieflijke krans |
een sierraad van kennis |
15. Wat wordt talrijk, als wij wijze woorden aannemen ?
|
onze woorden |
onze levensjaren |
onze boeken |
onze gedachten |
16. Wat moeten wij niet loslaten ?
|
de verkeerdheid |
de bedachtzaamheid |
de geboden |
de tucht |
17. Waar wordt het pad der rechtvaardigen mee vergeleken ?
|
boom des levens |
honingzeem |
het glanzende morgenlicht |
een sierlijke kroon |
18. Waar moet onze voet ver verwijderd van blijven ?
|
van de weg der goddelozen |
van het kwade |
van effen paden |
van de paden des doods |
19. Waaruit moeten wij water drinken ?
|
de bron van kennis |
de rivier van vrede |
de beker der dankzegging |
onze eigen regenbak |
20. Tot wie moet
de luiaard gaan ?
|
tot de verstandige |
tot de leidsman ten leven |
tot de vogelaar |
tot de mier |
21. Hoeveel dingen haat de Here ?
|
drie |
twee |
vijf |
zeven |
22. Wie is verstandeloos ?
|
wie steelt |
wie overspel pleegt |
wie niet luistert naar raad |
wie in de avond zijn huis verlaat |
23. Wat zegt de hoer ?
|
Mijn man is niet thuis. |
Niemand zal ons zien. |
Ik ga met u mee. |
Laat ons afdalen naar de binnenkamer. |
24. Wie zullen wijsheid vinden ?
|
wie veel studeren |
wie het leven zoekt |
wie ijverig zoeken |
wie de wacht houdt aan zijn deuren |
25. Als u een wijze bestraft, wat doet hij dan ?
|
Hij zal spotten. |
Hij zal liefhebben. |
Hij zal luisteren. |
Hij zal u haten. |
26. Wat bedekt de liefde ?
|
alle overtredingen |
alle begerigheid |
alle onverstand |
alle onoprechtheid |
27. Wat maakt rijk ?
|
de wijsheid |
de hoop der rechtvaardigen |
de zegen des Heren |
de valse tong |
28. Wat overkomt de goddeloze ?
|
wat hij vreest |
onrecht |
onheil |
smart |
29. Wat doet iemand die betrouwbaar van geest is ?
|
Hij jaagt het goede na. |
Hij houdt een zaak verborgen. |
Hij wint harten. |
Hij blijft staande. |
30. Waarop lijkt een vrouw zonder verstand ?
|
op een bedrieglijke weegschaal |
een leugenlip |
op een gouden ring in een varkenssnuit |
vrouwendwaasheid |
31. Wat gebeurt er met iemand die een ander laaft ?
|
Hij spruit uit als fris loof. |
Hij verkrijgt eer. |
Hij wordt ook zelf gelaafd. |
Hij wordt gevangen in zijn begeerlijkheid. |
32. Wat wint iemand die wijs is ?
|
harten |
welgevallen |
het leven |
rijkdom |
33. Hoe wordt iemand genoemd die terechtwijzing haat ?
|
boos |
verstandig |
wijs |
dom |
34. Wat brengt genezing aan ?
|
de kracht van de ploegos |
de tong der wijze |
de wijsheid der vrouwen |
het onderricht van de wijze |
35. Met wie moet men omgaan om wijs te worden ?
|
met rechtvaardigen |
met vlijtigen |
met wijzen |
met een betrouwbaar getuige |
36. Wie haat zijn zoon ?
|
wie de roede spaart |
wie met goddelozen omgaat |
de trage |
de luiaard |
37. Wie redt levens ?
|
de oprechte |
een betrouwbaar getuige |
de lankmoedige |
de schrandere |
38. Wat leert de grimmigheid af ?
|
een terechtwijzing |
een zacht antwoord |
de man met slinkse streken |
droefheid |
39. Wat is er in het
huis van de rechtvaardige ?
