Bijbelquiz  nr. 7   -    Samuël

 

 1.  Hoeveel vrouwen had Elkana?

twee

drie

een

2. Waarmee plaagde Peninna Hanna?

Dat Hanna niet mooi was.

Dat Hanna geen kinderen had.

Dat Hanna rood haar had.

3. Waaruit kon je zien dat Elkana veel van Hanna hield?

Hij gaf haar een groter cadeau dan Peninna.

Hij maakte een mooie jas voor Hanna.

Hij gaf haar veel kusjes.

4. Wat dacht de oude priester toen Hanna in de tempel bad?

Wat een zielige vrouw.

Wat een mooie vrouw.

Zij is dronken.

5. Wat beloofde Hanna.

Ik zal veel geld geven.

Als ik een zoon krijg zal ik hem aan God geven.

Ik zal eeuwig dankbaar zijn als ik een zoon krijg.

6. Wat kreeg Hanna na een jaartje?

Een dochter

Een zoon

Een tweeling

7. Hoe noemde Hanna haar kind?

Samuël

Simson

Gideon

8. Wat betekent Samuël?

Man van God

Troost

Van God gebeden

9. Waar bracht Hanna haar kind naartoe?

naar Jeruzalem

naar de bergen

naar de tempel

10. Wat kwam ze hem elk jaar brengen?

lekker eten

een nieuwe jas

geld

11. Hoe heette de oude priester?

Eli

Mozes

Noach

12. Wat waren de zonen van Eli voor mannen?

leuke mannen

slechte spotters

heilige mannen

13. Wat deed Eli fout?

Hij sliep veel.

Hij liep altijd te schelden.

Hij gaf zijn zoons nooit een standje.

14. Wat hoorde Samuël eens roepen?

Ga weg!

Help!

Samuel!

15. Wie dacht Samuël dat hem riep?

Eli

Chofni

Pinechas

16. Wie riep Samuël werkelijk?

zijn vader

God

zijn moeder

17. Wat moest Samuël antwoorden volgens Eli?

Spreek, Here, want uw knecht hoort.

Wat is er aan de hand, God?.

Ik weet niet waar U bent, God.

18. Wat zei God tegen Samuël?

Eli en zijn zoons zullen gezegend worden.

Eli zal sterven.

Eli en zijn zoons zullen op één dag sterven.

19. Vond Samuël het fijn om het aan Eli te vertellen?

Ja.

Nee.

Hij zei het meteen.

20. Wat zei Eli?

O nee!

Ik ga meteen bidden.

Wat God doet is goed.

21. Wat werd Samuel nu?

.profeet

hogepriester

helper van Eli

22. Wat is een profeet?

Iemand die Gods woord doorgeeft.

Iemand die veel bidt.

Iemand die veel weet van God.

23. Wat kreeg Hanna nog meer?

Geld

Geluk

Kinderen

24. Waarom ging het slecht met het land?

De zonen van Eli gaven een slecht voorbeeld.

Er kwam geen regen.

De tempel was oud geworden.

25. Wat deed Samuël in de tempel?

bidden

bidden, werken, slapen

slapen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Invullen van Bijbelquiz nr. 7   -  Samuël

 

1 -

6 -

11 -

16 -

21 -

2 -

7 -

12 -

17 -

22 -

3 -

8 -

13 -

18 -

23 -

4 -

9 -

14 -

19 -

24 -

5 -

10 -

15 -

20 -

25 -

 

 

 

 

 

Oplossing van Bijbelquiz nr. 7   -  Samuël

 

1 – 1

6 – 2

11 – 1

16 – 2

21 – 2

2 – 2

7 – 1

12 – 2

17 – 1

22 – 1

3 – 1

8 – 3

13 – 3

18 – 3

23 – 3

4 – 3

9 – 3

14 – 3

19 – 2

24 – 1

5 – 2

10 – 2

15 – 1

20 – 3

25 – 2