Bijbelquiz  nr. 5   -    Richteren

 

1. Het volk Israël vertrok uit Egypte. Wanneer komen ze in Kanaän ?

zeven jaar later

één jaar later

veertig jaar later

2. Waar sloeg Mozes op de rots ?

te Kades

te Mara

te Elim

3. Mozes en Aäron mogen het land Kanaän niet binnen.

Ze waren te oud.

Ze waren ongehoorzaam.

Ze waren niet sterk meer.

4. Wie wordt de opvolger van Mozes ?

Kaleb

Jozua

David

5. Welk gebied wordt eerst veroverd ?

de kuststreek

Oostjordaanland

Zuid-Judea

6. Jozua stuurt 2 spionnen naar de stad ...........

Jeruzalem

Betlehem

Jericho

7. Het volk Israël komt over de Jordaan via ......

een brug

veerboten

een droog pad

8. De stad Jericho wordt veroverd.

na een beschieting

de muren vallen om

na hevige gevechten

9. Na ............ is een groot gedeelte van Kanaän veroverd.

vier jaar

zeven jaar

veertig jaar

10. De TABERNAKEL krijgt een plaats in ...........

Jeruzalem

Betlehem

Silo

11. Jozua sterft.

Er is geen leider meer.

Zijn zoon volgt hem op.

Er komt een andere leider.

12. De Israëlieten gaan andere goden vereren.

Zeus

Baäl en Astarte

Wodan en Donar

13. Er komen plunderaars.

Die worden verjaagd.

Men kan ze niet de baas.

Men klaagt steen en been.

14. Het volk Israël roept weer tot God. Hij geeft een .....

koning

richter

. keizer

15. Onder leiding van de richter ......................

wordt de vijand verjaagd.

gaat men weer afgoden dienen.

gaat iedereen weer God dienen.

16. Als de richter dood is,.............................

gaat men weer de afgoden dienen.

klaagt men om een richter.

blijft men God dienen.

17. De meest bekende richters zijn .................

Saul, David en Salomo.

Gideon,Simson en Samuël.

Jefta,Debora en Barak.

18. Gideon verjaagt met .......... een groot leger van de Midianieten.

duizend man

honderd man

driehonderd man

19. Onder wiens leiding komt er een grote verbetering ?

Gideon

Simson

Samuël

20. Hij houdt overal vergaderingen. Hij woont in  ......

Rama.

Jeruzalem.

Betlehem.

21. De zonen van Samuël zijn ook richters.

Ze zijn oneerlijk.

Ze spreken goed recht.

Ze doen hun best.

22. Het volk Israël wil ................

andere richters.

een koning.

een president.

23. Het volk Israël krijgt een koning.

Het volk moet hem kiezen.

God wijst hem aan.

Samuël zoekt er een op.

24. Israëls eerste koning heet ...........

Herodes.

David.

Saul.

25. Hij wordt door Samuël ............

gekroond.

gezalfd.

ingewijd.

 

 

 

 

 

 

 

Invullen van Bijbelquiz nr. 5   -  Richteren

 

1 -

6 -

11 -

16 -

21 -

2 -

7 -

12 -

17 -

22 -

3 -

8 -

13 -

18 -

23 -

4 -

9 -

14 -

19 -

24 -

5 -

10 -

15 -

20 -

25 -

 

 

 

 

 

Oplossing van Bijbelquiz nr. 5   -  Richteren

 

1 – 3

6 – 3

11 – 1

16 – 2

21 – 1

2 – 1

7 – 3

12 – 2

17 – 2

22 – 2

3 – 2

8 – 2

13 – 2

18 – 3

23 – 2

4 – 2

9 – 2

14 – 2

19 – 3

24 – 3

5 – 1

10 – 1

15 – 3

20 – 1

25 – 2