|
liefde en trouw |
kennis |
een grote schat |
verstand |
40. Wat maakt het aangezicht vrolijk ?
|
vele vrienden |
een blij hart |
degelijke kennis |
de vreze des Heren |
41. Wat verkwikt het gebeente ?
|
lieflijke woorden |
zoetheid van lippen |
een zuivere weegschaal |
goede tijding |
42. Wanneer zullen onze voornemens gelukken ?
|
als we de Here onze wegen bevelen |
als we het pad des levens gaan |
als we nederig van geest zijn |
als we oprechte woorden spreken |
43. Wat gaat vooraf aan het verderf ?
|
onverstand |
boosheden |
scheiding tussen vrienden |
hovaardij |
44. Wie overtreft hem die een stad inneemt ?
|
wie op het woord acht geeft |
een ootmoedige |
een wijze zoon |
wie zijn geest beheerst |
45. Wat is de kroon der ouders ?
|
hun kindskinderen |
hun verstandige kinderen |
hun zonen |
hun onberispelijke wandel |
46. Waarmee is de naam des Heren te vergelijken ?
|
diepe wateren |
een bruisende beek |
een sterke toren |
een bron van wijzheid |
47. Wanneer leent men aan de Here ?
|
als men geeft met gulle hand |
als men in de herfst ploegt |
als men zich verre houdt van twist |
als men zich over een arme ontfermt |
48. Wie is een schandelijke zoon ?
|
de leugenachtige zoon |
de doldriftige zoon |
die zijn vader mishandelt |
de luie zoon |
49. Wat moet men niet zeggen ?
|
Ik heb mijn hart rein bewaard. |
Ik zal het kwaad vergelden. |
Heilig ! Heilig ! |
Ik ben rein van zonde. |
50. Wanneer kan men beter op een hoek van het dak wonen ?
|
als men een twistzieke vrouw heeft |
als men gedane beloften niet nakomt |
als men de strijd met overleg voert |
als men olie en wijn liefheeft |
51. Wat verdrijft de dwaasheid uit het hart van een knaap ?
|
de tuchtroede |
de staf van gramschap |
de mond van een vreemde vrouw |
betrouwbare woorden |
52. Waarmee moet men niet omgaan ?
|
een driftkop |
een onaanzienlijke |
een spotter |
een luiaard |
53. Welke mensen verarmen ?
|
trouwelozen |
drinkers en doorbrengers |
booswichten |
zondaren |
54. Wat is een wijs man ?
|
sterk |
blij |
gelukkig |
rustig |
55. Wie moeten wij redden ?
|
hij die op het uiteinde van een ra ligt |
hen die wijn drinken |
ontuchtigen |
hen die ten dode gegrepen zijn |
56. Wiens akker is geheel begroeid met distels ?
|
van een gewapend man |
van een oproermaker |
van de luiaard |
van een waardeloos man |
57. Zoals gouden appelen op zilveren schalen
.....................
|
is de koelte der sneeuw |
is het hart van de koning |
is een betrouwbare bode |
is een woord in de juiste vorm gesproken |
58. Waarom moet men z'n voet niet te dikwijls in 't huis van
zijn naaste zetten ?
|
dan wordt hij traag tot luisteren |
dan merkt hij u niet meer op |
dan veracht hij uw verstandige taal |
dan krijgt hij genoeg van u |
59. Waar lijkt iemand op die zijn geest niet in bedwang
heeft ?
|
op een stad met omvergehaalde muren |
op een hond die naar zijn uitbraaksel terugkeert |
op iemand met afgekapte voeten |
op een dolgedraaide deur |
60. Wie zal in een kuil vallen ?
|
wie brandende pijlen afschiet |
wie wijs is in eigen oog |
wie een dwaas eer geeft |
wie er een graaft |
61. Wat wordt iemand als een vloek aangerekend ?
|
als iemand zijn oor afwendt van de wet |
een luidruchtige groet in de morgen |
onrechtvaardig gewin |
een onomwonden bestraffing |
62. Wanneer is iemands gebed een gruwel ?
|
als men overtredigen bedekt |
als men zijn oor afwendt van het horen der wet |
als men zijn hart verhardt |
als men bezwaard is door bloedschuld |
63. Wanneer zal men niet voorspoedig zijn ?
|
als men opstandig is |
als men vloekt |
als men zijn overtredigen bedekt |
als men pand geeft voor een onbekende |
64. Wanneer vindt men ontferming ?
|
als men een man van inzicht is |
als men zijn zonden belijdt en nalaat |
als men in het verborgene liefheeft |
als men zijn hart niet verhardt |
65. Wie maakt zijn moeder te schande ?
|
een aan zichzelf overgelaten knaap |
een opvliegende jongeman |
een booswicht |
een metgezel van de misdadiger |
66. Wanneer verwildert het volk ?
|
als men zijn akker niet bewerkt |
als men ijdelheden najaagt |
als openbaring ontbreekt |
als men anderen afperst |
67. Wat doen de mieren in de zomer ?
|
Zij maken hun woning. |
Zij lopen in 's konings paleis. |
Zij trekken gezamenlijk op. |
Zij bereiden hun spijs. |
68. Wat is moeilijk te vinden ?
|
een deugdelijke huisvrouw |
een goede akker |
tapijten van fijn linnen |
vriendelijke onderwijzing |
69. Wat is bedrieglijk ?
|
voordeel van handel |
roem en eer |
brood der traagheid |
de bevalligheid |
Invullen van Bijbelquiz nr. 9 - Spreuken
1- |
11- |
21- |
31- |
41- |
51- |
61- |
2- |
12- |
22- |
32- |
42- |
52- |
62- |
3- |
13- |
23- |
33- |
43- |
53- |
63- |
4- |
14- |
24- |
34- |
44- |
54- |
64- |
5- |
15- |
25- |
35- |
45- |
55- |
65- |
6- |
16- |
26- |
36- |
46- |
56- |
66- |
7- |
17- |
27- |
37- |
47- |
57- |
67- |
8- |
18- |
28- |
38- |
48- |
58- |
68- |
9- |
19- |
29- |
39- |
49- |
59- |
69- |
10- |
20- |
30- |
40- |
50- |
60- |
|
Oplossing van Bijbelquiz nr. 9 - Spreuken
1-1 |
11-3 |
21-4 |
31-3 |
41-4 |
51-1 |
61-2 |
2-4 |
12-4 |
22-2 |
32-1 |
42-1 |
52-1 |
62-2 |
3-2 |
13-2 |
23-1 |
33-4 |
43-4 |
53-2 |
63-3 |
4-3 |
14-3 |
24-3 |
34-2 |
44-4 |
54-1 |
64-2 |
5-2 |
15-2 |
25-2 |
35-3 |
45-1 |
55-4 |
65-1 |
6-1 |
16-4 |
26-1 |
36-1 |
46-3 |
56-3 |
66-3 |
7-3 |
17-3 |
27-3 |
37-2 |
47-4 |
57-4 |
67-4 |
8-4 |
18-2 |
28-1 |
38-2 |
48-3 |
58-4 |
68-1 |
9-3 |
19-4 |
29-2 |
39-3 |
49-2 |
59-1 |
69-4 |
10-1 |
20-4 |
30-3 |
40-2 |
50-1 |
60-4 |
|