Bijbelquiz nr. 11 - Uit het boek Openbaring
1.
Door wie is het boek Openbaring geschreven ?
|
Paulus |
Petrus |
Matteüs |
Johannes |
2.
Aan hoeveel gemeenten schreef Johannes ?
|
7 |
12 |
10 |
144 |
3.
Wie zal Jezus zien als Hij komt met de wolken ?
|
de Joden |
elk oog |
de engelen |
de gelovigen |
4. Wie heeft de sleutels van de dood en het dodenrijk ?
|
de duivel |
Petrus |
Jezus |
de gemeente |
5.
Wat moest Johannes schrijven aan Efeze ?
|
Weest getrouw tot de dood. |
Ik doorzoek uw hart. |
Ik geef u een open deur. |
U hebt uw eerste liefde verzaakt. |
6.
Wat zal Jezus aan de gemeente te Smyrna geven als ze
getrouw zijn ?
|
een witte steen |
een nieuwe naam |
een kroon des levens |
de morgenster |
7.
Aan welke leer hielden ze in Pergamum vast ?
|
de leer van Bileam |
de leer van de Farizeeën |
Er is geen opstanding. |
de leer van Paulus |
8.
Welke vrouw hebben ze in Tyatira laten begaan ?
|
Salome |
Izebel |
de vrouw van Herodes |
de vrouw van Potifar |
9.
Uit welk boek zullen de overwinnaars uit Sardus niet
uitgewist worden ?
|
de Bijbel |
Boek van Kennis |
Boek van Oordeel |
het boek des levens |
10.
Waar zal Jezus Filadelfia voor bewaren ?
|
voor ziektes |
voor armoede |
voor haat en nijd |
de ure der verzoeking |
11.
Waarom zal Jezus Laodicea uit zijn mond spuwen ?
|
omdat ze lauw zijn |
omdat ze vies zijn |
omdat ze hard zijn |
omdat ze heet zijn |
12.
Wat doet Jezus als je de deur voor Hem open doet ?
|
Hij wijst je op je fouten. |
maaltijd met je houden |
Hij strijdt tegen de duivel. |
Hij wast je rein. |
13.
Wat was er rondom de troon van God ?
|
een licht |
een gouden zee |
een wolk |
een regenboog |
14.
Hoeveel oudsten in witte klederen zaten er op tronen
?
|
12 |
24 |
7 |
3 |
15.
Wie is waardig de boekrol te openen ?
|
De engel |
Een oudste |
Het Lam |
een vliegende arend |
16.
Wat voor kleur paarden trokken uit ?
|
wit rossig zwart vaal |
bruin zwart wit gevlekt |
rossig wit grijs bruin |
geel gevlekt blauw en rood |
17.
Hoeveel waren er verzegeld uit alle stammen van
Israël ?
|
144.000 |
12.000 |
10.000 |
7.000 |
18.
Wat had de schare die niemand tellen kon in zijn hand
?
|
schalen met wierook |
fakkels |
trompetten |
palmtakken |
19.
Wat doet God met de mensen die uit de grote
verdrukking komen ?
|
een huis geven |
God zal alle tranen afwissen. |
een nieuwe naam geven |
een zegel aan hun voorhoofd |
20.
Wat gebeurde er toen de 3e engel blies ?
|
Een arend begon te vliegen. |
De bazuinen klonken. |
Alle bomen gingen dood. |
Een grote ster viel brandend als een fakkel. |
21.
Hoe heet de engel van de afgrond ?
|
Gabriël |
Abaddon |
Grote draak |
Het Beest |
22.
Wat moest Johannes opeten ?
|
een boekje |
een honingkoek |
een schaal amandelen |
een matze |
23.
Wat moest Johannes meten ?
|
de muur van Jeruzalem |
de tempel |
de voorhof |
de kandelaren |
24.
Hoeveel getuigen gaan er 1260 dagen lang profeteren ?
|
10 |
3 |
12 |
2 |
25.
Wie zal de twee getuigen doden ?
|
een engel met vlammend zwaard |
Het beest dat uit de afgrond opkomt |
een donderslag |
een ruiter met een rossig harnas |
26.
Na hoeveel dagen gingen de getuigen weer leven ?
|
3 dagen |
2 dagen |
3 1/2 dag |
40 dagen |
27.
Wat werd er zichtbaar in de hemelse tempel ?
|
de kandelaar |
het reukofferaltaar |
de tafel der toonbroden |
de ark des verbonds |
28.
Wat wilde de draak van de vrouw hebben ?
|
haar krans van 12 sterren |
haar kind |
de zon |
de maan onder haar voeten |
29.
Waarheen vluchtte de vrouw ?
|
de woestijn |
de tempel |
de bergen |
een eiland |
30.
Hoe wordt de grote draak ook genoemd ?
|
duivel en Satan |
vijand |
beest |
luipaard |
31.
