Bijbelquiz nr. 1   -  Van Adam tot Abraham

 

1. Het verhaal over de schepping lezen we in het bijbelboek .......

Numeri

Genesis

Leviticus

2.  Op de 1e dag schiep God .....

de mens

het licht

de planten

3.  Op de 2e dag kwam er scheiding tussen .......

zee en lucht

zee en land

licht en duisternis

4.  God rustte op de .......

5e dag

6e dag

7e dag

5.  De Here God plantte een hof in .....

Eden

Aden

Sinear

6.  Mocht men eten van de boom der kennis van goed en kwaad ?

Ja

Nee

Soms

7.  De eerste mensen op aarde heten .......

Abram en Saraο

Jozef en Maria

Adam en Eva

8.  Twee van hun kinderen heten .......

Jakob en Esau

Kaοn en Abel

Jozef en Benjamin

9.  Kaοn werd boos en vermoordde  .......

zijn vader

zijn moeder

zijn broer

10.  Vroeger leefden de mensen .........

heel lang

erg kort

erg gelukkig

11.  Metuselach werd ......

69 jaar

96 jaar

969 jaar

12.  God besloot de aarde te verdelgen vanwege .....

de overbevolking

het vele geweld

het voedseltekort

13.  Noach was onder zijn tijdgenoten een ......

vriendelijk mens

onberispelijk mens

godsdienstig mens

14.  God zei tegen hem: .........

Bouw een grote kerk.

Bouw een grote ark.

Bouw een grote gevangenis.

15.  Hoeveel mensen willen meevaren in de ark ?

400 mensen

200 mensen

Alleen Noach en zijn gezin.

16.  Het regent ontzettend. Hoe lang ?

7 dagen

40 dagen

6 weken

17.  Hoelang is Noach in de ark ?

12 weken

1 jaar

7 maanden

18.  God sluit met Noach een verbond met als teken .........

Een standbeeld

een gedenknaald

een regenboog

19.  De wereldbevolking is ontstaan uit .......

Abraham, Isaak en Jakob

Sem, Cham en Jafet

Mozes, Aaron en Mirjam

20.  Vroeger spraken alle mensen ......

Engels

Hebreeuws

dezelfde taal

21.  In het land Sinear bouwde men een stad met .........

veel parken

veel flats

een zeer hoge toren

22.  De top van die toren moest reiken tot ........

de wolken

de hemel

grote hoogte

23.  Ze stopten met bouwen, want .........

Het bouwmateriaal raakte op.

men had er geen zin meer in.

er gebeurde iets met hun taal.

24.  De stad waar dit gebeurde heette ........

Babbel

Babel

Bijbel

25.  Het woord Babel betekent: ........

grote stad

grote toren

spraakverwarring

 

 

 

 

 

Invullen van Bijbelquiz nr. 1   -  Van Adam tot Abraham

 

1 -

6 -

11 -

16 -

21 -

2 -

7 -

12 -

17 -

22 -

3 -

8 -

13 -

18 -

23 -

4 -

9 -

14 -

19 -

24 -

5 -

10 -

15 -

20 -

25 -

 

 

 

 

 

Oplossing van Bijbelquiz nr. 1   -  Van Adam tot Abraham

 

1 – 2

6 – 2

11 – 3

16 – 2

21 – 3

2 – 2

7 – 3

12 – 2

17 – 2

22 – 2

3 – 1

8 – 2

13 – 2

18 – 3

23 – 3

4 – 3

9 – 3

14 – 2

19 – 2

24 – 2

5 – 1

10 – 1

15 – 3

20 – 3

25 – 3