Wat stond er op de 7 koppen van het beest dat uit de
zee kwam ?
|
teksten |
spreuken |
berekeningen |
godslasteringen |
32.
Waarop komt het merkteken van het beest uit de aarde
?
|
rechterhand en voorhoofd |
het oor |
op ieders paspoort |
de huizen |
33.
Wat is het getal van het beest ?
|
000 |
777 |
666 |
123 |
34.
Welke stad zal vallen ?
|
Jeruzalem |
Babylon |
Rome |
Damaskus |
35.
Wat kwam er uit de persbak ?
|
bloed |
druivensap |
wijn |
water |
36.
Hoeveel schalen van gramschap zijn er ?
|
drie |
twee |
zeven |
vijf |
37.
Wat gebeurde er toen de 2e schaal werd leeggegoten ?
|
Er kwamen gezwellen. |
Het water werd bloed. |
Alle levende wezens in de zee stierven. |
Er kwamen sprinkhanen |
38.
Wat kwam er uit de bek van de draak ?
|
drie onreine geesten |
vuur |
water |
bliksemstralen |
39.
Wie zullen er wenen als Babylon vernietigd wordt ?
|
de heiligen |
apostelen en profeten |
de regeerders der aarde |
de kooplieden |
40.
Wie mag zich met blinkend smetteloos fijn linnen
kleden ?
|
de priesters |
de heidenen |
de bruid van het lam |
de engelen |
41.
Wiens ogen zijn als een vuurvlam ?
|
het witte paard |
de draak |
het Woord Gods |
de grote engel |
42.
Hoe lang wordt de duivel gebonden ?
|
1000 jaar |
3 jaar |
voor altijd |
1 jaar |
43.
Waarin wordt de duivel uiteindelijk geworpen ?
|
de zee |
het dodenrijk |
de poel van vuur en zwavel |
de gevangenis |
44.
Wie staan er voor de grote witte troon ?
|
de engelen |
de 4 dieren en de 24 oudsten |
de doden klein en groot |
de duivel en zijn aanhangers |
45.
Wanneer komt iemand in de poel des vuurs ?
|
als hij niet meezingt |
als hij in Babylon heeft gewoond |
als hij het beest heeft aanbeden |
als hij niet geschreven staat in het boek des Levens |
46.
Welke stad daalt neder uit de hemel ?
|
de stad van God |
de stad met fundamenten |
het nieuwe Jeruzalem |
de stad met de vele woningen |
47.
Wat zal er niet meer zijn in het nieuwe Jeruzalem ?
|
verdrukking |
oorlog |
poorten |
dood, rouw, geklaag en moeite |
48.
Waarvan is de stad gemaakt ?
|
witte stenen |
zuiver goud |
parels |
doorschijnend glas |
49.
Wat is er niet meer nodig in het nieuwe Jeruzalem ?
|
water |
voedsel |
licht van zon of maan |
kleding |
50.
Wat komt niet binnen in de Heilige Stad ?
|
vruchten |
iets onreins |
edelstenen |
honden |
51.
Wanneer is iemand zalig ?
|
als hij de woorden van deze profetie bewaart |
als iemand de morgenster ziet |
als iemand drinkt uit de rivier des levens |
als iemand vruchten eet |
52.
Wat zeggen de Geest en de Bruid ?
|
Amen |
Kom |
Prijst God |
Halleluja |
Invullen van Bijbelquiz nr. 11 - Uit het boek
Openbaring
1- |
11- |
21- |
31- |
41- |
51- |
2- |
12- |
22- |
32- |
42- |
52- |
3- |
13- |
23- |
33- |
43- |
|
4- |
14- |
24- |
34- |
44- |
|
5- |
15- |
25- |
35- |
45- |
|
6- |
16- |
26- |
36- |
46- |
|
7- |
17- |
27- |
37- |
47- |
|
8- |
18- |
28- |
38- |
48- |
|
9- |
19- |
29- |
39- |
49- |
|
10- |
20- |
30- |
40- |
50- |
|
Oplossing van Bijbelquiz nr. 11 - Uit het boek
Openbaring
1-4 |
11-1 |
21-2 |
31-4 |
41-3 |
51-1 |
2-1 |
12-2 |
22-1 |
32-1 |
42-1 |
52-2 |
3-2 |
13-4 |
23-2 |
33-3 |
43-3 |
|
4-3 |
14-2 |
24-4 |
34-2 |
44-3 |
|
5-4 |
15-3 |
25-2 |
35-1 |
45-4 |
|
6-3 |
16-1 |
26-3 |
36-3 |
46-3 |
|
7-1 |
17-1 |
27-4 |
37-3 |
47-4 |
|
8-2 |
18-4 |
28-2 |
38-1 |
48-2 |
|
9-4 |
19-2 |
29-1 |
39-4 |
49-3 |
|
10-4 |
20-4 |
30-1 |
40-3 |
50-2 |
|